Foto Peter De Bruyne

Triënnalitis (3)

woensdag 27 mei 2015 11:23

De
Triënnale voor Hedendaagse Kunst in Brugge zorgt geregeld voor verbale
opstootjes tussen voorbijgangers die vinden dat geen mens met gezond verstand
de vermeende kunstwerken kunst kan noemen en de gemotiveerde bezoekers die
ervan uitgaan dat je over de nodige portie gezond verstand moet beschikken om
de kunst ervan in te zien.

Ik hou
erg veel van hedendaagse kunst, maar niet van dat soort kunst dat een
onderscheid maakt tussen een gewone burger die een vuilniszak buitenzet om
opgehaald te worden en een kunstenaar die een vuilniszak buitenzet omdat hij
dat in zijn context een kunstwerk vindt. Zo vond ik de gevelreplica van de
Poolse kunstenaar Robert Kusmirowski op Beaufort03 in Blankenberge niet
meteen geslaagd als kunstwerk omdat ze een krotwoning suggereerde op een plaats
waar het om een échte krotwoning kon gaan.

Meer dan
ooit is het begrip schoonheid verdwenen uit het vocabularium van de beeldende
kunsten. Kunst is ideeënwerk. Kunst moet vragen oproepen en moet de mensen doen
nadenken. Dat belerende stoort me, enerzijds omdat veel kunstenaars niet
consequent zijn (hun kunst en hun levensstijl matchen niet), anderzijds omdat hun ideeën vaak veel simplistischer
zijn dan ze op papier of in interviews beweren.

Neem nu
de lichtsculptuur ‘A place beyond belief’ van de Schot Nathan Coley op de Burg,
op de plaats waar tot voor kort het paviljoen van Toyo Ito stond. Coley heeft
dit werk al enkele keren gepresenteerd: in o.a. Amsterdam, Pristina, Londen,
Stromness, zelfs al in een kerkje in Watou. Dit betekent dus dat het kunstwerk,
dat bestaat uit lichtende letters op een steiger, telkens weer een nieuwe,
actuele betekenislaag moet krijgen door de specifieke context waarin het staat.
Dit betekent dus ook dat het zowat overal neergepoot kan worden: aan de
toeschouwer om er zelf een interpretatie bij te verzinnen. Met een beetje goede
wil lukt dat altijd wel.

De
woorden ‘A place beyond belief’ haalde Coley uit een radio-interview met een
inwoonster van New York na 9/11, die zei dat de stad op een nieuwe manier moest
gaan denken en kijken, en tot ‘een plek voorbij het geloof’ moest zien te komen.
Nu kan je het woord ‘belief’ ook anders interpreteren dan ‘religieus geloof’.
De Burg lijkt voor Coley misschien wel ‘a place beyond belief’ omdat het boven
zijn petje gaat dat de Brugse overheid er ooit een zeemzoeterig kunstwerk als
De Geliefden van Canestraro & Depuydt heeft laten plaatsen en dat diezelfde
overheid nu wil scoren met hedendaagse kunst.  Wel jammer dat het effect van de lichtende
letters alleen zichtbaar is tussen tien uur ’s avonds en zes uur ’s ochtends,
als er geen mens op straat is.

Aan de
andere kant van de Burg staat een chocoladen miniatuurreplica van het oude
Beursgebouw, met erboven de woorden ‘Uber Capititalism’. De kunstenaar, Rainer
Ganahl, bezocht enkele maanden geleden de stad, kreeg een gidsbeurt die hem
o.a. onderwees over het gebouw in de Vlamingstraat, waar in de middeleeuwen de
eerste beurs ter wereld opgericht werd, en slenterde vervolgens door de
winkelstraten waar hij de ene chocolaterie na de andere in het vizier kreeg.
Ganahl vond zijn idee om het gebouw in chocolade te laten bouwen wellicht
geniaal, maar misschien te mager om indruk te maken, dus voegde hij er de
woorden Uber en Capitalism aan toe, wat hem toeliet om in publicaties te
zaniken over het gelijknamige taxibedrijf en over de uitwassen van het
kapitalisme. Uiteraard moeten de bezoekers het woord Uber ook linken aan
Übermensch en stilstaan bij de uitbuiting van de cacaoboeren en hun kinderen,
de mensenhandel en de gevaarlijke werkomstandigheden die de lekkernij mogelijk
maken.  Zucht. Straks, als de chocolade zal smelten, kunt u dat
interpreteren als de teloorgang van het kapitalisme. Ikzelf hou het bij het
gevolg van een lange, hete zomer.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!