Spelling op DeWereldMorgen.be
Schrijftips, Spellingtips -

Spelling op DeWereldMorgen.be

donderdag 27 mei 2010 14:36

Gebruik de officiële spelling van het Groene Boekje, zoals die staat op www.woordenlijst.org.

Bij twijfel kan je online Van Dale raadplegen, al is hun gratis woordenboek eerder beperkt: www.vandale.nl.

De regels van de Nederlandse spraakkunst vind je op de website www.let.ru.nl/ans/e-ans.

Of meer algemeen op www.taaladvies.net of www.taalunieversum.org. Daar vind je ook regels voor de schrijfwijze van buitenlandse aardrijkskundige namen.

Nog een schat van informatie vind je op http://taal.vrt.be.

De lijst hieronder bevat vele voorbeelden die tonen hoe het wel en niet moet. Bij foutieve voorbeelden staat een sterretje*.

Aan elkaar of los?

– samenstellingen met drie woorden worden over het algemeen aan elkaar geschreven: kortetermijnwinst, langetermijnplanning, derdewereldlanden, Noord-Zuidbeweging, Oost-Westtegenstelling,…

– samenstellingen met ‘privé’, ‘anti’ of ‘pro’ worden aan elkaar geschreven: privésector, anticommunist, anticorruptiemaatregelen ; tenzij de leesbaarheid een koppelteken vereist: anti-autolobby, pro-autonomiebeweging ; Je schrijft wel anti-Duits, pro-Amerikaans (samenstellingen met eigennamen)

– VN-Veiligheidsraad, VN-blauwhelmen, VN-missie, Algemene Vergadering van de VN, VN-lidorganisatie, secretaris-generaal van de VN (nooit UNO in het Nederlands)

– ‘ten slotte’ = tot slot, tot besluit, als laatste – ‘tenslotte’ = uiteindelijk, eigenlijk, op de keper beschouwd

– ‘te veel’ is een bijwoord of telwoord, en dus niet hetzelfde als het zelfstandig naamwoord ‘teveel’: een teveel is het tegengestelde van een tekort.

Afkorten of voluit?

– munteenheden schrijf je in het Nederlands altijd met kleine letter en voluit: euro, dollar, pond, yen, frank, dinar, dirham, …

– ‘procent’ schrijf je in een doorlopende tekst altijd voluit, in tabellen als %

– niet ‘WO II’*, ‘WO I’* maar: Tweede Wereldoorlog, Eerste Wereldoorlog, Koude Oorlog

Apostrof of niet?

– Eindigt het grondwoord op een medeklinker, dan wordt de bezits-s er aan vastgeschreven – moeders mooiste, Jans auto, Sarahs fiets

– Eindigt het grondwoord op een open lettergreep, dan moet er een apostrof tussen – oma’s taart, Morricone’s muziek, Lea’s boek

– Wordt de eind-e niet als ee uitgesproken, dan schrijven we de bezits-s eraan vast – Belgiës imago, Spanjes stranden, Turkijes toetreding tot de EU, Guy Poppes boek

– Twijfel je aan de vorming van de bezitsvorm? Gebruik dan een omschrijving: ‘het boek van Shakespeare’

Correct woordgebruik

– ‘terug’ kan alleen als er een beweging mee wordt aangeduid; anders is het ‘weer’ of ‘opnieuw’

– ‘onder anderen’ gaat over personen, ‘onder andere’ over zaken; idem voor ‘beiden’ (personen) en ‘beide’ (zaken); ‘allen’ (personen) en ‘alle’ (zaken)

– een ‘gans’ is een dier, in alle andere betekenissen gebruiken we ‘heel’ of ‘geheel’: in heel Vlaanderen was er chaos op de wegen door de hevige sneeuwval

– gebruik niet ‘absoluut’ om een positief antwoord in te leiden, wel ‘zeker’ of ‘vast en zeker’

– ‘dagdagelijks’* zegt twee keer hetzelfde, ‘dagelijks’ betekent al elke dag!

– ‘trots’ is een neutraal woord. Je kan al dan niet trots zijn op iets of iemand ; ‘fier’ is veeleer een negatieve eigenschap, voor iemand die wat neerkijkt op de rest

– let op het verschil tussen ‘die’ (voor mannelijke en vrouwelijke woorden) en ‘dat’ (onzijdige woorden): de vrouw die, het kind dat

– ‘eerder’ is in de eerste plaats een tijdsaanduiding, het geeft aan dat iets voor een andere gebeurtenis plaatsvond ; anders gebruik je beter ‘veeleer’

– niet “hij doet zoals mij” (= Antwerps dialect), maar “hij doet zoals IK”. Een trucje hiervoor is er een volledige zin van te maken: Hij doet zoals IK (zou doen) ; Ik geef hem hetzelfde cadeau als (ik) HAAR (zou geven).

– ‘quasi’ is GEEN synoniem van ‘bijna’, maar betekent ‘schijnbaar’ in het Nederlands, iets wat niet is wat het eigenlijk lijkt te zijn

– het gerecht (onzijdig) doet ZIJN werk, de regering (vrouwelijk) heeft een beslissing genomen waarmee ZE naar buiten komt, … Twijfel je over het geslacht van woorden, zoek ze dan op in Van Dale of op www.woordenlijst.org.

Correct woordgebruik – werkwoorden

– Niet verwarren: ‘doorgaan’ en ‘plaatsvinden’: een concert vindt plaats op zaterdag, maar: een concert kan NIET doorgaan wegens de ziekte van een zanger

– niet ‘akkoord zijn’, maar akkoord GAAN met iets of iemand. Je kan het wel ‘eens zijn’ met iets.

– een wet is ‘goedgekeurd’ in het parlement na een stemming (niet een wet is ‘gestemd’: een wet kan bij een stemming worden goedgekeurd of afgekeurd)

– een wetsvoorstel of een klacht indienen, niet ‘neerleggen’

– ‘weerhouden’ is een synoniem van ‘tegenhouden’ ; dus niet ‘de kandidaat is niet weerhouden’*, maar ‘de kandidaat is niet geselecteerd’

– ‘bekomen’ kan je van het vele werk of van een zware maaltijd, maar wordt niet gebruikt in de betekenis van ‘verkrijgen’ ; dus informatie kunt u verkrijgen (niet ‘bekomen’) op het volgende adres …

Correct woordgebruik – zelfstandige naamwoorden

– niet ‘bureel’*, maar bureau of kantoor

– ‘fysisch’ (natuurkundig) is niet hetzelfde als ‘fysiek’ (=lichamelijk, materieel).

– niet ‘inkom’*, maar toegang gratis

– niet ‘materniteit’*, maar: kraamafdeling of kraamkliniek

– niet ‘mutualiteit’* of ‘ziekenkas’*, maar: ziekenfonds

– niet ‘syndicaat’* of ‘syndicaal’*, maar: vakbond, vakbondsactie, vakbondsafgevaardigde, …

– niet ‘tewerkstelling’* (tenzij het echt om gedwongen arbeid gaat), maar: werkgelegenheid of arbeid of werk

– niet ‘technieker’, ‘mechanieker’, ‘politieker’, maar wél technicus, mechanicus, politicus (meervoud: technici, politici)

– een opiniestuk van de redactie heet ‘redactioneel’, zeker niet ‘editoriaal’ of ‘edito’

– ‘parlementair’ en ‘universitair’ kunnen alleen als adjectief gebruikt worden. Je spreekt dus van een parlementslid of parlementariër, en van een academicus of universitair geschoolde of gediplomeerde

– let op met het denigrerende gebruik van ‘stam’ als het over Afrikaanse ‘volkeren’ gaat (in het Engels is ‘tribe’ wel nog gebruikelijk, net zoals ‘race’ ; en veel Afrikanen, zeker uit de Engelssprekende gebieden, gebruiken die koloniale terminologie ook nog, maar daarom moeten wij ze nog niet overnemen)

– let op het verschil tussen ‘materieel’ en ‘materiaal’: het treinmaterieel van de NMBS is verouderd, met goed materiaal (= grondstof) kan je kwaliteit maken

– bij een ongeval of een natuurramp kunnen er doden en ‘gewonden’ vallen, geen ‘gekwetsten’ (iemand kan zich gekwetst voelen door een uitspraak of een belediging)

– op het eerste ‘gezicht’, met ‘uitzicht’ op zee, een algemeen ‘uitzicht’ op een stad of een landschap (niet ‘zicht’)

– let op de spelling van comité (Engels: committee), meervoud comités ; maar wel commissie, commissies

– let op het verschil tussen ‘dokter’ en ‘doctor’: de eerste kan je huisarts (= doctor in de huisartsgeneeskunde) zijn, de tweede is een academische graad, net als ‘master’ en ‘bachelor’ of ‘licentiaat’ vroeger

– niet minister van Gezondheid, maar minister van Gezondheidszorg

– een ‘luik’ is een plank om een venster- of deuropening mee af te sluiten (bijvoorbeeld: rolluik), in figuurlijke betekenis gebruiken we beter ‘deel’ of ‘onderdeel’

– een ‘objectief’ kan alleen worden gebruikt bij een camera of fotolens, anders schrijven we ‘doel’ of ‘doelstelling’

– secundaire scholen, middelbare school, lagere school, basisschool, … (niet ‘het middelbaar’)

Getallen

– Schrijf de uuraanduiding in een doorlopende tekst best voluit: de vergadering begon om halfacht ‘s avonds (niet om 19.30 uur). In tabellen kan je wel getallen gebruiken.

– grote cijfers (duizendtallen) vermelden met puntjes tussen de duizendtallen: 1.000 17.899 25.000 100.000 782.200 ; maar 1,6 miljoen 3,8 miljard

Hoofdletter of niet?

– namen van religies en ideologieën schrijf je altijd met kleine letter: christendom, katholieken, protestantisme, islam, confucianisme, liberalisme, socialisme, marxisme, leninisme, maoïsme, … maar wel Joden, het Joodse volk

– namen van functies met hoofdletter, maar ‘minister’ of ‘president’ met kleine letter: bijvoorbeeld: minister van Financiën Didier Reynders (MR)

– windstreken schrijven we met een kleine letter: noorden, westen, oosten, zuiden, zuidoosten,… Maar: het Westen (= de westerse wereld) stond in de Koude Oorlog tegenover het Oosten (= de communistische wereld), de kloof tussen Noord (= de rijke landen) en Zuid (= de arme landen of Derde Wereld) wordt groter

Landen

– de VS (afkorting) IS, maar de Verenigde Staten ZIJN ; de VN zegt, maar de Verenigde Naties zeggen…

– let op de spelling van Groot-Brittannië (dubbele ‘t’ en dubbele ‘n’), anders gebruiken we Verenigd Koninkrijk, wat niet exact hetzelfde is (VK is inclusief Noord-Ierland)

– let op de spelling van Latijns-Amerika, Vlaams-Brabant, Centraal-Afrika, Midden-Oosten, enzovoort, telkens met verbindingsstreepje

Leestekens

– Zet uitspraken van personen (quotes) altijd tussen dubbele aanhalingstekens: De minister verklaarde: “De euro staat onder druk.”

– Na een vraag komt altijd een vraagteken (?)

– Zet na een titel nooit een punt

– Wees spaarzaam met uitroeptekens

Meervoud

– het meervoud van ‘expert’ is ‘experts’ (uitspraak op z’n Frans) Dus ook een ‘commissie van experts’ en niet een ‘expertencommissie’*

– niet ‘studies’ (‘études’ in ‘t Frans, altijd meervoud!), tenzij echt meer dan één studie wordt bedoeld. In andere gevallen gebruik je ‘studie’ in het enkelvoud

– niveau – niveaus ; cadeau – cadeaus ; bureau – bureaus

Schrijffouten

– let op de spelling van verrassend, verrassing (met dubbele ‘r’, anders wordt er iemand verast)

– VN-Millenniumdoelstellingen, met twee ‘ll’ en twee ‘nn’ in millennium

– let op de spelling van samenstellingen met ‘tijd’: toentertijd, indertijd, terzelfder tijd, tezelfdertijd, tegelijkertijd, tegelijk, gelijkertijd

– inderhaast, tegemoetkomen, tegemoetzien

– professioneel (één ‘f’ en twee ‘ss’), professor, professoraal, …

– let op spelling van gezamenlijk, met ‘n’

Stijl

– let op met het verschil tussen u / je of jou / uw / jouw ; gebruik nooit in één tekst ‘je’ en ‘u’ door elkaar (= stijlbreuk)

– na de aanspreking ‘geachte’ (formeel) en ‘beste’ (informeel, voor vrienden of bekenden) MOET er altijd een naam volgen

Verbindingsstreepje of niet?

In het Nederlands gebruiken we vaker verbindingsstreepjes dan bijvoorbeeld in het Engels:

– in samenstellingen met een woordgroep die eindigt op een symbool, letter of cijfer: ‘VN-rapport’

– in samenstellingen met een anderstalige woordgroep zetten we streepjes tussen de anderstalige delen: ‘Human Rights Watch-onderzoek’

– samenstellingen met eigennamen: de regering-Balkenende, de regering-Obama (niet ‘administratie’)

– afleidingen van en samenstellingen met aardrijkskundige namen behouden de spelling (hoofdletters, spaties, koppeltekens) van het grondwoord: dus wel West-Vlaams, Zuid-Limburger, Groot-Antwerpenaar, maar:New Yorker, Costa Ricaans, Middellandse Zeegebied.

Voorzetsels

– niet ‘in bijlage’*, maar: ALS bijlage of (nog beter) hierbij, ingesloten, bijgevoegd,…

– Vermijd ‘rond’ zoveel mogelijk. Je gebruikt beter ‘over’: we discussiëren over een onderwerp, tenzij we rond de pot draaien …

– Het is kwart OVER acht, niet ‘kwart na acht’*

– iets verkopen TEGEN of VOOR een bepaalde prijs, niet ‘aan twee euro per stuk’*

– we protesteren TEGEN iets: de betogers riepen: “Neen TEGEN de oorlog”, niet ‘aan’*

– het congres vindt plaats IN Gent, niet ‘te’* Gent

Werkwoorden

– let op met werkwoorden die vaak als voltooid deelwoord voorkomen (zoals het werd BEPAALD, het is GEBEURD,…). In de tegenwoordige tijd is het: ‘hij BEPAALT’, ‘het GEBEURT’

– bij ‘een aantal’, een tiental en andere ‘-tallen’ staat het werkwoord in het ENKELVOUD staan. Dus niet: ‘Een tiental mensen komen’*, maar wel: ‘Een tiental mensen komt’.

– vier op DE tien mensen LEEFT onder de armoedegrens ; 40 procent HEEFT geen levensverzekering ; twee derde IS geslaagd (procenten en breuken altijd met werkwoord in enkelvoud)

Woordcombinaties

– niet ‘in functie van’*, maar: met het oog op, naargelang, …

– niet ‘zeker en vast’*, maar ‘vast en zeker’

– niet ‘wetens en willens’*, maar ‘willens en wetens’

– niet iets ‘naar voor’* schuiven, maar ‘naar voren’

Zinsconstructies

– vermijd zoveel mogelijk ‘men’. ‘Men’ komt zeer onpersoonlijk en vaag over en is het Nederlands niet zo gebruikelijk (in tegenstelling tot het Frans!)

– vermijd zoveel mogelijk het gebruik van passieve constructies; maak zinnen actief: wie doet wat?

– hulpwerkwoorden bij één voltooid deelwoord moeten samen blijven. Dus niet ‘kan omschreven worden’*, maar: ‘kan worden omschreven’ of ‘omschreven kan worden’

– volgen twee werkwoorden elkaar op, en gaat het niet om een verbinding van een hulpwerkwoord en voltooid deelwoord? Zet er dan altijd een komma tussen. Bijvoorbeeld: ‘Terwijl hij sliep, vluchtte zij de deur uit.’

– opletten dat je in een artikel niet begint te spreken over ‘ze doen, ze organiseren’, als je een organisatie bedoelt: ze doet, (enkelvoud), ze organiseert, ze zegt, …

Ken je zelf nog mogelijke knelpunten, heb je vragen of een opmerking? Geef dan commentaar! Op basis van de reacties werken we deze tekst voortdurend bij.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!