Sant in eigen land.

donderdag 9 juli 2020 16:01
Spread the love

Beste Meneer Filip

Ik hoor hier dat gij na het schrijven van uw brief aan diene Congolees aanmaningen en zelfs dreigementen hebt teruggekregen. Dat gij nu ook maar over de brug moet komen met regelrechte excuses en herstelbetalingen als waart ge aan de verliezende kant van nen veel te langen oorlog. Wel laat mij het in uw plaats zeggen, Meneer Filip: hoe durven ze!

De mensen zijn echt voor niets meer beschaamd. Ik zou U bij dezen dan ook een hart onder de riem willen steken en u willen vragen om daar vooral niet op in te gaan.
Daar zijn verschillende redenen voor.

Ten eerste, wij weten allemaal dat geld niets uitmaakt, laat staan dat het iets beter maakt. Ten tweede, indien gij geld zou transfereren naar Kinshasa, dat het grootste deel daarvan toch gewoon maar in de zakken zou verdwijnen van den een of den andere, misschien zelfs een paar niet nader genoemde personen.

Let wel, ik zeg dat niet omdat ik denk dat het daar allemaal ordinaire dieven zijn, meneer Filip, neen dat gaat ge mij niet horen zeggen, maar wel omdat wij hen dat juist zo geleerd hebben. En is dat trouwens ook niet hoe het er hier bij ons aan toegaat? Meer zelfs, ik geloof dat dat juist de essentie is van ons geldsysteem, is het niet? Dat bij elk schakeltje in het systeem er wel iets blijft ‘plakken’. Alleen is dat bij het ene schakeltje wat meer dan bij het andere natuurlijk. En, spreekt mij tegen als ik verkeerd ben, meneer Filip, dat hoe hoger ge daar op het laddertje van dat systeem zit, hoe hoger de ‘plakkans’ is.

Ten derde, maar dat is een puur juridische kwestie, ge zoudt den indruk kunnen wekken dat misdaden zomaar kunnen worden afgekocht. Bij leven en welzijn, meneer Filip, maar daar gaan we niet aan beginnen. Want dat ondermijnt elke rechtvaardigheidsbeginsel.

Hoe dan ook, het zijn allen gegronde redenen om géén geld te geven. Gene cent mogen ze krijgen. En het is ook niet omdat ik ze ginder niets zou gunnen noch omdat ik zou willen dat we alles voor onszelf moeten houden, maar laten we wel eerlijk blijven, meneer Filip, ge hebt niet eens genoeg geld om terug te betalen wat gij, of tenminste toch uw familie, daar allemaal gestolen heeft!

En ja, ik weet het wel. Gijzelf hebt daar persoonlijk niets mee te maken. ’t Is van uw familie dat ge het moet hebben. Een echte schande is het. Maar het moet lukken. Ook daar valt mij op dat ons beider levens wel zo gelijklopend of nauw met elkaar verbonden lijken te zijn. Ik bedoel dan met buitenechtelijke kinderen en zo, maar het is hier niet de moment om de vuile was buiten te hangen.

Ik zag u trouwens vorige week nog op den teevee verschijnen, fluks fietsend in een of andere uithoek van uw koninkrijk. Opnieuw het goede voorbeeld gevend. In stijl. Op vakantie. Als een sant in eigen land. Met in uw zog vrouw en kroost. En ik moet eerlijk toegeven, ik wist niet dat gij er al zoveel had rondlopen.

Ge hebt ten volle gelijk, meneer Filip, zoals gij schreef in uwen schonen brief die ik ondertussen al heb afgeprint en in een kaderke gestoken: “We moeten naar de toekomst kijken in een geest van samenwerking en wederzijds respect om de mondiale uitdagingen aan te pakken. De strijd voor de menselijke waardigheid en voor een duurzame ontwikkeling vraagt dat we onze krachten bundelen.” Dat is inderdaad een mooie ambitie die ge terecht moogt koesteren. Al schort het hier en daar nog wat aan de uitwerking, me dunkt. Want toen ze daar in oktober vorig jaar nog in uwen voortuin kwamen staan om u daaraan te helpen herinneren of om die ambitie op zijn minst te helpen waarmaken, mochten ze alras kennismaken met uw stoottroepen.

Maar wanneer gij schrijft te zullen blijven strijden tegen alle vormen van racisme en dat ge de reflectie aanmoedigt die in ons parlement wordt aangevat om definitief met het verleden in het reine te komen, dan geloof ik oprecht dat dat hetgeen is wat binnen uw macht ligt. Al vind ik ook dat gij dat vanuit uw positie als gegoede burger wel heel gemakkelijk kunt zeggen en dat het gemakkelijk is om vanuit die positie genereus en filantropisch uit de hoek te komen. Maar probeert maar ne keer zonder al die poespas uit de kast te komen, meneer Filip. Dat is toch wel echt iets anders hoor. Als ik zo vrij mag zijn U deze levenswijsheid aan te bieden. Bovendien dat gij, op deze manier bekeken, misschien wel gelijk de zoveelste salonsocialist in het rijtje zijt en dat ik niet zo zeker ben of het dat is wat we nodig hebben.

Eerlijk gezegd zou ik veel liever zien dat ge eens zoudt ordonneren om die verfoeide standbeelden van uw grootouders en nonkels weg te halen uit de straten van uw koninkrijk. En met hen ook al die andere laakbare ‘prominenten’ uit dat illustere verleden. Ze scheppen ons toch maar een vorming die er geen is en ze lijden stuk voor stuk aan die verterende historische koorts die ons verhoedt onze tijd waar te nemen zoals hij echt is.

En weet gij dat gij op die manier misschien ook niet veel anders zijt dan uw grootste vijanden, die separatisten van de Vlaamse Horde? Want die leunen ook graag op zo een roemrijk verleden. Alleen moeten zij er nog een uitvinden. Ik ben trouwens zeer curieus hoe gij het eigenlijk gaat aanpakken als die gasten op een gegeven moment voor uw deur komen staan?

Soms fantaseer ik dat gij dan in vol ornaat, samen met uw met pluimen getooide en gehelmde cavalerie, dat soort ongeregeld op een hoopje zult drijven en dat ge ze vervolgens met uw sabels gezwind in de pan zult hakken. Zoals het hoort overigens. On-eigentijds. Ons verlossend van het kwade. Een beetje zoals in die stripverhalen van de Rode Ridder waarover ik U onlangs nog schreef. En waarna we dan opnieuw geschiedenis kunnen schrijven. Maar zoals gezegd, dat is allemaal maar fantasie.

Dieper ingaand op uwen schonen brief zou ik U wel het volgende willen voorstellen, meneer Filip. Dat wanneer gij u bezig houdt met “het aanmoedigen van de reflecties die in het parlement worden aangevat”, dat wij ondertussen al beginnen met het van hun sokkel halen van die vermaledijde standbeelden, het verwijderen van alle straatnaamborden met verwijzingen naar schabouwelijke individuen en andere van racisme doordrongen ongerijmdheden in het publieke domein. Kwestie van die praatbarak alvast voor voldongen feiten te stellen en de verwezenlijkingen op het terrein beter te kunnen consolideren. Nadien moogt gij, edelmoedig zoals gij immer zijt, ook nog uw monarchie aan de haak hangen. Want dat zou pas een ware overwinning zijn voor het Congolese volk en tevens een gedegen genoegdoening. Een kasteel of twee moogt gij uiteraard nog ter uwer beschikking houden als bewijs voor bewezen diensten en omdat gij met uw kroostrijk gezin toch ook al die plaats nodig hebt, maar bovenal omdat gij zo een schoon mens zijt. Een betoelaging voor het onderhoud van al dat schoons, dat zult ge zeer wel begrijpen, dat kan er niet van af.

Zullen we daar (gelet op de huidige omgangsregelingen, alvast spreekwoordelijk dan) de hand op schudden?

Vriendelijke en eerbiedwaardige groet

P.S. Snoepreisjes of andere vakanties zullen in de toekomst uiteraard ook niet meer betoelaagd worden.

Creative Commons

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!