Tibet: een blik op het verleden – Deel II

donderdag 4 juli 2013 17:55

Met de voorspelling van de 13de Dalai Lama nog vers in het geheugen ging Tibet onder het gemis van sterk leiderschap een onzekere toekomst tegemoet. Midden jaren 30 had het Dak van de Wereld af te rekenen met interne twisten die de stabiliteit van het land in gevaar brachten en stond de zoektocht naar de volgende incarnatie van de Dalai Lama hoog op het agenda. Tibet ondernam verschillende pogingen om zijn onafhankelijkheid te laten gelden maar conservatieve krachten sloten de grenzen voor buitenlandse invloeden. Wereldoorlogen, nieuwe economische systemen en dekolonisatie in de eerste helft van de twintigste eeuw wijzigden de gevestigde waarden waar ook Tibet niet kon aan ontsnappen.

De consultatie van orakels, heilige meren en aanwijzingen uit het testament van de 13de Dalai Lama leidde een onderzoeksteam van lama’s en monniken naar het oosten van Tibet. Van de drie potentiële opvolgers bevond de meest belovende kandidaat zich in Taktser, een boerendorp in de provincie Amdo (het huidige Qinghai nvdr). Een vierjarige jongen slaagde in hem voorgelegde testen die doorslaggevend waren in zijn erkenning als de nieuwe incarnatie van de Dalai Lama. De regio stond onder de controle van de Chinese nationalist Ma Pu-feng, wat een veilige terugkeer van de jonge reïncarnatie naar Lhasa bemoeilijkte. Hoewel de missie met de grootste geheimhouding tewerk ging, kreeg de moslimkrijgsheer Ma lucht van de operatie en zag hierin een mogelijkheid zichzelf te verrijken. De Tibetaanse delegatie was niet in staat het gevraagde losgeld te betalen en wendde zich in eerste instantie tot de nationalistische Kwomintang regeringstop voor interventie. Generaal Chiang Kai-shek, de leider van de partij, slaagde er niet in de losgeslagen en in grote mate onafhankelijke krijgsheer in het gelid te brengen. Uiteindelijk kon de Tibetaanse delegatie van geluk spreken dat Ma Pu-feng enkel oog had voor het lucratieve aspect van de zaak en minder interesse toonde in het politieke. Na het betalen van een gigantische som losgeld, waar India het grootste deel van voor haar rekening nam, kreeg de toekomstige leider van Tibet de toestemming het gebied te verlaten zonder verdere Chinese inmenging. Op 22 februari 1940 besteeg de jonge Tenzin Gyatso de troon als 14de Dalai Lama in aanwezigheid van zowel Britse als Chinese afgevaardigden die via India toegang tot Tibetaanse grondgebied hadden verkregen.

Wereld onder vuur

De Tweede Wereldoorlog raakte in een stroomversnelling en domineerde het politieke wereldagenda. In China trad er een tijdelijk staakt-het-vuren op tussen de nationalistische en communistische troepen. De burgeroorlog maakte er plaats voor een gemeenschappelijke vijand die het Rijk van het Midden teisterde: Japan. Deze gebeurtenissen brachten China onder in het kamp van de geallieerde troepen en schoof -voorlopig- de aandacht weg van Tibet. Behalve stijgende importprijzen bleef het Tibetaanse plateau grotendeels gespaard van de gevolgen van de oorlog en de ingrijpende gebeurtenis had verder weinig invloed op het dagdagelijkse leven. Hoewel de Tibetaanse overheid sympathie uitte voor de geallieerden bleef het honkvast aan zijn onpartijdigheid en distantieerde zich daarbij duidelijk van de Chinese koers. Die neutraliteit kwam echter in opspraak toen de Chinese strijdmachten op zoek waren naar nieuwe toevoerwegen voor militair materiaal. In de strijd met Japan raakte het enkele belangrijke aanleveringsroutes kwijt – waaronder Birma – en zag in het Tibetaanse grondgebied een mogelijk alternatief. Ook de Britten ontging het potentieel hiervan niet hoewel zij het belang van Tibetaanse goedkeuring, die er uiteindelijk niet kwam, onderstreepten. Tibets houding tijdens de oorlog wakkerde ook de interesse van de VS aan die voordien weinig belang hadden getoond voor de lamaïstische staat. Een Amerikaanse delegatie ondernam verschillende pogingen het gebied te bezoeken. Daarbij zochten ze eerst de hulp van Chinese bondgenoten, maar het waren uiteindelijk de Britten die erin slaagden de Tibetaanse overheid te overtuigen hen te ontvangen. De belofte dat Tibet deel zou uitmaken van de naoorlogse Vredesconferentie was een aanlokkelijk argument. Deze beloftes werden uiteindelijk niet nageleefd wegens Tibets inactiviteit gedurende het mondiale conflict. Toch zouden de Amerikaanse contacten de basis vormen voor een toekomstige -clandestiene- samenwerking.

Het einde van de oorlog bracht een nieuwe en gepolariseerde wereld met zich mee waarbij vroegere bondgenoten lijnrecht tegenover elkaar kwamen te staan. De Tibetaanse regering feliciteerde de zegevierende machten, kwam ongeschonden uit de oorlog en genoot van een de facto maar niet officieel erkende onafhankelijkheid. Voorlopig maakte Lhasa zich geen zorgen over een Chinese inval: de burgeroorlog draaide terug op volle toeren. De dreiging van buitenaf ruimde echter plaats voor interne instabiliteit. Een staatsgreep van de uit de gratie gevallen regent Reting vond plaats. In periodes zonder of met een minderjarige Dalai Lama stond Tibet onder leiding van een regent. De vijfde Reting Rimpoche, die een belangrijke rol speelde bij de zoektocht van de 14de Dalai lama, werd beschuldigd van corruptie en zijn celibaat kwam in opspraak. Met de steun van de Che Universiteit van Sera (een afdeling van de derde grootste geloofsgemeenschap van Centraal-Tibet nvdr) en de monniken van het Retingklooster beraamde de uit de gratie gevallen regent een coup d’ état op zijn opvolger. Een verijdelde bomaanslag en de vermeende samenwerking met de Chinezen leidden uiteindelijk tot de arrestatie van Reting Rimpoche die onder verdachte omstandigheden stierf in de gevangenis. De rust keerde terug in Lhasa maar Tibet moest lijdzaam toezien hoe China’s rode ster rees.

Stilte voor de storm

In 1950 voelde de wereld de hete adem van de Koude Oorlog in zijn nek toen in juni Noord-Koreaanse troepen de 38ste breedtegraad overstaken en het zuiden binnenvielen. Enkele maanden later volgde de vreedzame bevrijding van Tibet. Reeds van bij de oprichting van de Chinese Volksrepubliek een jaar eerder sprak de Communistische Partij klare taal:

De vreedzame bevrijding van Tibet maakt deel uit van de bevrijding van heel de Chinese bevolking en is een Chinese, binnenlandse aangelegenheid. Er heerst gevaar dat imperialistische krachten Tibet zouden verhinderen zich bij het Moederland te voegen. Daarom moet snel opgetreden worden voordat reactionairen de bevrijding van het Tibetaanse volk zouden tegenwerken.”

Verschillende pogingen om tot een overeenkomst te komen tussen Chinese en Tibetaanse delegaties mislukten. Het jonge India, dat na de onafhankelijkheid in 1947 het Britse beleid inzake Tibet had geërfd, trad hierbij vaak op als moderator. Hoewel het de autonomie van Tibet erkende, vastgelegd volgens de Shimla – overeenkomst, zag het geen graten in een rechtstreekse confrontatie met het nieuwe communistische China. Mao voegde uiteindelijk de daad bij het woord en liet 40.000 troepen van het Volksbevrijdingsleger op 7 oktober Tibet binnenvallen. Het Tibetaanse leger dat niet opgewassen was tegen de enorme troepenmacht, legde al snel de duimen. De pas aangestelde gouverneur van Kham, Ngapo Ngawang Jigme, capituleerde en liet het wapendepot vernietigen waardoor het lot van provinciehoofdstad Chamdo snel bezegeld werd. De onervaren aristocraat uit Lhasa die slechts enkele maanden voordien de functie als gouverneur had toegewezen gekregen zou nog een prominente rol krijgen in de verdere bevrijding van zijn geboorteland.

Toen het nieuws van de val van Chamdo Lhasa bereikte deed de Tibetaanse regering in allerijl een eerste oproep aan de Verenigde Naties. De Tibetanen hoopten op een militaire interventie zoals in Korea maar een oud zeer stak terug de kop op: de juridische status van het land. Daarenboven behoorden zowel Tibet als de Volksrepubliek China niet tot de organisatie wat het proces niet vereenvoudigde. De Kashag rekende op de sponsoring van India, Groot-Brittannië of de Verenigde Staten om hun zaak voor te leggen op de Algemene Vergadering. Zowel de Amerikanen als de Britten schoven de verantwoordelijkheid door naar India dat als aangrenzend buurland rechtstreeks met de Sino-Tibetaanse problematiek geconfronteerd werd. Op vraag van de Indiase eerste minister Pandit Nehru werd geen gehoor gegeven aan de Tibetaans oproep om Chinese beschuldigingen van imperiale inmenging geen grond te geven. Uiteindelijk kwam de steun uit onverwachte hoek toen El Salvador bereid was een resolutie te ondersteunen. De Korea-crisis draaide echter op volle toeren en deed de Tibetaanse zaak op de achtergrond verdwijnen. Nehru hoopte alsnog op verdere vreedzame onderhandelingen tussen Tibet en China. De Tibetaanse regering besloot onder immense druk dat slechts een enkele optie mogelijk was om Tibet van de ondergang te redden. Ze vroegen de minderjarige Dalai Lama het volledige leiderschap op zich te nemen.

Chinese overheersing in 17 stappen

De communistische leiders, die in eerste instantie afzagen van een militaire stormloop richting Lhasa, drongen aan op onderhandelingen om de verdere integratie van Tibet in het Chinese Moederland geweldloos te laten verlopen. In februari 1951 zond de Tibetaanse overheid met enige terughoudendheid een delegatie onder leiding van Ngapo naar Beijing. Ngapo werd na een periode van gevangenneming en indoctrinatie terug vrijgelaten en aangesteld als hoofd van het Chamdo Bevrijdingscomité. Met de militaire invasie van Kham – zonder internationale steun of VN-vertegenwoordiging – stond de 16 jarige Dalai Lama met de rug tegen de muur. Uit voorzorgsmaatregel werd de delegatie geen politieke macht toegekend maar onder druk bezegelden ze het toekomstig lot van Tibet. De onderhandelingen resulteerden in de beruchte 17-punten Overeenkomst of het Akkoord van de Centrale Volksregering met de lokale regering van Tibet betreffende maatregelen voor de vredelievende bevrijding van Tibet. Dit betekende meteen het einde van een onafhankelijk Tibet en gaf China de legitimiteit verder op te rukken richting Lhasa. Op 27 mei maakte Radio Beijing het nieuws wereldkundig. Een schokgolf rees over het Tibetaanse hoogplateau.

The Tibetan nationality is one of the nationalities with a long history within the boundaries of China, and like many other nationalities, it has done its glorious duty in the course of the creation and development of the great Motherland… The Central Authorities will not alter the existing political system in Tibet. The CA also will not alter the established status, functions, and powers of the Dalai Lama…and the Panchen Lama. The religious beliefs, customs, and habits of the Tibetan people shall be respected, and lama monasteries shall be protected… Tibetan agriculture, livestock raising, industry and commerce shall be developed step by step…in accordance with the actual conditions in Tibet…”

De acceptatie en terugkeer van de Panchen Lama werd een van de belangrijkste discussiepunten op de vergadering. Voor China had dit een uitermate belangrijke propagandawaarde. De laatste controverse rond de Panchen Lama keerde terug naar de jaren 20 toen de negende Panchen Lama naar China vluchtte voor een belastingsdispuut met Lhasa. Zijn opvolger werd midden jaren 40 door de Kwomintang in het zadel gehesen zonder officiële erkenning van Lhasa. Met de toevoeging van die clausule en de verplichte acceptatie hiervan poogde de Volksrepubliek haar invloed op het religieuze aspect van de Tibetaanse samenleving te laten gelden.

Tussen de Dalai Lama en zijn adviseur ontstond de discussie over het al dan niet aanvaarden van de overeenkomst. De keuze zou bepalend zijn voor het voortbestaan van de Tibetaanse cultuur. Een afwijzing van het verdrag impliceerde de vlucht van de Dalai Lama en verzet vanuit ballingschap. De VS steunde deze optie van achter de schermen. Zonder officiële buitenlandse hulp stond Tibet er alleen voor. De Dalai Lama had geen andere keuze dan de overeenkomst te accepteren en kon alleen maar hopen dat China woord zou houden.

Verdeel en Heers

Een maand later marcheerden duizenden Chinese troepen in Lhasa en beslechtten daarmee de militaire bezetting van Tibet. Voor de politieke dominantie van het Tibetaanse plateau richtte Beijing haar pijlen op de Dalai Lama en de religieuze gezagsdragers. Waar de communisten in de rest van China de onderlaag van de samenleving mobiliseerden, gingen ze in Tibet omgekeerd te werk. Door prominente Tibetanen te beïnvloeden hoopte Beijing de Tibetaanse bevolking te winnen voor de socialistische zaak. In dit geval ging het om de Dalai Lama en zijn aanhangers: zij waren zowel de sleutel als het grootste obstakel voor het slagen van de campagne. China ging op drie fronten te werk om de gevestigde waarden te destabiliseren: het uitbuiten van politieke en regionale geschillen onder de Tibetanen, het uithollen van bestaande instellingen door nieuwe in het leven te roepen en tenslotte het systematisch invoeren van sociale en economische hervormingen om de invloed van de Tibetaanse overheid en religie te verminderen.

Tijdens de eerste jaren van de bezetting ging China behoedzaam te werk: de rode troepen gedroegen zich gedisciplineerd, er werd betaald voor voedsel en grond en in grote mate werd de 17-punten overeenkomst gerespecteerd. Dit charmeoffensief ruimde midden jaren 50 plaats voor een meer agressieve en doortastende aanpak. De realisatie van twee toegangswegen vanuit het Chinese vasteland versterkte de fysieke grip over Tibet. Om de politieke macht van de Dalai Lama te ondermijnen riep Beijing de Preparatory Committee for the Autonomous Region of Tibet (PCART) in het leven. De PCART verdeelde Tibet in drie evenredige autonome administratieve regio’s: het Chamdo bevrijdingscomité onder leiding van Ngapo, de Panchen Lama’s zetel in Shigatse en de Lhasa regio onder het gezag van de Dalai Lama. Daarmee wijzigde het speciale statuut dat Tibet genoot onder het 17-puntenplan. Het comité deed louter dienst als façade want de effectieve beslissingen hadden de rechtstreekse goedkeuring nodig van de Partij.

Mao achtte de tijd rijp voor de onderwerping van alle minderheden aan de grote socialistische transformatie die de weg moest vrij maken voor de communistische modelstaat. Kham en Amdo, net zoals de rest van de Volksrepubliek, kregen te maken met democratische hervormingen die de Tibetaanse samenleving danig op haar grondvesten deden trillen. Wijzigingen van de traditionele agricultuur en nieuwe vormen van belastingen op land, vee en huizen als op het kloostereigendom zette al snel kwaad bloed bij de onafhankelijke en stamgebonden Khampa’s. China’s beloftes maakten plaats voor thamzing of openbare aanklachten en de vernedering van gerespecteerde lama’s. De situatie escaleerde toen de twee belangrijkste elementen in hun leven bedreigd werden: wapens en religie. Op grote schaal brak een guerrilla oorlog uit en de anders zo verdeelde Khampa’s en Amdowa’s verenigden hun krachten en behaalden -in het begin – vele successen. Slechts een immense aanvoer van Chinese troepen slaagde erin de situatie terug te dringen. Het was tijdens deze periode dat de Dalai Lama een bezoek bracht aan India voor de 2500ste verjaardag van de dood van de boeddha. Om te voorkomen dat de opstand zou uitbreiden naar Centraal -Tibet en om de terugkeer van de Dalai Lama te verzekeren uit India werd Tibet voor minimum vijf jaar vrijgesteld van enige hervormingen. Dit sloeg echter alleen op Centraal – Tibet dat volgens Chinese interpretatie het echte Tibet vertegenwoordigde.

Uprising Day

Hoewel de bevolking van Centraal – Tibet nog enige ademruimte kreeg en gespaard bleef van democratische veranderingen staken ook in Lhasa de eerste tekenen van ongenoegen de kop op. De aanwezigheid van een immense Chinese troepenmacht veroorzaakte druk op de voedselvoorzieningen. China’s nieuwe beleid leidde tot de oprichting van de verzetsbeweging Mimang Tsongdu of de Volksvergadering. De organisatie was de eerste in zijn soort in de Tibetaanse geschiedenis en aan de hand van muurposters en petities klaagden ze zowel het beleid van China als de conservatieve heersende elite, die in hun ogen te Chineesgezind was en de macht van de Dalai Lama ondermijnde, aan. Ze genoten de steun van verschillende lagen van de bevolking en – in het geheim – van de Kashag. Onder druk van China werd de organisatie ontbonden en vluchtten de initiatiefnemers richting Kalimpong in India. Sinds de Chinese inval bevonden er zich in het Indiase Himalayadorp een groep Tibetaanse émigrés (waaronder de broer van de Dalai Lama nvdr) die er in contact stonden met de Amerikaanse CIA en die dienst deden als een uitvalsbasis van het Tibetaanse verzet.

Nu de regio van Lhasa overspoelde met Khampa’s steeg de spanning in de hoofdstad. Wrijvingen staken de kop op tussen de plaatselijke bevolking en de vluchtelingen en de zaak van de Khampa’s domineerde de relatie tussen de Chinese en Tibetaanse overheid. Vertegenwoordigers van de Tibetaanse regering toonden weinig sympathie voor de vrijheidstrijders en onder druk moesten enkele honderden de regio verlaten. Dit alarmeerde de Khampa – rebellen die vervolgens uitweken naar Lhokha (200 kilometer van de hoofdstad en met betere verbindingen naar India nvdr). Dit riep de Chushi Gandrung of Vier Rivieren, Zes Bergen in het leven. Deze verzetsgroep kreeg de oude naam van Kham toebedeeld en kwam onder het gezag te staan van Gompo Tashi Andrugtsang, een rijke handelaar uit het oosten die de loyaliteit van vele Khampa’s genoot. Onder zijn leiderschap kon de beweging de nodige weerstand bieden tegen het Volksbevrijdingsleger en zorgden ze ervoor dat grote stukken van Tibet onder zijn controle stonden. Een gebrek aan militaire uitrusting, uitgesproken steun van de Tibetaanse regering en niet opgewassen tegen de moderne oorlogsvoering van de Chinezen, deden de Chushi Gandrung na verloop van tijd de das om.

De bom barstte in Lhasa op 10 maart 1959 toen op grote schaal rellen uitbraken. Het gerucht deed de ronde dat de Chinese legertop de Dalai Lama tijdens een dansvoorstelling zou kidnappen. Duizenden Tibetanen verzamelden zich rond het Norbulingka, het zomerpaleis, om te verhinderen dat hun geliefde leider op de uitnodiging zou in gaan. De situatie escaleerde en hevige gevechten braken uit tussen de Tibetaanse bevolking en het Chinese leger. Nadat het zomerpaleis bestookt werd met artillerie vluchtte de Dalai Lama en zijn gevolg richting India. Met behulp van de Khampa’s bereikte hij veilig de Indiase grens waar hij politiek asiel verkreeg.  De opstand werd met harde hand neergeslagen en tienduizenden Tibetanen lieten er het leven bij. Op 23 maart hesen de Chinezen voor de eerste maal de rode vlag aan het Potala-paleis waarmee Tibet aan het meest ingrijpende hoofdstuk van haar lange geschiedenis kwam.

When the iron bird flies and the horses run on wheels, the Tibetan people will be scattered like ants across the world, and the Dharma will come to the land of the red men.”

                                                                                                                                          <Padmasambhava, 8ste eeuw>


Bronnen: The Dragon in the Land of Snows, Tsering Shakya, Pimlico 1999; Tibet: Human Rights and the Rule of Law, International Commission of Jurists, 1997; Tibet and its history, Hugh Richardson, Oxford University Press 1962; Tears of the Lotus: Accounts of Tibetan Resistance to the Chinese Invasion 1950-1962, Roger McCarthy, McFarland & Company 1997; The Status of Tibet: History, Rights and Prospects in International Law, Michael van Walt van Praag, Westview Press 1987

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!