Syriëstrijder

Syriëstrijder

maandag 19 januari 2015 14:26
Spread the love

De Syriëstrijder
–en bij uitbreiding elke homegrown
terrorist- beheerst ons denken en onze discussies. Medeburgers, vaak nog erg
jong, nemen de wapens op en trekken ten strijde, ergens ver weg of dicht bij
ons, tegen ons. En niemand weet eigenlijk goed waarom. De geopperde
verklaringen schieten stuk voor stuk tekort. Zo zegt de ene dat sommige
ideologieën nu eenmaal gewelddadig zijn; misschien niet slecht als korte
samenvatting van het probleem, maar geen antwoord op de vraag waarom iemand
zo’n ideologie zou willen volgen. Een ander zegt dan weer dat alles terug te
brengen valt op discriminatie en kansarmoede; een vaak –maar zeker niet altijd-
waardevolle benadering, maar daarom ook meteen de eerste linkse reflex wanneer
we echt geen antwoord hebben. Volgens nog een ander is het allemaal
geopolitiek; ongetwijfeld waar voor de Iraakse, Jemenitische of andere
Midden-Oosterse strijder, maar niet toepasbaar op onze jongeren. Het zijn allemaal
verklaringen die één zaak gemeen hebben: ze gaan uit van wat de ander vreemd,
onvoorspelbaar, anders maakt. Ook zijn het allemaal verklaringen die één voor
de hand liggende vaststelling missen: die ander lijkt eigenlijk verdomd veel op
ons.

Wie is de
Syriëstrijder? Wellicht spreekt niemand mij tegen wanneer ik stel dat hij in
wezen iemand is die denkt het ware geloof te hebben gevonden. Los van wat dit
geloof inhoudt en of dit nu het ware is of niet, levert dit ons een belangrijke
aanwijzing op. Want voor het ware geloof werd gevonden, was de Syriëstrijder op
zoek. Zoekend naar essentie, naar iets wat hij tot op dat moment niet kon
vinden in de samenleving, naar zingeving. Hij was een zoeker. In onze
maatschappij is dat helemaal niet zo uniek. Worstelen met de zoektocht naar
zingeving is een rasechte ziekte van onze tijd. Wij zijn meer en meer een
samenleving van zoekers.

En als er één
ding is dat alle zoekers gemeen hebben, dan is het wel een verhoogd risico om
te vervallen in fanatisme eens ze hebben gevonden wat ze zoeken. Dat is ook
normaal. Voor wie een zinvol leven leidt, zijn nieuwe invloeden immers niet meer
dan bijkomende lagen van een pluriforme identiteit. Ze zijn vrijblijvend. Maar
wie kampt met gevoelens van zinledigheid, is niet geïnteresseerd in een extra
laagje. Hij is op zoek naar de kern, naar iets dat dienst kan doen als
ankerpunt, iets waaraan al het andere kan worden vastgehecht. Dat is waarom de
zoeker die iets vindt, bijna altijd fanatiek zal omgaan met datgene wat hij
heeft gevonden. En dit geldt niet alleen voor de zoeker die het geloof vindt;
het is zelfs niet eigen aan de vondst van een ideologische of filosofische
overtuiging. Iedereen kent wel iemand die zich, vaak na een periode van
emotionele leegte, volledig verliest in een hobby of een sport. Het is eigen
aan de mens. Wij kennen geen mate wanneer het gaat over datgene dat ons
vervult, dat ons zin geeft, dat ons tot fundament dient. Fundamentalisme is
vaak het logische eindpunt van onze zoektocht, ongeacht waarheen deze zoektocht
heeft geleid. Dus wanneer onze Syriëstrijder in wording zin vindt in het
geloof, in de Islam, kan van hem geen matiging worden verwacht. Hij zal geen
gematigde moslim zijn. De echte bekeerling -en elke Syriëstrijder is in
essentie een bekeerling- is fanatiek. Wederom, dit is niet eigen aan de moslim,
het is eigen aan de mens.

Dit is dan waar
onze toekomstige Syriëstrijder zich bevindt wanneer hij voor het eerst paden
kruist met een vertegenwoordiger van Al Qaida, Islamic State of wat de naam ook
is waaronder een terroristische organisatie zich wil marketen. Hij is een gewillige
fundamentalist, op zoek naar het extreme, naar het pure geloof. Maar fanatisme
is één zaak, geweld is een andere. Waarom is deze zoeker bereid geweld te
gebruiken in naam van datgene wat hij heeft gevonden? Waarom gelooft hij de
lokale ronselaar wanneer die vertelt dat zijn organisatie het pure geloof in
aanbieding heeft en dat dit pure geloof een doctrine van geweld is? Is dit niet
wat de Syriëstrijder anders maakt, onherkenbaar voor ons? Nee. Integendeel.

Paradoxaal genoeg
is dit het punt waar hij het sterkst op ons lijkt. Want de reden waarom hij het
verhaal van de ronselaar gelooft, is omdat wij het geloven. De reden waarom het
verhaal over de oorlog tussen twee werelden, over de strijd tussen de Westerse
waarden en de Islam, zo geloofwaardig klinkt voor de Syriëstrijder in wording,
is omdat hij dit verhaal al kent. Hij heeft het al eerder gehoord, toen hij nog
één van ons was. Het is het verhaal dat wij onszelf al minstens anderhalf
decennium vertellen. De clash of
civilizations
, de incompatibiliteit van onze wereld met die van hen, het is
een taal die wij delen met de ronselaar. Het is een taal die we ironisch genoeg
zelfs spreken wanneer we islamofobie veroordelen en zeggen dat er naast de
extremisten ook zoveel gematigde moslims zijn. De gematigden zijn de goeden, de
extremisten zijn de slechten, over geweld wordt niet gesproken. Een beetje
moslim mag, te veel moslim is gevaarlijk. Extremisme is geweld.

En zo verdwijnt
de vreedzame fundamentalist, die wel degelijk bestaat, uit ons discours. De vreedzame
fundamentalist, tussenweg tussen een verwaterde traditie en de gewapende
bekeringsdrang, die onze zoeker een ander pad had kunnen bieden. Wij geloven er
niet in. Het pure geloof is een doctrine van geweld. Onze woorden, die van de
ronselaar. De Syriëstrijder is ermee opgegroeid. Want we mogen niet vergeten
dat onze geradicaliseerde jongeren ooit gewoon jongeren waren en dat ze toen
verdomd veel op ons leken. Gedurende het grootste deel van hun leven, was het
niet de imam naar wie ze luisterden. Ze luisterden naar diegene naar wie wij
luisteren. Ze geloofden wat wij geloven. Wat de ronselaar hen biedt, is dan ook
geen nieuw idee, geen nieuw verhaal. Het is ons verhaal. Wat hij biedt, is een
nieuwe rol binnen dat verhaal. Het verhaal dat onze Syriëstrijder al kende en
waarbinnen hij zijn rol niet vond.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!