Schuld en boete in Colombia

Schuld en boete in Colombia

maandag 18 september 2017 15:32

Het vredesproces in Colombia is in volle gang. Het loopt, zoals te verwachten, niet van een leien dakje. Na meer dan 50 jaar een punt zetten achter een wapenconflict is geen sinecure. Eens zover was de beslissing onder de rangen van de FARC-guerrilla om er voor te gaan ontegensprekelijk. Ook de regering ging ervoor en maakte samen met de FARC-leiders afspraken in Cuba, dat het proces ondersteunde. Maar niet iedereen in regeringskringen was gewonnen voor een akkoord. Ondermeer een deel van de volksvertegenwoordigers in het Congres, niet in het minst Alvaro Uribe en zijn aanhang, pikte het niet. Nu moet men weten dat Alvaro Uribe, voormalig president van de republiek, gelinkt is aan paramilitairen en drugsmaffia. En paramilitairen worden dan weer beschuldigd van vele gruweldaden gepleegd tijdens de burgeroorlog. Welnu, sommige gezagsdragers en een deel van de publieke opinie vonden de vredesakkoorden te gunstig opgesteld voor de FARC-strijders. ‘Ze komen er te goedkoop vanaf.’ Ze moesten veel harder gestraft worden voor al het leed waarmee zij het land en de samenleving opzadelden.

 Onze media informeren

Die tendens wordt ongehinderd overgenomen door onze media. Een medewerker van de VRT bezocht onlangs een restaurant waar een FARC-vrouw, een ex-paramilitair en een ex-soldaat vreedzaam samenwerken in de keuken. Spontaan vroeg de journalist  aan de FARC-vrouw of ze geen spijt had van wat ze gedaan had. Nochtans na een burgeroorlog is het meestal zo dat het reguliere leger het leeuwenaandeel van oorlogsmisdaden en misdaden tegen de mensheid op zijn actief heeft. In Guatemala was dat 93 procent, terwijl het gewapend verzet verantwoordelijk geacht werd voor iets meer dan 3 procent. Gegevens voor Colombia circuleren nog niet echt. Ik hoorde een cijfer vernoemen van 17 procent oorlogsmisdaden op rekening van de FARC. Het leger zou er zodoende niet te slecht onderuit komen. Maar dit heeft te maken met het feit dat in Colombia paramilitaire troepen veel ‘werk’ op zich namen, waardoor het leger buiten schot bleef. Officieel werden de paramilitairen in het oog gehouden en soms gestraft. In feite werkten leger en paramilitairen veelal samen of legden elkaar niets in de weg. In werkelijkheid waren ze dus bondgenoten tegen de guerrilla.

 ‘Valse Doelen’

 En wat te denken over de fameuze ‘valse doelen’? Waarbij het leger jonge kerels, burgers, uit hun huizen sleurde, ze verderop afschoot en een wapen in de hand stopte. Daarna rapporteerden de militairen het voorval als zijnde een confrontatie met de guerrilla. Op die manier wilden de betrokken eenheden scoren bij hun meerderen en ‘punten verdienen.’ Anderzijds zijn de gruweldaden van de paramilitairen dan weer niet te tellen.

Waarom gaat de schuldvraag dan automatisch enkel en alleen naar de guerrilla? ‘Omdat zij de ultieme oorzaak zijn van het geweld in het land. Ze hebben de wapens opgenomen tegen de staat. Ze zijn de oorzaak van al die ellende.’

 Drie fasen van geweld

 De vraag die zich daarbij stelt is: waarom hebben ze dat gedaan? Het antwoord is tamelijk eenvoudig en geldt voor zowat alle Latijns-Amerikaanse landen waar guerrillabewegingen opstonden. In het ene land wilden ze een militaire dictatuur aanpakken en in een ander een staat van grootgrondbezitters en machtige bedrijven die de bevolking beletten uit de armoede te geraken. Die situatie was het eerste stadium van geweldpleging. Het geweld van kleine, maar machtige elites die een hele bevolking onder de duim hielden. Dat geweld werd in stand gehouden door het leger dat voor hen ter beschikking stond. Deze eerste fase zouden we agressief geweld kunnen noemen. Tegen dat geweld kwamen guerrilla-eenheden in opstand, al dan niet geïnspireerd door marxistische ideologieën, inheems ‘communitarisme’ (zoals de Zapatisten in het zuiden van Mexico) of de christelijke bevrijdingstheologie (zoals in Centraal-Amerika). Deze tweede fase van tegengeweld zouden we defensief geweld van onderuit kunnen noemen.

Daarop zullen de machthebbers keihard en bloeddorstig terugslaan. Honderdduizenden Latijns-Amerikanen moesten voor de bijl. Ontvoeringen, martelpraktijken in de krochten van de kazernes of op afgelegen plantages van grootgrondbezitters, massale uitroeiing (zoals Mayagemeenschappen in Guatemala).

Deze derde fase van geweld zal uiteindelijk beslecht worden zowel in Colombia als elders in Latijns-Amerika door de ondertekening van Vredesakkoorden. Daarbij worden afspraken gemaakt door de dienstdoende regering, het leger van de staat en het rebellenleger.

Om dan te eindigen waar? Helaas, bij het begin. Want na enkele jaren wordt geconstateerd dat er van de vredesakkoorden in de praktijk weinig terecht komt en de situatie dezelfde gebleven is – mits cosmetische verbeteringen – als die waardoor de tweede fase, het defensief geweld van onderuit ooit ontstond.

Waarom wordt alleen aan de rebellen gevraagd of ze spijt hebben om het leed dat ze het land aangedaan hebben? Terwijl geweten is dat zowel het leger als de paramilitairen ontzettend veel meer en veel afschuwelijkere misdaden gepleegd hebben. Temeer, wanneer men voor ogen houdt dat sinds enkele maanden na de vredesakkoorden in Colombia al een aantal FARC-leden vermoord werden. Iets wat trouwens verwacht werd omdat dit fenomeen zich in het verleden al op hallucinante wijze in het land voordeed. En ondertussen gaan paramilitaire troepen gewoon door met het plegen van misdaden of er nooit een vredesakkoord geweest is.  

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!