Rerum Novarum 2010:  een andere wereld is nodig … en mogelijk!
ACW, Politici, Beweging, Rerum Novarum, Partijen, Echte problemen, Omer Mommaerts, Jef Mariën, Strijdbare, Christelijke, Arbeidersbeweging -

Rerum Novarum 2010: een andere wereld is nodig … en mogelijk!

donderdag 13 mei 2010 06:03
Spread the love

Omer Mommaerts en Jef Mariën

Ieder jaar vieren de socialistische en christelijke arbeidersbeweging hun ontstaan en bestaan. De socialistische arbeidersbeweging doet dat op 1 mei, de christelijke op Hemelvaartsdag. Hemelvaartsdag valt op de 40ste dag na Pasen en wanneer Pasen valt wordt bepaald door de stand van de maan. Twee jaar geleden, op 1 mei 2008, was een van die zeldzame keren dat de stand van de maan ervoor zorgde dat beide feesten op dezelfde dag vielen. Sinds het ontstaan van beide feestvieringen was dit nog maar de tweede keer. De vorige keer was in 1913 en de volgende keer (?) zal in 2160 zijn.

Rerum Novarum: het ‘handvest’ van de christelijke arbeidersbeweging

Op 15 mei 1891 verschijnt – met de beginwoorden ‘rerum novarum’ [over nieuwe zaken, toestanden] – de eerste pauselijke tekst of encycliek die volledig gewijd is aan het ‘sociale vraagstuk’ zoals het zich in die tijd stelde. Aan het ontstaan van die encycliek ging een hele voorgeschiedenis van interne discussie vooraf over de vraag welke houding de katholieke (kerk)gemeenschap moest aannemen tegenover de alsmaar erger wordende sociale gevolgen van het kapitalisme. Het antwoord op die vraag was des te dringender geworden door het toenemende succes van de socialistische beweging en haar antwoord om door klassenstrijd een einde te stellen aan deze situatie. Rerum Novarum had dan ook een drievoudige boodschap: een afwijzing van het socialisme dat tot maatschappelijke wanorde leidde en het katholieke geloof ondermijnde; een veroordeling van de excessen van het kapitalisme en dan vooral van de sociale gevolgen hiervan en tenslotte de boodschap dat niet klassenstrijd maar veeleer klassensamenwerking de enige goede strategie kon zijn om tot een oplossing van het sociale vraagstuk te komen. Met deze encycliek had de pas opgerichte antisocialistische, later christelijke vakbeweging, meteen een stevige ideologische basis in de strijd om de steeds meer in socialistisch vaarwater terechtgekomen arbeidersklasse in ons land. De herdenking van Rerum Novarum, aanvankelijk op de verschijningsdatum van 15 mei en later op Hemelvaartsdag, groeide in ons land  na de Eerste Wereldoorlog uit tot de ‘christelijke’  tegenhanger van de 1 meiviering van de socialistische arbeidersbeweging.

Ons sociaal model is waardevol en niet te koop

Het is een historisch feit dat de christelijke vakbeweging ontstaan is vanuit het antisocialisme. In onze verzuilde samenleving speelden de politiek-ideologische ontstaansachtergronden en bindingen gedurende lange tijd een grote om niet te zeggen dominerende rol. De organisatorische verdeeldheid  van de arbeidersbeweging werd hierdoor in stand gehouden en zelfs versterkt. Deze verdeeldheid heeft de verdediging van de werknemersbelangen heel wat schade berokkend. In sommige periodes en sommige sectoren leek (lijkt?) het er soms op dat niet de werkgever maar wel de andere vakbond – en dit was wederzijds – de grotere vijand was. Onnodig te zeggen wie uit deze houding het grootste voordeel haalde.
Maar sinds het ontstaan van beide arbeidersbewegingen in ons land is er al heel wat water naar de zee gestroomd. Aan beide zijden groeide steeds sterker het inzicht dat samenwerking noodzakelijk was om de belangen van alle werknemers ten volle te kunnen behartigen. De strategische tegenstelling tussen klassenstrijd en klassensamenwerking verloor heel wat van zijn scherpte. Beide arbeidersbewegingen verzoenden zich in het geloof in het sociaal overleg. ‘Strijd’ werd ‘actie’ die achter de hand werd gehouden indien dat sociaal overleg niet de verwachte resultaten opleverde.
Die doorheen de geschiedenis gegroeide band tussen beide arbeidersbewegingen in ons land kwam duidelijk tot uitdrukking in de gemeenschappelijke verklaring ‘Ons sociaal model, waardevol en niet te koop’, aan de vooravond van de weliswaar gelijktijdige maar (nog) niet gezamenlijke viering van 1 mei en Rerum Novarum in 2008.  : “Als sociale bewegingen hebben wij een duidelijke gemeenschappelijk visie op de samenleving. We willen daartoe vandaag, aan de vooravond van 1 mei en Rerum Novarum, een belangrijk en eensgezind signaal geven. We bundelen onze krachten om ons sociaal model te behouden, te versterken en te vernieuwen. We bundelen onze krachten om de troeven van ons systeem uit te dragen. We bundelen onze krachten om neen te zeggen tegen een verdere vermarkting ervan. We scharen ons achter een gemeenschappelijke verklaring die onze tien prioriteiten verwoordt.”

Tien prioriteiten ter verdediging van ons sociaal model

  1. Ons sociaal model is té waardevol voor een uitverkoop. We moeten de troeven in de verf zetten en internationale bondgenoten zoeken die onze waarden onderschrijven. Ons sociaal model is geen rem, maar een opportuniteit voor stabiele economische groei.
  2. Solidariteit tussen personen, dé hoeksteen van ons sociaal model. De federale solidariteitsmechanismen, waaronder de sociale zekerheid, moeten op federaal niveau georganiseerd blijven.
  3. De sociale zekerheid mag niet verglijden tot een armoedig bijstandsstelsel. Ze moet voldoende sociale bescherming bieden aan iedereen, zodat er een breed maatschappelijk draagvlak voor behouden blijft en zodat extra private verzekeringen geen noodzaak zijn. De overheid moet zorgen voor een solidaire, stabiele en voldoende financiering.
  4. De welvaartsgroei moet rechtvaardig worden verdeeld. De koopkracht van werknemers en niet-actieven moet gevrijwaard en verhoogd worden.
  5. Armoede hoort niet thuis in een sociale welvaartsstaat. Armoedebestrijding vergt een geïntegreerd beleid, zowel inzake inkomen, arbeid, huisvesting, onderwijs en samenleven.
  6. De sociale zekerheid en de sociale diensten mogen niet ondermijnd worden door de commerciële markt. De waarden van ons model staan haaks op de uitgangspunten van winstgerichte organisaties.
  7. De overheid moet een sterke rol blijven spelen, bij uitstek in sectoren waar de vermarkting al zijn intrede heeft gedaan, zoals bij een deel van de nutsvoorzieningen.
  8. Sociaal middenveld: nodig en springlevend. De overheid moet de rol van het sociale middenveld versterken in plaats van uithollen.
  9. Europa moet ook een sociaal en fiscaal Europa worden, dat niet enkel intern meer recht doet aan sociale doelstellingen, maar ook mee de bakens uitzet voor een sociale globalisering.
  10. De globalisering moet een duurzaam en sociaal karakter krijgen.

De crisis van de eeuw

Ondertussen weten wij wat we op 1 mei 2008 nog niet wisten. In de voorbije twee jaar werd heel de wereld geconfronteerd met de grootste economische crisis sinds de jaren dertig. De recente gebeurtenissen rond de Euro en het dreigende faillissement van meerdere Europese lidstaten hebben onmiskenbaar duidelijk gemaakt dat deze crisis nog lang geen eindpunt en misschien zelfs nog niet haar dieptepunt heeft bereikt. Misschien staan we zelfs voor de grootste economische crisis van de moderne tijd überhaupt. In het licht van deze kennis klinken de tien punten uit de gemeenschappelijke verklaring van 2008 bijna profetisch. “Ons sociaal model is té waardevol voor een uitverkoop”. En dat is nu juist wat dreigt te gebeuren als gevolg van de financieel-economische crisis. En dat terwijl dit sociaal model op geen enkele manier verantwoordelijk is voor deze crisis. Daarom stelden de vakbonden bij ons en over heel de wereld terecht: wij zijn niet de schuld van deze crisis, wij gaan ze dan ook niet betalen. Maar wat hebben we gezien? De banken werden gered door de financiële tussenkomsten van de nationale overheden, zeg maar door het belastinggeld van de burgers. De rekening werd betaald door miljoenen bijkomende werklozen en dus door de collectieve verarming van de werknemers. De economie kwam in een zware recessie terecht en ging voor het eerst in heel de wereld achteruit. De nationale overheden tekenden ongeziene begrotingstekorten op en zagen de overheidsschuld sterk toenemen. Het was in ons land niet anders. Met een begrotingstekort van bijna 20 miljard euro en een toename van de overheidsschuld tot 100% van het BBP werden ons voor de komende jaren zware besparingen aangekondigd.  En toen begon ‘de tweede ronde’ van de crisis. Speculanten over heel de wereld zagen hun kans schoon om de verzwakte nationale overheden verder op de knieën te dwingen om nieuwe en nog grotere winsten te maken. Na IJsland, Ierland en een aantal Oost-Europese staten was Griekenland nu het eerste slachtoffer in de Eurozone en een opstapje om nog sterkere landen uit die Eurozone en uiteindelijk de Eurozone in zijn geheel aan te vallen. Een eerste reddingsfonds van 110 miljard euro voor Griekenland bleek onvoldoende om de speculanten tot de orde te roepen. In een ultieme poging slaagde de Europese Unie erin om met een gigantisch reddingsfonds van 750 miljard euro aan financiële waarborgen een wapenstilstand af te dwingen. Maar de zegebulletins hierover waren direct verbonden met de aankondiging dat forse besparingen in heel de Europese Unie nu niet langer mochten worden uitgesteld. En hoe diep die besparingen in het vlees van de gewone burgers kunnen snijden is reeds duidelijk geworden in Griekenland. Door draconische maatregelen op het vlak van de lonen en in de sociale zekerheid zullen de Griekse burgers hun inkomen in de komende jaren zien dalen met 10 tot 20 procent.

BHV : Belast Hoge Vermogens

Ook in ons land ontkent geen enkele politicus dat de komende jaren, wat ook de samenstelling van de komende regering(en) zal zijn, in het teken zullen staan van harde en omvangrijke besparingsmaatregelen. Besparingsmaatregelen die blijkbaar noodzakelijk zijn geworden door de economische crisis en het daaruit voortvloeiend hoge begrotingstekort en opnieuw groeiende overheidsschuld. Besparingen die vooral de lage en middeninkomens zullen treffen.  En dat terwijl de inkomensongelijkheid nu al meer dan 15 jaar blijft toenemen. De armoede treft in ons land meer dan 1,5 miljoen mensen en in toenemende mate ook mensen die werk hebben. De werkloosheid zal op twee jaar tijd met meer dan 100.000 eenheden toenemen en voor jaren op het hoogste niveau van heel de naoorlogse periode staan. De sociale zekerheid komt door de vergrijzing maar nog veel meer door de gulle verminderingen van de zogenaamde werkgeversbijdragen steeds meer onder druk te staan. En het wettelijk pensioen volstaat steeds minder om aan ouderen een welverdiend en fatsoenlijk levensniveau te garanderen. Je zou dan denken dat de regering Leterme gevallen is omdat de politieke partijen het niet eens konden worden op welke manier deze prangende problemen het best kunnen aangepakt worden. Niets is echter minder waar. De regering Leterme is gevallen omdat de politieke partijen geen akkoord konden bereiken over een volgende stap in de staatshervorming of nog beperkter, omdat er geen akkoord kon worden bereikt over de splitsing van BHV. Alsof dat het probleem is waar de meeste Belgen van wakker liggen. Alsof de splitsing van BHV ook een antwoord zou geven op de echte vragen van de mensen: werk, inkomen, pensioen. Tenzij natuurlijk dat BHV zou staan voor Belast Hoge Vermogens, een slogan die nu reeds enkele jaren door de militanten van ACV-Kempen wordt meegedragen in diverse optochten en betogingen. Want dan krijg je een heel ander verhaal. Met een dergelijke BHV zouden de vakbonden hun stelling kunnen realiseren dat de werknemers deze crisis niet zullen betalen. Met een dergelijke BHV zou men op termijn hoopgevende antwoorden kunnen geven op de problemen van werk, inkomen en sociale zekerheid.

Anders kan ook

Onder dit motto voerde het ACW dit jaar actie. Een sterk motto dat vertrouwen in eigen kracht uitdrukt en dat  men best nog een paar jaar aanhoudt. Want het kan niet alleen anders, het moet ook anders. Daarvoor zijn de problemen en uitdagingen veel te groot. De vraag is dan natuurlijk waarvoor dat ‘anders’ staat en meer bepaald in het licht van de komende verkiezingen, een nieuwe regering en een nieuw beleid?

Staat dit ‘anders’ voor een resolute keuze voor een meer sociale en rechtvaardige samenleving? Als dat zo is, en eigenlijk willen we daaraan niet twijfelen, dan is het onvoldoende om de ‘schuld’ voor de huidige vervroegde verkiezingen eenzijdig in de schoenen te schuiven van de Open VLD en haar ‘onervaren’ jonge voorzitter. Dan moet het ACW ook in niet mis te verstane bewoordingen de opstelling van N-VA en haar visie dat enkel in een onafhankelijk Vlaanderen alle problemen kunnen opgelost worden, aanklagen en afwijzen. Maar nog crucialer is dat het ACW diezelfde opstelling en visie binnen de CD&V aanklaagt en afwijst. Crucialer, niet alleen omdat CD&V –voorlopig nog- de grootste partij in Vlaanderen is, maar vooral omdat het ACW weliswaar geen exclusieve maar toch nog steeds een bevoorrechte band heeft met CD&V. En die bevoorrechte band hypothekeert de resolute keuze van het ACW voor een meer sociale en rechtvaardige samenleving. Want hoe kan je die resolute keuze waarmaken met een partij waarin communautaire problemen voorrang krijgen op sociale problemen? Hoe kan je die resolute keuze waarmaken met een partij waarin steeds meer de overtuiging groeit dat een ‘beter’ sociaal beleid mogelijk is wanneer je de voorrang geeft aan het ‘eigen’ volk met ‘Vlaams’ kindergeld, met een ‘Vlaamse’ hospitalisatieverzekering, met een ‘Vlaamse’ zorgverzekering, kortom met een eigen Vlaamse sociale zekerheid? Waarom zegt het ACW niet met zoveel woorden dat een sociale en rechtvaardige samenleving niet enkel het behoud maar zelfs de versterking van een federale sociale zekerheid inhoudt en dat alle voorstellen die deze  keuze ondergraven, voor het ACW onaanvaardbaar zijn?

Wij twijfelen er niet aan dat het ACW echt werk wil maken van een sociale en rechtvaardige samenleving waarin solidariteit per definitie een solidariteit is die over alle grenzen in deze wereld reikt. Maar dan zal het ACW afstand moeten nemen van zijn bevoorrechte band met CD&V en die vervangen door een bevoorrechte band met alle politici en partijen die niet enkel in woorden voorrang willen geven aan het zoeken van oplossingen voor de echte problemen van de mensen met het oog op een sociale en rechtvaardige samenleving. Als dat de boodschap zou zijn van het ACW op Rerum Novarum dit jaar, dan praten we echt over ‘nieuwe zaken’, over Rerum Novarum anno 2010. Dan toont het  ACW dat het ook echt anders kan.
 

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!