Spreken de wetenschappers elkaar tegen? Wat steekt daar achter?

woensdag 20 mei 2020 11:49
Spread the love

Vandaag 20 mei kopt De Standaard “Steun voor coronabeleid brokkelt af”. Na acht weken begint de strenge leiding van ons dagelijks leven vanwege de overheid en het experten-panel velen te ergeren. Onze samenleving was er sinds ruwweg de eerste wereldoorlog dan ook een van grote emancipatie, van ontvoogding. Gehoorzaamheid lieten wij graag over aan kinderen, ongeschoolde arbeiders en aan monniken die de abt van de abdij zonder tegenpruttelen gehoorzaam zijn. Deze context lijkt mij belangrijk in de vele berichten die op sociale media opduiken over de vermeende onbetrouwbaarheid van “de wetenschappers”. Veel niet academisch opgeleide mensen blijken met een blik vol wantrouwen naar de wetenschap te kijken. Dat lijkt mij niet nodig en gevaarlijk. De coronacrisis is in wezen wellicht veel meer dan een aanval van een nieuw virus. Zij betekent een doorbreken van fouten in het maatschappelijke en ideologische systeem die door sensitieve waarnemers al een hele tijd werden opgemerkt. Voor een goed begrip waar wetenschappers voor staan, is alvast het onderscheid tussen natuurwetenschappen en menswetenschappen van groot belang.

Italiaanse mortuaria

Zo is er een bericht gedeeld op mijn profiel waaruit blijkt dat medische onderzoekers in Italië zouden bevindingen hebben opgedaan in het mortuarium, bij middel van autopsieën, waaruit blijkt dat vele overleden Covidpatiënten bloedklonters in de bloedbaan hadden. De medici koppelen daaraan de bevinding dat beademing in vele gevallen nutteloos is geweest. (In dat land heerste een tijdlang gebrek aan beademingstoestellen).  Bloedverdunners en ontstekingsremmers zouden in die visie volstaan om de ziekte veroorzaakt door het Corona virus serieus af te remmen en te overwinnen. Die medici gaan zover te stellen dat een vaccin daarom niet eens nodig zal zijn om de ziekte te boven te komen.

De beschaamde wetenschapper

Wanneer de druk op de wetenschapper hoog wordt, zoals in deze tijden van Sars2 besmettingen, waarbij landen met argusogen kijken naar de toestand en de resultaten bij de buurlanden, kan dit de resultaten van het onderzoek mee bepalen. In Noord-Italië woekerde de ziekte fel, er vielen veel doden op korte tijd. Vanuit Lombardije kon de besmetting andere landen aansteken. Het lijkt niet ver gezocht te besluiten dat de meeste Italianen door deze historische feiten met een gevoel van schaamte en schuld kampen, een gegeven op “de voorgrond van het leven” dat de visie van de betrokken wetenschappers kan beïnvloeden.

 

Professor Gobelijn, Barabas, Zonnebloem

Het probleem met de perceptie van de regeringsmaatregelen en de rol van de wetenschappers is ongetwijfeld ook gevolg van de beperkte kennis die het grote publiek heeft over wat “een wetenschapper” precies is. Het was verstandig dat Hendrik Vos, zelf wetenschapper in het veld van de Europese relaties, in zijn tweewekelijkse column in De Standaard gisteren dinsdag de figuur van de professor in de stripverhalen opvoerde. Vos sprak over de blijvende noodzaak internationale grenzen op het vlak van wetenschappelijke samenwerking te slopen omdat “vaccins niet worden uitgevonden door professor Gobelijn in zijn persoonlijk laboratorium met een distilleerkolf” waarin een toevallige, gelukkige reactie plaatsvond, bijvoorbeeld omdat er “per abuis een scheut bleekwater in achterbleef”. Professor Gobelijn is, zoals op de koperen plaat bij de ingang van zijn park in “De schat van de zeerover” te lezen staat “Professor in alles”. De werkelijkheid is evident heel anders.

Natuurwetenschap en menswetenschap

Een belangrijk onderscheid dat je moet maken is dit tussen wetenschappers die behoren tot “de natuurwetenschappen”, ook positieve of exacte wetenschappen genoemd, en de andere geleerden, professoren en onderzoekers, die zich tot de Menswetenschappen, rekenen, “the Humanities” zoals ze in het Angelsaksische gebied worden genoemd. Zelf ben ik in de natuurwetenschappen geschoold in de humaniora: in de richting Latijn-Wetenschappen kregen wij de basis van Chemie, Natuurkunde (Fysica), Wiskunde en Biologie te verwerken.  Andere ‘exacte wetenschappen’ zijn Astronomie, Kosmologie, Fysische Geografie, Micro-Biologie enzovoort. Aan de universiteit schoolde ik mijzelf in een hele rits menswetenschappen, waaronder de culturele Antropologie, het Recht en de Psychologie, en verder als autodidact in de Ornithologie, de Botanica, de Zoölogie, de Ethologie (deze laatste studie van het gedrag van de mensapen leunt sterk aan bij menswetenschappen). Typische menswetenschappen zijn inderdaad de Psychologie en Psychiatrie (de beoefenaar die zichzelf het aura van exacte wetenschapper wil geven, zal zich “neuroloog” noemen), de Sociologie, de Geschiedenis, de Literatuurwetenschap, de Antropologie, de Theologie en de Filosofie. Op de grens bevinden zich disciplines als de Economie en de Sociale Geografie, de Seksuologie en meer. In vele ‘natuurwetenschappen’ steekt een niet-exact aspect, daar waar mensbeeld, wereldbeeld, politieke overtuiging en levensbeschouwing aan het studieobject raken.

Je zou kunnen zeggen dat de Menswetenschappen het moeilijkste en het meest belangrijke domein bestrijken, maar op dit terrein vallen net het minste ‘onwankelbare zekerheden’ te rapen. De zin van het leven laat zich onderzoeken en benaderen, bijvoorbeeld, maar je kunt hem niet opnemen met een meetlat of googelen. Hier ligt voor eens en altijd een taak en een kans voor elke levende, bewuste, denkende mens. Niet alleen professoren slagen erin wijsheid te verwerven, soms net integendeel. De visie van de vakwetenschapper kan ook vergeleken worden met een laserstraal: zij ziet zeer helder hoe het met een klein deeltje van de werkelijkheid is gesteld. Daarom blijft er nood aan ‘generalisten’ die van vele markten in het rijk van de kennis thuis zijn. De brug tussen beide soorten wetenschap slaan blijft ook een belangrijke opgave. De Templetonprijs die wetenschappers en denkers beloont die zinvolle verhalen en analyses bieden die het fenomeen God kunnen helpen kaderen en begrijpen, is een uitdrukking van die behoefte de kloof te dichten die is gegroeid tussen natuurwetenschappen en menswetenschappen.

 

De corrupte wetenschapper

Een belangrijk gegeven is verder dat elke wetenschapper een mens blijft. Onder druk van de communistische ideologie heeft in de jaren vijftig een bioloog en landbouwingenieur, Lysenko (1898-1976) een theorie ontwikkeld over de vermeerdering van granen die mooi paste in het politieke beleid van de sovjets. Wereldwijd werd door collega-onderzoekers gewaarschuwd dat zijn theorie niet kon kloppen. Pas na verscheidene jaren en na veel schade, onder andere door misoogsten, werd de theorie in Rusland ingetrokken.

 

Peer review

Als student volgde ik buiten mijn curriculum de colleges van professor Heuts, een waardige, oude bioloog, die handelde over “Grensvragen van de biologie”. Daar vernam ik op overtuigende wijze dat de wetenschap dankzij haar methode van “refutatie”, van “peer review”, waarbij bevindingen, hypotheses en experimenten door een strikt kritisch oordeel van collega’s, na verloop van tijd in de meeste takken van de wetenschap als betrouwbaar worden bevonden. Deze kritische interactie vindt onder anderen plaats via de publicaties van de onderzoeker in wetenschappelijke vakbladen; een redactieraad van experts beoordeelt de ingezonden stukken en dan kan de kritiek van de collega’s losbarsten, zowel in de natuurwetenschap als in de menswetenschappen.

Experimenteel onderzoek

Een doctorandus in Stuttgart die een spectaculair resultaat haalt in het lab met een experiment dat niet herhaald kan worden in Ottawa, Tokio en Johannesburg, heeft zeer waarschijnlijk een fout gemaakt. Zijn bevindingen zullen niet tot het corpus van betrouwbare, erkende wetenschap gerekend worden. De Wetenschap als geheel van kennis is te beschouwen als een piramide: de basis staat onwankelbaar, maar aan de top wordt nog voortdurend afgebroken, bijgebouwd en verbouwd.

Het soort situatie rond Trofim Lysenko is, zeker in normale tijden, de grote uitzondering. Als onderliggende basis voor het bepalen van wat “waar” is, geldt voor de wetenschap het “falsificatieprincipe” van de Oostenrijks-Britse filosoof Karl Popper (1902-1994). Dat is wat wij uitgebreid uitgelegd kregen in de colleges van Wetenschapsfilosofie die we hebben gevolgd aan het Hoger Instituut voor Wijsbegeerte te Leuven.  Voortdurend proberen collega’s de nieuwe stellingen van anderen te beproeven, onderuit te halen. “Op die manier worden fouten en wordt “de waanzin” uit de wetenschappelijke stellingen gehaald”, zo doceerde ons professor Herman Roelands.

 

Charles Darwin

Hoe meer bepaalde onderzoeken en bevindingen indruisen tegen algemeen aanvaarde opvattingen, en tegen gevestigde belangen, hoe harder de kritiek zal zijn, en hoe ernstiger en zorgvuldiger de wetenschapper die een nieuwe theorie opstelt, zal moeten te werk gaan. Denk aan Charles Darwin, die wel dertig jaar in het geheim werkte aan zijn Evolutietheorie. Hij besefte immers algauw dat zijn bevindingen de traditionele visie op de mens in de theologie, in de godsdienst, ging op zijn kop zetten. De mens blijkt een wezen dat in de eerste plaats voortkomt uit de gehele schepping, een wezen dat zeer nauw verwant is aan de andere dieren die de biosfeer rijk is. De veronderstelde directe link met een Bijbelse God bleek minder sterk dan negentien eeuwen lang werd aangenomen. Darwin lette goed op heel  die tijd zijn naam en faam van ernstige, betrouwbare wetenschapper te bewaken en voortdurend te verdienen.

 

Einstein

Een ander fenomenaal geval betreft de relativiteitstheorieën die Albert Einstein opstelde. Daaruit bleek dat een mens die zijn hele leven lang, pakweg tachtig jaar, in een trein aan hoge snelheid zou reizen en dus in beweging is, op het einde van zijn leven een klein beetje jonger zou zijn dan zijn tweelingbroer die zich minder verplaatste. Het licht van de zon, zo bleek, heeft een massa, wat meebrengt dat het kan afgebogen worden in de buurt van grote kosmische lichamen als sterren. Ook na herhaalde experimenten en kritische onderzoekingen van andere astronomen, fysici en wiskundigen, bleek het model van Einstein overeind te blijven, ondanks het fabelachtige karakter ervan.

 

 

De medische wereld

De medische wetenschap is een ander, apart verhaal. Omdat de mens zowel lichaam, materie is als geest en persoonlijkheid. De stemmen die opgaan om de mens op “holistische” manier te benaderen, winnen al decennia gestaag aan belang. Meer en meer ziekten blijken niet louter lichamelijke fenomenen, maar zij worden beïnvloed door de persoonlijkheid en het gedrag, door angsten en stress bijvoorbeeld, van de persoon in kwestie. Dat is het zogenaamde psycho-somatische aspect. In ons eigen taalgebied heeft de psycholoog en ervaringsdeskundige Bob Vansant de ogen geopend voor het feit dat zelfs maatschappelijke toestanden, zoals de ratrace en de werkdruk, bepaalde mentale kwalen kunnen opwekken, zoals in het geval van depressie. Zelfs bij wat als de meest ernstige aandoening werd beschouwd door de grote pionier van de psychologie, Sigmund Freud (1856-1939), de psychose, speelt dit effect. Zij brengt het verlies van greep op de werkelijkheid mee vanwege door elkaar lopende betekenissen. Psychose kan door ontzettende ontberingen worden veroorzaakt, maar ook door een groot ‘misverstand’ tussen mensen. Het steeds terugkerende probleem, dat tegelijk een groot voorrecht en een voordeel, een rijkdom inhoudt, is dat de mens bij uitstek het wezen, de soort is van de ‘betekenis’. De mens is het enige dier dat voortdurend met ‘symbolen’ werkt.

 

Naakte feiten bestaan niet

Daaruit volgt dat een feit voor een menselijk wezen nooit een naakt, biologisch of materieel feit is. Zo kan voor de ene vrouw, voor het ene paar de komst van een kind een groot geluk, een feest ‘betekenen’, en voor de andere een regelrechte ramp. In de sfeer van de seksuologie wijzen wetenschappers er op dat bij de mens een feit nooit louter ‘biologie’ is, maar altijd ook ‘biografie’. Onze levensloop, de ontmoetingen die wij hebben en de opvoedingssituatie, zij bepalen in grote mate mee hoe wij tegenover seks staan, wat wij fijn vinden, en wat niet. Seks is niet altijd hetzelfde. Een duidelijk voorbeeld is de verandering die de ‘betekenis’ van seksualiteit heeft gekregen door de komst van breed verkrijgbare en doeltreffende anticonceptiva. Erotiek voor het plezier, het werd plots goed mogelijk. De eeuwenoude wet van het christendom, dat je moest opletten met (overmatig) genot, dat je oog moest hebben voor de sacrale dimensie van de lichamelijke versmelting, en dat seksuele interactie moest gericht zijn op de komst van de baby, raakte danig ondergraven. Ook een fenomeen als tabak zal voor de ene mens een heel andere lading en betekenis dragen dan voor de andere. Omdat de mens met betekenissen werkt, is het van groot belang in welk “taalspel” iets ter sprake komt. Naargelang de context kan een zinnetje als “de deur staat open” drie, vier zeer verschillende betekenissen hebben.

 

Het levensbeschouwelijke kader

Deze voorbeelden maken duidelijk dat elke benadering, elk referentiekader, zijn voordelen en zijn nadelen heeft. Ik verwijs zelf vaak naar de spirituele achtergrond van onze westerse cultuur en beschaving als we op zoek gaan naar de oorzaken van de natuurvernietiging die de laatste eeuwen in toenemend tempo is gebeurd. Indien onze cultuur al die tijd een religie had aangehangen die meer het respect, de eerbied en de liefde voor landschap, bomen, dieren en natuurelementen had onderstreept, zoals de levensbeschouwing aangehangen door de Noordamerikaanse Indianen, was het nooit zo ver kunnen komen. Onze kapitalistische cultuur, waarin de natuur hard en volkomen ten dienste van de mens en zijn materiële comfort wordt ingeschakeld, met inzet van gevorderde wetenschap en performante technologie, is een heel andere kant op gegaan. Dit ons systeem heeft zeker veel goeds meegebracht, maar blijkt intussen de tak af te zagen waarop wij met z’n allen gezeten zijn. De uitputting van de  ertsen, de onafbreekbare plastics, de vervuilde lucht, het voor altijd uitsterven van prachtige en inspirerende diersoorten, de klimaatontregeling, zelfs kunstlicht blijkt gevaarlijke nadelen mee te brengen, wie geen zicht meer behoudt op de sterrenhemel, gaat vlotter bepaalde fouten maken. De rij ziet zich aangevuld met een rist mentale aandoeningen die in een traditionele, meer natuurverbonden en rond kleine gemeenschappen opgebouwde cultuur niet zouden opduiken. Het dragen van het mondmasker, niet mogen plaatsnemen op zitbanken, het gevaar voor het leven en het faillissement van bedrijven, het zijn lastige zaken. Maar er is veel meer aan de hand.

De corona-sars-crisis laat intussen het belang en de betekenis van “de wetenschapper” en de wetenschap met grotere helderheid oplichten dan voordien. Ik hoop dat mijn uitleg wat helderheid heeft mogen scheppen, en anderzijds respect voor de maatregelen mag bevorderen. Het belangrijkste lijkt me dat wij creatief en slim omgaan met de crisis, met de beperkingen, want een grote crisis hadden wij al erg lang niet meer gehad. Elke crisis heeft een keerzijde als kans, als reality check. Nu is het zaak elkaar te steunen waar de crisis pijn doet. Zelf heb ik meer aankopen verricht bij de kleinhandel om haar te steunen. Ik heb de last, maar ook de voordelen ontdekt van een dagelijks leven met minder persoonlijke contacten. Het is nu zaak een aantal gewoonten tegen het licht te houden, en in eerlijke (zelf)kritiek aan te passen.

De toekomst moet ons handelen mede bepalen,  niet alleen ons comfort van de dag.

Wij leven niet voor onszelf, de aarde is van iedereen, en ook juist van de duizend generaties die na ons komen. In gewone tijden konden wij die belangrijke maar abstracte doelen gemakkelijker van ons afschuiven. Natuurwetenschap en menswetenschap kunnen bij het remediëren en heroriënteren helpen, ook al hebben zij beiden vaak meer beperkingen dan de gewone burger voor mogelijk hield.

De werkelijkheid is veel ingewikkelder, groter en complexer dan de mens kan vatten, ook voor wetenschappers blijft er vaak veel twijfel en onduidelijkheid bestaan.

De expert biedt ons riemen die soms te kort, soms geschikt en soms te lang zijn. Het is aan ons om ermee te roeien, zo goed en zo kwaad als het gaat. Daarbij is zowel een kritische houding naar experten en overheden op haar plaats, als een gezonde dosis nederigheid, gelatenheid en volgzaamheid.

 

Besluit: het nut van kritische zin, nederigheid en verdieping

In  elk geval zijn wij collectief veel van onze zekerheden kwijt. Het is tijd om te veranderen, om na te denken en bij te leren, gedrag aan te passen. Die verandering is vermoeiend. Misschien  is het goed het oor te luisteren te leggen bij solide bewegingen en denkstromingen die al langer kritische geluiden lieten horen bij de gang van zaken; van psychiaters tot milieuactivisten. Ook filosofen en spirituele leiders kunnen ons in de nieuwe chaos wellicht van nut zijn om opnieuw de weg te vinden naar het goede leven in het post-Corona tijdperk. Meer soberheid, genieten van de zogenaamde kleine dingen, het is misschien toch een goed idee. De meest kwetsbare mensen verdienen nu extra steun, zowel van overheden en medemensen met meer financiële en intellectuele slagkracht en vermogen. “Liefde krijgt kansen op het moment dat je op beperkingen gaat stuiten, wanneer de dingen  niet optimaal meer lopen”, dat schreef Dirk De Wachter al in zijn laatste boek in de context van geestelijke gezondheid en persoonlijke liefde.

De coronacrisis is in wezen wellicht veel meer dan een aanval van een nieuw virus. Zij betekent een doorbreken van fouten in het maatschappelijke en ideologische systeem die door sensitieve waarnemers al een hele tijd werden opgemerkt.

Laten wij die kans op verbetering aangrijpen. Zelfs een tijdelijke verwarring en verlies van moed kan op termijn heilzaam blijken. Anders dan in het verre verleden staan wij niet machteloos tegen de dodelijke micro-organismen. Maar we hebben meer inspiratie en advies nodig dan wat medici en microbiologen kunnen leveren. Een grote crisis als deze dwingt de mens en de mensheid tot verdieping.

 

 

Charles Darwin

Creative Commons

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!