Syrië – De stilte na de storm

Syrië – De stilte na de storm

vrijdag 27 januari 2017 18:52

Omstreeks de jaarwisseling werd in Syrië een wapenstilstand afgeroepen die min of meer gerespecteerd wordt. Min of meer; volgens de enen wordt ze hier en daar flagrant geschonden, volgens de anderen gaat het om gevechten met terroristische groeperingen die niet in het verdrag zijn opgenomen. In de Kazachstaanse hoofdstad Astana pleegden de Russen, Iraniërs, Turken en Syriërs deze week niettemin overleg om dit staakt-het-vuren te bekrachtigen of te versterken waar mogelijk. Of dat veel zal veranderen aan het lot van de Syriërs, moet echter nog blijken. Sinds de herovering van het oostelijke stadsdeel van Aleppo door regeringstroepen en het daarop volgende staakt-het-vuren, is het echter al enkele weken behoorlijk stil over de Syrische oorlog. Een stilte die in schril contrast staat met de ongeziene mediatisering van de zogenaamde ‘Val van Aleppo’. Nochtans is er sindsdien het een en het ander duidelijk geworden en hebben er zich op elk front – en dat zijn er veel in Syrië – belangrijke gebeurtenissen voltrokken.

Aleppo

Nadat regeringstroepen met o.a. de hulp van de Libanese Hezbollah opnieuw de volledige controle over Aleppo verwierven, werden de burgers en rebellen uit Oost-Aleppo geëvacueerd naar het westelijke platteland. Ternauwernood ontsnapt aan een nieuw Rwanda of Srebrenica, naar men zegde. Die burgers en rebellen waren met zo’n 250.000, luidde het zowat overal. Een rapport dat de VN op 11 januari uitbracht, reduceert dat cijfer echter drastisch. Volgens hen gaat het om minder dan 150.000 mensen. Van die bijna 150.000 mensen werden er slechts 36.000 naar de landelijke provincie Idlib geëvacueerd. Een groot deel daarvan waren jihadistische rebellen. De overige 111.000 verkozen het westelijke stadsdeel van Aleppo of keerden terug naar hun huizen in Oost-Aleppo. Weinig media deden de moeite om het cijfer dat ze maanden- of zelfs jarenlang foutief gebruikten achteraf bij te stellen of om duidelijk te maken dat het overgrote deel van de burgers uit Oost-Aleppo regeringsgebied verkoos boven rebellengebied. Toen de VN echter meldde dat ‘onafhankelijke bronnen’ berichtten over represailles tegen onschuldigen en ontvoeringen van burgers tijdens de herovering, werd deze informatie wél gretig overgenomen. Voor deze dubieuze beweringen heeft men tot op vandaag geen bewijzen gevonden.

Watercrisis

Nabij de hoofdstad Damascus, in de bergstreek Wadi Barada, wordt al enkele weken hevig gevochten. Rebellen leveren er strijd met regeringstroepen. Inzet is de controle over de Ein al-Fijeh-bron, die voorziet in het drinkwater voor het grootste deel van Damascus. Miljoenen inwoners van de stad zitten al een maand zonder drinkwater nadat de bron beschadigd raakte. Het is niet duidelijk wie of wat verantwoordelijk is voor die schade. Waren het rebellen, die zich in het verleden al niet verlegen toonden om de watertoevoer af te sluiten, als drukmiddel? Of zijn het de bombardementen, uitgevoerd door het regeringsleger? In ieder geval, verschillende pogingen om over een staakt-het-vuren te onderhandelen en technici toe te laten tot het waterstation, werden door de rebellen de kop in gedrukt. Een generaal van het Syrische leger die terugkeerde van een zoveelste onderhandelingsronde, kwam om toen hij een door een sluipschutter in de rug werd geschoten.

IS

Ook in Deir ez-Zor zijn de gevechten opgelaaid. Deze woestijnstad, in handen van het regeringsleger, is volledig omsingeld door IS. 100.000 inwoners zitten er als ratten in de val en moeten overleven op noodhulp die door Russische of Syrische vliegtuigen gedropt wordt. Dat de luchthaven van de stad en een nabije, strategische uitkijkheuvel onder controle zijn van de IS-militanten, maakt het er niet makkelijker op. De oorlogsvoering van IS is van een barbaarse aard. Zelfmoordkonvooien en nachtelijke raids teisteren de stad. Het verzwakte Syrische leger houdt er voorlopig stand.

Bomaanslagen

Deze maand vonden in het Midden-Oosten enkele dodelijke aanslagen plaats; een schietpartij in Istanboel, een ontploffing in Izmir en een autobom in Azaz, een stad in handen van Syrische rebellen. In Syrië werden echter nog 2 andere bomaanslagen gepleegd, beiden in regeringsgebied (in de kuststad Jableh en ten zuidwesten van Damascus). Samen waren ze ‘goed’ voor meer dan 20 doden. Het moeten zowat de enige aanslagen in de regio zijn waarbij niet naar IS of Koerdische splintergroeperingen gewezen wordt. Het is waarschijnlijk dat één van de jihadistische rebellengroepen die actief zijn in het noordwesten van het land deze aanslagen uitvoerden. Tussen die rebellengroepen zelf komt het momenteel trouwens tot gevechten. Ze raken het oneens over hoe ze zich moeten organiseren tegen het regeringsleger. 

Het is merkwaardig hoe na de herovering van Aleppo al het nieuws uit Syrië verstomde. Weinig media namen de moeite om – eenmaal het stof gaan liggen was – een balans op te maken van wat aangekondigd werd als een nieuw Stalingrad, Dresden of Sarajevo. Verder lijkt het wel alsof slachtoffers van terrorisme in Syrisch regeringsgebied minder belangrijk zijn dan die in rebellengebied, Irak of Turkije. Het is wrang hoe een autobom die 16 doden maakt in Jableh geen weerklank krijgt, terwijl op dezelfde dag 2 doden in Izmir de kranten halen. Moeten er 250.000 burgers vastzitten in Deir ez-Zor vooraleer we schrijven over een ophanden zijnde genocide? Hetzelfde geldt trouwens voor Mosoel in Irak, waar reeds duizenden burgerdoden vielen in het offensief tegen IS.

De Syrische oorlog is nog lang niet afgelopen, al lijkt het regime-Assad, met de hulp van de bondgenoten, aan de winnende hand. Tot dan verdienen de Syriërs een volledige en eerlijke berichtgeving in het Westen over hun oorlog.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!