Twee Weken Minderbroeder

woensdag 15 oktober 2014 10:38

Email aan provinciaal overste Bob Van Laer, gardiaan Frans Cuypers en vice-gardiaan Marcel Huysentruyt. 15 september 2014.

Beste Bob,
Beste Frans,
Beste Marcel,

Gisteren kwam ik op bezoek in het
Minderbroedersklooster tijdens Open Monumentendag en belandde ik tot
mijn grote verbazing in de jubileumviering ter ere van broeder Hugo, die
zich in het jaar 1954 aansloot bij de broeders. Zijn diamanten
kloosterjubileum werd gevierd, na 60 jaar.

Aanvankelijk was het vooral mijn bedoeling het habijt
van pater Frans terug te bezorgen en verslag uit te brengen van mijn
ontmoetingen met mensen, nu ik twee weken heb doorgebracht met het
tonsuur op mijn hoofd. Omdat ik mijn ervaringen wens te delen van zowel
de mis van gisteren als van mijn belevenissen in tonsuur en pij wordt
dit een stevig bericht.

– – – – – – – – – –

De eucharistie van zondagochtend stond in teken van
‘het feest van de kruisverheffing’, wat een nogal vreemde
woordcombinatie is. Het figuurlijk opnemen van het kruis hoeft niet
uitsluitend iets miserabel te zijn, predikte Bob, maar kan juist de weg
bepalen van een verantwoordelijk leven in dienstbare gehoorzaamheid,
waarvan het levensverhaal van Hugo getuigt.

Wanneer ik gevraagd werd tijdens de afgelopen twee
weken naar de precieze betekenis van mijn haarsnit, vertelde ik dat het
een oud gebruik was onder minderbroeders dat over de jaren verdwenen is.
Het scheren van het kapsel zette het noviciaat in, een jaarlang
onderdeel van het intreden in het broederschap.

Voor mezelf kreeg het kapsel een andere specifieke
betekenis mee: de kunstenares Anne-Mie van Kerckhoven had me verzocht
het tonsuur te laten aanbrengen om in de hoedanigheid van ‘Fransuskus’
(Suske in navolging van Franciscus) de opening van haar tentoonstelling
bij te wonen.

Naast een opzienbarend optreden uit te voeren in hogere
kunstkringen hoopte ik tegelijk een verdere stap te kunnen zetten in
het voor mezelf in herinnering brengen van het franciscaans
gedachtegoed, wat mij in toenemende mate inspireert. Na het TAU-kruisje
een maand lang te hebben gedragen om de hals en me verder verdiept te
hebben in de literatuur over Franciscus, voelde ik dat ik bereid was om
een volgende daad te ondernemen, al was ik niet zeker of ik (en mijn
naaste omgeving) klaar was voor een dermate radicale ingreep op mijn
uiterlijk. Meer dan wat dan ook beloofde dit een experiment te worden in
mijn omgang met andere mensen.

– – – – – – – – – –

As a white man, you can live your whole life never not fitting in.

(“Als blanke man kan je jouw hele leven doormaken zonder ooit ergens niet bij te horen.“)

De Amerikaanse auteur Chuck Palahniuk, bekend van zijn verfilmd fictieverhaal Fight Club, gaf in 2004 een bundel journalistieke artikels uit, getiteld Non-Fiction. Eén artikel daaruit, My Life as a Dog,
beschrijft hoe Palahniuk in zijn jongere jaren samen met een vriendin
getooid in een dierenmasker geregeld de stad introk; hij met de kop van
een dalmatiër, zij met het gezicht van een vrolijke bruine beer. Ze
bezochten musea, gingen winkelen of wandelden eenvoudigweg over de
straat. Vaak kregen ze daarbij klappen en werden mensen agressief van
hun uitzicht. Bij mij waren de reacties op mijn uiterlijk daarentegen
bijna onverdeeld positief en enthousiast.

Palahniuk schrijft over zijn ervaring:

You never walk into a jewelry store that sees only
your black skin. You never walk into a bar that sees only your boobs. To
be Whitie is to be wallpaper. You don’t draw attention, good or bad.
Still, what would it be like, to live with attention?

(“Je wandelt nooit een juwelier binnen die alleen
jouw zwarte huid ziet. Je wandelt nooit een bar binnen die alleen naar
jouw borsten kijkt. Een Bleke zijn is als behangpapier. Je valt niet op,
in goede of slechte zin. En toch, hoe zou het zijn, om met aandacht te
moeten leven?
“)

– – – – – – – – – –

Hedendaags kunstenaarschap behelst, in het overgrote
deel van de gevallen, een zeker streven naar erkenning van jouw werk (en
jouw eigen persoon), wat niet noodzakelijk recht evenredig hoeft te
zijn met de kwaliteit, relevantie of originaliteit van dat werk. Omdat
deze erkenningsproblematiek mij dermate boeit, is het al voor geruime
tijd deel beginnen uitmaken van mijn beeldende kunstpraktijk, meer
bepaald doordat ik nu al een jaar als Suske door het leven trek.

Door mezelf als Suske als beeldend kunstenaar te profileren, hoop ik die drang naar beroemdheid buitenspel te zetten, aangezien ik als dat figuur reeds beroemd ben.
Wanneer ik vervolgens als franciscaans broeder naar buiten kom wordt
mijn publieke verschijning plotseling nog meer frappant en
uitzonderlijk, wat een vorm van beroemdheid op korte of langere termijn
alleen maar in de hand werkt.

– – – – – – – – – – –

In augustus van 2013 filmde ik het project Bruggen Bouwen
van kunstenaar Adrien Tirtiaux in de binnenstad van Sint-Niklaas.
Tirtiaux bouwde gedurende een aantal dagen een zelfgemaakte brug van de
ene straatkant naar de andere, vanuit een overtuiging dat dat hetgeen is
wat kunstenaars telkens trachten te doen in hun werk; bruggen bouwen.

Hein Stufkens, auteur van het boek Franciscus – De weg van eenvoud, schrijft aan het eind van zijn voorwoord:

Moge Franciscus zelf dan een bruggenbouwer zijn
(…), en moge ook de nieuwe paus Franciscus I zijn naam en titel eer
aandoen als pontifex maximus, grootste bruggenbouwer.

– – – – – – – – – – –

Die kern benaderen en dat bouwen van die brug is wat ik
heb mogen ervaren deze afgelopen twee weken. Het kapsel en het habijt
dienden als sleutel, of als lens voor mensen waar men door kon kijken,
om niet alleen tot een andere kunstbeleving te komen maar vooral ook om
een verloren gewaande invulling van spiritualiteit en mystiek (opnieuw)
te verwelkomen.

Van de ene kant was het dan misschien te gemakkelijk van mij, een
‘gimmick’ of trucje zoals dat genoemd wordt, een spel ontdaan van het
gewicht van een daadwerkelijk intreden als broeder. Van de andere kant
was het aanzicht van het tonsuur voor één enkeling compleet ondraaglijk
en moest het haar verborgen blijven onder een pet. Laat die enkeling nu
mijn lief zijn, die op zijn zachtst uitgedrukt een ongelukkige
katholieke opvoeding heeft gekend.

Binnenin ben ik een beetje verdeeld over hoe het nu
verder moet. Het habijt heb ik alvast terugbezorgd aan pater Frans, maar
het laten wegnemen van het tonsuur viel mij eventjes zwaar.

Toch ben ik er gerust in dat de taal waarin ik mij kan
articuleren zich blijft openbaren en dat ik er goed aan doe geen bruggen
te verbranden met de personen die mij dierbaar zijn, al twijfel ik of
ik door toe te geven aan andermans voorkeur niet meteen één van mijn
meest gebruikte instrumenten uit handen geef; mijn haartooi.

Niet zonder een tikkeltje verdriet aanvaard ik deze
beperking in dank en zoek ik verder naar een mooie, gedeelde, grappige
en krachtige woordenschat die mij en u diep aanspreekt en verbindt.

Tot gauw,
Fransuskus

P.S.: Het afgeschoren haar werd tentoongesteld in de expo ONDING tijdens de
Open Studio’s in Borgerhout op zondag 7 september. Het werk van Suske Antigoon, getiteld ‘Kruinschering‘, bestond uit het haar op een hoopje met de catalogus van de vaste tentoonstelling in Museum De Mindere ernaast.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!