Van kamernummer x tot uniek persoon met een eigen levensverhaal
Opinie - Gwendoline Cosemans

Van kamernummer x tot uniek persoon met een eigen levensverhaal

zaterdag 25 april 2020 12:01
Spread the love

 

Een pleidooi voor een kwalitatieve ouderenzorg waarbinnen enerzijds de persoonlijke verlangens van de ouderen gerespecteerd worden en waarbinnen de ouderen anderzijds het recht hebben op een ondersteuning op maat. 

 

Na mijn opleiding ‘orthopedagogie’ besloot ik gedurende één jaar mijn expertise bij te schaven door middel van de banaba (bachelor na bachelor opleiding) ouderencoaching. Waarom? Omdat ik sinds jongs af aan een grote bewondering heb voor deze doelgroep, maar ook omdat deze groep steeds omvangrijker wordt. Deze interesse werd versterkt door mijn persoonlijke ervaringen, vermits mijn opa sinds twee jaar verblijft in het woonzorgcentrum. Beide invalshoeken bieden mij de nodige inzichten om in mijn latere beroepscarrière een bepaald doel na te streven, namelijk dat elke oudere het recht heeft op een kwalitatieve ouderenzorg waarin een aanbod op maat vanzelfsprekend is. Maar is dit wel zo vanzelfsprekend in onze samenleving? 

Vanuit mijn ervaringen kan ik concluderen dat de finish nog lang niet bereikt is. Zo zie ik wekelijks taferelen die mijn vertrouwen in de ouderenzorg beschamen. Het moment dat mijn opa verplicht wordt om de activiteit ‘raad het geluid van het dier’ mee te doen. Of het moment dat hij plotseling alleen achter gelaten wordt op het toilet vermits de verpleegster een inkomende oproep krijgt dat dringender is. In mijn ogen vormen dit stuk voor stuk praktijkvoorbeelden die mijn utopisch beeld van de ouderenzorg in rook doet opgaan. 

De theorieën binnen de opleiding ‘ouderencoaching’ zijn nochtans veelbelovend. Begrippen als inclusie, participatie, vraaggerichte zorg en empowerment vormen de basis waar elke zorgverlener oog voor moet hebben. Iedere oudere zou aanzien moeten worden als een persoon met unieke interesses, waarden, normen en (zorg)noden. Een woonzorgcentrum zou een plaats moeten zijn waar mensen een ‘gewoon’ leven kunnen leiden. Dit kan enkel indien de bewoners niet aanzien worden als kamernummer x, maar als een uniek persoon met een eigen levensverhaal. Toch bewijzen praktijkvoorbeelden dat de ideale ouderenzorg ver zoek is. Maar welke oorzaken liggen hierbij aan de basis? 

Bevragingen bij het zorgpersoneel tonen aan dat de werkdruk enorm hoog is. De zorg voor de ouderen vormt slechts een fractie van hun takenpakket. Administratief werk en logistieke taken worden hen opgedrongen, waardoor ze minder tijd kunnen besteden aan de taak die er echt toe doet, namelijk een kwalitatieve zorg op maat construeren voor de bewoners van het woonzorgcentrum. De vergrijzing zorgt voor een toenemend aantal zorgbehoevende ouderen, terwijl de werkdruk ervoor zorgt dat de draagkracht van de zorgkundigen afzwakt. Dit laatste resulteert in minder personeelskrachten die het aantal zorgbehoevenden niet optimaal kunnen ondersteunen. Kortom: De personeelsdruk heeft een schrijnende impact op de levenskwaliteit van de bewoners! 

Maar hoe kan het dan anders? Vanuit verschillende hoeken van de bevolking worden oplossingen naar voren geschoven. Een populaire oplossing is de volgende: ‘De overheid moet meer middelen vrijmaken binnen de gezondheidszorg zodat woonzorgcentra meer personeelsleden kunnen aanwerven’. Maar is dit wel de ultieme oplossing? Zorgen extra personeelsleden effectief voor de realisatie van het voorgaand beschreven utopisch beeld in de ouderenzorg? 

In mijn ogen kan dit slechts één fragment van de oplossing zijn. Volgens mij moet er een ware paradigmashift doorgevoerd worden binnen de woonzorgcentra zodat het utopische beeld een kans krijgt in de realiteit. Zo sprak ik enkele weken geleden met een zorgkundige in het desbetreffende woonzorgcentrum. Ik vroeg haar hoe de voorbije week verlopen was en hoe het met opa ging. Hierop kreeg ik een eenduidig antwoord, namelijk: “ja, hetzelfde als vorige weken. Hij weigert deel te nemen aan het activiteitenprogramma”. Dit antwoord zorgde ervoor dat alarmbellen in mijn hoofd rinkelden.

Ten eerste kan geen enkele week hetzelfde zijn, zeker indien je voor ogen houdt dat mijn opa al jaren lijdt aan de ziekte van Alzheimer. Hij kent erg goede, maar ook erg slechte momenten. Deze momenten kunnen zich in snel tempo afwisselen. Daarnaast impliceert haar antwoord dat mijn opa geen alternatieve activiteit aangeboden kreeg. Is het nu zo verassend dat hij het beu is om telkens te kaarten of bingo te spelen? Kan er geen scala aan activiteiten ingepland worden zodat iedere bewoner zijn gading vindt in het aanbod? Deze vragen spookten nog dagen nadien in mijn hoofd.

Natuurlijk houd ik rekening met de grote werkdruk waarmee de personeelsleden geconfronteerd worden, maar naar mijn mening is er meer aan de hand. Zulke antwoorden tonen aan dat sommige personeelsleden andere waarden en normen hanteren in de zorg. Sommigen blijven steken in het aloude idee dat ouderen moeten deelnemen aan een bestaand aanbod. Of dat ouderen in een woonzorgcentrum enkel nog in staat zijn om de eenvoudigste taken tot een goed einde te brengen.

Deze negatieve beeldvorming moet doorprikt worden, want ouderen zijn zoveel meer dan dat! Gemiddeld verblijven ouderen twee jaar in een woonzorgcentrum, maar deze jaren vormen voor veel bewoners de ongelukkigste jaren van hun leven. Verdienen deze ouderen geen mooi levenseinde nadat ze zich jarenlang uitgesloofd hebben voor deze samenleving? Is er dan geen sprake van wederkerigheid? 

De paradigmashift waar ik het in voorgaande alinea over had, zorgt ervoor dat alle zorgkundigen overtuigd kunnen zijn van het feit dat ouderen kwalitatieve ondersteuning verdienen bij het vinden van hun plekje in het centrum. Een zo gewoon mogelijk leven leiden, dit zou het streefdoel moeten zijn voor elke bewoner! Elk personeelslid moet zich de vraag stellen hoe hij zijn steentje kan bijdragen aan dit proces zodat iedere bewoner alle kansen krijgt om zijn leven naar hartenlust vorm te geven. Deze doelgroep heeft in het verleden zijn steentje bijgedragen aan onze maatschappij, nu is het onze beurt. Maar hoe kan deze paradigmashift in de praktijk gerealiseerd worden? 

Het mes snijdt langs twee kanten. Enerzijds is er nood aan een groter personeelsbestand. Woonzorgcentra kunnen hier creatief mee omgaan door in te zetten op een sterk vrijwilligersbeleid (inclusief een gepaste werving en coaching) en een duurzaam samenwerkingsverband met het netwerk van de bewoners. Vrijwilligers zijn in wezen gratis werkkrachten, maar kunnen zoveel impact teweegbrengen. Zij kunnen een donderwolk meteen omtoveren tot een zonnestraal door persoonlijke aandacht te besteden aan de bewoner: ‘Waar heeft hij of zij momenteel echt nood aan en hoe kan ik hieraan tegemoet komen?’. Vrijwilligers, inclusief het netwerk van de bewoners, zorgen ervoor dat een kwalitatief aanbod op maat een haalbaar alternatief wordt… 

Daarnaast kan kwalitatieve zorg in kleine hoekjes verborgen zijn. Zo kan een bewoner meteen opgefleurd worden door een huiselijke sfeer te creëren in het centrum. Nog al te vaak verbieden de woonzorgcentra de persoonlijke inbreng van de bewoners. Witte muren en basic meubels zijn hier het resultaat van. Mijns inziens kan deze keuzevrijheid ervoor zorgen dat ouderen net dat extra sprankje geluk kunnen nastreven. 

En wat met de paradigmashift? Door bijscholingen en vormingen zal deze shift jammer genoeg niet bereikt worden. Het horen van persoonlijke verhalen daarentegen kan deze verandering in gang zetten. Want hoe kan men het negatieve beeld van ouderen nu beter doorbreken dan in contact te komen met de ouderen die niet aan dit beeld voldoen? Dialogen tussen personeelsleden en bewoners kunnen het taboe rond ouderdom doorbreken. Ouderen zijn niet perse afgeschreven. Ze hebben niet enkel nood aan verzorging. Ze zijn niet allemaal vastgeroest in dezelfde interesses. Iedere bewoner is uniek en iedereen vertelt een ander verhaal waaruit unieke (zorg)noden naar boven komen. Deze dialoog vormt de basis voor verzorging én ondersteuning op maat. 

 

Dit opiniestuk trachtte de lezers te overtuigen van het feit dat de utopie van de perfecte ouderenzorg toch niet zo utopisch is. Kleine veranderingen, waaronder deze voorstellen, kunnen een wereld van verschil maken waardoor de bewoners van een woonzorgcentrum alsnog een gelukkig levenseinde kunnen nastreven. 

Gwendoline Cosemans (21) is studente Banaba ouderencoaching aan Thomas More Hogeschool in Geel.

Creative Commons

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!