Terug in België, nabeschouwing bij ¿Qué pasa Venezuela?

Terug in België, nabeschouwing bij ¿Qué pasa Venezuela?

VRT-journalist Tuyls is terug thuis. Hij schrijft zijn ervaringen neer in een artikel op de VRT-website. Daarin heeft hij het opnieuw over de paradijselijke stranden. Misschien hebben ze zich bij de VRT dus gewoon vergist toen ze voor de eerste aflevering zeiden dat Venezuela geen tropisch paradijs zou zijn?

woensdag 3 juni 2015 22:06

“Dit artikel werd inhoudelijk en redactioneel bewerkt en ingekort door de redactie van De Wereld Morgen. Het oorspronkelijke artikel vindt u hier.”

Volgens het World Happiness Report stond
Venezuela in 2013 op de twintigste plaats op de wereldlijst. Dat is minder goed
dan Costa Rica, Panama en Mexico en drie plaatsen lager dan de VS, maar wel net
boven… België.

Tuyls vergelijkt Venezuela met Europa. “Als
Europeaan kan je je niet voorstellen wat het moet zijn om constant op je hoede
te zijn, alles en iedereen te wantrouwen… en de overheid nog het meest van
allemaal”. Het is hier niet helemaal duidelijk in welk Europa Tuyls woont, maar
het wantrouwen van de Europeaan, ten opzichte van hun overheid, is hem
blijkbaar niet opgevallen.

Over de Venezolanen zegt hij nog dit: “De angst
die hun dagelijkse leven is gaan beheersen, overheerst eigenlijk alles”. Er is in
Venezuala nog steeds veel werk wat bestrijding van criminaliteit betreft. Waar
een Venezolaan echter minder angst voor moet hebben dan de gemiddelde Europeaan
is dat hij zijn werk kwijt zou geraken, zijn huis zou uitgezet worden, zijn
ziektekosten niet zal kunnen betalen, de kosten voor onderwijs te hoog zijn, of
dat hij geen democratische inspraak meer zou hebben in het bestuur van zijn
wijk, gemeente en land ….

Tuyls besluit dat er in Venezuela op twintig
jaar tijd zeer weinig veranderd is. Daarom dit lijstje:

  • ongeveer
    anderhalf miljoen Venezolanen leerden sinds 1999 lezen en schrijven dankzij het
    alfabetiseringsproject “Misión Robinson I” en in
    december 2005 erkende de UNESCO dat analfabetisme in Venezuela uitgeroeid was;
  • het
    aantal schoolkinderen steeg van zes miljoen in 1998 tijdens de regeringen voor
    Chávez tot dertien miljoen in 2011 en
    de inschrijvingsratio in het onderwijs stond in 2013 op 93,2%;
  • “Misión
    Robinson II” werd gelanceerd om de volledige bevolking in de mogelijkheid te
    stellen een diploma van secundair onderwijs te behalen. De
    inschrijvingsratio in het secundair onderwijs steeg van 53,6 procent in 2000
    tot 73,3 procent in 2011; 
  • “Misión
    Ribas” en “Misión Sucre” zorgden ervoor dat tienduizenden jonge volwassenen
    zich konden inschrijven aan de universiteiten en door de oprichting van nieuwe
    universiteiten steeg het aantal universiteitsstudenten van 895.000 in 2000 naar
    2,3 miljoen in 2011;
  • in
    de gezondheidszorg werd een nationaal openbaar systeem opgericht om de toegang
    tot gratis medische hulp te garanderen voor alle Venezolanen; tussen 2005 en
    2012 werden 7.873 medische centra opgericht in Venezuela; het
    aantal artsen steeg van 20 per 100.000 inwoners in 1999 tot 80 per 100.000 in
    2010, een stijging van 400 procent;
  • “Misión
    Barrio Adentro I” realiseerde 534 miljoen medische consultaties; bijna 17 miljoen
    mensen werden behandeld, terwijl in 1998 minder dan 3 miljoen mensen toegang
    hadden tot degelijke gezondheidszorg; tussen 2003 en 2011 werden zo 1,7 miljoen
    levens gered; de
    kindersterfte daalde van 19,1 promille in 1999 tot 10 promille in 2012, een vermindering
    van 49 procent; de
    gemiddelde levensverwachting steeg van 72,2 jaar in 1999 naar 74,3 jaar in
    2011; dankzij
    “Misión Milagro” in 2004 gelanceerd kregen 1,5 miljoen Venezolanen die aan
    cataract of andere oogaandoeningen leden hun volledige gezichtsvermogen terug;
  • tussen
    1999 en 2011 daalde de armoede van 42,8 procent naar 26,5 procent en de extreme
    armoede van 16,6 procent naar 7 procent; in
    de index van de menselijke ontwikkeling (HDI) van de Verenigde Naties ging
    Venezuela van plaats 83 (0,656) in het jaar 2000 naar plaats 73 (0,735) in
    2011, en kwam daarbij in de categorie van de hoog ontwikkelde landen terecht;
  • de
    GINI-coëfficiënt, die de ongelijkheid meet, daalde van 0,46 in 1999 tot 0,39 in
    2011 (lager cijfer is lagere ongelijkheid); volgens het
    VN-ontwikkelingsprogramma UNDP heeft Venezuela de laagste GINI-coëfficiënt van
    Latijns-Amerika en is Venezuela het land in de regio met de minste
    ongelijkheid;
  • de
    ondervoedingsindex van kinderen is met 40 procent gedaald sinds 1999; in
    1999 had 82 procent van de bevolking toegang tot drinkwater, in 2013 was dat 95
    procent; tijdens
    het presidentschap van Chávez van 1999 tot 2013, stegen de sociale overheidsuitgaven
    met 60,6 procent;
  • voor
    1999 ontvingen 387.000 senioren een overheidspensioen; in 2013 waren dat er 2,1
    miljoen; sinds
    1999 bouwde de Venezolaanse regering 700.000 sociale woningen; sinds
    1999 heeft de regering meer dan één miljoen hectare landbouwgrond aan inheemse
    volkeren overgedragen; de
    landbouwhervorming maakte tienduizenden boeren eigenaar van hun gronden werden;
    sinds 1999 werden zo meer dan drie miljoen hectaren herverdeeld;
  • het
    aantal calorieën die de Venezolanen consumeren is sinds 1999 met 50 procent
    gestegen dankzij “Misión Alimentación” waarbij een
    voedingsdistributieketens met 22.000 winkels gecreëerd werden (MERCAL, PDVAL,
    Productos Casa…); producten worden daan voor 30 procent gesubsidieerd worden; de vleesconsumptie
    steeg met 75 procent sinds 1999;
  • vijf
    miljoen kinderen ontvangen in 2015 gratis maaltijden op school; in 1999 waren
    dat er 250.000 en ondervoeding daalde van 21 procent in 1998 tot minder dan 3
    procent in 2012; volgens
    de Voedsel- en Landbouworganisatie van de VN (FAO) is Venezuela het land met de
    beste resultaten wat betreft uitroeiing van de honger in Latijns-Amerika en de
    Caraïben;
  • de
    nationalisatie van de oliemaatschappij PDVSA in 2003 bracht met zich mee dat
    Venezuela soeverein werd op het vlak van energievoorziening; de nationalisatie
    van de elektriciteitssector en telecommunicatie (CANTV en Electricidad de
    Caracas) maakte een einde aan monopoliesituaties en zorgde voor universele
    toegang tot deze diensten;
  • sinds
    1999 ontstonden meer dan 50.000 coöperatieven in alle sectoren van de economie; het
    werkloosheidscijfer daalde van 15,2% procent in 1998 naar 6,4 procent in 2012;
    in diezelfde periode werden meer dan vier miljoen banen gecreëerd; in 1999
    leefde 65 procent van de actieve bevolking met het minimumloon; in 2012 is dat nog
    slechts 21,1 procent;
  • alle
    volwassenen die nooit een officieel erkende betrekking hebben gehad krijgen een
    uitkering die 60 procent van het minimumloon; vrouwen die geen inkomen hebben
    en mindervaliden ontvangen een uitkering van 80 procent van het minimumloon; de
    36-urenweek werd ingevoerd zonder loonverlies;
  • Venezuela
    trok zich terug uit het Internationaal Monetair Fonds en de Wereldbank nadat
    alle nog uitstaande schulden aan deze organisaties terugbetaald werden; het
    Bruto Binnenlands Product per hoofd van de bevolking steeg van 3.687 euro in
    1999 naar 9.721 euro in 2011;
  • Venezuela
    biedt meer directe financiële en logistieke steun aan andere landen in
    Latijns-Amerika dan de VS; bijvoorbeeld: in 2007 besteedde Chávez meer dan 7,9
    miljard euro aan donaties, financiering en aan hulp bij de energievoorziening;
    president Bush spendeerde slechts 2,7 miljard euro in dezelfde periode;
  • voor
    het eerst keer in zijn geschiedenis heeft Venezuela eigen satellieten (Bolívar
    en Miranda) en is het land daarme soeverein op vlak van de
    communicatietechnologie; internet en telecommunicatiekanalen zijn nu over het
    gehele grondgebied bereikbaar;
  • de
    oprichting van Petrocaribe in 2005 zorgt ervoor dat achttien landen van
    Latijns-Amerika en het Caraïbische gebied, goed voor 90 miljoen mensen,
    petroleum kunnen aankopen voor hun energievoorziening die voor 40 tot 60
    procent gesubsidieerd is;
  • Venezuela
    verleent steun aan achtergestelde gemeenschappen in de binnensteden en
    landelijke gebeiden van de VS en verkoopt er brandstof tegen gesubsidieerde
    tarieven ;
  • de
    oprichting van de Bolivariaanse Alliantie voor Amerika (ALBA) in 2004 legde de
    grondslagen voor een bondgenootschap gebaseerd op samenwerking en
    wederkerigheid tussen Latijns-Amerikaanse landen; de ALBA heeft als voornaamste
    doel de armoede en sociale uitsluiting te bestrijden;
  • Hugo
    Chávez legde tevens de basis voor de creatie van de Gemeenschap van
    Latijns-Amerikaanse en Caraïbische Staten (CELAC) die voor het eerst in de
    geschiedenis 33 landen van de regio groepeert, los van de voogdij van de VS en
    Canada (de CELAC komt voor het eerst samen op een top met de EU op 11 juni 2015
    in Brussel);
  • Hugo
    Chávez speelde een belangrijke rol in het vredesproces in Colombia; Colombiaans
    president Juan Manuel Santos zei daarover het volgende: “Als we duidelijke
    en concrete vooruitgang boeken in een stevig vredesproject, dat nooit eerder met
    de FARC bereikt werd, dan is dat ook dankzij de toewijding en betrokkenheid van
    Chávez en van de regering van Venezuela”.

Nog dit als
toemaatje. Tuyls heeft het in zijn slotartikel over de zalige gewoonte om
glazen vol ijs te drinken aangelengd met Polar-bier. De overgrote meerderheid
van de Venezolanen (de “gewone mensen”, in wiens gezelschap Tuyls zich blijkbaar
niet beweegt) drinkt zijn bier gewoon uit een flesje, zoals in België, en totaal niet
uit een glas gevuld met ijs. Dat is een typische upperclass-traditie.

Terug in België, nabeschouwing bij ¿Qué pasa Venezuela?

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!