Vergeet nooit de Decembermoorden!/Veroordeling Bouterse overwinning voor de democratische rechtsstaat

Vergeet nooit de Decembermoorden!/Veroordeling Bouterse overwinning voor de democratische rechtsstaat

dinsdag 10 december 2019 09:40
VERGEET NOOIT DE DECEMBERMOORDEN!/VEROORDELING BOUTERSE OVERWINNING VOOR DE DEMOCRATISCHE RECHTSSTAAT!
ZIE OOK
Dit jaar is het 37 jaar geleden, dat in de nacht van 7 op 8 december 1982, 15 tegenstanders van het toenmalige militaire regime Bouterse in Fort Zeelandia zonder vorm van proces zijn doodgeschoten, na eerst gefolterd te zijn. [1]
Dat mag nooit vergeten worden!
En nu, na 37 jaar, is er eindelijk gerechtigheid te zijn geschied.
De Surinaamse president D. Bouterse, voormalig dictator en legerbevelhebber, is door de Krijgsraad veroordeeld tot 20 jaar gevangenisstraf! [2]
Dit is een grote overwinning voor de rechtsstaat, zelfs als hij niet daadwerkelijk
de gevangenis in gaat [3]
Ik heb grote bewondering voor de moed van de rechters om in deze omstandigheden [want los van zijn presidentschap is de Lange Arm van Bouterse nog wel degelijk aanwezig!] toch tot dit rechtvaardige vonnis te komen.
Granted:
Levenslang was NOG beter geweest [tenslotte is het laffe, meervoudige moord], maar aangezien Bouterse al in de zeventig is [74], betekent twintig jaar feitelijk levenslang.
Bovendien is er NOG een kant aan deze verheugende ontwikkeling:
Het gebeurt niet vaak, dat een zittende president, een president dus tijdens
zijn ambtsperiode, ook daadwerkelijk veroordeeld wordt voor dergelijke ernstige misdaden.
Want vergeet niet lezers:
Los van het gruwelijke feit van buitengerechtelijke executies, zijn de Decembermoorden gekwalificeerd als misdaden tegen de menselijkheid! [4]
EEN MOMENT OM NOG EENS TERUG TE BLIKKEN IN EEN BLOEDIG DEEL VAN DE SURINAAMSE GESCHIEDENIS, TWINTIGSTE EEUW:
BOUTERSE EN ZIJN MISDADEN/EEN GREEP

A

Onder zijn verantwoordelijkheid als lid van de Nationale Militaire Raad en

vanaf juli 1980 bevelhebber van het leger vallen, arrestaties op vage gronden

en de slechte detentieomstandigheden/mishandelingen van arrestanten onder

detentieomstandigheden onder voormalige politicide zogenaamde oude politiek en ”dissidente” militairen. [5]

B

Standrechtelijke executie van Sergeant Majoor Hawker

In maart 1982 vond een mislukte coup plaats onder leiding van Hawker en Rambocus

Enkele dagen later werd de gewonde Hawker op zijn brancard, voor het oog

van de wereld, standrechtelijk geexecuteerd [6]

Volgens de Geneefse Conventies, het Internationaal Humanitair Oorlogsrecht en de Internationale Mensenrechtenverdragen is een standrechtelijke executie een oorlogsmisdaad!

C

Moiwana/Massaslachting

In het gewapende conflict tussen Bouterse en de leider van het zgn Jungle

Commando, Brunswijk van 1986 tot 1992, zijn aan beide zijden [7] een groot aantal mensenrechtenschendingen

en oorlogsmisdaden gepleegd

De beruchtste is de door het Nationaal Leger onder leiding van Bouterse aangerichte massaslachting

onder de bewoners van Moiwana, een dorp in het binnenland van Suriname,

van wie tientallen werden gedood [8]

Het Inter Amerikaans Hof voor de Mensenrechten veroordeelde Suriname

in 2005 voor de massamoord [9]

Zowel de Decembermoorden als de massaslachting in

Moiwana zijn gekwalificeerd als misdaden tegen de menselijkheid. [10]

EINDE

Natuurlijk, er is meer te benoemen en te zeggen over de fatale periode in de Surinaamse geschiedenis, 20th century style, waarin Bouterse en zijn consorten de macht gehad hebben en angst, dood en verderf hebben gezaaid in Suriname.

Lees daarover meer onder noot 11

Er is ook moedig verzet tegen geweest, zoals het verpleegstersprotest, een groep moedige vrouwen, die daags na de Decembermoorden de straat op gegaan zijn om het Kwaad aan de kaak te stellen. [12]

Er zijn heel wat onbekende, individuele mensen geweest, die grote moed hebben getoond.

Voor hen heb ik diep respect, net zoals voor advocaat mr Spong [13] en Theo Para [14], die, met persoonlijk risico, al die jaren de strijd tegen de dreigende straffeloosheid van Bouterse en co hebben voortgezet.

Maar ik eindig met het noemen en benoemen van de vijtien moedige tegenstanders van D Bouterse, die, lafhartig standrechtelijk geexecuteerd, de hoogste prijs hebben gebracht voor hun recht, te strijden voor een eerlijke rechtsgang, sociale gerechtigheid, een democratische rechtssstaat:

JOHN BABOERAM, ADVOCAAT

WIJ GEDENKEN U

BRAM BEHR, JOURNALIST EN STRIJDER VOOR SOCIALE GERECHTIGHEID

WIJ GEDENKEN U

CYRILL DAAL, VOORZITTER VAN VAKBOND MOEDERBOND

WIJ GEDENKEN U

KENNETH CONCALVES, ADVOCAAT EN PRESIDENT VAN DE ORDE VAN ADVOCATEN

WIJ GEDENKEN U

EDDY HOOST, ADVOCAAT

WIJ GEDENKEN U

ANDRE KAMPERVEEN, SPORTMAN, EIGENAAR VAN ABC RADIO, VICEPRESIDENT VAN DE FIFA

WIJ GEDENKEN U

GERARD LECKIE, PSYCHOLOOG EN DECAAN AAN DE UNIVERSITEIT VAN SURINAME

WIJ GEDENKEN U

SUGRIM OEMRAWSINGH, WIS EN NATUURKUNDIGE EN VOORMALIG PARLEMENTSLID

WIJ GEDENKEN U

LESLEY RAHMAN, JOURNALIST EN STRIJDER VOOR SOCIALE GERECHTIGHEID

WIJ GEDENKEN U

SURENDRE RAMBOCUS, MILITAIR, BETROKKEN BIJ DE TEGENCOUP TEGEN D. BOUTERSE

WIJ GEDENKEN U

HAROLD RIEDEWALD, ADVOCAAT

WIJ GEDENKEN U

JIWANSINGH SHEOMBAR, BETROKKEN BIJ DE TEGENCOUP TEGEN D BOUTERSE

WIJ GEDENKEN U

JOSEPH SLAGVEER, JOURNALIST EN DIRECTEUR VAN NIEUWSAGENTSCHAP INFORMA

WIJ GEDENKEN U

ROBBY SOHANSINGH, ONDERNEMER

WIJ GEDENKEN U

FRANK WIJNGAARDE, JOURNALIST EN RADIO OMROEPER BIJ

ABC RADIO

WIJ GEDENKEN U

WIJ ZULLEN U NIET VERGETEN!

SLECHTS IN GERECHTIGHEID BERUSTEN

Astrid Essed

NOTEN

[1]
WIKIPEDIA
DECEMBERMOORDEN
[2]
AD
BOUTERSE TOT TWINTIG JAAR CEL VEROORDEELD VOOR DECEMBERMOORDEN
29 NOVEMBER 2019
TEKST
De Surinaamse president Desi Bouterse is veroordeeld tot 20 jaar cel voor de Decembermoorden in 1982. Dat heeft de Krijgsraad vandaag bekendgemaakt. Bouterse was destijds leider van het militaire regime en medeplichtig aan de martelingen en executies van 15 Surinaamse critici. De rechter gelast echter niet zijn aanhouding.
De Krijgsraad acht de feiten waar Bouterse van verdacht wordt, bewezen. Hij nam als bevelhebber het besluit 15 politieke tegenstanders van zijn regime op 8 december 1982 op te pakken en in Fort Zeelandia te doden.

Bouterse verklaarde destijds dat de slachtoffers een machtsovername beraamden en dat ze op de vlucht waren doodgeschoten. Volgens de Krijgsraad is het verhaal van de coup verzonnen en was het onmogelijk te vluchten uit Fort Zeelandia.

De Krijgsraad in Suriname sprak vandaag geheel onverwacht de eerste vonnissen uit in het 8 Decemberstrafproces. Daarin is Bouterse, de huidige president van Suriname, de hoofdverdachte. Hij was destijds bevelhebber van het Nationaal Leger, en sinds 1980 aan de macht na een staatsgreep. Het Openbaar Ministerie eiste ook 20 jaar cel tegen hem.

,,Ik ben bijzonder emotioneel en erg opgelucht’’ zegt Sunil Oemrawsingh, die zijn oom verloor bij de moordpartij. ,,Dit geeft een gevoel van rechtvaardigheid.‘’

Oemrawsingh beseft dat het ‘pad naar gerechtigheid’ nog lang is. Omdat Bouterse bij de start van het proces in november 2007 niet aanwezig was, verleende de rechtbank hem verstek. Hij kan binnen twee weken aangeven of hij ‘in verzet’ wil komen tegen het vonnis. Als de rechters dat goedkeuren, moet hij daarna binnen twee weken hoger beroep aantekenen.

Bouterse is momenteel op staatsbezoek in China. Morgen vliegt hij door naar Cuba voor een officieel bezoek. Bouterse is niet immuun, maar Oemrawsingh verwacht niet dat hij uit zichzelf zijn functie neerlegt. Het parlement kan dan een afzettingsprocedure in gang zetten. In het uiterste geval kan de vice-president Bouterse via een omweg nog gratie verlenen.

,,Het zou een gotspe zijn als hij dat doet, maar alles is mogelijk,’’ zegt strafpleiter Gerard Spong tegen radiozender ABC.  ,,Dit is een bijzondere dag voor Suriname. Ik ben buitengewoon verheugd. Dit vonnis bewijst dat Suriname een rechtsstaat is en beschikt over moedige rechters. Dat kan alleen maar gevierd worden.’’

Niet verrast

Hugo Essed, advocaat van de nabestaanden, is niet verrast door het vonnis. Hij had niet anders verwacht dan dat de krijgsraad de eis van 20 jaar cel van het Openbaar Ministerie zou overnemen.

Essed is goed te spreken over de uitgebreide motivatie die de president van de krijgsraad, Cynthia Valstein-Montnor, gaf in de toelichting op het vonnis tegen Bouterse. Zo is ze uitgebreid ingegaan op de vele getuigenverklaringen en processen-verbaal die in de afgelopen jaren zijn verzameld.

,,Dit vonnis staat als een huis en kan een hoger beroep wel overleven’’, zegt Essed. ,,De president heeft heel duidelijk aangetoond dat Bouterse die dagen in Fort Zeelandia verbleef op het moment dat vijftien mensen om het leven werden gebracht.’’

Irvin Kanhai, advocaat van Bouterse, heeft aangekondigd in hoger beroep te gaan. Volgens Kanhai heeft de rechter essentiële getuigenverklaringen bewust niet gebruikt.

De woordvoerder van Bouterse heeft op de Surinaamse staatsradio burgers opgeroepen rustig te blijven. Hij liep nog voor het vonnis vooruit op een eventuele veroordeling van de president. ,,De uitspraak is weer een poging van Nederland om de politicus Desi Bouterse te isoleren. Ik weet niet eens of er wel bewijzen zijn tegen Bouterse over die Decembermoorden.’’

Doodvonnis

Bouterse heeft altijd ontkend dat hij bij de executies aanwezig was. Wel bood hij in 2007 zijn excuses aan voor de Decembermoorden, omdat hij destijds politiek verantwoordelijk was.

Toch hebben verschillende getuigen verklaard dat Bouterse op het moment van de executies aanwezig was in Fort Zeelandia. Alle slachtoffers zouden daar in zijn werkkamer één voor één aan hem zijn voorgeleid, waarna hij persoonlijk hun doodvonnis velde.

De rechters gingen uitgebreid in op de getuigenverklaringen. Cruciaal was de verklaring van vakbondsleider Fred Derby. Hij is die nacht ook gearresteerd en naar Fort Zeelandia overgebracht, maar werd om onduidelijke reden vrijgelaten.

Derby overleed in 2001 maar hij liet wel een getuigenis achter over de gebeurtenissen. Hij verklaarde dat Bouterse ‘beheerst en koelbloedig’ de beslissingen nam en dat van tevoren was afgesproken dat de slachtoffers zouden worden ‘afgemaakt’.

Eerder vandaag sprak de Krijgsraad ex-militair Etienne Boerenveen vrij.  Hij geldt na Bouterse als een van de belangrijkste verdachten. Volgens getuigen zou de bataljonscommandant destijds slachtoffer Soerendre Rambocus hebben overgebracht naar Fort Zeelandia, waar die kort daarna werd vermoord. Rambocus zat vast vanwege een mislukte tegencoup in maart 1982. De Krijgsraad vindt dat er onvoldoende bewijs is tegen Boerenveen. Het OM had 20 jaar cel geëist.

De rechters spraken ook Jimmy Stolk vrij. Dat is conform de eis van het OM. De zaak van Arthy Gorré werd niet-ontvankelijk verklaard, omdat hij inmiddels is overleden.

Meesterzet

Romeo Hoost, voorzitter van het Comité Herdenking Slachtoffers, zei eerder blij te zijn dat de rechters vandaag vonnis wijzen. Hij is de neef van de vermoorde advocaat Eddy Hoost. ,,Ik ben met stomheid geslagen. Het is een meesterzet van de Krijgsraad om ze naar de rechtbank te lokken alsof er nog niks aan de hand is.  De uitspraak van Boerenveen is jammer. Dan begin ik wel te twijfelen aan de afloop. Maar hij is minder belangrijk. Voor mij gaat het vooral om Bouterse.’’

De veroordeling van de Surinaamse president Desi Bouterse ‘dient te worden gerespecteerd’, aldus minister Stef Blok van Buitenlandse Zaken in reactie op het vonnis.

In een gezamenlijke verklaring van zes diplomatieke vertegenwoordigingen in Suriname wordt eenzelfde oproep gedaan. ‘Het is cruciaal dat het slotvonnis in de zaak van de moord op vijftien burgers (…) wordt uitgevoerd.’ Het vonnis zal volgens de diplomaten van Nederland, Frankrijk, Duitsland, Spanje, Groot-Brittannië en Verenigde Staten ‘zonder twijfel behulpzaam zijn om het land richting verzoening te brengen’. Ze noemen de ‘integriteit en onafhankelijkheid van de rechtspraak een steunpilaar van de Surinaamse samenleving’.

Strenge veiligheidsmaatregelen

Na ruim een jaar stilte zette de Krijgsraad vanochtend het 8 Decemberstrafproces voort. Dat gebeurde onder strenge veiligheidsmaatregelen. De straat waar de rechtbank is gevestigd is helemaal afgesloten. Vijf scholen in de directe omgeving zijn vandaag vanwege de zitting dicht gebleven.

Na een proces van bijna twintig jaar snakten de nabestaanden naar een vonnis. De Decembermoorden zijn het grootste trauma in de jonge geschiedenis van Suriname. Het proces hangt als een zwaard van Damocles boven het land. Negentien jaar geleden werd het strafrechtelijk onderzoek gestart. Vandaag is het – op één dag na- precies 12 jaar na de start van de strafzaak tegen 25 verdachten.

Klap op klap

Voor nabestaanden waren het tropenjaren, waarin ze klap op klap kregen maar de rug recht hielden in hun strijd om gerechtigheid. ,,Velen van ons hebben inmiddels grijze haren gekregen en sommige ouders, broers en zussen zijn heengegaan’’, zegt Oemrawsingh. ,,De emoties liepen soms hoog op. Mensen maakten hun ongenoegen duidelijk of kregen een woede-uitbarsting. Sommigen stormden de rechtszaal uit of gooiden hun telefoon kapot.’’

Oemrawsingh ergerde zich aan het ‘selectieve geheugenverlies’ van de verdachten. ,,Zij zijn vader van een gezin. Zij kunnen hun kinderen geborgenheid en warmte geven. Dat hebben ze de slachtoffers ontnomen. Het is zo onrechtvaardig.’’

De ogen zijn vooral gericht op hoofdverdachte Bouterse. Bij het gerechtelijk vooronderzoek is hij wel bij de rechter-commissaris geweest, maar hij verscheen nimmer bij een zitting in de rechtbank.

Schoolboek verboden

Waar zijn advocaat elke juridische mogelijkheid aangreep om de rechtszaak de grond in te boren, daar gebruikte Bouterse zijn staatsmacht om onder vervolging uit te komen. Het proces lag vier jaar stil na de invoering van een Amnestiewet. Bouterse verbood ook een schoolboek waarin kritische passages stonden over de Decembermoorden, met een foto van een protestbord met daarop: ‘Bouterse is een moordenaar’.
DE TELEGRAAF
BOUTERSE VEROORDEELD TOT 20 JAAR CEL VOOR DECEMBERMOORDEN
VOLKSKRANT
RECHTER VEROORDEELT BOUTERSE TOT 20 JAAR CEL VOOR BETROKKENHEID BIJ DECEMBERMOORDEN
29 NOVEMBER 2019
TEKST
President Desi Bouterse van Suriname, de hoofdverdachte in de zogeheten Decembermoorden uit 1982, moet twintig jaar de gevangenis in. Dat heeft de Krijgsraad vrijdag bepaald.

De veroordeling is een hoogtepunt in een al twaalf jaar lopend proces, dat in Suriname tot veel beroering heeft geleid. Onbekend is nog hoe Bouterse op de uitspraak heeft gereageerd, hij bevindt zich in China. Zijn advocaat reageerde wel op de Surinaamse radiozender SRS: ‘Ik heb nu nog twee rechtsmiddelen: verzet en beroep. Ik ga ze allebei gebruiken.’

De rechter van de Krijgsraad zei in haar langdurig en minutieus betoog dat Bouterse besloot tot moorden ‘om de macht te behouden’ en deelnam aan de executies. In juni 2017 eiste de aanklager in het proces ook twintig jaar cel tegen de vroegere legerleider van Suriname.

Desi Bouterse (74) is sinds 2010 de democratisch gekozen president van het land dat in 1975 onafhankelijk werd van Nederland. Volgend jaar hoopt hij herkozen te worden. De afgelopen jaren als politiek leider heeft hij op diverse manier geprobeerd het proces tegen hem te dwarsbomen en zelfs stil te leggen. De Krijgsraad heeft echter steeds doorgezet.

Op 8 december 1982 werden in het Fort Zeelandia in Paramaribo vijftien prominente tegenstanders van het toenmalige militaire bewind onder leiding van legerleider Desi Bouterse wreed mishandeld en vermoord. De legerleiding heeft lange tijd gezegd dat zij ‘op de vlucht’ zijn neergeschoten. In totaal stonden in het proces 25 verdachten terecht.

De vijftien mensen die om het leven zijn gebracht, waren advocaten, journalisten, zakenlieden en militairen die als politieke opponenten van het militaire bewind binnen de samenleving veel aanzien genoten. De maatschappelijke trauma’s die de moorden veroorzaakten, zijn eigenlijk tot op de dag van vandaag nooit weggenomen.

China

President Bouterse is deze week, na de viering van de 44ste onafhankelijkheidsdag van Suriname, vertrokken voor een staatsbezoek aan China. Daarna zal hij ook Cuba nog aandoen. In 2007 bood Bouterse, zonder zichzelf als dader te benoemen, zijn ‘verontschuldigingen’ aan voor de moorden, die hij on-Surinaams noemde.

De uitspraak tegen Bouterse betekent niet het einde van het proces. Zijn verdediger zal zeker in hoger beroep gaan. De nieuwe fase kan opnieuw geruime tijd duren. Bij een definitieve veroordeling kan Bouterse proberen gratie te krijgen. Hij heeft meerdere malen duidelijk gemaakt dat hij, ongeacht het vonnis, niet bereid is de cel in te gaan.

Opvallend was vrijdag ook de vrijspraak van Etienne Boereveen, de vroegere militaire rechterhand van Bouterse. Tegen hem was eveneens twintig jaar geëist. Volgens de aanklager was Boereveen nauw betrokken bij de voorbereiding en uitvoering van de moordactie. Maar de rechters menen dat er tegen hem onvoldoende wettig bewijs is.

Uit de Surinaamse hoofdstad Paramaribo kwamen direct na de uitspraak tegen Bouterse geen berichten over onrust. Bij het gebouw van de Krijgsraad waren wel extra veiligheidsmaatregelen getroffen. Scholen in de omgeving bleven gesloten. In de rechtzaal waren camera’s en telefoons verboden.

Nabestaanden van de vijftien slachtoffers in de Decembermoorden hebben vrijdagmiddag lokale tijd nog niet op de uitspraak gereageerd. In een eerder stadium liet de advocaat van de nabestaanden, Hugo Essed, weten tevreden te zijn met de eis van twintig jaar door de aanklager, en te verwachten dat het tot een vergelijkbare veroordeling zou komen.

HOE ZAT HET OOK ALWEER MET DE DECEMBERMOORDEN?

Op 8 december 1982 werden vijftien prominente tegenstanders van het militaire regime van Desi Bouterse in Suriname gearresteerd. In Fort Zeelandia werden in Paramaribo onder meer vooraanstaande journalisten, vakbondsleiders, intellectuelen en militairen gemarteld en van dichtbij neergeschoten.

De moordpartij wordt sindsdien aangeduid als de ‘Decembermoorden’.

Bouterse, die in 1980 met een staatsgreep aan de macht kwam, stelde dat hij slechts een tegencoup verijdelde. Forensisch onderzoek van de zwaar mishandelde lichamen, sommigen met kogels doorzeefd, liet echter geen spaander heel van zijn verklaring dat de slachtoffers op de vlucht waren neergeschoten.

De Decembermoorden zijn door de Mensenrechtencommissie van de Verenigde Naties aangemerkt als mensenrechtenschendingen. De rechtsgang kwam pas op het laatste nippertje, een maand voor de verjaringstermijn, op gang. Het gerechtelijk vooronderzoek duurde tot 2004. Het proces van de Krijgsraad tegen 25 verdachten, met Bouterse als hoofdverdachte, begon in 2007. Dat ging met horten en stoten en veel vertraging. Bouterse verscheen nooit voor de rechter: hij beschouwt het als een politiek proces, aangestuurd door de oude koloniale heerser over Suriname, Nederland.

In 2007 bood Bouterse excuus aan voor de moorden die tijdens zijn militaire bewind plaatsvonden, maar hij pleitte tegelijkertijd voor amnestie voor de daders en hun medeplichtigen. Dat was het begin van een omstreden amnestiewet, die in april 2012 werd aangenomen. Bouterse was inmiddels president. Deze wet verscheurde Suriname en kreeg een storm van kritiek uit de internationale gemeenschap.

Op 9 juni 2016 bepaalde de Krijgsraad dat de amnestiewet ongeldig was, omdat die aangenomen was toen de strafzaak al liep. Bouterse probeerde het proces verder te vertragen met pogingen de zaak te bestempelen als ‘gevaar voor de staatsveiligheid’. Uiteindelijk komt het in 2017 tot een eis van 20 jaar onvoorwaardelijke celstraf voor Bouterse. De rechter volgt justitie met de uitspraak van vrijdag.

[3]
”Dat kan door in hoger beroep te gaan, maar Para verwacht dat Bouterse een ander kattenluikje zal kiezen. “Het zal mij niet verbazen als de vice-president binnen afzienbare tijd gratie verleent aan Bouterse. Nu de president in het buitenland verblijft, heeft hij die bevoegdheid. Het past in de cultuur van straffeloosheid die bij Bouterse past. Hij heeft als president alles in het werk gesteld om dit vonnis tegen te houden.”
HET PAROOL
VEROORDELING BOUTERSE IS GERECHTIGHEID EN PRESTATIE SURINAAMSE RECHTSSTAAT
29 NOVEMBER 2019
TEKST
De veroordeling van Desi Bouterse is gerechtigheid voor de nabestaanden, maar ook een prestatie van formaat van de Surinaamse rechtsstaat.

Slechts in gerechtigheid berusten, zo luidt het motto van de herdenking die sinds 1982 elk jaar op 8 december in Amsterdam wordt gehouden. Het heeft lang geduurd, maar de nabestaanden van de slachtoffers van de Decembermoorden hebben dan toch eindelijk hun gerechtigheid gekregen. Met dank aan de krijgsraad in Suriname die gisteren na een strafproces van twaalf jaar hoofdverdachte Desi Bouterse veroordeelde tot een celstraf van twintig jaar.

De krijgsraad houdt de voormalige legerleider verantwoordelijk voor de dood van vijftien vooraanstaande tegenstanders van het militair regime dat van 1980 tot 1988 de macht in de voormalige Nederlandse kolonie in handen had. In de nacht van 7 op 8 december 1982 werden de vijftien in Fort Zeelandia gemarteld en vermoord.

Dat gebeurde in opdracht van de huidige, nu 74-jarige president van Suriname. “Desi Bouterse was de machtigste man binnen het leger,” concludeert de krijgsraad mede op basis van de verzamelde verklaringen van getuigen over de gebeurtenissen voor, tijdens en na de slachtpartij. Het verhaal dat de vijftien slachtoffers een coup wilden plegen, wordt in het vonnis bestempeld als verzinsel.

Rehabilitatie

“Eindelijk,” is de eerste reactie van Romeo Hoost op het vonnis. Hoost, neef van de vermoorde Eddy Hoost en drijvende kracht achter de Amsterdamse herdenking: “Ik ben zeer emotioneel, ik zeg het eerlijk. Het is een vonnis van immens belang. Het geeft gerechtigheid aan de nabestaanden, maar het betekent ook de rehabilitatie van Suriname.”

Dat het uiteindelijk tot een vonnis is gekomen mag gerust een wonder heten. Het strafproces had veel weg van een hindernisbaan, waarbij het kamp van de verdachten geen mogelijkheid onbenut liet om vervolging te vertragen of tegen te houden. Dat gebeurde met alle beschikbare middelen, varierend van intimidatie tot politieke kunstgrepen.

In 2012 nam het Surinaamse parlement de omstreden Amnestiewet aan, die de verdachten moest vrijwaren van verdere vervolging. Het strafproces kwam er vier jaar door stil te liggen. In 2016 werd de draad weer opgepakt, nadat de krijgsraad onder leiding van Cynthia Valstein-Montnor had geoordeeld dat de wet geen invloed heeft op het lopende proces..

De moed van de Surinaamse rechters kan niet genoeg worden geprezen, stelt advocaat Gerard Spong. “Het is ongelooflijk dat er na al die jaren een straf is uitgesproken. Dit is een historische dag voor Suriname. Wat mij betreft had het levenslang mogen zijn, maar gezien de leeftijd van de verdachte is twintig jaar een zeer gevoelige straf.”

Dat Bouterse de opgelegde gevangenisstraf ook daadwerkelijk zal uitzitten, lijkt uiterst onwaarschijnlijk. Publicist Theo Para, die sinds de jaren tachtig in woord en geschrift heeft gestreden tegen de daders van de Decembermoorden, zegt er rekening mee te houden dat Bouterse alsnog de dans zal ontspringen.

Gratie

Dat kan door in hoger beroep te gaan, maar Para verwacht dat Bouterse een ander kattenluikje zal kiezen. “Het zal mij niet verbazen als de vice-president binnen afzienbare tijd gratie verleent aan Bouterse. Nu de president in het buitenland verblijft, heeft hij die bevoegdheid. Het past in de cultuur van straffeloosheid die bij Bouterse past. Hij heeft als president alles in het werk gesteld om dit vonnis tegen te houden.”

Para is ook niet erg optimistisch over de toekomst. “Ik vrees dat Suriname nog meer gaat aanschurken tegen autoritaire regimes als Venezuela, Cuba, China en Rusland. Bouterse steekt veel tijd en energie in het aanhalen van de banden met die landen. De hechte relatie met Rusland maakt mij bezorgd over het rechtmatig verloop van de verkiezingen volgend jaar. Maar vandaag ben ik blij, vandaag is een prachtige dag.”
[4]
’Decembermoorden’ uit 1982 in Suriname kunnen naar internationaal volkenrecht worden gezien als een misdaad tegen de menselijkheid. Dat concludeert de Zuid-Afrikaanse hoogleraar volkenrecht prof. C. Dugard in een rapport dat hij heeft opgesteld voor het gerechtshof in Amsterdam.”
NRC
MOORDEN IN ’82 MISDAAD TEGEN DE
MENSELIJKHEID
12 JULI 2000
” Mr.dr. John Dugard is een internationaal gerenommeerd hoogleraar Internationaal Recht. Hij was een vooraanstaand criticus van de Apartheid, een architect van de nieuwe democratische grondwet van Zuid Afrika en wordt als een ‘vader van de mensenrechten in Zuid Afrika’ beschouwd.

In 2000 schreef hij, op verzoek van het Gerechtshof Amsterdam als Amicus Curiae (speciaal deskundige) een gedocumenteerd rapport over de vraag of de folteringen en moorden van 8 december 1982 kwalificeerden als misdrijven tegen de menselijkheid. Zijn antwoord, in de terughoudende stijl van de adviseur geschreven, liet er geen misverstand over bestaan:
‘De folteringen en moorden in Paramaribo in 1982 lijken te vallen binnen de definitie van misdrijven tegen de menselijkheid. Ze werden gepleegd door militaire autoriteiten in Suriname (staatsactoren) tegen een groep burgers die tot doelwit werden, niet vanwege hun individuele eigenschappen maar vanwege hun status als leiders van de Surinaamse intellectuele elite. Bovendien, zij werden gepleegd op een systematische manier als onderdeel van een georganiseerd plan, met gebruikmaking van publieke middelen, gericht op vernietiging van potentiële opponenten van de militaire autoriteiten’. Dugard wees er bovendien op dat ernstige schendingen van de mensenrechten door het militaire regime zich ook voor en na december 1982 hadden voltrokken.”

DECEMBERMOORDEN, MISDRIJVEN TEGEN DE MENSELIJKHEID
THEO PARA
20 OCTOBER 2015
”5.1 Het hof verenigt zich met de opmerkingen en conclusies van de deskundige, hierop neerkomende dat de onderhavige feiten kunnen worden beschouwd als misdrijven tegen de menselijkheid/folteringen naar internationaal gewoonterecht, omdat zij zijn begaan op een systematische manier volgens een tevoren beraamd plan door de militaire autoriteiten, aan wie Verdachte leiding gaf, en gericht waren tegen een groep burgers, met het doel bekentenissen te verkrijgen of om leden van de burgerbevolking te intimideren of te dwingen.”
……
……
”11 Beslissing

Het hof:

beveelt de officier van justitie in het arrondissement Amsterdam [voornamen] Verdachte, geboren op[geboortedatum en -plaats], Suriname, te vervolgen wegens de feiten waarop de beklagen betrekking hebben, gepleegd op of omstreeks 8/9 december 1982 in Paramaribo, Suriname;

gelast de officier van justitie bij de rechter-commissaris belast met de behandeling van strafzaken in de arrondissementsrechtbank te Amsterdam

een vordering te doen strekkende tot instelling van een gerechtelijk vooronderzoek met betrekking tot genoemde feiten;

– stelt de tekst van deze beschikking algemeen verkrijgbaar.

Deze beschikking is gegeven door de vijfde meervoudige burgerlijke kamer van het gerechtshof te Amsterdam, waarin zitting hadden mrs. H.L.C. Hermans, J.H.M. Willems en M.W.E. Koopmann, bijgestaan door mr. M.R. Jöbsis als griffier, en uitgesproken in raadkamer op 20 november 2000.”

ECLI:NL:GHAMS:2000:AA8395

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
20-11-2000
Datum publicatie
04-07-2001
Zaaknummer
R 97/163/12 Sv en R 97/176/12 Sv
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJ 2001, 51

Uitspraak

GERECHTSHOF TE AMSTERDAM

Beschikking van 20 november 2000 van de vijfde meervoudige kamer belast met de behandeling van burgerlijke zaken op het beklag met de rekestnummers R 97/163/12 Sv en R 97/176/12 Sv van

[Klager 1] en [Klager 2],

klagers,

raadsman: mr. J.S. Pen,

Keizersgracht 332,

1016 EZ Amsterdam.

1 De verdere behandeling van de klaagschriften

1.1 Het hof verwijst naar zijn beschikkingen in deze zaak van 30 september 1998, 3 maart 2000 en 26 april 2000. De tekst van deze beschikkingen, die in kopie hierbij zijn gevoegd, wordt geacht hier te zijn ingelast.

1.2 Het hof heeft in de beschikking van 3 maart 2000 aangegeven voorlichting nodig te achten van een deskundige op het gebied van het volkenrechtelijk gewoonterecht en elke verdere beslissing aangehouden.

1.3 Bij de beschikking van 26 april 2000 heeft het hof prof. C.J.R. Dugard, hoogleraar in het volkenrecht aan de Universiteit Leiden en Senior Council, Supreme Court of South-Africa, tot deskundige benoemd, verder te noemen: “de deskundige”.

1.4 De deskundige heeft op 7 juli 2000 een rapport over de vragen, zoals geformuleerd in de beschikking van 3 maart 2000, aan het hof doen toekomen.

Dit rapport is in kopie aan deze beschikking gehecht.

1.5 Op 19 september 2000 heeft het hof een raadkamerzitting gehouden waarin voornoemd rapport van de deskundige in diens aanwezigheid aan de orde werd gesteld.

1.6 Klagers zijn in raadkamer verschenen, bijgestaan door mr. J.S. Pen en mr. dr. D. van der Landen, beiden advocaat te Amsterdam. Zij hebben bij monde van mr. Pen volhard in het beklag.

1.7 Ook de advocaat-generaal was in raadkamer aanwezig. Hij heeft gepersisteerd bij zijn eerdere standpunt.

1.8 Verdachte is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet in raadkamer verschenen. Zijn raadsman, mr. A. Moszkowicz, advocaat te Amsterdam, is wel in raadkamer verschenen.

Mr. Moszkowicz heeft aan de hand van nadien overgelegde pleitnotities primair gevraagd klagers niet ontvankelijk te verklaren en subsidiair gevraagd het beklag af te wijzen.

2 De omvang en strekking van de klachten

2.1 De raadsman van Verdachte heeft aangevoerd dat de klagers kennelijk slechts hebben willen klagen met betrekking tot de misdrijven die gepleegd zijn jegens hun respectieve verwanten en dat het rechtens niet mogelijk is dat de klachten zich mede uitstrekken tot feiten die betrekking hebben op andere slachtoffers.

2.2 Dienaangaande geldt het volgende. Weliswaar wordt de positie van klagers als belanghebbenden in de zin van art. 12 Sv. in dit geval bepaald door de verwantschap die zij met de desbetreffende slachtoffers van het gebeurde hebben, maar dat brengt geenszins mee dat de door hen verlangde vervolging van Verdachte niet mede op gedragingen ten opzichte van andere slachtoffers in dezelfde context betrekking zou kunnen hebben. Voor een zo beperkte uitleg van de klachten als bepleit door de raadsman van Verdachte geeft overigens noch de tekst daarvan, noch de daarop gegeven toelichting voldoende grond.

3 Opportuniteit van berechting door de Nederlandse rechter

3.1 In zijn beschikking van 3 maart 2000 heeft het hof vooropgesteld dat het instellen van een strafrechtelijk onderzoek ter zake van de op eigen grondgebied gepleegde strafbare feiten, die schendingen van mensenrechten opleverden, in beginsel een verplichting is die voor de Republiek Suriname voortvloeit uit het Internationaal verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten, waarbij het land sedert 1977 partij is. Het hof sprak echter uit dat niet te verwachten viel dat Verdachte in Suriname op afzienbare termijn zou worden vervolgd en berecht ter zake van de feiten waarop het beklag betrekking heeft.

3.2 Inmiddels zijn in de pers recentelijk berichten verschenen die inhouden dat tegen Verdachte in verband met deze feiten in Suriname een gerechtelijk vooronderzoek is aangevangen. Dit roept de vraag op of een vervolging hier te lande nog opportuun moet worden geacht, zoals in het slot van de overweging 4.2 van de beschikking van 3 maart 2000 werd overwogen.

3.3. Omtrent het vermelde gerechtelijk vooronderzoek heeft het hof geen officiële mededeling bereikt en over de eventuele uitkomst daarvan kan geen voorspelling worden gedaan, zo min als zekerheid bestaat over de vraag of vervolgens besloten zal worden een strafzaak tegen Verdachte ter zitting van een rechterlijk college aanhangig te maken. Bij deze stand van zaken ziet het hof onvoldoende aanleiding af te wijken van zijn op 3 maart 2000 ter zake ingenomen standpunt over de opportuniteit van een vervolging hier te lande.

3.4 Die vervolging kan met bewilliging van het hof tenslotte nog worden gestaakt, indien ontwikkelingen in een eventueel Surinaams strafproces daartoe aanleiding zouden geven. Daarbij geldt dat een Surinaams gewijsde door de Nederlandse rechter in beginsel, dat wil zeggen buitengewone omstandigheden daargelaten, moet worden gerespecteerd overeenkomstig het bepaalde in artikel 68, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht. Hetzelfde geldt voor een afdoening buiten het strafgeding, zij het dat het, gezien de bijzondere ernst van de feiten, niet goed voorstelbaar is dat daartoe zal worden overgegaan.

4 Geen immuniteit van Verdachte als staatshoofd

4.1 De raadsman van Verdachte heeft gesteld dat deze in verband met de onderhavige feiten niet kan worden vervolgd omdat deze toentertijd de positie van staatshoofd zou hebben bekleed.

4.2 Het hof kan in het midden laten of die onvoldoende gemotiveerde stelling omtrent de positie van Verdachte juist is.

Het plegen van zeer ernstige strafbare feiten als waarom het hier gaat, kan immers niet tot de officiële taken van een staatshoofd worden gerekend.

5 De strafbaarheid van de onderhavige feiten naar volkenrecht en de toepasselijkheid van het universaliteitsbeginsel

5.1 Het hof verenigt zich met de opmerkingen en conclusies van de deskundige, hierop neerkomende dat de onderhavige feiten kunnen worden beschouwd als misdrijven tegen de menselijkheid/folteringen naar internationaal gewoonterecht, omdat zij zijn begaan op een systematische manier volgens een tevoren beraamd plan door de militaire autoriteiten, aan wie Verdachte leiding gaf, en gericht waren tegen een groep burgers, met het doel bekentenissen te verkrijgen of om leden van de burgerbevolking te intimideren of te dwingen.

5.2 Het hof schaart zich eveneens achter het oordeel van de deskundige:

dat foltering als misdrijf tegen de menselijkheid reeds in 1982 een misdrijf was volgens internationaal gewoonterecht en dat de dader daarvan persoonlijk strafrechtelijk aansprakelijk kan worden gesteld;

dat het in 1982 waarschijnlijk niet (meer) zo was dat een misdrijf tegen de menselijkheid alleen in tijd van oorlog of tijdens een gewapend conflict kon worden begaan, maar ook in tijd van vrede;

dat misdrijven tegen de menselijkheid niet verjaren;

– dat een staat volgens het internationaal gewoonterecht naar de stand van 1982

bevoegd was extraterritoriale (universele) rechtsmacht uit te oefenen ten opzichte van een niet-onderdaan die verdacht werd van een misdrijf tegen de menselijkheid.

5.3 Voorts begrijpt het hof uit het rapport van de deskundige dat het voor de uitoefening van rechtsmacht niet nodig is dat het slachtoffer onderdaan is of de slachtoffers onderdanen zijn van de vervolgende staat, maar dat dit – zoals in het onderhavige geval waarin de klagers verwanten zijn van slachtoffers – de juridische grondslag van een vervolging wel versterkt.

5.4 In het rapport van de deskundige heeft het hof onvoldoende aanknopingspunten kunnen vinden voor de opvatting dat vervolging van Verdachte hier te lande naar maatstaven van internationaal (gewoonte)recht niet mogelijk en toelaatbaar zou zijn, zo lang hij zich niet in Nederland bevindt.

6 Folteringen

6.1 Wat betreft folteringen verwijst het hof naar zijn overwegingen in zijn beschikking van 3 maart 2000, onder 5.2, en volhardt daarbij.

In de lijn hiervan en van hetgeen in de onderhavige beschikking eveneens onder 5.2 is overwogen, ligt besloten dat vervolging van Verdachte wegens folteringen rechtens mogelijk is en derhalve zal worden bevolen.

6.2 Het hof heeft echter in het slot van vermelde overwegingen de vraag opgeworpen of de Uitvoeringswet Folteringverdrag kan worden toegepast op feiten die zijn gepleegd op 8/9 december 1982. Dit zijn immers data die liggen vóór de inwerkingtreding van de wet op 20 januari 1989. Het hof had daarbij het oog op de bedenking, dat alsdan aan de wet terugwerkende kracht zou worden verleend en derhalve mogelijk schending zou plaatsvinden van het legaliteitsbeginsel. Dat beginsel houdt in, dat geen misdaad en geen straf kunnen bestaan dan op grond van een wet die aan de misdaad voorafgaat.

6.3 De deskundige heeft in paragraaf 8.4.3 en volgende van zijn rapport daaromtrent aangegeven dat het Folteringverdrag een declaratoir karakter draagt. Met andere woorden: het verdrag bevestigt slechts wat reeds besloten lag in het internationaal gewoonterecht ten aanzien van het verbod, de bestraffing en de omschrijving van foltering als misdrijf tegen de menselijkheid.

Hieruit volgt naar het oordeel van de deskundige dat de Uitvoeringswet Folteringverdrag met terugwerkende kracht kan worden toegepast op gedrag dat naar Nederlands recht onwettig was vóór 1989, doch niet onder de naam foltering strafbaar was gesteld, zoals mishandeling en moord.

De deskundige heeft in dit verband een onderscheid gemaakt tussen een “retroactieve” en een “retrospectieve” wetgeving. Een retroactieve wet maakt een feit strafbaar dat niet strafbaar was toen het werd begaan. Een retrospectieve wet daarentegen is er niet op gericht nieuwe strafbare feiten in het leven te roepen.

6.4 Het hof sluit zich aan bij deze overwegingen van de deskundige en diens conclusie, hierop neerkomende dat, indien de Nederlandse rechter de Uitvoeringswet Folteringverdrag op een retrospectieve wijze zou toepassen bij de vervolging en berechting van Verdachte op basis van universele rechtsmacht – hetgeen naar het oordeel van het hof niet alleen mogelijk is, maar ook aangewezen voorkomt – artikel 15 van het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten niet wordt geschonden. Dit artikel bepaalt, voor zover hier van belang, dat het legaliteitsbeginsel niet in de weg staat aan het vonnis en de straf van iemand die schuldig is aan een handelen of nalaten, hetwelk ten tijde dat het handelen of nalaten geschiedde, van strafrechtelijke aard was overeenkomstig de algemene rechtsbeginselen die door de volkerengemeenschap worden erkend.

Op grond van dezelfde overwegingen oordeelt het hof dat voormelde retrospectieve toepassing geen strijd oplevert met artikel 16 van de Grondwet, inhoudende dat geen feit strafbaar is dan uit kracht van een daaraan voorafgegane wettelijke strafbepaling.

6.5 Gezien al het voorgaande kan derhalve niet worden geoordeeld dat vervolging, berechting en mogelijk bestraffing van Verdachte inbreuk zouden maken op het legaliteitsbeginsel en/of dat Verdachte er geen rekening mee zou hebben kunnen houden dat hij elders dan in Suriname, in het bijzonder in Nederland, te eniger tijd zou worden vervolgd. Hetgeen de raadsman van Verdachte dienaangaande heeft betoogd kan hieraan niet afdoen.

7 Het begrip foltering in de Uitvoeringswet Folteringverdrag

7.1 In de beschikking van 3 maart 2000 heeft het hof vragen opgeworpen met betrekking tot de toepasselijkheid van de Uitvoeringswet Folteringverdrag, voor zover de feiten betrekking hebben op het ter dood brengen van de slachtoffers. Het hof verwijst naar de overwegingen 5.2.5 tot en met 5.2.7 van die beschikking.

7.2 Bij nadere beschouwing vindt het hof onvoldoende zwaarwegende aanwijzingen om uit te sluiten dat ook het “zelfstandig” doden, dat wil zeggen los van een daaraan voorafgaande foltering, onder de werking van de wet valt.

7.3 In dit verband is van belang dat artikel 1, tweede lid, van de Uitvoeringswet Folteringverdrag met mishandeling gelijkstelt het opzettelijk teweegbrengen van een toestand van hevige angst of een andere vorm van geestelijke ontreddering, hetgeen in het algemeen het geval zal zijn als men de slachtoffers confronteert met een naderende executie. Zoals reeds eerder aangegeven, valt niet wel in te zien dat dit teweegbrengen wèl als een foltering dient te worden beschouwd, doch de executie – de ultieme mishandeling – niet. Eén van de gronden waarop volgens de Memorie van Toelichting op de Uitvoeringswet Folteringverdrag (Tweede Kamer, vergaderjaar 1986-1987, 20 042, nr.3, p.5) de toepasselijkheid van het universaliteitsbeginsel berust, is de ondraaglijkheid van de gedachte dat folteraars, zolang hun door het regime van hun eigen land de hand boven het hoofd gehouden wordt, zich vrijelijk naar andere landen kunnen begeven en daar zelfs ongestraft oog in oog kunnen komen te staan met hun naar het buitenland gevluchte slachtoffers of met, voegt het hof hieraan toe, verwanten of andere bekenden van dezen. Deze overweging is moeilijk verenigbaar met een beperkte uitleg van de wet, die erop zou neerkomen dat juist de daders van de ernstigste misdrijven tegen de menselijkheid van vervolging en eventuele bestraffing gevrijwaard zouden blijven.

7.4 Dit gezichtspunt brengt mee dat alle hier mogelijk te verwijten feiten – mishandeling, al dan niet de dood ten gevolge hebbende én het doden als op zichzelf staande delict – met toepassing van de Uitvoeringswet Folterverdrag hier te lande kunnen worden vervolgd.

7.5 Het hof is van oordeel dat dit niet in strijd is met het uitgangspunt dat strafbepalingen in het algemeen restrictief dienen te worden uitgelegd (Tweede Kamer, vergaderjaar 1986-1987, 20 042, B, p.6, r.k.), omdat alleen dan zou kunnen worden voorkomen dat een strafrechtelijke vervolging volgt op basis van een rechtsnorm waarvan de betrokkene niet bij voorbaat – en in het bijzonder tijdens het begaan van de feiten – redelijkerwijs had kunnen of behoeven te weten, dat zijn gedrag daarmee in strijd is. Het hof verwijst hiervoor naar hetgeen in het rapport van de deskundige in (het slot van) 8.4.4. omtrent het begrip “foltering” is overwogen – in welk verband uitdrukkelijk “murder” (moord) wordt genoemd – en waarmee het hof zich verenigt.

7.6 Het hof onderkent dat op het onderhavige punt verschil van inzicht mogelijk is en dat niet is uit te sluiten dat de strafrechter voor een meer beperkte uitleg zal kiezen. Aangezien de meer uitgebreide uitleg op de door het hof vermelde gronden echter geenszins kan worden uitgesloten, zal de vervolgingsgrondslag te dezen niet worden beperkt. Het hof verwijst in dit verband nog naar hetgeen in rechtsoverweging 8.4 van deze beschikking over de vervolgingsgrondslag zal worden overwogen.

7.7 Daarbij komt dat het hof wenst te vermijden dat het te bevelen onderzoek naar de reeds lang geleden gepleegde feiten waar het in deze zaak om gaat bij voorbaat extra wordt gecompliceerd doordat een onderscheid zou moeten worden gemaakt tussen gevallen waarin een foltering de dood ten gevolge heeft gehad en gevallen waarin de dood, ofschoon mogelijk voorafgegaan door een foltering, niet als een gevolg van de foltering kan worden gezien.

8 Andere grondslagen voor een vervolging

8.1 De gebeurtenissen op 8/9 december 1982 kunnen niet als oorlogsmisdrijven worden gezien. Dit was reeds het voorlopig oordeel van het hof in zijn beschikking van 3 maart 2000. De deskundige heeft in paragraaf 3 van zijn rapport aangegeven zich daarmee te kunnen verenigen. Het hof komt mede aan de hand daarvan niet tot een andere zienswijze.

8.2 De deskundige heeft in zijn rapport voorts vermeld dat Verdachte naar internationaal gewoonterecht voor vervolging in aanmerking komt, maar er tevens – naar het oordeel van het hof terecht – op gewezen dat het Nederlandse recht een nationale wet vereist om internationaalrechtelijke verplichtingen in het eigen stelsel te verwerken voor zover het betreft de strafbaarstelling van menselijk gedrag (vergelijk artikel 94 van de Grondwet).

Het hof deelt de visie van de deskundige, dat misdrijven tegen de menselijkheid buiten het kader van de Uitvoeringswet Folteringverdrag in het Nederlandse recht beperkt strafbaar zijn gesteld, namelijk in de Wet Oorlogsstrafrecht. In die wet worden misdrijven tegen de menselijkheid niet als op zichzelf staande strafbare feiten gezien, maar als strafverzwarende omstandigheden in verband met oorlogsmisdrijven. Oorlogsmisdrijven doen zich, zoals hiervoor overwogen, echter in casu niet voor.

8.3 Het voorgaande brengt mee dat het hof geen reden ziet de vervolging van Verdachte op een andere of ruimere grondslag dan de Uitvoeringswet Folteringverdrag te doen plaatsvinden.

8.4 Het hof acht het evenwel wenselijk dat de rechter die over deze zaak ten gronde zal oordelen de vrijheid behoudt het feit of de feiten naar eigen inzicht te kwalificeren. Daarom zal het bevel tot vervolging niet worden geclausuleerd ten aanzien van de precieze juridische grondslag waarop de vervolging zal dienen te geschieden.

9 Slotsom

De klachten zijn gegrond. Vervolging van Verdachte zal worden bevolen. Onder verwijzing naar de overweging 3.7 van zijn beschikking van 3 maart 2000 zal het hof tevens gelasten dat een gerechtelijk vooronderzoek zal worden gevorderd.

10 De verkrijgbaarheid van deze beschikking

Het hof ziet aanleiding deze beschikking algemeen verkrijgbaar te stellen.

11 Beslissing

Het hof:

beveelt de officier van justitie in het arrondissement Amsterdam [voornamen] Verdachte, geboren op[geboortedatum en -plaats], Suriname, te vervolgen wegens de feiten waarop de beklagen betrekking hebben, gepleegd op of omstreeks 8/9 december 1982 in Paramaribo, Suriname;

gelast de officier van justitie bij de rechter-commissaris belast met de behandeling van strafzaken in de arrondissementsrechtbank te Amsterdam

een vordering te doen strekkende tot instelling van een gerechtelijk vooronderzoek met betrekking tot genoemde feiten;

– stelt de tekst van deze beschikking algemeen verkrijgbaar.

Deze beschikking is gegeven door de vijfde meervoudige burgerlijke kamer van het gerechtshof te Amsterdam, waarin zitting hadden mrs. H.L.C. Hermans, J.H.M. Willems en M.W.E. Koopmann, bijgestaan door mr. M.R. Jöbsis als griffier, en uitgesproken in raadkamer op 20 november 2000.

[5]

Ik refereer hier o.a. aan mishandelingen en slechte detentieomstandigheden van adviseurs en
oud politici in 1980/1981 en de slechte detentieomstandigheden van de in augustus 1980
gearresteerde militairen Sital, Mijnals en Joeman, met wie Bouterse cs een politiek-ideologisch conflict hadden

WIKIPEDIASERGEANTENCOUP
http://nl.wikipedia.org/wiki/S ergeantencoup


Arrestatie oud politici

Mishandeling:

GESCHIEDENIS VAN DE NPS
EEN BESCHRIJVING IN VOGELVLUCHT

http://nps2010.blogspot.nl/201 1/09/geschiedenis-van-de-nps- een_9570.html

Arrestatie Sital, Mijnals en Joeman

WIKIPEDIA
NATIONALE MILITAIRE RAAD

http://nl.wikipedia.org/wiki/N ationale_Militaire_Raad

http://nps2010.blogspot.nl/201 1/09/geschiedenis-van-de-nps- een_9570.html

Arrestatie Sital, Mijnals en Joeman

WIKIPEDIA
NATIONALE MILITAIRE RAAD

http://nl.wikipedia.org/wiki/N ationale_Militaire_Raad  

[6]

STANDRECHTELIJKE EXECUTIE HAWKERWIKIPEDIA
WILFRED HAWKER

http://nl.wikipedia.org/wiki/W ilfred_Hawker


WIKIPEDIA
WILFRED HAWKER

http://nl.wikipedia.org/wiki/W ilfred_Hawker

ZIE OP WEBSITE ”KENNISAANVAL”/REVOLUTIE IN SURINAMEFOTO [SCROLL EVEN] STANDRECHTELIJKE EXECUTIE HAWKER, DIE ZWAARGEWOND OP ZIJN BRANCARD LIGTPAS OP!SCHOKKENDZIE LINK NAAR ”KENNISAANVAL’REVOLUTIE IN SURINAME”

http://kennisaanval.blogspot.com/2012/01/revolutie-in-suriname.html


[7]

WIKIPEDIA
BINNENLANDSE OORLOG

http://nl.wikipedia.org/wiki/B innenlandse_Oorlog  

[8]

AMNESTY INTERNATIONAL
DECEMBERMOORDEN EN MOIWANA

https://www.amnesty.nl/encyclo pedie/decembermoorden-en-moiwa na-suriname


DE GROENE AMSTERDAMMER
DE HEER BOUTERSE LUST IK RAUW
PIJNLIJKE GESCHIEDENIS DE DECEMBERMOORDEN IN SURINAME
6 JANUARI 2010

http://www.groene.nl/artikel/d e-heer-bouterse-lust-ik-rauw


”Op 15 augustus 2005 werd bekend dat het Inter-Amerikaans Hof voor de Mensenrechten de regering van Suriname heeft veroordeeld inzake de massamoord. De regering moet nabestaanden van de slachtoffers een vergoeding uitkeren; moet smartengeld en schadevergoeding uitkeren aan de overlevenden; moet de daders vervolgen; en moet fondsen ter beschikking stellen voor de ontwikkeling van het dorp. De regering van Suriname is ook veroordeeld in de kosten van het proces.”

WIKIPEDIA
MOIWANA

http://nl.wikipedia.org/wiki/M oiwana

[9]

Op 15 augustus 2005 werd bekend dat het Inter-Amerikaans Hof voor de Mensenrechten de regering van Suriname heeft veroordeeld inzake de massamoord. De regering moet nabestaanden van de slachtoffers een vergoeding uitkeren; moet smartengeld en schadevergoeding uitkeren aan de overlevenden; moet de daders vervolgen; en moet fondsen ter beschikking stellen voor de ontwikkeling van het dorp. De regering van Suriname is ook veroordeeld in de kosten van het proces.
”WIKIPEDIA
MOIWANA

http://nl.wikipedia.org/wiki/M oiwana

[10]

ZIE VOOR MISDADEN TEGEN DE MENSELIJKHEID, NOOT 4

[11]
WEBSITE ASTRID ESSED
DECEMBERMOORDEN
[12]
ZIE VOOR VROUWENPROTEST
KENNISAANVAL
”REVOLUTIE IN SURINAME”
 LINK
SCROLL NAAR BENEDEN NAAR EEN FOTO MET PROTESTERENDE VROUWEN IN HET WIT
DAARONDER DE TEKST
”Deze foto van de tweede grote vrouwenmars in Paramaribo, vorige week donderdag, is nu pas naar buiten gekomen. De politie dreef de betogers op het onafhankelijkheidsplein uiteen. (Nieuws van de Dag, 22 december 1982)
[13]
WIKIPEDIA
THEO PARA
”Dat kan door in hoger beroep te gaan, maar Para verwacht dat Bouterse een ander kattenluikje zal kiezen. “Het zal mij niet verbazen als de vice-president binnen afzienbare tijd gratie verleent aan Bouterse. Nu de president in het buitenland verblijft, heeft hij die bevoegdheid. Het past in de cultuur van straffeloosheid die bij Bouterse past. Hij heeft als president alles in het werk gesteld om dit vonnis tegen te houden.”
”Para is ook niet erg optimistisch over de toekomst. “Ik vrees dat Suriname nog meer gaat aanschurken tegen autoritaire regimes als Venezuela, Cuba, China en Rusland. Bouterse steekt veel tijd en energie in het aanhalen van de banden met die landen. De hechte relatie met Rusland maakt mij bezorgd over het rechtmatig verloop van de verkiezingen volgend jaar. Maar vandaag ben ik blij, vandaag is een prachtige dag.”
HET PAROOL
VEROORDELING BOUTERSE IS GERECHTIGHEID EN PRESTATIE SURINAAMSE RECHTSSTAAT
29 NOVEMBER 2019
[14]
WIKIPEDIA
GERARD SPONG
”De moed van de Surinaamse rechters kan niet genoeg worden geprezen, stelt advocaat Gerard Spong. “Het is ongelooflijk dat er na al die jaren een straf is uitgesproken. Dit is een historische dag voor Suriname. Wat mij betreft had het levenslang mogen zijn, maar gezien de leeftijd van de verdachte is twintig jaar een zeer gevoelige straf.”
HET PAROOL
VEROORDELING BOUTERSE IS GERECHTIGHEID EN PRESTATIE SURINAAMSE RECHTSSTAAT
29 NOVEMBER 2019
Creative Commons

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!