Voeding voor het politiek debat

Voeding voor het politiek debat

Zondag stemmen we voor Vlaanderen, België en Europa. Voor 5 jaar beleid op 3 niveaus. Over werkloosheid, de index, jobs en confederalisme. Maar ook over het voedsel op ons bord.

donderdag 22 mei 2014 14:15

DeWereldMorgen.be

Concepten zijn
onvermijdelijk beknottend. Zo ook dat van ‘De Schoonmoeder aller Verkiezingen’,
dat jongeren de kans wil geven een item op de politieke agenda te zetten.
Verdraaid geen cadeau om er eentje te kiezen, in een land waar mobiliteit nog
grotendeels gelijk staat met de wagen, onverdraagzaamheid welig tiert,
kernwapens en -centrales nooit veraf zijn en de roep om de sociale zekerheid te
ondergraven steeds luider klinkt.

Dat ik het
thema duurzaamheid in de kijker zou zetten, was echter een evidentie. Omdat het
geen apart beleidsdomein is, maar een principe dat als leidraad moet dienen bij
zowat alle keuzes die we maken. En omdat ik mee wil bouwen aan de wereld van
morgen. Een campagne rond ‘voedsel’ kwam er uiteindelijk vooral uit
verontwaardiging. Ontsproten uit het vervelende dilemma tussen een uitpuilende
kar vol goedkope producten en een mandje met enigszins verantwoord eten. En de vraag of die keuze eigenlijk wel altijd
mogelijk zou moeten zijn. 

Kosten
& baten

Want als het
over voedsel gaat, moeten we het uiteraard over landbouw hebben. Een landbouw
in evenwicht, genereert niet alleen eten maar vervult ook allerlei functies die
nuttig zijn voor onze leefomgeving.
Zo hebben gezonde bodems een groot potentieel voor koolstofopslag. Duurzame
landbouw is een belangrijke buffer tegen klimaatopwarming. Het zijn maar enkele
voorbeelden van externe baten.

Anderzijds
krijgen we te maken met nadelige effecten van overbemesting en monocultuur:
verstoring van ecosystemen en biodiversiteitsverlies; tonnen CO2-uitstoot;
immens waterverbruik;
vervuiling en gezondheidsrisico’s door gebruik van pesticiden. Externe kosten.

Kosten en baten
dus, die niet of onvoldoende worden doorgerekend in de winkel. De op het eerste
zicht lage voedselprijs is met andere woorden een illusie: voor de kosten
draaien we met z’n allen uiteindelijk toch op. Wat we betalen voor bijvoorbeeld
biologische voeding, ligt een stuk dichter bij de realiteit (en dus bij de echte
kosten-baten). En met de nodige steun kan daar zelfs nog wat van af. Om het in
economentaal te stellen: de markt zorgt in deze niet voor de optimale uitkomst.
Dan is het aangewezen om te corrigeren.

Internaliseren

Dit is geen
pleidooi voor een paternalistische overheid die ons menu samenstelt. Maar die
overheid  heeft wel de taak om mee voor
de juiste prijs te zorgen, eentje waarin alle kosten zijn vervat. De fiscaliteit
kan daartoe bijdragen. Verschillende politici spraken zich – weliswaar in de
marge – al uit voor een zogenaamde CO2-taks, tot Open VLD’er Willem-Frederik
Schiltz toe. Mooi, maar het zal me benieuwen of zijn partijgenoot en huidig Europees
commissaris voor Handel Karel De Gucht daar in Europa werk van wil maken. Ook
een verschuiving in de richting van en een vlottere toegang tot subsidies voor
acro-ecologische landbouw (ook voor kleinschalige boeren!), een verhoogd budget
voor onderzoek en innovatie op dat domein en een heroriëntering van het
onderwijs – meer gericht op duurzame technieken – dienen zich aan.

Daarnaast
zouden strengere normen op het vlak van milieu en ethiek, het mogelijk moeten
maken om onaanvaardbare producten uit de rekken te weren. Is het moreel
verantwoord om onze welvaart op te bouwen door uitbuiting ver weg? En is het
niet een tikkeltje absurd dat een organisatie als Oxfam Wereldwinkels – toch
sterk begaan met deze thematiek – op vrijwilligers ‘moet’ draaien om rond te
komen? De vraag of de rol van waakhond, om te komen tot een meer rechtvaardige
en eerlijkere prijszetting, exclusief voor ngo’s is weggelegd dan wel ook door
de overheid moet worden opgenomen, is in het debat over voedsel zeker relevant.

En ook de weg
van het veld naar ons bord moet in vraag worden gesteld. Korte ketens zijn hip,
en terecht, maar ook in de langere ketens is er ruimte voor verandering.
Allereerst zal het noodzakelijk
zijn om de invloed van grote multinationals terug te dringen om die broodnodige
wijzigingen te kunnen doorvoeren. Een meer competitieve distributiesector kan
de eenzijdige prijszetting
door leveranciers enigszins tegengaan. Want zeker is dat alle boeren, bio- of
niet, geconfronteerd worden met oplopende kosten en krappe prijzen. Daar moet
iets aan gedaan worden: boer is
een uitstervend beroep in ons land. Opvolging verzekeren is in dat opzicht een
erg belangrijk aspect van duurzaamheid. Met limieten op de winstmarges bij de
vele tussenschakels,
kan de boer een hoger inkomen verwerven  zonder dat de rekening naar de consument wordt
doorgeschoven.

Hefboom

Een performante
overheid zal dus haar steentje moeten bijdragen om het gedrag van producent en
consument bij te sturen.  Een concrete
aanbeveling bij wijze van voorbeeld: verplicht bedrijven om het aantal
afgelegde kilometers van hun producten en de totale CO2-uitstoot te
etiketteren. Het is een stap richting bewustwording die momenteel nog niet genoeg
aanwezig is.

Want in dit hele
verhaal heeft ook de consument een belangrijke rol te vervullen. Op elke markt
waar vraag en aanbod spelen, is de klant uiteindelijk baas. Bottom-up
initiatieven en een meer kritische omgang met de eigen voedselconsumptie, zijn
onmisbaar om een en ander in beweging te krijgen. We hebben met z’n allen een belangrijke
hefboom in handen, er is alleen wat hulp nodig om hem te activeren.

In de lang
uitgesponnen verkiezingscampagne richting 25 mei zijn voeding en landbouw nog
nauwelijks aan bod gekomen. Toch mogen (moeten?) ook deze thema’s meespelen, nu
zondag in het stemhokje. Voeding voor het politiek
debat. Daar heeft het een plaats.

Lennert De Vroey

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!