Schijt aan de vlag

Schijt aan de vlag

zaterdag 14 september 2019 13:51

Schijt aan de vlag, stront aan de knikker en schurft aan de lor

In onderhavig artikel dat – toegegeven – wat provocatief kan overkomen wil ik de donkerbruine gedachtegang van menige gestalte een handje helpen opdat de wereld eindelijk zou worden zoals zij hoort te zijn: vrank en vrij, en verlost van wroegingen of andere ongerijmdheden.

Dat begint bij de vaststelling dat het toch uiterst vermoeiend is haat te zaaien en op je hoede te zijn voor de niet aflatende stroom van al dan niet goedbedoelende geitenwollensokken dragende wereldverbeteraars(-ters) die het nodig vinden om steeds maar weer die drenkelingen uit het water te gaan vissen of om op te komen tegen de verloedering van onze natuur en de vermeende gevolgen van die verloedering, laat staan dat ze kritiek zouden spuien over het economisch bestel dat de huidige wereld met ons ongeëvenaard egoïsme en onze onverzadigbare honger naar méér toch maar mooi draaiende houdt. Een lange zin die ik met opzet reeds bij het begin van dit artikel plaats om het kaf van het koren te scheiden en aan te tonen dat echt gespuis toch niet verder leest dan vijf of zes woorden en dat ze geen zier geeft om onze nederige Vlaamsche taal die ze nochtans hoog in het vaandel beweert te dragen. Dat maak ik tenminste op uit de alledaagse laag-bij-de-grondse opmerkingen aan het adres van andersgelovigen die mij via allerhande media bereiken.

Nog een geluk dat ons legertje ongeregeld reeds uit duizenden rechtgeaarde vaandeldraaiers bestaat. Zo kunnen de lasten tenminste evenredig en naar eigen vermogen onder de troep(en) worden verdeeld.

Want wij streven naar eenmaking, naar grootsheid en onversaagdheid ten overstaan van de vele problemen die de wereld en het leven in het algemeen ons voor de voeten werpt omdat die ons als bedreigend overkomt. Meer zelfs, ze bedreigen niet enkel ons bestaan, ons leven, maar bovenal onze cultuur die we reeds jaar en dag, wat zeg ik?, reeds eeuwen in ons hart dragen. De gedenkwaardige Slag der Gulden Sporen uit het gezegende jaar 1302 staat ons hierbij nog levendig voor ogen. Alsof het gisteren was. Hoe wij daar met z’n allen den vijand verpletterden en verzopen in het slijk onzer geliefde aarde, met op kop van onze Triomferende Schaar: de Ongebreidelde Breidelaar, onze Heiland, onze gouwleider met het geel-zwarte wapen, ons manusje van alles, de Burgemeester van Wa?

Het vocht schiet me bij die herdenking nog dagelijks in de ogen. En wij zullen niet rusten vooraleer wijzelf rust gevonden hebben in dat groots eengemaakte lapje grond dat zo duidelijk onze identiteit en niet te vergeten onze normen en waarden bewaakt. En wat zullen we niet groots zijn mochten we Adolfs droom verwezenlijken in een museum / canon dat voor eens en voor altijd de werkelijkheid zal weergeven zoals die is: van ons en van niemand anders. Van heinde en ver zal men ons de lof toezwaaien. Met of zonder vlag. En dat we hierbij de reeds bestaande musea zullen moeten kortwieken ten gevolge van een zekere economische realiteit, méér nog dan voorheen reeds het geval was, dan is dat het noodzakelijke kwaad of de zure appel waar we maar doorheen moeten bijten. Of anderzijds kan er altijd nog wel wat beknibbeld worden op dat profitariaat van werkweigeraars en ziekzaligen. Helaas is het grootste kwaad hierbij – het moet gezegd – dat we daarvoor ook de hulp nodig hebben van de andersgelovigen zelf: de liberalen en de tjeven in de eerste plaats. Dat legertje Welwillenden die nog liever hun ziel aan de duivel verkopen dan te moeten inboeten aan de luxe van de macht, want het zijn zij en enkel zij, beste vaandeldragers, die de kruimels opeten en voor de anderen en voor jou niets overlaten.
Het is maar dat je het weet.

Vergeef me mijn geëxalteerdheid hierbij. Ik volg slechts het voorbeeld van de grootsten onzer schrijvers: Consciensce en Cyriel – ik mag die laatste bij de voornaam aanspreken, zo nauw voel ik immers zijn verbondenheid, en ik laat hierbij wijselijk in twijfel staan of het Buysse dan wel Verschaeve betreft. Een handigheidje te danken aan de rijkelijke bekrompenheid van de taal zelf die niet bij machte is uit te drukken wat uit te drukken moet: gevoel.

Dat zal ook wel de reden zijn waarom we steeds zo hard klinken en waarom we zo bot zijn ten overstaan van de andere. Maar eerlijk is eerlijk en de waarheid moet gezegd; wanneer die andere de vuurproef heeft doorstaan en zijn geloofsbelijdenis heeft afgelegd – na vijf of tien jaar, of zolang het ons belieft – dan zullen we hem opnemen in ons midden, dan zal hij gedoopt en eengemaakt worden volgens Onze Belijdenis en zullen we hem niet meer uitmaken voor vuile makak, geitenneuker, zwartendief of dies meer. U heeft mijn woord. Voor wat het waard is.

Hoe we tussentijds het onderscheid zullen maken, dat zijn zorgen voor later. Of toch niet: een eenvoudig merktekentje kan wonderen doen. Ikzelf denk hierbij aan vaandeltjes, rood, groen of geel, al naargelang de stadia dewelke het desbetreffende individu het proces doorlopen heeft. Maar het is niet aan mij om dat uit te maken. Ik zeg enkel dat niets zo leerrijk is als de geschiedenis wanneer je zelf geen verbeelding hebt. Daar kan eventueel wel nog een klauwend leeuwtje bij als van de prikkeldraad rondom onze veilig omheinde gemeenschap.

En wanneer dat Avondland dan uiteindelijk bereikt zal zijn – Heil de Leeuw – dan zal er niemand meer zijn om te bekeren en dan zullen we de zo verlangde rust in ons midden beleven. En wanneer er dan niemand meer is om te koeioneren, dan koeioneren we wel onszelf, want die lust ontneemt niemand ons. Ik zeg niemand. Ik ben er het sprekend voorbeeld van.

Dus neuk de leeuw, neuk de vlag en neuk de lor.

En dan beste vrienden, kameraden, gabbers en andere strijders voor een vrij en onafhankelijk Vloanderen, dan zal het simplisme zegevieren en rest niets ons nog behalve dan het einde te vieren. En daar is sinds kort, dankzij die ongebreidelde voorzienigheid van de markt ook nog een handig hulpmiddeltje voor opgedoken: de zelfmoordpil voor vaandeldraaiers (nu te koop bij uw apotheek / vraag ernaar). Het is een medisch kleinood enkel te gebruiken voor de fanatieksten onder ons en het komt in twee smaken: aardbei of appelsien. Helaas heeft niemand nog kunnen navertellen wat nu de lekkerste is, maar ik weet dat dat je niet zal tegenhouden.

Heil de Leeuw.

 

 

 

Creative Commons

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!