Truien met vele kleurtjes en een beetje Kant
Opinie -

Truien met vele kleurtjes en een beetje Kant

woensdag 20 mei 2020 22:43
Spread the love

 

‘Handel zo dat de maxime van je wil altijd tegelijk als principe van algemene wetgeving kan gelden’, zo luidt de basiswet van de zuivere praktische rede, aldus Immanuel Kant (1724-1804) (Kant, 2015:72). Bovendien, zo stelt Kant, kan de mens nooit als middel worden gezien, wel als doel.

Het geslepen facetje van mijn karakter geniet steeds wanneer bovenstaande regels als de ultieme weergave van Kants moraalfilosofie worden gepresenteerd. Laten we niet vergeten dat Kant minstens enkele honderden bladzijden aan moraalfilosofie wijdt, wat waarschijnlijk betekent dat hij net iets meer wilde zeggen. Zo gelezen geeft Kants denken een puur rationele kijk op de moraal, alsof de mens een computerprogramma in zijn brein dient te uploaden dat het morele handelen zeker stelt. Een klik op de neurologische muis, en je morele leven is verzekerd. 

Vaak wordt vergeten dat Kant een emotioneel en irrationeel facet aan zijn moraalfilosofie toevoegt. Geluk is slechts gewaarborgd wanneer de morele basiswet in symbiose verkeert met een natuurlijke menselijke neiging, versta wanneer deze wet als een tweede natuur wordt beleefd. Op momenten van emotionele zwakte dient vermelde basiswet als een houvast in het morele handelen, een soort verzekering tegen immoraliteit. 

Laat ik dit even met een actueel voorbeeld illustreren. Nu er wordt toegestaan dat telkens vier mensen bij iemand op bezoek mogen komen, kan deze door de overheid vooropgestelde regel gelden als een moreel maxime. In het kader van de pandemie kan voornoemde regel als een algemeen principe gelden, een principe dat als voorbeeld kan worden gesteld van een correct moreel handelen. Wanneer ik in de journaals van de voorbije week telkens opnieuw hoor dat de vooropgestelde versoepelingen mensen voor een verscheurende keuze stellen wie er al dan niet op bezoek mag komen, lijkt het maxime in een strijd verwikkeld te raken met onze natuurlijke drang tot meer sociaal contact en tot een zogenaamde vrije interpretatie van een opgelegde regel (vals spelen dus).

Het is hier dat Kant ons eraan herinnert dat de vooropgestelde regel voldoet aan de formele eisen van de morele basiswet en dus categorisch moet worden opgevolgd. De morele basiswet is immers een categorische imperatief: hij geldt voor iedereen (categorisch) en is dwingend (imperatief). Bovendien, en dat is belangrijk, draagt dit bij tot het eigen welbevinden en het algemeen welzijn.

Kants morele denken is helemaal geen koud, afstandelijk en puur rationeel denken. Zijn categorische imperatief wil het samenleven behoeden voor moreel verval. Door middel van een duidelijk criterium biedt de categorische imperatief houvast in tijden waarin goedkoop relativisme niet uitgesloten is. Maar, en dit is echt wel belangrijk, Kant biedt eenieder de kans om als mens te groeien.

De categorische imperatief is slechts de helft van de waarheid. Het andere deel is de menselijke natuur die zodanig kneedbaar is dat het kan samenvloeien met de morele basiswet. Slechts dan is de mens op weg naar het geluk, aldus Kant. Toegepast op de actuele situatie die nog steeds ons leven en dat van vele aardbewoners bepaalt, betekent dit dat de raadgevingen van de man met de verschillende gekleurde truitjes opgevolgd dienen te worden, liefst samen met een beetje Kant.  

 

Bron:

Kant, Immanuel, Kritiek van de praktische rede, ten geleide, vertaling & annotaties door Jabik Veenbaas en Willem Visser, Boom: Amsterdam, derde druk (eerste druk 2006), 230p. (oorspronkelijke uitgave: Kritik der praktischen Vernunft, Riga: Hartknock, 1788).

Creative Commons

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!