Torfs en de hegemonie van de ideeën

Torfs en de hegemonie van de ideeën

maandag 13 december 2010 10:56

Wat volgt zijn enkele gedachten over wie bepaalt hoe  het verhaal over verdraagzaamheid en onverdraagzaamheid, over multiculturalisme en integratie verloopt. Aanleiding is een column van de hand van Rik Torfs die ik vorige week las: “Schatrijk en diep gelukkig” (De Standaard, 9 december). Ik ga ervan uit dat collega Torfs het niet kwalijk zal nemen dat ik Gramsci even bij zijn column betrek.

Het ging er over multiculturalisme. Dit moest ik dus wel lezen. De auteur zette er een mooi afgewerkte redenering neer. Ze kwam hierop neer: de recente geschiedenis van het multiculturele debat moet opgedeeld worden in drie fases: een These, een Antithese en een Synthese. De Synthese viel, gelukkig  voor de auteur, samen met zijn wensdroom. Kan het Hegeliaanser?

De eerste fase (jaren ’90) zou gekenmerkt geweest zijn door een eenduidig, haast monolithisch geloof in de onvoorwaardelijke positiviteit van het multiculturalisme.

Hierop volgt de negatie (fase 2): een heftig nationalisme dat afrekent met het multiculturalisme en zijn predikanten.

Fase 3 trekt het goede van de twee vorige fases bijeen, en zelfs Bond zonder Naam had het niet beter geformuleerd: Dicit Torfs: “Ik hou van verdraagzaamheid én ik hou van Vlaanderen.”

Klinkt dit logisch? Ja. Maar helaas doet het me iets te veel denken aan de speech van een bekende collega, buitenlandse politieke wetenschapper, enkele jaren geleden, Christian Jöppke. Hij was komen uitleggen hoe het dankzij de regelgevingen uitgewerkt op de Europese Commissie uiteindelijk tot  antiracisme- en anti-discriminatie wetgevingen gekomen was in de verschillende Europese lidstaten.

Ook dit verhaal zat heel logisch ineen en de fases bleken mekaar goed op te volgen. Enkel… zowel in België, het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk  en Nederland dateerden die antiracisme wetgevingen al van veel vroeger dan de auteur beweerde, terwijl er zelfs al nationale  instellingen voor opgericht waren. Toen ik hem daarmee in het vragenrondje confronteerde, kreeg ik als antwoord dat hij die bijkomende informatie niet nodig had om de nationale wetgevingen te kunnen verklaren. Dat was ook zo. Maar het klopte wèl niet met de feiten, vond ik toen en nu nog altijd.

Toegepast op de These, Antithese en Synthese van collega Torfs:

   1. Misschien herinnert  hij zich nog dat in de jaren ’90 jarenlang een verwoed debat gewoed heeft tussen diegenen die hij nu de multiculturalisten noemt, waarbij twee kampen mekaar bijna naar het leven stonden: de “echte multiculturalisten” tegen de “assimilationisten tussen de multiculturalisten”.

   2. Misschien ook herinnert hij zich nog hoe elk kritisch vraagteken bij het multiculturalisme, afkomstig  van sommige multiculturalisten zelf, onwaarschijnlijk werd uitvergroot in de media, zodat hun ‘punt’ onbespreekbaar werd. Het waren media-mensen zelf die systematisch een positieve duiding wensten en meer genuanceerde benaderingen weerden, of onmiddellijk in zulke proporties brachten dat de betrokkene nadien door het slijk moest. Ik herinner me nog heel goed de enorme problemen die ik kreeg, omdat ik me even heel kritisch uitgelaten had over het multiculturalisme zoals het begin jaren ’90 bestond in de Antwerpse Seefhoek.

Zeggen dat multiculturalisme toen door multiculturalisten enkel maar opgehemeld werd, zoals collega Torfs de jaren ’90 wil voorstellen, klopt mijns inziens niet met de feiten.  Zeggen dat daarop een andere generatie gekomen is die plots voor het nationalisme koos, klopt evenmin. Immers, ik kan probleemloos enkele zogenaamde multiculturalisten in de mediawereld uit de jaren ’90 noemen die momenteel – vermoed ik – door mijn collega onder het etiket “nationalist” zouden geplaatst worden. Bracke bijvoorbeeld. Hoe verklaar je dat? Waren die mensen toen in de jaren ’90 oneerlijk? Neen. Wat is dan wèl veranderd?

In plaats van het These, Antithese en Synthese schema zou ik collega Torfs een andere interpretatie willen voorleggen. Zou het kunnen dat niet zozeer de mensen veranderd zijn, maar de “formats” waarlangs het multiculturalisme in beeld gebracht wordt en de “formats” die men benut om erover te spreken. Zou het niet kunnen dat wisselingen in de maatschappelijke beeldvorming binnengebracht werden door diegenen die vandaag de “hegemonie van de ideeën” (Gramsci) bepalen? Zou het niet kunnen dat het vooral dààr is dat enkele belangrijke verschuivingen gebeurd zijn, die – en dit geef ik toe – niet zonder invloed blijven op de publieke opinie?

Enige verduidelijking. Wie al enkele jaren meegaat en daarbij af en toe eens contact heeft met journalisten zal me niet tegenspreken, denk ik. In de jaren ’80 kreeg je journalisten op bezoek voor een interview die vooraleer ze je ondervroegen hun dossier uren lang ingestudeerd hadden. Ze namen (en kregen) de tijd om het nadien uit te schrijven of in beeld te brengen. In de jaren ’90 werd daarop bespaard. Je zag de voorbereidingstijd voor dit soort journalistiek per jaar inkrimpen.

Tegelijk deed zich een andere verandering voor: het debat op zichzelf, de controverse, kreeg meer en meer de voorkeur op de reële inhoud van een problematiek. Dit werd verdedigd vanuit een driedubbele stelling:

1. via de confrontatie van de extremen zal het midden gevonden worden;
2. de extreme stellingen moeten met duidelijk henkenbare en mediatiek niet-neutrale personen geassocieerd worden;
3. de burger is mondig en zal zelf wel bepalen wat in het centrum ligt. Ik contesteer niet dat de burger niet mondig zou zijn. Ik contesteer echter wèl dat uit de confrontatie van twee extreme standpunten logischerwijze een goed onderbouwd, evenwichtig standpunt ‘volgt. Want wat twee extreme standpunten kenmerkt, is juist het ontbreken van goede argumenten. Wat een evenwichtig stand punt kenmerkt, zijn de goed onderbouwende argumenten.

Vervolgens is de herkenbaarheid van een ‘anker’ in een precieze persoon, het product van een vicieuze cirkel. Als je iemand heel veel brengt, hoe lelijk ook, wordt hij/zij herkenbaar. Breng je iemand nooit, hoe mooi en intelligent ook, dan wordt hij/zij nooit herkenbaar en dus nooit belichamer van een inhoud.

Het nieuwe “format” dat vandaag ontstaan is in de media, en dat hegemonisch de ideeënwereld oriënteert, kan niet anders dan maatschappelijk desoriënterend werken. In zulk mediatiek “format” kunnen multiculturalisme en globalizering met hun inherente complexiteit en snelle evoluties onmogelijk gedeien. Het kan niet anders dan eenvoudige, soms sterk achterhaalde en op clichés gebaseerde boodschappen komen boven drijven.

Uiteraard vind ik het mooi van collega Torfs dat hij als leuze gekozen heeft voor “Ik hou van verdraagzaamheid én ik hou van Vlaanderen.” Maar onder ons gezegd en gezwegen, dit is toch wel een heel eenvoudige boodschap?

Ik denk dat de meeste multiculturalisten uit de jaren ’90 daar ook voor stonden. Wat veranderde is niet de realiteit, zijn niet de meningen, maar de “formats”, en deze zijn de hegemonie van de ideeën gaan bepalen..

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!