Vloeibaar leven

zaterdag 2 november 2019 13:58

Vanuit mijn ooghoek zie ik haar meewarig knikken. Aandachtig volgt ze het gesprek in een taal die niet de hare is. We blijken synchroon te bewegen al was het een dans. Ook al kennen we elkaar niet en berust het kruispunt van onze werelden op een toeval. Ik draai me naar haar toe om haar beter te bekijken. Haar ogen glimlachen en even lijkt ze zorgeloos.

“Sorry” vormen haar lippen. Het is de eerste keer dat ik haar stem hoor. Ze verontschuldigt zich voor het voorval van weleer. Iets waaraan ze geen enkele schuld treft. Toch vóelt ze zich schuldig. Zo is ze nu eenmaal. “It’s okay” verzeker ik haar, en strijk met mijn hand over haar arm. Ik wil niet terugdenken aan de chaos van trekken en duwen om een deken te bemachtigen. Het verraadt de wanhoopsgraad in de vervallen hangaars nabij het oude camp de la Linière. “Batani ma’m, please. We have nothing!” Dit is de taal van de jungle die bittere nachten onthult.

“Is this your son?” vraag ik nieuwsgierig terwijl ik naar de jongen wijs die naast haar staat. Ze knikt. “How old?” Ze begrijpt mijn vraag maar kan niet antwoorden, althans niet in een taal die ik ken. De jongen is twaalf, dat zegt hij zelf. Hij is net niet groter dan haar en dat toon ik met mijn handen. We begrijpen elkaar. “My brothers! Here and here!” zegt het kind fier terwijl hij met zijn platte hand boven het hoofd aangeeft hoe groot zijn broers wel zijn. Ik zie dat hij ontzettend trots is op de lengte van zijn oudste broer. Weldra is moeder de kleinste van dit gezin. Dat doet me eraan denken. Ik toon haar een foto van Miles en vertel dat onze zonen even oud zijn, en dat mijn kind ondertussen groter is dan mij. We lachen. We zijn fier op onze kinderen.

Maar de jungle is meedogenloos. Het is geen plaats voor moeders met kinderen en ook niet voor mannen met gaten in hun schoenen en natte kousen. Het is een vreemde plek waar het leven vloeibaar wordt en je eindeloos op zoek moet naar enige stabiliteit. Het politiegeweld en de wederkerende ontmantelingen maakt het leven er wispelturig. Hard is het doorgaans.

“We hebben decennia lang gevaar en onderdrukking moeten trotseren van de Taliban. Je weet nooit wanneer ze je dorp binnen vallen en onze kinderen meenemen om voor hen te vechten.” vertelt de man die zich schuil houdt achter een witte vuile sjaal. Ik kan alleen zijn ogen zien. Ze zijn mooi en passen bij de zachtheid in zijn stem.

We zitten rondom een vuurtje in een bos in Frankrijk. Het hout is vochtig, de vlammen broos. De gradatie van een minimum aan comfort is gekelderd. Alweer werd het kamp omsingeld en is alles stuk gemaakt en meegenomen door de republiek. “Kennen jullie haar? Die lieve dame die ons gisteren enkele kopjes bracht zodat we chai kunnen drinken.” gaat de man verder. “Ook vrouwen hebben het hard te verduren waar wij vandaan komen. Het is voor hen moeilijk een opleiding te volgen. Soms mogen ze van de Taliban de straat niet meer op zonder begeleiding.”

De thee stoomt in dikke wolken boven het vuur, en terwijl de suiker lijkt te karamelliseren blakert de nieuwe ketel zwart. Zelfs wanneer alles is verloren is er altijd de eeuwige gastvrijheid. De immense gastvrijheid van dit vergeten volk.

We krijgen foto’s te zien van prachtige bergketens met besneeuwde toppen, van het knooppunt tussen de Hindukush, het Himalaya-gebergte en het Karakoram, van diepe ravijnen met uitgestrekte meren vol vis. We krijgen verhalen te horen van vissen die zo sterk zijn dat ze over rotsblokken kunnen springen. We staan aan de voet van het imposante resultaat van miljoenen jaren verschuiven van tektonische platen te midden van de bossen van Puythouck. Het is adembenemend, in alle opzichten.

“We zijn geboren tijdens de oorlog en ons hele leven speelt zich af in oorlog. We hebben niets anders gezien.” gaan ze verder. “Een normaal leven, dat is wat we willen, voor onze kinderen en onze ouders. Helaas komen grootmachten zoals Amerika en Rusland met hun vliegtuigen en bommen. We zouden het liefst willen dat ze de natuurlijke rijkdom in ons land gewoon meenemen en ons met rust laten. We zijn bang voor hun vliegtuigen en hun bommen.”

We drinken onze thee op en beloven terug te keren met boodschappen. Wanneer we wat later door de supermarkt lopen ruiken we de jungle voorbij komen. Walmen van houtvuurtjes die diep in de vezels van kleding is getrokken onthult de herkomst van deze klanten. Zelfs de Franse economie maakt winst op de kap van mensen in transit.

Het is al donker wanneer we terug naar de jungle keren om de boodschappen te bezorgen. We worden uitgenodigd voor een avondmaal maar weigeren. Zelfs de sterkste lichamen, de meest gespierde armen kunnen het vallen van de nacht niet tegenhouden. De duisternis sluipt door het bos. Het leven valt stil. Wanneer we enkele uren later thuiskomen en ik het licht aanknip in de woonkamer en de verwarming op 19 graden zet moet ik denken aan de luxe van het artificieel verlengen van de dag met licht en warmte. Het maakt dat ik me schuldig voel. Rot systeem.

 

 

 

Creative Commons

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!