Toegankelijk hoger onderwijs alsmaar meer op de helling

Toegankelijk hoger onderwijs alsmaar meer op de helling

maandag 27 oktober 2014 15:33

Hilde Crevits
kondigde zaterdag aan een niet-bindende toelatingsproef te willen doorvoeren in
de lerarenopleiding om dit hierna uit te breiden naar alle richtingen binnen de
hogescholen en universiteiten. De minister van Onderwijs zet hiermee, samen met
de verhoging van het inschrijvingsgeld van 890 euro, de toegankelijkheid van
ons hoger onderwijs volledig op de helling en opent de deur voor een elitair
hoger onderwijs. Ik zeg, nee bedankt!




“De regering wilde nu eigenlijk al een bindend advies,
maar omdat er weinig ervaring is met het maken van zulke proeven, zou ze zich
op glad ijs begeven. Toch zal dit er binnen een paar jaar wel komen.”
Niet-bindende toelatingsproeven zetten de deur open voor bindende
toelatingsproeven en ontneemt studenten volledig de kans om nog kunnen verder
te studeren. Dit is een gevaarlijke tendens aangezien de maatschappelijk
kwetsbare jongeren definitief zullen worden uitgesloten uit ons hoger onderwijs
en een slechte dag ingrijpende gevolgen kan hebben.

Besparingen als
drogargument

“Het is een compensatie voor de besparingen. Er zullen
minder studenten beginnen door de proeven en een groter deel van hen zal
uiteindelijk een diploma behalen. Dat zorgt ervoor dat universiteiten en
hogescholen minder geld verliezen.” De toelatingsproeven worden door
Martin Valck (Ugent), de pedagoog die in een onderzoek beweerde dat het
intellectueel niveau van leerkrachten in spé te laag is, ingeroepen als middel
om de besparingen op te vangen. De toelatingsproeven zouden er voor moeten zorgen dat
er minder studenten beginnen aan de lerarenopleiding en men daardoor minder
kosten zou hebben. Hij juicht toe dat de democratisering wordt ingeperkt,
bovenop de inperking ervan door de verhoging van het inschrijvingsgeld naar 890
euro.

Voor een nog
ongelijker onderwijs

De toelatingsproeven zullen bepaalde groepen harder treffen
dan andere. Het zullen de studenten uit maatschappelijk kwetsbare groepen zijn
die moeilijkheden zullen hebben met de toelatingsproeven. Studies wijzen uit
dat toelatingsproeven een vertekend beeld geven van de effectieve slaagkansen
van jongeren aan het hoger onderwijs. Uit het MENO-experiment in 1995 blijkt
dat 18% van de studenten die op het einde van het jaar geslaagd waren, niet
geslaagd waren op de test in het begin van dat jaar. Wat meer is, de sociale
achtergrond van de studenten speelt hier een cruciale rol in. Jongeren vanuit
een lagere sociale achtergrond buizen vaker op dit soort tests in verhouding
tot hun echte slaagkansen (Nicaise, 2011). Bovendien starten ze in het secundair
onderwijs al met ongelijke wapens aangezien niet kunnen rekenen op financiële
en materiële mogelijkheden (zoals een computer, aanvullende literatuur of
schoolse uitstappen) of steun van thuis uit (zoals leerlingen met
laaggeschoolde ouders die niet kunnen helpen omdat ze zelf de leerstof niet
onder de knie hebben). Kinderen van laaggeschoolde ouders komen veel sneller
terecht in het BSO (75%) tegenover kinderen van hooggeschoolde ouders (18%).
Toelatingsproeven zullen net deze leerlingen de kansen ontnemen om verder te
studeren. “Ze zullen zich niet meer of veel minder bezighouden met jongeren die
onvoldoende voorkennis hebben en die ondanks een negatief resultaat voor de
proef toch aan de lerarenopleiding zijn begonnen.”, stelt Valcke. De
leerlingen die het meeste nood hebben aan studiebegeleiding en omkadering kan
men nu legitiem negeren. In Valcke zijn onderwijswereld staat enkel de elite
voor de klas.

Escalatie van
bestaande problemen

Het invoeren van toelatingsproeven aan de lerarenopleiding
zal geen betere leerkrachten opleveren en enkel de bestaande problemen
bevestigen en verergeren. Ten eerste stapt 1 op de vijf jonge leerkrachten
binnen de vijf jaar uit het onderwijs. Dit is te wijten door het gebrek aan
begeleiding, versterkt door de afschaffing van de mentoruren door Pascal Smet,
werkonzekerheid en een grote werkdruk. Jonge leerkrachten worden aan hun lot
overgelaten en krijgen niet de kans zich aan te passen en zich verder te
ontplooien na hun opleiding. Ten tweede zal een toelatingsproef het
lerarentekort niet oplossen. Er is een groot lerarentekort in zowel het
kleuter, lager –als hoger onderwijs. Tegen 2020 zijn er 60000 nieuwe
leerkrachten nodig, terwijl er nu maar 1000 leerkrachten per jaar afstuderen.
Het zal onmogelijk worden deze vacatures in te vullen, desondanks de hoge
jongerenwerkloosheid. De Vlaamse regering wilt ook het lerarenberoep
onaantrekkelijker maken door middel van een arbeidsduurverlenging met loonbehoud.

De lerarenopleidingen hebben geen nood aan verhoogde
inschrijvingsgelden, besparingen op de studievoorzieningen en het personeel of
toelatingsproeven. Het heeft vooral nood aan extra investeringen om een goede
begeleiding te voorzien en extra personeel aan te werven. Extra personeel zou
voor een kwalitatievere stagebegeleiding kunnen zorgen, wat leerkrachten in spé
enkel ten goede zou komen. Dit moet gepaard gaan met investeringen in het
secundair onderwijs om meer studiebegeleiding te voorzien zodat de ongelijke
kansen kunnen worden weggewerkt.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!