Savoj Žižek over de slachting bij Charlie Hebdo: zijn de slechtsten werkelijk vervuld van gepassioneerde intensiteit?

Savoj Žižek over de slachting bij Charlie Hebdo: zijn de slechtsten werkelijk vervuld van gepassioneerde intensiteit?

woensdag 21 januari 2015 16:17

Hoe wankel moet het geloof van een Islamist wel niet zijn als hij zich bedreigd voelt door een belachelijke karikatuur in een satirisch weekblad, vraagt de Sloveense filosoof zich af.

Nu we allen in shock verkeren na de dodelijke raid op de kantoren van Charlie Hebdo, is het de moment om de moed tot denken bijeen te sprokkelen. We moeten de moorden uiteraard onomwonden veroordelen als een aanslag op de werkelijke inhoud van onze vrijheden, en dit zonder verdoken waarschuwingen (in de trant van “Charlie Hebdo provoceerde en vernederde de Moslims echter wel te vaak”.) Maar dergelijk gevoel van universele solidariteit volstaat niet – we moeten verder denken.

Een dergelijk denken heeft niets van doen met het goedkoop relativeren van de misdaad (in de trant van “Wie zijn wij in het Westen, uitvoerders van vreselijke slachtpartijen in de Derde Wereld, om dergelijke daden te veroordelen”.) Het heeft nog minder van doen met de pathologische angst van veel Westerse vrijzinnige linksdenkenden om zich schuldig te maken aan Islamofobie. Deze valse linksdenkenden doen elke kritiek op de Islam af als een uitdrukking van Westerse Islamofobie; Salman Rushdie werd zo gezien als onnodig provcerend naar Moslims toe en dus (toch deels) verantwoordelijk voor de fatwa die hem ter dood veroordeelde, etc. Het resultaat van een dergelijke houding is wat te verwachten valt: hoe meer Westerse vrijzinninge linksdenkenden zich in dit schuldgevoel wentelen, hoe meer ze er door Moslimfundamentalisten van beschuldigd worden hypocrieten te zijn die hun haat voor de Islam proberen te verbergen. Dit kader reproduceert perfect de paradox van het superego: hoe meer je gehoorzaamt aan wat de Ander van je vraagt, des te schuldiger je bent. Alsof de druk van de Islam op jou groter wordt naarmate je de Islam meer tolereert…

Daarom vind ik oproepen tot matiging in de trant van Simon Jenkins claim in The Guardian waarbij onze taak er in zou bestaan “not to overreact, not to over-publicise the aftermath. It is to treat each event as a passing accident of horror.” ook onvoldoende. De aanval op Charlie Hebdo was niet louter een “passing accident of horror” maar volgde een duidelijk religieuze en politieke agenda en maakt in dat opzicht dus deel uit van een veel groter patroon. Natuurlijk moeten we niet overreageren als dat betekent toegeven aan blinde Islamofobie maar we moeten dat patroon wel genadeloos analyseren.

Wat veel nodiger is dan de demonisatie van de terroristen als heroische suïcidale fanatiekelingen is het ontkrachten van deze demonische mythe. Friedrich Nietzsche zag de Westerse beschaving al lang geleden opschuiven in de richting van The Last Man, een apathisch wezen zonder grote passie of betrokkenheid. Niet in staat om te dromen, moe van het leven, neemt hij geen risico’s en zoekt hij slechts comfort, veiligheid, een houding van onderlinge verdraagzaamheid: “A little poison now and then: that makes for pleasant dreams. And much poison at the end, for a pleasant death. They have their little pleasures for the day, and their little pleasures for the night, but they have a regard for health. ‘We have discovered happiness,’ – say the Last Men, and they blink.”

Het kan inderdaad lijken alsof de breuklijn tussen de verdraagzame Eerste Wereld en de fundamentalistische reactie zich eerder langs de lijn van de tegenstelling tussen een lang en voldoenend leven vol materiële en culturele rijkdom leiden, of zijn leven wijden aan een transcendente Zaak, bevindt. Noemde Nietzsche dit antagonisme niet dat tussen “passief” en “actief” nihilisme? Wij Westerlingen zijn Nietscheaanse Last Men, ondergedompeld in domme dagelijkse pleziertjes, terwijl de Moslimradicalen bereid zijn om alles op te offeren, betrokken in een strijd tot hun zelfvernietiging. William Butler Yeats Second Coming lijkt onze huidige hachelijke situatie perfect te vertolken: “The best lack all conviction, while the worst are full of passionate intensity.” Een uitstekende beschrijving van de huidige breuk tussen anemische liberalen en gepassioneerde fundamentalisten: “the best” slagen er niet meer in om zich volledig te engageren, terwijl “the worst” zich overgeven aan racistisch, religieus en sexistisch fanatisme.

Maar gaat deze beschrijving echt op voor de terroristische fundamentalisten? Wat hen duidelijk ontbreekt en wel aanwezig is bij alle authentieke fundamentalisten, van Tibetaanse Boeddhisten tot de Amish in de VS: de afwezigheid van wrok en afgunst, een sterke onverschilligheid voor de levensstijl van ongelovigen. Als de hedendaagse zogeheten fundamentalisten werkelijk geloven dat ze hun weg naar Waarheid hebben gevonden, waarom voelen ze zich dan bedreigd door ongelovigen, waarom zouden ze hen benijden? Als een Boeddhist een Westerse hedonist tegenkomt, veroordeelt hij nauwelijks. Hij zal slechts goedhartig opmerken dat de zoektocht naar geluk van de hedonist contraproductief is. De terroristische pseudofundamentalisten zijn in tegenstelling tot echte fundamentalisten echter net diep aangedaan, geïntrigeerd en gefascineerd door het zondige bestaan van de ongelovigen. Je voelt dat ze in hun strijd tegen de zondige ander, hun eigen verlangen bestrijden.

Het is daar dat de diagnose van Yeats tekort komt met betrekking tot de huidige situatie: de gepassioneerde intensiteit van de terroristen getuigt van een gebrek aan werkelijke overtuiging. Hoe kwetsbaar moet het geloof van een Moslim wel niet zijn als hij zich bedreigd voelt door een domme karikatuur in een satirisch weekblad? De fundamentalistische Islamistische terreur is niet gegrond in het superioriteitsdenken van de terroristen, in hun wens om hun cultureel-religieuze identiteit te beschermen tegen de felle aanval van de globale consumentenbeschaving. Het probleem met deze fundamentalisten is niet dat wij hen inferieur aan ons beschouwen maar integendeel dat zij zichzelf net heimelijk als inferieur beschouwen. Dat is waarom onze neerbuigende, politiek correcte verzekeringen dat we ons niet superieur voelen hen enkel furieuzer maakt en hun wrok voedt. Het probleem ligt niet in een cultureel verschil (hun inspanning om hun identiteit te vrijwaren) maar in de omgekeerde vaststelling dat de fundamentalisten al als ons zijn, dat ze stiekem onze standaarden en maten al geïnternaliseerd hebben. Paradoxaal genoeg is wat de fundamentalisten mankeren net een dosis werkelijk ‘racistische’ superioriteitsovertuiging.

De recente grillen van de Moslimfundamentalisten bevestigt het oude inzicht van Walter Benjamin dat “every rise of Fascism bears witness to a failed revolution”: de opkomst van Fascisme is het falen van Links, maar tegelijkertijd ook het bewijs van het bestaan van een revolutionair potentieel, een ongenoegen, dat Links niet gemobiliseerd kreeg. En is hetzelfde niet waar voor het zogeheten “Islamo-Fascisme” van vandaag? Correleert de opkomst van het radicale Islamisme niet met het verdwijnen van seculier Links in Moslimlanden? De New York Times berichtte in de herfst van 2009 over de Talibatovername van de Swatvallei in Pakistan als het opzetten van “a class revolt that exploits profound fissures between a small group of wealthy landlords and their landless tenants”. Als “by taking advantage of the farmers’ plight, The Taliban are raising alarm about the risks to Pakistan, which remains largely feudal”, wat weerhoudt de liberale democraten in Pakistan en de VS er dan van om evenzeer voordeel te halen uit deze situatie en de landloze boeren ter hulp te schieten? De trieste implicatie van deze vaststelling is dat de feodale krachten in Pakistan de “natuurlijke bondgenoot” van de liberale democratie vormen…

Maar wat met de kernwaarden van het liberalisme: vrijheid, gelijkheid, etc.? De paradox is dat het liberalisme zelf niet sterk genoeg is om deze te redden van de fundamentalistische aanval. Fundamentalisme is een reactie – een valse, mystificerende reactie natuurlijk – op een echte tekortkoming van het liberalisme en dat is waarom het steeds weer door het liberalisme wordt voortgebracht. Als we het liberalisme behouden zal het zichzelf gestaag ondermijnen – het enige wat haar kernwaarden kan redden is een hernieuwd Links. Om haar belangrijkste erfenis te zien overleven, heeft het liberalisme de broederlijke hulp van radicaal Links nodig. DAT is de enige manier om het fundamentalisme te verslaan, om de grond onder haar voeten weg te slaan.

Als antwoord op de Parijse moorden betekent dat het laten vallen van de zelfvoldane zelfbevrediging van een tolerante liberaal en aanvaarden dat het conflict tussen liberale verdraagzaamheid en fundamentalisme uiteindelijk een vals conflict is – een wrede cyclus met twee polen die elkaar voortbrengen en veronderstellen. Wat Max Horkheimer al in de jaren ‘30 over Fascisme en kapitalisme zei – zij die zich niet kritisch over kapitalisme willen uitlaten moeten ook zwijgen over Fascisme – moet evenzeer toegepast worden op het hedendaags fundamentalisme: zij die zich niet kritisch willen uitlaten over de liberale democratie, moeten ook zwijgen over religieus fundamentalisme.

Bovenstaande tekst is een vertaling van dit Engelstalige artikel. Alle eventuele fouten komen uiteraard volledig voor mijn rekening. In het Engels kwam Islam zonder lidwoord, daarom dat ‘de’ ervoor telkens cursief staat.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!