Vrienden met China

Vrienden met China

dinsdag 17 maart 2020 12:06
Spread the love

“Vrienden met China”, 16 april 2019: Voordracht op het Symposium ter gelegenheid van het 60-jarig doctoraat van prof. mr. F.J.M. Feldbrugge, georganiseerd door de Juridische Faculteit van de Universiteit Leiden, 5 juli 2019. (Tevens notitie ten behoeve van de ambtelijke voorbereiding – voorjaar 2019 – van de nieuwe Nederlandse “Rusland Strategie”.)

 

Vrienden met China

 

Rusland zoekt een nader verband met China, op velerlei gebied: financieel, economisch, zelfs op militair gebied. De Sjanghai-Samenwerkingsovereenkomst ging september 2003 van start met als leden China, Rusland, Kazachstan, Oezbekistan, Tadzjikistan en Kirgizië. In 2017 kwamen daar India en Pakistan bij.  In 2012 ging het  “Rusland-China Investeringsfonds” van start.  In 2019, dit jaar dus, lijken stappen te zijn gezet die de handel tussen de landen van de Euraziatische Economische Unie (met Rusland als veruit het grootste lid) en China zullen vergemakkelijken. In november 2018 sloten Rusland en China een overeenkomst tot samenwerking op het gebied van satelliet-navigatie. In de tweede helft van de jaren tien zijn stappen gezet voor verdere samenwerking van China in Rusland in fiscaal en in algemeen financieel gebied. Volume en waarde van de bilaterale handel tussen de beide landen stijgen. Rusland heeft, toevallig of niet toevallig, sinds 2015 ook aanmerkelijk meer wapens verkocht aan China; en in september 2018 hielden de Russische strijdkrachten en het Chinese bevrijdingsleger grootschalige oefeningen in Oost-Siberië onder de naam “Vostok 2018” (de Chinese naam voord deze militaire oefeningen moet ik u schuldig blijven). Het waren de grootste oefeningen in de geschiedenis van het Russische leger sinds 1981.

Rusland wordt mede tot samenwerking met China bewogen door de slechte verhouding die het heeft met EU, USA en NAVO, een verhouding die al niet goed was voor 2014 en die na 2014 is verslechterd en die sindsdien onveranderd “slechter” is beleven.

Westerse voorwaarde voor normalisering, althans voor verbetering, van de contacten tussen ‘het Westen’ en Rusland is dat Rusland de zogenaamde “Volksrepublieken” Donetsk en Loegansk ‘laat gaan’ en de Krim en Sebastopol teruggeeft.

Sebastopol en de Krim opgeven gaat niet gebeuren. Sebastopol is als “stad van federale betekenis” (een status die het deelt met de steden Moskou en Sint Petersburg) “subject van de Russische Federatie” geworden, net als de Krim, dat met republieks-status “subject” is van de Russische Federatie. Ook de parlementaire “oppositie” in Rusland was warm voorstander van de inlijving van Sebastopol en de Krim in Russisch staatsverband; en zelfs de buitenparlementaire oppositie is tegen ‘teruggave’ van Sebastopol en de Krim aan Oekraïne. Aleksej Navalni zou de annexatie niet hebben ondernomen, liet hij weten, maar hij  is, nu het eenmaal is gebeurd, tegen teruggave. En als we de lijst van kandidaten bij  de presidentsverkiezingen van maart 2018 nagaan valt er bij slechts twee kandidaten een opmerking in dezen te maken. Grigori  Javlinski, medeoprichter van de politieke partij Jabloko, en in de jaren 1990 een politicus van enig gewicht, deed in 2018 (opnieuw) aan de presidentsverkiezingen mee en kreeg 1,05% van de stemmen. Zijn voorstel was om op de Krim, dus de Krim inclusief Sebastopol, opnieuw een referendum te organiseren over de vraag of de bevolking wel of niet bij de Russische Federatie wil horen, maar dan onder internationaal toezicht en  met waarnemers dus ook van Westerse landen. Javlinski weet – het is een intelligente man – dat Westerse landen of een internationale organisatie met westerse deelneming zoals de OVSE, niet in zulk een toezichthoudende rol zullen bewilligen, omdat zo’n rol schending van de erkende, soevereine positie van Kiev zou inhouden. Of Kiev zelf zou daarin moeten bewilligen, maar dat is uiterst onwaarschijnlijk, omdat menig Oekraïens politicus van de strijd tegen “Moskou” de reden van zijn politieke bestaan heeft gemaakt, en het opgeven van de aanspraak op de Krim (en Sebastopol) voor menigeen een volte-face zou betekenen die politiek en mogelijk zelfs fysiek levensbedreigend is. De tweede Russische presidentskandidaat die hier vermeld moet worden is Ksenia Sobtsjak, die 1,68% van de stemmen verzamelde en, als enige,  wel voor teruggave van De Krim en Sebastopol aan Oekraïne was. Het percentage voorstanders van “teruggave “ onder de Russische bevolking (dat wil zeggen van de burgers van de RF) zal op dat moment niet veel groter zijn geweest.

Als “teruggave” werkelijk de voorwaarde is en zal blijven voor ‘normalisering’ van de betrekkingen tussen Rusland en ‘het Westen’ geeft ‘het Westen’ Rusland ook nauwelijks een andere keuze dan een nauwer verband te zoeken met ‘allianties’ waarin China de hoofdrol speelt. China speelt die hoofdrol omdat die positie het land naar eigen weten toekomt. China  is – in vrijwel alle gevallen – het belangrijkste land in deze ‘samenwerkingsverbanden’, omdat China inmiddels 1,4 miljard inwoners heeft (bijna tien keer zoveel als Rusland en zelfs nog net iets meer dan India; meer dan vier keer zoveel als de VS; en 11 keer zoveel als Japan). Zeker, China wacht het probleem van toenemende vergrijzing; maar dit probleem is acuter in Japan en in Rusland. En omdat het BNP per hoofd van de bevolking van China op basis van koopkrachtpariteit met bijna 17.000 dollar ruim twee keer zo hoog is als dat van India en ongeveer twee-derde van dat van Rusland bedraagt; en het BNP van China in totaal al twee-derde is van dat van de VS, meer dan drie keer zo groot is als dat van Duitsland, bijna drie keer zo groot als dat van Japan, en acht-en-een-half keer zo groot als dat van de Russische Federatie. China een reus in vrijwel alle internationale samenwerkingsverbanden waarin Rusland ook geïnteresseerd is. En nu we toch ‘ouderwets’  machts-realistisch bezig zijn: China hoeft maar 1,9% van zijn BNP uit te geven om 228 miljard dollar per jaar aan zijn strijdkrachten te kunnen besteden; het kost Rusland maar liefst 4,3% van zijn BNP om ‘slechts’ 66 miljard dollar per jaar aan defensie te spenderen. Als kernwapenmogendheid is China (nog) klein met Rusland vergeleken: 260 kernkoppen tegenover 7500 van de Russische Federatie. Maar met zulke uitgaven – ook aan Russische wapens –  is China straks voor elke denkbare tegenstander een formidabele militaire macht. Natuurlijk is Rusland belangrijk als men kijkt naar de kapitale natuurlijke reserves die te vinden zijn in één-achtste deel van het aardoppervlak, belangrijk dus als leverancier van een grote hoeveelheid en een grote verscheidenheid aan grond- en hulpstoffen, en belangrijk als bron, nog steeds, van waardevolle wetenschap en technologie. Maar China is al lang niet meer technologisch afhankelijk van Rusland en als klant van Chinese industriële producten, als afzetgebied kortom, is Rusland voor China relatief klein. China was ooit misschien het hulpbehoevende grote-kleine broertje van destijds de USSR. Maar het zogenaamd communistische China is Russische curatele, enigerlei curatele, al lang en breed ontgroeid.

China heeft weinig achting voor Rusland, omdat China alleen maar achting kan opbrengen en alleen maar opzij stapt voor wat groter en sterker is. In de “multipolaire wereld” die Rusland nastreeft, is, vanuit Chinees perspectief, Rusland  nog maar een klein “pooltje”, en als beschavingscentrum en grote speler in de wereldeconomie is China meer dan Ruslands ‘evenknie’.

Rusland moet vrezen dat verdere ‘toenadering’ tot China  uiteindelijk knechtschap zal blijken te betekenen. Toch, kennelijk, vindt Rusland dit een beter alternatief dan thans ‘knechtschap’ tegenover het ‘het Westen’ te betuigen en te doen wat het Westen zegt dat het moet doen om door dat  Westen ‘acceptabel’ te worden gevonden: : Sebastopol en de Krim ontruimen, en meehelpen aan de totstandkoming van een echte Oekraïense staat, die, net als Georgië en mogelijkerwijs nog andere “opvolgerstaten”, zal kiezen voor economische en politieke binding met het Westen en die “soeverein” zal mogen besluiten Amerikaanse en (andere) NATO wapens te (laten) installeren die tegen doelen in Rusland zijn gericht.

Is dit in het Westerse belang? Moeten wij werkelijk banger zijn voor Rusland dan van China? Waarom staan wij China toe wat wij in Rusland ernstig afwijzen en waar wij Rusland om straffen (want willen corrigeren). Dat Rusland de ‘westerse’ opvatting van mensenrechten niet deelt? China deelt die ‘algemene humanitaire waarden’ zoveel te minder. Volgens berichten van de Verenigde Naties (augustus 2018) zitten er een miljoen Oejgoeren vast in Chinese strafkampen. Amnesty International schatte tezelfdertijd op basis van eigen onderzoek het aantal Islamitische strafkampgevangenen op bijna een miljoen, inderdaad hoofdzakelijk Oejgoeren. In Rusland wordt sinds 1996 de doodstraf niet meer voltrokken – op nadrukkelijke wens van de Raad van Europa en als voorwaarde destijds voor Ruslands lidmaatschap. China maakt het aantal doodvonnissen en het aantal executies niet bekend, maar schattingen zijn dat in 20012 12.000 vonnissen werden voltrokken, 6500 in 2007, een kleine twee-en-een-half-duizend in 2014, en (ook) in 2018 werden volgens Amnesty International meer doodvonnissen voltrokken in China dan in de rest van de wereld samen. Dit, opnieuw, allemaal naar schatting, want China zelf publiceert nooit cijfers. Nemen we Rusland kwalijk dat het geen democratie is? China wel soms, of beter op weg? Dat kan niemand menen. We nemen Rusland onder meer kwalijk dat het Sebastopol en de Krim bezet houdt. Is dit bezwaar werkelijk zo belangrijk? We kunnen weten dat dit probleem uiteindelijk toch verjaart. Tibet vergeten? Tibet is in 1950-1951 door China veroverd, en wordt door China beschouwd als Chinees grondgebied. Behalve de dalai lama en de Amerikaanse acteur Richard Gere zijn er weinig mensen van enig politiek gewicht meer die nog op de “bevrijding” van Tibet  hopen. Onlangs, in maart 2019, hebben de Verenigde Staten onder president Donald Trump de door Israël  in de Jom Kipoeroorlog van 1973 op Syrië veroverde Golan-hoogvlakte als integraal deel van het territorium van Israël erkend.

Polen en Oekraïne zien de scheiding tussen Oost en West, tussen  de Westerse beschaving en de barbarij, het liefst gedefinieerd door een muur tussen hun landen en Rusland. Ten dele zelfs letterlijk. Aan de fysieke afscheiding met muren, grachten, prikkeldraad en anderszins van de Oekraïne van Rusland zijn inmiddels tientallen miljoenen dollars besteed (of tientallen miljoenen Euro’s, mocht u daaraan de voorkeur geven). Een aanzienlijk deel van dit bedrag is verdwenen aan lik en smeer (steekpenningen), want zo gaat dat nu eenmaal in Oekraïne, wat dus ook wat dit betreft niet veel van Rusland verschilt. De NAVO is teruggevallen in zijn oude groef, met Rusland in de rol van de USSR en het Warschaupact inmiddels gelukkig verdwenen. In Brussel is thans dus ook iedereen blij.  Rusland geeft de NAVO weer reden van bestaan, en het lijkt erop dat de NAVO en de nationale defensieorganisaties van de aangesloten landen dit ook graag zo willen houden.

Maar dient deze houding, deze vijandschap jegens Rusland en onze ik zal het maar noemen inschikkelijkheid jegens China, ook het algemener, Westerse belang? Is het niet wenselijk middelen te overdenken en te onderzoeken om met Rusland in betere betrekking te geraken en daarmee te voorkomen dat China zich nog verder versterkt? Hebben we werkelijk liever met een Chinese concurrent en militaire grootmacht te maken, die zich sterker weet door toegang tot Russische grondstoffen en een afkeer van Rusland van het Westen? Wij richten ons in Rusland op de verkeerde vijand en cultiveren en organiseren een afkeer van een land waarmee wij veel meer gemeen hebben dan met China. In het grotere geheel doet Westelijk Europa – en doet waarschijnlijk ook de USA – er verstandig aan met de grootste mogendheid in Oost-Europa, Rusland, op betere voet te geraken en met Rusland een gemeenschappelijk belang te creëren, zo nodig tegenover de mondiale aspiratie van China.

 

Leiden, 16 april 2019

Hans Oversloot

 

Creative Commons

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!