Waarom gaat China zo wild tekeer in de zaak Liu Xiaobo?
China -

Waarom gaat China zo wild tekeer in de zaak Liu Xiaobo?

zaterdag 11 december 2010 07:12

Het is een vraag die leeft bij iedereen die een tijdje in China heeft doorgebracht: waarom schopt China zo wild om zich heen in de zaak rond Nobelprijswinnaar Liu Xiaobo? Het PR fiasco en de diplomatieke crisis zijn voor de Chinese leiders zo mogelijk nog erger dan voor de VS in de Wikileaks-zaak, en doen alle pogingen teniet van de jongste jaren om de ‘soft power’ van China aan te zwengelen. Zoals gebruikelijk als iemand in de hoogste politieke regionen van China lijkt tilt te slaan, wordt daarbij een jargon gebruikt dat weinig diplomatisch klinkt. Waar de Dalai Lama op tijd en stond een ‘jakhals’ wordt genoemd, zijn het nu blijkbaar “clowns” die zich inlaten met de Nobelprijsuitreiking in Oslo.  Velen onder ons kennen Chinezen als vrij nuchtere, zakelijke en tegelijkertijd ook warme mensen.  Waarom dan die disproportionele verbale uithalen?

Daagt China de wereld uit, zoals de voorpagina van De Standaard gisteren aangaf? Voelen de Chinese leiders zich sterker dan voorheen, en neemt hun arrogantie recht evenredig daarmee toe? Of getuigt een en ander net van toenemende vrees voor de eigen publieke opinie? Een andere hypothese, die ook vaak circuleert, is de volgende: voor de machtswissel in 2012 wil geen enkele Chinese leider in spe zich als een ‘duif’ laten kennen, of toch minstens in zijn kaarten laten kijken. Vandaar het weinig omzwachtelde discours. Of nog: een Nobelprijs voor de Vrede toekennen aan een Chinese dissident, in een land dat al decennia hunkert naar een eigen Nobelprijswinnaar, zou de ultieme vernedering zijn. Al die mogelijke verklaringen bevatten ongetwijfeld een kern van waarheid, maar misschien is het toch goed een paar andere opties te overwegen.  

Wat min of meer vaststaat, is dat Hu Jintao himself verantwoordelijk is voor de wijze waarop Liu Xiaobo (met in zijn kielzog tal van andere dissidenten) behandeld wordt. Gisteren lekte nog een ‘cable’ uit via Wikileaks die aangaf dat het er in het Chinese Politbureau normaliter vrij democratisch aan toegaat, behalve als het over zaken als Tibet, de Dalai Lama, en, zo mag verondersteld worden, mensenrechten in het algemeen gaat. In die issues is het Hu die de bakens uitzet. Vorig jaar bleek dat ook al, toen Hu tijdens de Xinjiang-crisis hals over kop uit het buitenland moest terugkeren, om “orde op zaken” te stellen. Niemand anders kon dat blijkbaar in zijn plaats doen. Als het over politieke en burgerlijke mensenrechten gaat, is Hu een hardliner, dat bewees hij vroeger al in Tibet.

Meer algemeen echter staat Hu Jintao symbool voor een generatie van Chinese leiders die vooral uit ingenieurs en economen bestaat. Zij zijn het die dit gigantische land runnen. Hun denkkader bestaat vooral uit factoren als macht, economische groei, planning, competitiviteit, efficiëntie, concurrentiepositie, en een bijna 19de eeuws sciëntistisch geloof in materiële vooruitgang. Democratie is in de ogen van vele Chinese leiders van die generatie niet efficiënt – en landen als Indië, de VS en de EU lijken dat op dit ogenblik ook te onderstrepen. Democratie functioneert misschien vrij goed als alles voor de wind gaat, maar in tijden waarin het tegenzit, zorgt het in hun ogen vooral voor steriele polarisering en gridlock. Liu Xiaobo en zijn subversieve vrienden zijn in die optiek vooral lastige horzels, die verpletterd moeten worden.

Die ingenieurs en economen lijken niet in staat hun model fundamenteel in vraag te stellen. Zelfs het nieuwe ‘groene’ China staat vooral voor een vorm van groen staatskapitalisme, waarbij van dezelfde premisses vertrokken wordt: China investeert in veelbelovende groene technologie om de sectoren van de toekomst te beheersen, met andere woorden, vooral in functie van de eigen concurrentiepositie. Andere China-watchers denken er anders over, toegegeven – het klimaat is sinds een jaar of vijf een zaak van ‘nationale veiligheid’ in China, en de Chinese publieke opinie is wel degelijk ongerust over het klimaatthema. En toch vrees ik dat ik er niet ver naast zit als ik stel dat China’s groene beleid slechts in tweede instantie is ingegeven door klimaatbewustzijn.

De slogan van een ‘harmonieuze wereld’ die met Hu Jintao geassocieerd wordt, moet je dan ook met een korrel zout nemen. Uiteraard heeft China baat bij globalisering en wereldwijde handel, maar Hu (en met hem veel van de Chinese KP-leiders) missen de intellectuele flexibiliteit, empathie en het radicalisme om echt een nieuw economisch model voor de 21ste eeuw te promoten. Het ‘rebalanceren’ van het Chinese economische model betekent voor hem vooral het aanzwengelen van de consumptiemaatschappij in China. Wat dat betreft zitten ze trouwens op één lijn met de EU-technocraten en de mensen bij het IMF en de Wereldbank.

Een fundamenteel probleem voor de huidige Chinese leiders is echter dat de ‘nanny-state’ waarbij vadertje KP min of meer de bakens uitzet voor de Chinese samenleving, minder en minder aanvaard wordt door de nieuwe generatie. Die is individualistisch, sommigen onder hen zelfs vrij egoïstisch, wat niet onlogisch is gezien de éénoudergezinnen waaruit ze veelal komen. Een staat die websites ontoegankelijk maakt, is veel minder evident voor hen dan voor de generatie van hun ouders. Komt daarbij dat velen onder die jongelui vrij nationalistisch denken, wat opnieuw niet hoeft te verwonderen gezien de exponentiële vooruitgang die China de laatste 30 jaar heeft geboekt. Chinese apparatsjiks beginnen dus om tal van redenen de adem van de publieke opinie te voelen.

De verstrengeling tussen businessbelangen en politieke belangen is een bijkomende factor waarom de communistische leiders zich aan de macht zullen blijven vastklampen. Wikileaks gaf eergisteren nog aan dat velen in het Politbureau wel erg goeie banden lijken te hebben met vastgoedmagnaten. Goedschiks gaat democratie er dus niet komen, allicht is daar een zware crisis voor nodig. Of het zou moeten zijn dat een visionaire leider à la Gorbatsjov aantreedt, maar zijn voorbeeld is om de gekende redenen niet bijster inspirerend voor Chinezen. De hoop is dat een nieuwe generatie leiders wel met democratische hervormingen zal beginnen. Het leidt echter weinig twijfel dat Chinese studenten die een paar jaar in Amerika of Europa hebben doorgebracht, merken dat ook die systemen zware mankementen vertonen, en niet onverkort zullen pleiten voor een op westerse leest geschoeid systeem.

De hamvraag lijkt: wie slaagt er als eerste in om een model voor de 21ste eeuw te ontwikkelen, dat respect heeft voor burgerlijke en politieke mensenrechten (de zwakke plek van China), voor sociale en economische mensenrechten en collectieve rechten ( waar westerse mensenrechtenbewegingen tot voor kort weinig aandacht voor hadden), maar ook voor ecologische duurzaamheid – misschien wel dé eis die in de 21ste eeuw op ons afkomt  (en waar voorlopig zowel het Westen als China niet thuis g even). En het moet gezegd: ook Liu Xiaobo’s Charta 08 faalde in die opdracht: wie het document wat van nabij bekijkt, merkt dat het geënt is op de liberale democratieën van het Westen, die nu overduidelijk met gigantische problemen kampen. En toch, voor de even talrijke problemen waarmee China kampt anno 2010, lijkt een dosis Charta ’08 geen overbodige luxe… 

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!