Socialisme =

Socialisme =

woensdag 22 juni 2011 19:45

Als we willen begrijpen wat socialisme is, moeten we terug naar de oorsprong. Terugkijkend in de tijd merken we dat de industriële revolutie aan de basis ligt van een leegloop van het platteland.  Die nieuwe stedelingen vinden werk in de opkomende industrie. De burgerij had na de Franse revolutie de politieke macht veroverd en kon zich nu ongeremd uitleven. Dit markeert met andere woorden de definitieve doorbraak van het kapitalisme.

De burgerij had niet alleen de politieke macht maar beheerste de economie of anders gezegd, zij was de bezitter van de machines en de fabrieken, de productiemiddelen genoemd  . Door het inschakelen van arbeiders die voor een vast dagloon werken, verzekerde de burgerij zich dan ook van het gros van de winsten.  Daar zij die winsten onmogelijk helemaal konden consumeren gebruikten ze dit kapitaal om opnieuw te investeren in … fabrieken en machines. Dit proces van steeds opnieuw investeren wordt door Karl Marx ‘accumulatie van kapitaal’ genoemd.
.
De burgerij, die we dus rustig kapitalistisch mogen noemen, ontdekt op die manier de nieuwe economische logica. Zij wil haar winsten maximaal opdrijven door onder andere de productiekosten te drukken. Het trieste gevolg daarvan is het ontstaan van het lompenproletariaat.  De toestand van die negentiende-eeuwse arbeiders en werklozen is onder andere beschreven in Louis Paul Boons meesterwerk : Pieter Daens. In de reactie op die onmenselijke miserie kunnen de arbeiders slechts de macht van hun aantal gebruiken. Daar ze geen belastingen betalen, kunnen ze als gevolg van het cijnskiesstelsel geen politieke macht veroveren. Ze komen in opstand tegen de uitbuiting en beginnen zich te organiseren. Zo ontstaan her en der arbeidersverenigingen. Deze arbeidersverenigingen zijn de voorlopers van de huidige vakbonden en indirect ook van de socialistische partijen. 

Klassenstrijd !
De onmenselijke levensomstandigheden van de werkende mensen gesteld tegenover de immense luxe en macht die de Bourgeoisie tentoonspreidt, leidt tot een klassenbewustzijn.  De arbeiders worden zich langzaam maar zeker bewust dat er een grote tegenstelling is tussen hun uitzichtloze, machteloze situatie en die van  oppermachtige patroons. Het cijnskiesstelsel maakt hen, zoals eerder al gezegd, politiek monddood.
De arbeidersklasse sluit zich aaneen en  de eerste internationale wordt opgericht : “Dit was een internationaal verbond van socialisten, gesticht te Londen op 28 september 1864. De aanhangers van Karl Marx (die zich vanaf de jaren 1870 marxisten gingen noemen) vormden de voornaamste stroming”.*
Karl Marx en zijn vriend Friedrich Engels hadden het in het Communistisch Manifest over de klassenstrijd. Dit is de strijd die het gevolg is van de grote klassentegenstelling tussen de burgerij en de werkende klasse.
 

*Wikipedia

Antikapitalistisch en zo veel meer
Een en ander heeft tot gevolg dat we het socialisme als antikapitalistisch moeten omschrijven. Waar het kapitalisme bijvoorbeeld het privébezit centraal stelt en de vrijheid van het individu, voert het socialisme de collectiviteit in het vaandel.
Daarom ook werd de stichting van de eerste internationale als noodzakelijk ervaren. Collectiviteit en internationale solidariteit worden als onontbeerlijk gezien voor het welslagen van de bevrijding van de arbeidersklasse. Het socialisme is dus internationalistisch en niet nationalistisch. Het nationaalsocialisme heeft dan ook van Europa een puinhoop gemaakt !
Doordat voor het socialisme de solidariteit van ‘alle werkers van de wereld’ van het allergrootste belang is, kan het socialisme alleen maar antiracistisch zijn en als je er even op doordenkt moet zij bijgevolg ook antiseksistisch zijn.
Dit alles is eigenlijk nogal logisch : Het socialisme steunt niet op de macht van het geld -het kapitaal- maar op de macht van het getal dus is het noodzakelijk zoveel mensen als mogelijk achter de ideeën en idealen van deze ideologie te verzamelen. Tenslotte zitten alle loontrekkers in hetzelfde schuitje.
Het socialisme heeft als doel de productiemiddelen in handen te geven van iedereen, ze met name te collectiviseren. Omdat, zolang deze in privé-handen zijn, er een democratisch deficit is. Zolang de loontrekkende geen zeggenschap heeft in het economisch gebeuren zullen zijn noden en rechten geschonden worden. de productie onder democratische controle brengen is een absolute noodzaak om een einde te stellen aan de suprematie en de eventuele willekeur van de bezittende klasse. De economie in handen van de werkers is meteen ook de macht in handen van die werkers.

Hoe zit het nu vandaag ?
De arbeiders vormen, in de maatschappij die ontstaan is na de industriële revolutie, duidelijk een aparte klasse. De burgerij ziet hen voornamelijk als middel, als onderdeel van het productieproces.
Denk eraan dat men spreekt in termen van ‘arbeidsmarkt’. Die benaming is kenschetsend en illustreert eigenlijk glashelder hoe de heersende burgerij, het patronaat, de kapitalist zich uitlaat over het noodzakelijk kwaad dat  loontrekkers  voor hen slechts zijn. Inderdaad is de loonwerker of arbeider slechts een middel voor die heren. Het middel bij uitstek dat hun winsten produceert.  Arbeidskracht wordt gehuurd op de arbeidsmarkt en dat liefst tegen de laagst mogelijke prijs. Weet dus ook dat alle middelen goed zijn voor ondernemers om de lonen laag te houden. Na de tweede wereldoorlog, bijvoorbeeld, werden Italiaanse en Spaanse arbeiders aangetrokken om hier in de mijnen en de zware industrie te komen werken. De benodigde arbeidskracht was onvoldoende voorradig op de binnenlandse markt. Deze schaarste zou de lonen al teveel doen stijgen hebben, wat ook loondrift genoemd wordt.  De oplossing daarvoor was eenvoudig : Gastarbeiders. Later kwamen daar nog Grieken, Turken en tenslotte Marokkanen bij.
Nog een probaat middel om de lonen laag te houden is het creëren van wat Karl Marx het reserveleger noemt. Een constante hoeveelheid werklozen houdt mooi de looneisen in toom! Ook nog willen werkgeversorganisaties (VBO enz.) het aantal ambtenaren verminderen. Het is hen een doorn in het oog dat deze mensen niet voor hen beschikbaar zijn en bovendien een vast statuut hebben en dus een goede bescherming genieten. Dat vinden zij niet bepaald het goede voorbeeld. Alles wat hun winsten kan schaden, alles wat hen op die weg hinderlijk is, moet uit de weg geruimd. Geloof me, het kapitalisme kent geen genade! Maar ze hebben nog meer middelen tot hun beschikking om ons loon laag te houden. Het vervangen van de mens door machines is er één van.
Een ander ultiem middel is het dreigen met delokaliseren. Ondernemingen verhuizen dan naar lage loonlanden. Vreemd eigenlijk dat ondernemers het in die omstandigheden nooit hebben over concurrentievervalsing. Europese instellingen waken er angstvallig over dat lokale overheden met subsidies, lastenverlagingen en andere voordelen niet zorgen voor concurrentievervalsing maar als het op lonen aankomt, wordt in diepe stilte gezwegen! Ook hier weer zien we dat het welzijn van de gewone mensen niet bepaald hun eerste zorg is.

De winsten zijn steeds prioritair en dit bewijst maar weer dat arbeiders, of tegenwoordig alle gewone loontrekkende mensen, een andere klasse zijn dan zij die de productiemiddelen in handen hebben. Hoewel onze situatie helemaal niet meer te vergelijken is met de toestanden die heersten in de 19de eeuw, toch zijn de verhoudingen dezelfde gebleven. Als je de toestand op wereldschaal bekijkt, merk je algauw dat er niet veel veranderd is. Denk maar aan de miserie in Haïti, Kongo, Soedan en vul zelf maar aan.

Sociaaldemocratie en communisme
Toch hebben de meeste mensen het in West-Europa eigenlijk goed vanaf de jaren zestig van de twintigste eeuw. De jaren na de tweede wereldoorlog waren de jaren van wederopbouw. De economie nam een hoge vlucht. Ondertussen was er op sociaal vlak veel ten goede veranderd. Sinds de stichting van de Belgische Werklieden Partij in 1885 is er mede door de strijd van de vakbonden grote vooruitgang geboekt.
De BWP is zoals de meeste West-Europese socialistische partijen reformistisch. Dat wil zeggen dat ze het socialisme willen bereiken langs parlementaire weg en door middel van hervormingen. Inderdaad heeft de gemiddelde werknemer het een hele periode beter. Hier in België mogen we ervan uit gaan dat arbeiders eigenlijk tot de middenklasse behoren. Het moet wel gezegd dat de sociaaldemocratie in West-Europa een flinke duw in de rug heeft gekregen door de aanwezigheid van de Sovjet-Unie aan zijn oostflank. Tenslotte had het rode leger een flink aandeel in de nederlaag van Nazi-Duitsland. Het communisme had dan ook nooit zoveel aanhang als na de 2° wereldoorlog. Veel intellectuelen verklaarden zich op zijn minst marxistisch. Het communisme genoot groot respect ook vanwege het verzet dat zij, samen met socialisten, georganiseerd hebben tijdens de oorlog.
In tegenstelling tot de sociaaldemocratie is het communisme niet reformistisch maar revolutionair. Communisten gaan ervan uit dat het socialisme niet kan bereikt worden via parlementaire weg maar dat dit enkel kan door een omwenteling of revolutie. De Oktoberrevolutie in Rusland is daar een voorbeeld van. Ook China en Cuba werden via verzet,  door opstand, socialistisch.
Ondertussen weten we hoe het afgelopen is met de USSR. Velen menen dat ook China definitief de kapitalistische weg is opgegaan. Enkel Cuba en Vietnam kunnen wellicht nog klassiek socialistische staten genoemd worden. Over het compleet geïsoleerde Noord-Korea wil ik het even niet hebben. Het uiteenvallen van de USSR werd in het westen beschouwd als de triomf van het superieure kapitalisme. Men had het zelfs over het einde van de geschiedenis. De socialistische partijen van West-Europa weten het even niet meer. De meeste partijen schuiven op naar rechts, worden minder socialistisch. Tony Blair een socialist noemen zou een grove leugen zijn. Communistische partijen vallen nog slechts met een vergrootglas te bespeuren.

Crisis
Het kapitalisme triomfeerde. Het Oostblok viel uiteen, er kwamen vrije verkiezingen en rechtse partijen kwamen aan de macht. De vroegere communistische partijen transformeerden zich hier en daar tot sociaaldemocraten. Het zag er bijzonder goed uit ware het niet dat een vreselijk neveneffect van de vrije markteconomie roet in het eten kwam gooien in 2008 : De huizencrisis in de USA.
Deze crisis is niet zomaar uit de lucht komen vallen. deze crisis is geen geïsoleerd mankement. Het kapitalistisch systeem is al een hele tijd zwaar ziek. In 1973 brak de oliecrisis uit. De hoogconjunctuur van de jaren ’60 was daarmee voorgoed van de baan. De economie sputterde, er werden massaal veel mensen afgedankt. De hoge werkloosheid duwde de staatskas van, onder andere, België diep in het rood. Besparingsronde na besparingsronde bezwoeren politici ons dat het einde van de tunnel in zicht was. Om de economie weer aan te zwengelen werden ondermeer de bancaire en financiële regels die in de jaren ’30 opgesteld werden na de toenmalige beurscrash, weer afgevoerd. Dit stelde de financiële instellingen er opnieuw toe in staat verregaande risico’s te nemen. Onzekere hypotheken werden verpakt in ondoorzichtig samengestelde financiële producten. Deze producten
werden over de gehele wereld verhandeld. Door het optrekken van de basisrente door het ‘FED’, zeg maar de Amerikaanse nationale bank, werd de intrest op de aanpasbare hypotheken mee verhoogd. Massa’s mensen konden hierdoor niet langer afbetalen. Ze werden uit hun huizen gezet en door een overaanbod aan huizen stortte de huizenprijs ineen. De financiële producten waarin die hypotheken verpakt zaten verloren zwaar aan waarde. Een financiële crisis was geboren. Deze crisis ‘besmette’ tenslotte de reële economie en dat is wat we nu beginnen te voelen.
Maar de financiële crisis tastte dus de banken aan. In België was het vooral het verhaal Fortis dat iedereen nog vers in het geheugen ligt. De bank werd genationaliseerd en daarna weer doorverkocht aan Parisbas. In totaal pompte de overheid bijna 20 miljard euro in de banken. Twintig miljard die ze zelf moest gaan lenen. Twintig miljard die  u en ik zullen terugbetalen. Op die manier wordt de gewone burger slachtoffer van de onverantwoorde winsthonger van de banken. Of is het een gokverslaving ? De Griekse overheid moet nu zwaar besparen nadat het ook banken geld had toegestopt. De Griekse staatskas zat al in nauwe schoentjes en  dat dreigt nu ook de euro mee in het dal te trekken.

Socialisme is meer dan ooit nodig !
Heel de crisis toont aan dat een sterke overheid en een goede democratische controle nodig zijn. Het toont aan dat de overheid sleutelsectoren in de economie terug moet nationaliseren ! Als socialisten moeten we pleiten voor een openbare bank, voor een genationaliseerde elektriciteitsproductie. Als socialisten moeten we strijden voor het behoud van onze nationale spoorwegen en voor ons postbedrijf, geen private drinkwatervoorziening en geen waterzuivering door privéfirma’s a.u.b. Dit alles omdat een overheid die niet kan ondernemen een apparaat zonder ‘edele delen’ is. Proper gezegd is een overheid een machteloos ding als het alleen maar om belastingen kan bedelen bij notoire ontduikers en fraudeurs zoals grote multinationals steeds zijn. De crisis toont aan dat de economische analyse van Marx juist was en nog steeds juist is : Het kapitalistisch systeem, de vrije markteconomie wordt niet gestuurd door een onzichtbare hand zoals men ons wil doen geloven.
Neen, het kapitalisme sukkelt van crisis naar crisis en de gewone mannen, vrouwen en kinderen zullen daar steeds de dupe van zijn. Zij zullen ook steeds diegenen zijn die de putten moeten vullen. Steeds worden verliezen gesocialiseerd en winsten geprivatiseerd. Daarom moet onze conclusie duidelijk zijn : De toekomst is aan het socialisme want socialisme = … Het mooiste wat er is!

Bart Desmedt

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!