‘Rwandese meisjes’ op Pukkelpop?  Geef hen wat ze verdienen: een streepje. (En voor de Marokkaanse jongens hetzelfde)

‘Rwandese meisjes’ op Pukkelpop? Geef hen wat ze verdienen: een streepje. (En voor de Marokkaanse jongens hetzelfde)

dinsdag 21 augustus 2018 11:46

Er is te weinig verstand onder ons. Er is een adagium dat zegt dat het goed zou gaan met de samenleving, als ieder op zijn post, in zijn schoenen, echt goed werk zou leveren. Daar moet ik aan denken bij de berichtgeving over het incident met racistische plagerij en slagen op Pukkelpop. “Twee Rwandese meisjes” werden lastig gevallen. ik geef een tegenvoorstel. Reporters, spits je oren.

(Acht tot tien minuten leestijd)

Die opinie over goed je werk doen, die sluit overigens aan bij de fameuze aanmoediging die admiraal Nelson, van eenvoudige komaf, met semafoor vlagjes meegaf aan de Royal Navy soldaten van zijn vloot bij de slag die hij zou winnen, maar die hem ook de dood zou brengen, Trafalgar:

    “I expect every man to do his duty”

Vanmorgen heb ik om acht uur dertig de Krantencommentaren beluisterd via radio Klara. Die gewoonte heeft voordelen, je bent dadelijk mee met de stand van het Maatschappelijk Debat. Waar wij allen worden verwacht aan mee te doen, want in een democratie, een Rechtsstaat, hebben alle mensen, alle burgers inspraak en dus verantwoordelijkheid. Toch zou ik dat misschien beter niet doen. Ik verneem de recente ontwikkelingen in de zaak van de “twee Rwandese meisjes”  plagen & slagen vanwege blanke inboorlingen, jongelingen. Mede door smartphone beelden van het gebeuren, staat het land intussen lichtjes op zijn kop. Zuhal Demir, de politiek verantwoordelijke voor vrede en vooruitgang op het front van integratie, komt dit keer goed uit de verf en uit de woorden: “Die jongeren die de meisjes toeriepen: “Handjes kappen! Kongo is van ons!”, die doen wat niet mag. Die hebben blijkbaar niet goed opgelet in de geschiedenislessen. Dan zouden zij weten dat wat onze natie in de koloniale tijd heeft aangericht, niet ok is!…”

De krantenjongens en -meisjes zouden er goed aan doen hun beste woorden – schat boven te halen als het om speciale mensen gaat. (Is de mens niet het hoogste  goed, in de limiet?) Het is onverantwoord dat nog over allochtonen (van een vuilbak-begrip gesproken!) wordt gerept; en nog meer, (want het verraadt beginnende intelligentie en goede wil, die toch is blijven steken op het niveau van de als simpel veronderstelde lezersmassa) als je in schrijftaal woorden gebruikt als “Marokkanen”, “Rwandezen” of “Kongolezen”, als het gaat om het soort mensen waar het hier bij ons over gaat. Ik werk dit even uit.

Tijdens de ochtendwandeling met de hond in het park borrelen de ideeën, beelden, associaties reeds op. Wég het plan om vandaag in alle rust het Meerdaalwoud te gaan onveilig maken samen met Fellow. Rwanda. Het landje dat ongeveer even groot is als het onze, “Le pays des mille collines”, waar een van mijn peetvaders, de pedagogiestudent Jérémie Gashugi vandaan kwam. Hij huurde een kamer bij moeder in haar functie van kotmadam in Heverlee. Hij  zat altijd fraai in het pak, droeg een bril met zwart montuur dat hem er intelligent liet uit zien. En dat was hij ook. Hij vond dat je, ook als gaststudent in een exotisch land, het leven moest verkennen. Hij ging naar lezingen, recepties, colleges en werd ook al eens door een blank paar uitgenodigd, om samen de lichamelijke liefde in twee kleuren te verkennen. Jammer dat hij zich een klein beetje verloor in die ontdekkingsexpedities op het sociale niveau, hij is zonder zijn einddiploma moeten terugkeren. Een van de meest tragische scènes van mijn jeugd is als wij met de man bij  de check in staan op Brussel Nationaal Luchthaven. Hij heeft wat hem rest van zijn boeken, bezit en souvenirs in drie of vier dikke koffers gestopt, die het toegelaten gewicht rijkelijk  overschrijden. De rode digitale cijfertjes liegen niet. Het meisje aan de balie is strikt. De Rwandese vriend van mama is wanhopig, hij is al de laatste passagier, de tijd dringt. Hoe kan hij hier op een publieke plaats een selectie gaan doorvoeren? Plots komt het bericht: “The gates are closed.”

“U kan nog mee naar uw thuisland, maar dan zonder bagage, mijnheer!” zegt de sportief- modieus geklede bediende.  Ik ben twaalf jaar, en verga zowat van plaatsvervangende schaamte. En medelijden. Daar eindigt de tragedie, deze tragi-komische geschiedenis niet. Intussen vernam immers niemand in onze kring nog iets van Jérémie na de genocide in 1994 in Rwanda, waarbij wel een miljoen mensen zijn omgekomen in honderd dagen. De tussentijdse tamtam had ons wel laten weten dat Gashugi helaas niet te best promotie maakte na terugkeer in Kigali zonder KU Leuven diploma: hij kwam voorlopig aan de kost met… het borstelen van de straten. Enige troost haalde ik nog uit de antropologische weetje dat we in de lessen van de jonge prof Filip De Boeck in 1995 opdeden: in de culturen van de centrale meren is het vegen van het erf voor en rond de hutten van zijn familie, zijn vrouwen en kinderen het voorrecht van de heer des huizes die daar de dag mee begint. Dat borstelen blijkt dus meer dan bij ons een eervolle taak…

Wel vier commentatoren van kranten in Vlaanderen zijn intussen op het incident ingegaan in hun “standpunt”, wat in de jaren zeventig en tachtig met plechtiger taal “het editoriaal” werd genoemd. In al de citaten die ik via de fijne Klara stem vernam, is sprake van “Twee Rwandese meisjes”. Dat maakt mij boos. Als Vlaming die intussen met tientallen burgers van beide kunne, jong en oud, met Rwandese wortels heb gesproken, gegeten, gewandeld… ben ik teleurgesteld in het taalgebruik van onze beste journalisten. Hoe lang is het nog wachten voor de heren en dames het hyphen gaan gebruiken, zoals het in The Times of London genoemd en gebruikt wordt voor burgers, bewoners uit verre, voormalige kolonie landen?

Mijn passage in de Casablanca wijk in Leuven heeft mij de ogen geopend voor de lastige existentiële situatie van die mensen. In de wijk leefde ik elf jaar tussen de inheemse steuntrekkers, ouderen van dagen en er is ook een groot percentage families Vlamingen met buitenlandse, exotische roots. Zoals Fauzia en Munir. Hardwerkende ouders, vaak met heel wat kindjes, en meer dan eens met de (groot)ouders thuis erbij, die geboren zijn in Marokko. Het heeft ook bij mij, met al mijn interesse en openheid naar etnische verschillen tussen mensen, een paar jaar geduurd voor ik snapte dat bijna al de vrouwen met hoofddoek of lang kleed, en ook de mannen, maar die zie je minder opvallen, twintigers, dertigers, veertigers, zeer goed in de taal van Ernest Claes kunnen spreken en luisteren. Een bepaalde buurvrouw, ik woonde in nummer 22, heeft mij in vijf jaar slechts twee keer gegroet en nooit het woord tot me gericht. Wat mij eerlijk gezegd soms wel best lastig viel, ondanks een gezonde dosis nederigheid, ook als mannelijke mens. Ik vernam dat zij de uitzondering was die de regel bevestigt: zij was met het oog op het huwelijk met de buurman ingevoerd uit een zeer arm bergdorp in de Rif streek, niet in staat te lezen of te schrijven, niet bekend met de taal van hier.

Maar het speciale feit waar ik u wil op wijzen, dat mij duidelijk werd in Casablanca, is dat de jongens, de dreumessen en de tieners, niet voor niets vaak baldadigheden uithalen. Zij zijn namelijk een soort ‘culturele bastaarden’. Een bastaard, dat is een speciaal concept. In mijn schuurtje in de tuin hangt een zogenaamde rasp, dat is een ruwe vijl voor houtbewerking. Kinderen moeten in het gebruik daarvan goed begeleid worden, want je kan je er lelijk aan verwonden. Schaafwonden zijn niet diep, niet echt gevaarlijk, maar wel zo pijnlijk. De naam van het tuig op het etiketje:”Bastarda”. Soms zegt de woordenschat die hoort bij het ene universum, verhelderend veel over analoge fenomenen in een ander.

In mijn licentie thesis geschiedenis vermeld ik de anekdote van een bastaard van de hertog van Brabant. Soms herkende de adellijke hoogwaardigheidsbekleders die natuurlijke kinderen, die illegale nakomelingen. Soms niet. Op een herfstige ochtend in  1476 had hij in een herberg in Beersel herrie geschopt, en “Met den kussense gesleeghen, zodat de heel straat vol pluimkens kwam te liggen”.

Alsof de man onbewust, zelfs/ook juist in de roes van de dronkenschap, aan het nadenken was geweest over het magische moment dat zijn ouders hem verwekt hadden, in de luxe van de bedden van Jan Primus, de chef van het Hertogdom Brabant… De jongens met Marokkaanse culturele en genetische wortels in Casablanca of Borgerhout, zij worden in ons land door soms dialectisch lispelende Kempenaars, Antwerpenaars, West-Vlamingen en Leuvenaars  van diverse pluimage en leeftijd niet altijd voor vol aanzien, dat is overduidelijk, niet alleen bij de trollen en bezoekers van de site Doorbraak. Geen echte Belgen, mijnheer. Dat is wel zo jammer. Want u moet weten dat Achmed, Zidane, Ajoeb, Mo, Hakim, Emin, (of meisjes als Fatiha, Nahima, Ilham)… ook niet voor volwaardig man en mens worden gezien wanneer zij in de zomer een kleine veertig dagen met de hele familie in Marokko de roots gaan water geven in het dorp van de Stamboom! “Tussen twee stoelen zitten”, kent u die uitdrukking? Hebt u dat al eens moeten proberen? Bijvoorbeeld bij dat afvallingswedstrijdje waarbij een groep vrienden en vriendinnen als de muziek stopt, zo snel mogelijk een stoel moeten veroveren en bezetten… Persoonlijk vond ik het verschrikkelijk, door je knieën te zakken, ten gronde te gaan, daar waar je steun voor je wezen verwacht.

 

Daarom, beste (hoofd)redacteurs en opiniërende reporters, wil ik u vragen, als een soort diplomaat tussen culturen, een positie waar ik door mijn persoonlijke lotgevallen niet onaardig voor ben geplaatst: gebruik het koppelteken! De meisjes bij Kiewit waren  met een aan de sterren rakende waarschijnlijkheid géén “Rwandese meisjes”. Want Rwandese meisjes, dat zijn kinderen die zich vroeg in de ochtend half naakt wassen in de Akayera stroom; of die geboren zijn op een echte bakermat in een hut in Gisenyi; die van hun grootvader of -moeder verhalen mochten vernemen over de stropers die tussen de laaglandgorilla’s in het wereldbefaamde reservaat en onderzoekspark Karisoke in het Virunga gebergte op jacht gingen, en die misschien mede schuld droegen aan de dood van de onderzoekster, tevens schrijfster van “Gorilla’s in de mist”, Diane Fossey. Hun taal is het Kiliruanda. Op zondagen eten die meisjes wellicht graag “bush meat”, door de familieleden gejaagd wild in de onmiddellijke omgeving, of op de lokale markt gekocht, in gedroogde of andere vorm. Die meisjes spreken dus geen Nederlands, laat staan Vlaamse dialecten. Echte “Rwandese meisjes”, die zouden zich niet gestoord hebben aan de woorden “Handjes kappen! Kongo is van ons”, omdat zij ze niet zouden hebben verstaan.

Schrijf met twee woorden, beste hoofdredacteurs. Dit waren mensen, deze bruin huidige schonen, die meestal in een naar Vlaamse of Waalse normen verbijsterend complexe wereld staan, en die echt de dienst van de pers kunnen gebruiken dat aan die complexiteit recht wordt gedaan. Volg mijn advies: ga voor een verdubbeling van het aantal letters in uw krant, als u hen gaat benoemen. Tussen die twee lettergroepen, ik weet het, ik vraag veel, hoort dan nog een koppelteken. God zal het u lonen. (Misschien  niet onmiddellijk met een hogere oplage, maar ik vraag aandacht voor het feit dat er andere belangrijke zaken in het leven zijn. Ook al begrijp ik dat ‘abonnementen’ in uw universum een gouden standaard woord is.)

Of u de grondgebonden “hier bij ons” fractie van de naam waarmee u deze menselijke wezens gaat noemen, vooraf laat gaan, of laat volgen, maakt mij niet veel uit. Schrijf over  een Belgische Marokkaan of een Marokkaanse Vlaming. Of een Britse Belg. In principe zou je de meest precieze ‘betekeniskracht’ kunnen in rekening brengen bij de beslissing welk deel je laat vooropgaan: zoals blauwgroen per definitie een groen is met een blauwe ondertoon, en geelgrijs vooral uit grijs bestaat. Een Marokkaans-Nederlands meisje, is dan vooral Nederlands, en bijkomend Marokkaans. En van mij mag u zelf, reporter, kiezen of u de “Rwandese” of “Marokkaanse jeugd” beschrijft als half Belg, of half Vlaming. Ik zal u zeggen, dat maakt misschien iets uit voor de goede nachtrust van mijnheer De Wever, maar dat maakt niet veel uit voor de betekeniskracht, de waarheidswaarde van het betreffende woordje; want zoals u weet heeft een breed onderzoek uitgevoerd toen de immigratiegolven (golfjes) begonnen, en toen een zekere nieuwe alliantie de kop opstak, duidelijk gemaakt dat “onze Marokkanen” zich vooral Mechelse Marokkaan voelen, en onze Libanezen zich meer Leuvense Libanees voelen dan Vlaming of Belg.

Terug naar de intelligentie zelve. Iedereen zal het er met me over eens zijn, ook wie zich tot mijn intellectuele of politieke tegenstanders rekenen, dat China een formidabele nieuwe sterke speler is op het wereldtoneel. Ze zijn met veel. Laten ze nu ook nog intelligent blijken… Laten we even te rade gaan bij iemand die China goed kent:  Jonathan Holslag, de professor en schrijver en reporter die momenteel ook zijn paracommando identiteit opvijzelt in de duinen van Leopoldsburg en Elsenborn, zij aan zij met de ideoloog van de nieuwe alliantie overigens. Samen afzien schept een band. Holslag besloot laatst een column in Knack met de bedenking (naar het geheugen): “Opgelet, de Chinezen verdisconteren wél het lange termijn perspectief. Zij handelen wijs, intelligent, in de zin dat zij bij politieke en economische beslissingen blijk geven van beheersing, en afstand doen van vervulling van directe noden of goestingen, waar zij willen belangrijke voordelen binnenhalen op de langere termijn”. Eenzelfde indruk kreeg ik persoonlijk reeds toen Jonathan nog leerde lopen en droomde van een loopbaan als boswachter. Eind jaren zeventig nam ik af en toe deel aan samenkomsten van de toenmalige vereniging “Vriendschap België – China”. In de fraaie tijdschriften (met toen nog zwart-witte foto’s), merkte ik de sluwheid en menslievende slimheid van de Chinese eindverantwoordelijken over een bevolking van een miljard mensen: zij bevoordeelden waar het kon de minderheden. In uithoeken van China, waar de Han, de typische Chinese etnie een minderheid waren, en minderheden zoals de Oeigoeren leefden, werden de eerste en beste grote bruggen gebouwd, spoorlijnen aangelegd, gezondheidszorg opgezet. Ik weet niet of het helemaal de ultieme waarheid was, die berichten. Vandaag vernemen wij dat de Oeigoeren vreselijk in het gareel worden gehouden door de opperchinees, met inzet van camera’s en internet… Maar het is wel slim, je minderheden een streepje voor te geven.

Ten eerste, zo krijg je letterlijk beleefde, dankbare, positief ingestelde “gasten” in je huis. Wie je vertrouwen geeft, maak je betrouwbaar. Wie je met zelfrespect, met kracht én rechtvaardigheid dus, behandelt, die gaat je eerbiedigen. Bedenk verder, in abstraccte beeldtaal gesproken, wat een verrijking het is, om menselijke wezens in je gemeenschap te ontvangen, te mogen laten leven, en via de uitwisseling met hen informatie te ontvangen die komt uit een heel ander universum, zo wil ik dat noemen: een universum met lichtjes verschillende cultuur. Inheemse gezondheidszorg, oorlogvoering, vredehandhaving, of religie of geografie en gastronomie, het zijn ingrediënten van dat andere universum. Een Chinees universum, of een Oegandees, of eentje uit de Stormkaap of van de Noordpool… Want het zijn dan wel andere universa, echter wel gaat het om de vergelijkbare algemene Wetten van het menselijke bestaan. Het gaat niet om Mars. (Ik gruw van de fantasten die mensen zien emigreren naar andere planeten, of die natte dromen krijgen met cyborgs, zoals Yuval Noah Harari). Het gaat om mensen van geest en goesting, vlees en bloed en ziel, zoals wij in de limiet zijn. En het gaat om aarde. Zoals wij alle dagen onze voeten op de aarde zetten. Een Moeder Aarde die ons op haar oppervlak leerde leven, al drie tot zestig miljoen jaar lang (paarden bestaan al zestig miljoen jaar, het zijn markant nobele dieren, er is dus misschien nog een beetje hoop voor het christelijke ideaal van Het Rijk Gods…). Het gaat om mensen die kinderen ontvangen. Die deze babies graag zien opgroeien tot waarlijk grote mensen. Het zijn mensen die daar methoden voor ontwikkelden. Werkwijzen die onze kijk op die uitdaging heel erg kunnen inspireren en verrijken. is het met de culturele ideeën, de memes, niet in de limiet zoals met de genen? Het is wijs en slim, om een genenbank met traditionele groenten en appelsoorten aan te leggen! Het is dom, oerdom, om enkel te geven om Goldens, waar het de appels betreft, en niet verder te kijken dan je neus lang is.

Ik geef een laatste voorbeeld, vers uit de media van deze maand geplukt: wat zou het toneel zijn, misschien een van de belangrijkste plekken van strijd voor verbetering van cultuur en mens, zonder Milo Rau? Wat zou het debat zijn daarover? En wat zou de dans, de opera zijn zonder Sidi Larbdi Charkaoui? Om nog maar niet te vermelden de vraag, hoe zouden onze kasseien aan het vernieuwde Ladeuzeplein en Herbert Hooverplein hun plekje vinden, als het niet was met de handen en de knietjes van gezonde mannen die lichtjes andere genen en allen een heel andere moedertaal kennen?

Om het scherp te stellen, in een beeld dat ieder kan vatten: wat zou er van onze toekomst overblijven, dan één lange rij wachtenden voor de poorten van de kinderpsychiatrie, als niet de enige goede knowhow hoe je een kind de eerste duizend dagen hoort op te voeden, dicht bij je buik of rug, na eeuwen tot ons was teruggekeerd? Uit tijden en populaties, landen, culturen van voor de Verlichting! Knowhow die ons gaat bevrijden van veel kwaad, die nu, als een mooie rente na eeuwen (foute) kolonisatie, uit verre landen opnieuw tot ons komt. Naar ons Europa waar de goede manieren wellicht vergeten raakten ergens rond de Romeinse overheersing, zegge en schrijven 1500 tot 2000  jaar geleden!

Laten wij met groot oog voor de concreetheid van het leven, die altijd wonderlijke trekken bevat, het positieve verhaal schrijven en de realiteit vorm geven vanuit die mystieke diepten. Laat de trollen en obsessief bij de Vlaamse geschiedenis vastgeketende geesten over aan therapeutische ervaringen. Zoals een bosbad nemen in Meerdaalwoud met de hond.

Stef Hublou Solfrian Vojvoditc

 

Eerste reacties:

J. V., mijn vriend in de studententijd, toenmalig assistent docent bij  Geschiedenis, Personeelsdirecteur: “Dank je wel, Stefaan, en proficiat met je moedige standpunten, je scherpe waarnemingen en je grote eruditie”.

 

A. M. V., huismoeder actief als pleegouder voor ouderloze immigranten kinderen:

“Het [opinie artikel] is in 1 woord prachtig. Onderbouwd. Rijke taal. Beeldend.”

 

Dit opiniërend artikel was een hit. Na veertien dagen werd het al 375  keer gelezen. Begin december is het stukje 415 keer geconsulteerd.

 

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!