Somalische vluchtelingen rondom Dadaab. Een verhaal gebaseerd op cijfers van UNHCR
Vluchtelingen, Kenia, Somalië, Hoog Commissariaat der Verenigde Naties voor Vluchtelingen, Dadaab, Hongersnood afrika -

Somalische vluchtelingen rondom Dadaab. Een verhaal gebaseerd op cijfers van UNHCR

dinsdag 6 september 2011 16:41

De Hoorn van Afrika kent een zware droogte. Midden juli 2011 gaf UNHCR mij een rondleiding in de vluchtelingenkampen rondom Dadaab, Kenia. Duizenden Somalische vluchtelingen komen hier dagelijks toe omdat in hun land de voedselallocatie niet adequaat verloopt. Hieronder volgen enkele feiten, gebaseerd op rapporten die UNHCR mij in Dadaab overhandigde.

Het eerste vluchtelingenkamp in Dadaab, een klein dorpje in Kenia vlakbij de Somalische grens, werd opgericht in 1991. Dat was het jaar dat Siyad Barres 22-jaar oude regering, gesteund door de Sovjet-Unie, in Somalië werd omvergeworpen. Rivaliserende clans in Somalië slaagden er niet in om het machtsvacuüm op een adequate manier in te vullen, waardoor het land, wederom, in een burgeroorlog terecht kwam. Een burgeroorlog die tot op de dag van vandaag nog steeds aanhoudt, en waarvan de gevolgen nog dagelijks de geschiedenis maken.

Ondanks de officiële sluiting van de Keniaans-Somalische grens in januari 2007, zijn er sinds dat jaar  meer dan 200.000 vluchtelingen aangekomen in Dadaab. Zij worden door de UNHCR, de Verenigde Naties Hoge Commissaris voor Vluchtelingen, en tal van andere NGO’s opgevangen en ondergebracht in drie vluchtelingenkampen: Ifo, Dahagaley en Hagadera. Tussen januari 2010 en januari 2011 kwamen er maandelijks 5.000 individuen toe in Dadaab. Maar vanaf januari 2011 begon dat aantal toe te nemen, van 9.000 per maand tot een verdrievoudiging in juli 2011, het moment dat de droogte in de Hoorn van Afrika echt begon door te wegen en de Verenigde Naties de hongersnood uitriep in zuidelijke delen van Somalië. Op 7 juli 2011 werden er 376.218 vluchtelingen geregistreerd in de drie vluchtelingenkampen, terwijl de capaciteit van elk kamp maar lag op 30.000 vluchtelingen. Daardoor leven er nu 59.173 vluchtelingen in de buitenwijken van de kampen, 32.250 in Ifo, 19.780 in Dagahaley en 7.143 in Hagadera. Dit in slechte omstandigheden.

De nieuwe influx van Somalische vluchtelingen, voornamelijk vrouwen en kinderen, zijn boeren en pastoralisten van de lage Juba regio en stadjes in en rondom Dhobley town. Hun voornaamste redenen voor het vluchten zijn de droogte, voedselonzekerheid en geweld in de streken dichtbij de Keniaanse grens. Bij aankomst in Dadaab dienen de vluchtelingen zich, na wandelingen van langer dan 10 dagen in de droge en zanderige grensstreek, aan te melden bij het Departement voor Vluchtelingenzaken (DRA) van Kenia. Dit departement was tot voor kort gecentraliseerd aan het Ifo-kamp. Maar doordat de kampen allen kilometers uit elkaar liggen, en daardoor vluchtelingen zware omwegen moesten maken om zich te registeren, beslisten de UNHCR, het DRA en vertegenwoordigers van het Wereldvoedselprogramma in een emergency meeting om de receptie te decentraliseren naar alle kampen. Deze herziening zorgde ervoor dat de identificatie en registratie van de vluchtelingen efficiënter verliep en dat men sneller werd voorzien van een medische behandeling en energierepen HEB/BP5. Broodnodig, want sinds juli 2011 staan er aan elk punt dagelijks 1.300 uitgeputte asielzoekers te wachten. Echter, door de stringente overbevolking in de kampen wordt hun leven er niet beter op.

In maart 2011 werd door Medicins Sans Frontières-Zwitserland, het Internationaal Comité van het Rode Kruis en het GIZ, de German Company for International Cooperation een onderzoek gedaan naar de nutritionele gezondheid van de Somalische vluchtelingen. De gemiddelde mate van ondervoeding in de drie kampen werd geschat op 23% middelmatig, 10,3% ernstig tot 2,25% zeer ernstig ondervoed. Tot deze laatste categorie behoren voornamelijk kinderen onder de vijf jaar. Sinds dit onderzoek werden er supplementaire en therapeutische voedingsprogramma’s opgestart en zogenaamde stabilisatiehospitalen opgericht in elk kamp. Maar door het recente karakter ervan klagen vele NGO’s en UNHCR van een tekort aan werkingsmiddelen, arbeidskrachten en convergentie.

De veiligheidssituatie in en rondom de kampen gaat er bovendien op achteruit. Tussen januari en juni 2011 werden er 358 incidenten vastgesteld van seksueel en gender gebaseerd geweld. Dit terwijl er het jaar voordien tijdens dezelfde periode 75 dergelijke feiten werden vastgesteld. Ook de criminele activiteit en competitie voor zeldzame goederen nemen toe. Bij de Keniaanse regering en ontwikkelingswerkers heerst er bovendien de schrik voor infiltratie van Al-Shabaab rebellen in de kampen. Dit was de voornaamste reden waarom de Keniaanse regering lang heeft getwijfeld om het Ifo2-kamp te openen. Het Ifo2-kamp is een geografische ruimte nabij Ifo kamp. Door internationale druk werd het Ifo2-kamp toch geopend, waardoor vandaag de dag reeds 18.000 vluchtelingen daar hebben plaats genomen. Echter, de dreiging van infiltratie Al-Shabaab rebellen blijft  vele organisaties zorgen baren.

Om radicalisering te vermijden werden er in de kampen scholen opgericht. In de drie kampen zijn er 19 primaire, zes secundaire, zes private en enkele religieuze scholen. Daarnaast kan men er ook drie bibliotheken terug vinden. Het geringe aantal scholen zorgt er echter voor dat ze sterk overbevolkt zijn. Dat terwijl van alle aanwezige kinderen tussen 5- en 13 jaar oud in de kampen, slecht 42% school volgt. Voor de secundaire schoolgangers (tussen 14 en 17 jaar) neemt slechts 10% van het totaal plaats aan de schoolbanken. Daarentegen zitten momenteel gemiddeld 97 kinderen in een klas tijdens de lessen, en moeten leerlingen hun lessenaar delen met 5 medeleerlingen. Volgens berekeningen van het UNHCR moeten er, al wil men elk kind in het kamp van onderwijs voorzien, 75 nieuwe scholen en 1.800 nieuwe klassen gebouwd worden. Naast de infrastructuur, moeten er ook meer leerkrachten opgeleid worden en tekstboeken en additioneel lesmateriaal worden aangekocht.

De internationale gemeenschap staat dus voor zware uitdagingen, op verschillende terreinen. In een rapport dat in juli 2011 door het UNHCR werd vrijgegeven worden tal van problemen aangekaart. Het gebrek aan convergentie tussen de werking van de aanwezige NGO’s, het tekort aan krachtvoeding voor net aangekomenen, het  gemis aan werkkrachten en uitrusting, het deficit aan plaats om alle vluchtelingen te settelen en de inadequaatheid van de diensten die worden voorzien aan vluchtelingen die rondom de kampen moeten plaatsnemen. De meest markante vaststelling was dat “the current humanitarian response may not be sustainable if the trend of arrivals is maintained for two or three more months.”

De Keniaanse regering heeft daarenboven bijkomende zorgen. Door de langdurende oorlog in Somalië hebben vele Somaliërs hun toevlucht gezocht in het land. Grote delen van het noordwesten van Kenia, zoals Garissa, worden uitsluitend bevolkt door Somaliërs, die er een strenge vorm van de Islam op nahouden. Bovendien worden delen van Nairobi, zoals Eastleigh, volledig overgenomen en opgekocht door Somaliërs. Het geld om bijvoorbeeld luxueuze hotels te kopen komt rechtstreeks van het geld dat Somalische piraten buit maken. Een goede manier immers om zwart geld terug in omloop te krijgen. 

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!