Verdient de Chinese regering de Nobelprijs voor de Vrede? Een provocatieve oefening

Verdient de Chinese regering de Nobelprijs voor de Vrede? Een provocatieve oefening

zondag 19 december 2010 09:57

Is er een goeie reden te bedenken waarom de Chinese regering de Nobelprijs voor de Vrede zou moeten krijgen voor de rol die ze speelde de afgelopen dertig jaar, en niet Liu Xiaobo? Op het eerste gezicht lijkt het een idiote vraag, op het tweede gezicht ook. Maar laat ons toch eens proberen om de intellectuele oefening te maken, of zeg maar, zoals we het vroeger in onze les wiskunde pleegden te noemen, een “bewijs uit het ongerijmde” te voeren.

1. Het is zonder meer de verdienste van China dat het de Washington-consensus heeft doorbroken. Een consensus die, zeker in de jaren ’90, onnoemelijk leed en structurele onrechtvaardigheid heeft veroorzaakt in onder meer Rusland, Latijns-Amerika en grote delen van Afrika. China bewijst, onder meer met haar actief industrieel beleid en controle op de banken, dat er een alternatief bestaat.

2. Ook nu is de opkomst van China en haar assertieve “win-win” beleid tav Afrika, Zuid-Oost Azië en Zuid-Amerika van fundamenteel belang voor die continenten, en wel hierom. Landen in het Zuiden krijgen nu eindelijk de keuze tussen het Westen en een andere speler. En zoals bekend: een beetje competitie kan geen kwaad. Monopolieposities maken donorlanden lui, en leidden tot excessen in het verleden; door de actieve politiek van China in Afrika is ook het Westen nu verplicht “to raise its game”. Misschien waren de MDGs al een voorbode hiervan; anno 2010 is dat zeker het geval.

3. China, en China alleen, is ook de voornaamste reden waarom de hele wereld stilaan sociale en mensenrechten serieus neemt, en het collectieve recht op ontwikkeling. Vroeger stonden mensenrechten zowat synoniem met politieke en burgerlijke mensenrechten, dat is nu niet langer mogelijk. Mensenrechtenorganisaties hanteren de laatste jaren een meer inclusief concept van mensenrechten, en dat is zeker onder meer de verdienste van China. Je kunt het vergelijken met de druk van de Sovjetunie op het Westen om sociale zekerheid uit te bouwen na wereldoorlog 2. Zonder de communistische factor was dat allicht een stuk minder evident geweest (al was Bismarck uiteraard al wat eerder begonnen in Duitsland). Het voorbeeld van China werkt ook inspirerend om de balans bij ontwikkelingshulp terug iets meer te laten doorhellen naar het bevorderen van economische groei in ontwikkelingslanden. De laatste jaren lag het accent misschien iets teveel op investeren in sociale sectoren, zoals onderwijs en gezondheidszorg. Beide zijn nodig.

4. Wie eerlijk durft kijken naar de geopolitieke wereld, moet ook durven erkennen dat een stabiel China van enorm belang is, ook al wordt het dan ongetwijfeld teveel met harde hand ‘geharmoniseerd’. De laatste dertig jaar waren de Chinese leiders en de KP de voornaamste bewerkstelliger van die stabiliteit, for better or for worse. Hoe de partij China heeft gekatapulteerd van een rurale maatschappij naar de huidige, zonder dat die transitie al te grote deiningen veroorzaakte in de samenleving, verdient respect. Je hoeft maar naar de implosie van de Sovjetunie te kijken, om te weten dat zoiets makkelijker gezegd dan gedaan is.

5. China is ook een van de eerste grote landen die de klimaatverandering als een ‘zaak van nationale veiligheid’ beschouwt, en die haar beleid in alle sectoren erop probeert af te stemmen. Het nieuwe “groene” China is ongetwijfeld nog veraf, maar het moet gezegd dat China het eens te meer lijkt aan te durven om de individuele rechten van Chinezen die nu leven af te wegen tegen collectieve rechten, inbegrepen de rechten van toekomstige generaties Chinezen op een leefbare omgeving. De Chinese regering gaat daarin niet ver genoeg, net als Westerse politieke leiders, ze weigeren onder meer om de droom op consumeren echt aan banden te leggen. Maar dat is minder onlogisch in een land als China, waar vele Chinezen bij wijze van spreken pas nu hun eerste koelkast, auto en flatscreen aanschaffen, dan hier. Het is moeilijk om te pleiten voor consuminderen in een land waar veel mensen, terecht, nog recht menen te hebben op een inhaaloperatie. Consuminderen zou wel moeten gepromoot worden voor de nieuwe Chinese rijken, en voorlopig verzuimt de Chinese regering dat. Maar je kunt niet ontkennen dat de Chinese regering meer structurele en noodzakelijke ingrepen in de maatschappij probeert door te voeren, en de klimaatverandering al een tijdje erg serieus neemt. De vergelijking met het Amerikaanse non-beleid spreekt boekdelen. Aangezien de klimaatverandering hét veiligheidsthema van de 21ste eeuw dreigt te worden, is ook dat dus een belangrijk aspect om China eventueel een Nobelprijs voor de vrede toe te kennen. Politici en mensen hebben al voor minder die prijs gekregen.

6. Last but not least: China geeft vele mensen in het Zuiden hoop. Het voorbeeld van China werkt inspirerend voor veel landen, want het bewijst dat structurele, geopolitieke en economische verhoudingen in de Wereld geen natuurwetmatigheden zijn, maar kunnen veranderd worden. Wie op wereldschaal hoop geeft, verdient misschien wel een Nobelprijs van de Vrede. Zeker in de kersttijd.

Dit is uiteraard intellectuele Spielerei, en je zou even makkelijk de tegenovergestelde oefening uit de pen kunnen schudden. Overigens verdient Liu Xiaobo die prijs, daar gaat het niet om, en doet de Chinese regering er goed aan om hem en alle andere politieke dissidenten zo snel mogelijk vrij te laten. Al was het maar omdat China zeker een dosis Charta ’08 kan gebruiken anno 2010, want je zult maar ‘collateral damage’ zijn in de Volksrepubliek. Maar het feit dat dergelijke oefening niet helemaal onzinnig lijkt, ook al werden de argumenten minder krachtig naarmate het stuk vorderde, bewijst dat de Chinese regering de afgelopen 30 jaar grote verdiensten heeft gehad. In China, maar zeker ook voor de rest van de wereld.
 

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!