Religie, spiritualiteit, zingeving en ik

Religie, spiritualiteit, zingeving en ik

vrijdag 1 februari 2019 15:40

Ik schrijf deze woorden na ruim drie maanden als leerkracht Nederlands en geschiedenis in het Sint-Guido-Instituut in Anderlecht. Daar geef ik les aan 9 klassen, samen ongeveer 180 leerlingen. Bijna al deze leerlingen zijn moslim, en het is kenmerkend aan veel moslims dat zij hun religie veel intenser beleven dan de gemiddelde christen. We behandelen in het derde jaar geschiedenis nu de opkomst van de Islam, en er zijn veel vragen van leerlingen over mijn eigen spiritualiteit. Vooral voor hen maak ik even de tijd om mijn gevoelens over (mijn) religie en zingeving neer te schrijven.

Het Katholicisme en ik

Mijn moeder, die helaas in 2009 overleed, was een heel gelovige Katholieke vrouw. Ik werd gedoopt, deed mijn Eerste en mijn Plechtige Communie en ging tot mijn veertiende elke zondag mee naar de kerk – tot mijn oudere broer en zus een einde maakten aan deze verplichting. Toch was dit voor mij geen lege doos: ik heb écht geprobeerd om in het christendom te geloven. Ik herinner mij zelfs een periode dat ik graag priester was geworden. Misschien had ik dat wel gedaan indien het geheel voor mij niet ontzettend hol bleef aanvoelen. Week na week declameerden de ‘gelovigen’ in de kerk liederen en gebeden die zij gewoonweg uit het hoofd hadden geleerd en die nooit veranderden. Ik zag de ene priester na de andere met een vroom gezicht stukken uit de Bijbel voorlezen die ik gewoonweg waanzinnig vond, gaande van de verheerlijking van het eigen volk boven alle andere, tot slavernij en massamoord. Ook deed het mijn geloof geen deugd jaar in jaar uit de Kerk te horen prediken dat homo’s en transgenders tegennatuurlijk zouden zijn, terwijl vrouwen geen priesters mochten worden en talloze gevallen van seksueel misbruik van kinderen door geestelijken systematisch onbestraft en zelfs onbenoemd werden gehouden.

Eerlijk gezegd ben ik sinds vele jaren kwaad op de Kerk. Ik ben van mening dat elke mens – of die dat nu wil toegeven of niet – een diepe nood heeft aan zingeving. Letterlijk: wat geeft zin en betekenis aan het leven? Als een kind wordt geboren, als dat kind volwassen wordt, als mensen met elkaar trouwen, als iemand ziek wordt of sterft: op zulke momenten heeft iedereen van ons (volgens mij) gewoonweg nood aan rituelen van troost, verheerlijking, verbinding of herinnering. Op dat moment is daar dan ‘de Katholieke Kerk’ met een onbreekbaar monopolie op al deze rituelen. En wat doet zij ermee? Ze holt deze sacramenten uit en maakt er een klucht van!

Waar moeten dan al die mensen héén die (soms radeloos) op zoek zijn naar betekenis? Naar het atheïsme? Neem mij niet kwalijk, maar ik vind persoonlijk niet dat een geloof in slechts die dingen die je wetenschappelijk kan bewijzen, de mysteries van het leven voldoende weet te eren. Zeker, een kind ontstaat wanneer een zaadcel samensmelt met een eicel, maar verklaart dit voldoende het wonder van het nieuwe leven? Zeker, mensen worden ouder omdat hun cellen afbreken, maar geeft dit troost bij lijden en dood? Je hebt niks aan je wetenschappelijke theorieën als jij het bent die chemotherapie moet ondergaan, of als je lichaam aftakelt en je uiteindelijk op je sterfbed ligt. Misschien staan anderen dan naast je, maar jij bent de enige die dan sterven zal. Zou op zo een moment een set rituelen die echt worden gedragen door de mensen rondom niet helpen?

Een voorbeeld: vorig jaar trok ik naar de kathedraal van Antwerpen voor Aswoensdag, in een poging om ook zelf te vasten. Deze speciale eucharistieviering, in een kerk beschilderd door Rubens, met aan het hoofd van de dienst een heuse bisschop (Bonny), dat kon toch enkel betekenis in zich dragen? Niks daarvan! Ik ervoer het gewoon als een dubbel versierde slagroomtaart. Ook hier lege preken, van buiten geleerde gezangen en gebeden, dezelfde patronen die ik al zag tijdens de lagere school, 30 jaar geleden. Zag ik daar in de ogen van bisschop Bonny, die me dat assenkruisje gaf om de vasten in te zetten, niet zijn eigen schaamte reflecteren? Ik ken hem uit de krant, hij is een goede man, ik kan me niet voorstellen dat dit hele circus zijn wens is.

Een ander voorbeeld: acht jaar lang ging het gezin van mijn vader naar een mis toegewijd aan de herdenking van mijn overleden moeder. Daar kan je voor betalen, en dan wordt de naam van de overledene afgeroepen (“deze mis is opgedragen aan Bea Van der Gucht, echtgenote van…”). Maar wat was de praktijk? Men propte die mededeling ergens tussen opmerkingen over Missiezondag en oud-strijders en besteedde er dan twee seconden aan. De laatste keer aarzelde men zelfs niet om de Tweede Lezing te ‘wijden’ aan vrouwen die hun man moesten gehoorzamen. Heilig hoor! Geef mij dan toch maar die mensen die zich de betekenis van hun geloof nog herinneren en er naar proberen te leven, zoals zoveel moslims doen.

De Islam en ik

Zoals ik al zei: ik heb nu 180 leerlingen voor mij, waarvan de meesten moslim zijn. Ik ben begaan met mijn leerlingen, dus ben ik ook begaan met hun geloof. Net als zoveel autochtone Vlamingen met een achtergrond in de Katholieke middenklasse, wist ik ooit niks over de Islam. Alvast niks goeds. Flauwe racistische moppen over ‘Borgerokko’, ja, die waren er volop in mijn lagere en middelbare school. Dat terwijl ik mij slechts één medeleerling herinner die Marokkaan was. In de jeugdbeweging waren er dan twee leden met allochtone wortels. Dat was het dan.

Daarnaast? Toen ik opgroeide in de jaren ‘90 brak het Vlaams Blok – nu het Vlaams Belang – door in Vlaanderen. Want “die ‘vreemden’ namen ons werk af, en ze waren met teveel”. Toen kwam 11 september 2001 en de aanslag op het World Trade Center in New York (waar ik nog steeds mijn diepe twijfels over heb). Plots stond de hele wereld in brand, zo leek het wel (waarbij we gemakshalve vergaten dat de moslimwereld al veel langer in brand stond). We leerden vervolgens moslim-extremisme kennen, met fanatici van Al Qaeda en IS / Daesh die er een schepje bovenop deden en overgingen tot bomaanslagen in Europa en elders. Haat zaaide meer haat en angst zaaide meer angst. Onderweg verdween de dialoog en elke poging om elkaar te begrijpen.

Mijn eigen wereld stortte in, net als de WTC-torens in 2001, toen extremisten met aanvalsgeweren de redactieraad van Charlie Hebdo vermoordden in januari 2015. Dit omdat zij ‘onrespectvolle tekeningen hadden geplaatst’ in hun magazine. Ik ben van opleiding journaliste en ik geloof Heilig in het recht op satire en in het recht om vanzelfsprekendheden in vraag te stellen, in het belang van de ontwikkeling van de mens. Hier werden dus mensen vermoord die exact dat hadden gedaan. Talloze mensen – moslims zowel als wie hen goed gezind was – zeiden dit perfect te begrijpen! Ik kroop in mijn pen in en schreef meerdere artikels om dit gegeven aan te klagen.

Maar ondertussen moest ik erkennen dat ook ik oordeelde over een groep en een religie die ik helemaal niet goed kende. Wat waren mijn woorden dan waard? Niet veel. Dus gooide ik mij van toen tot nu in pogingen om de Islam beter te leren kennen. Nu weet ik veel meer dan toen, maar mijn contact met die vele fijne (mits erg wilde!) jongeren in mijn school toont mij dat ik nog veel méér te leren heb. En dat zal ik dan ook doen, doorheen de komende jaren.

Mijn gevoelens over de Islam? Eigenlijk doen die er niet toe. Ik zie moslim-ouders houden van hun kinderen en diezelfde kinderen spelen, lachen en opgroeien. Dan weet ik genoeg: dit zijn mensen zoals u en ik, enkel verschillend in taal en achtergrond, maar niet in menselijkheid en in de wil om goed te doen voor de wereld rondom.

En dat is ook precies wat Mohamed nastreefde: mensen een houvast bieden om goed te zijn, net zoals Jezus dat eerder deed. Mohamed zei dat er slechts één God was. Dus was én is die God gewoon God. Noem je Hem (?) Allah of Jahweh of God, dan is het nog steeds dezelfde God. Het was ook niet Beëlzebub die Mohamed benaderde met de Koran, maar de aartsengel Gabriël. Die kennen zowel joden als christenen als moslims, en dat is geen verrassing, want Mohamed greep terug naar wat anderen eerder hadden geschreven in het Oude en het Nieuwe Testament. De andere ‘mensen van het Boek’, voor wie Mohamed respect vroeg? Christenen en joden.

Ik laat hier even in het midden hoe slecht de moslims van toen omgingen met de Zoroastriërs uit Perzië, met mensen die niet geloofden in God of mensen die geloofden in meerdere goden. Ook leg ik nu de discussie naast mij neer welk geslacht God zou hebben of welke positie volgens mij zou moeten toebehoren aan vrouwen. Dit is een artikel over de inherent menselijke drang tot geloof en zingeving, geen gedetailleerde analyse over wat er allemaal goed of slecht zou zijn aan de Islam of aan het Oude of Nieuwe Testament. In elk van deze tradities, en vooral in elk van de praktijken binnen die tradities, zijn er voldoende foute dingen op te merken om honderd boeken mee te vullen. Dat terwijl het Jezus was die zei: “als je de splinter opmerkt in het oog van de ander, vergeet dan de balk niet in je eigen oog”. Nog zo één: “wie zonder zonde is, mag de eerste steen werpen”. Ja, dat waren op sommige vlakken betere tijden, want vandaag lijkt zonder enige kennis van zaken ‘stenen gooien’ naar wie anders is of denkt een nieuwe hobby van miljoenen…

In de woorden en de bedoelingen van Mohamed schuilt dus in ieder geval een diepe wens om goed te doen, voor jezelf en voor anderen. En dat is iets om te respecteren, ook al hebben vele mensen (net als in alle andere godsdiensten en politieke systemen) nadien zijn woorden misbruikt en verdraaid voor hun eigen belangen, of daden gesteld die absoluut niet Heilig te noemen waren. Vooral de eis om hulpbehoevenden te helpen vind ik prachtig, evenals de samenhorigheid en gelijkwaardigheid die schuilt in op bedevaart trekken naar Mekka, terwijl talloze miljoenen andere gelovigen ondertussen in jouw richting bidden.

Nog een andere sterk punt: het feit dat de oorspronkelijke Koran zo kort na Mohamed werd samengesteld (ook al zijn vele hadiths of overleveringen niet betrouwbaar en ook al dateert de Sharia van honderden jaren na Mohamed’s dood…) en dus wellicht dichter bij de oorspronkelijke gedachten van Mohamed staan dan de Bijbel kan pretenderen (de vier evangelisten van het Nieuwe Testament hebben bijvoorbeeld Jezus zelf nooit gekend, en over welke passages niet in de Bijbel hoorden hebben kerkvaders eeuwen gediscussieerd – mensen, dat is censuur!)

Waar ik ook veel sympathie voor heb is de gedecentraliseerde organisatie van de Islam, in vergelijking met de Katholieke Kerk. Zeker, ook de Islam heeft schriftgeleerden en geloofstradities, maar het is geen piramide met bovenaan kardinalen en de Paus, zoals in het Katholicisme. Dat heeft voordelen en nadelen. Het voordeel is dat elke gelovige met enige intellectuele en spirituele aanleg dichter bij zijn of haar God kan komen dan men kan binnen het Katholicisme, waar de hiërarchie veel meer bepaalt wat waar zou zijn en wat niet. Bevalt een interpretatie je niet? Dan houdt niks je tegen om die anders in te vullen, of om te luisteren naar een andere schriftgeleerde. Er is immers geen één ‘top’, er zijn er honderden.

Het nadeel is natuurlijk even vanzelfsprekend: er zit veel kaf tussen het koren, en nogal wat van deze oelama’s zijn hun positie niet waard, vanwege de ‘onheilige’ dingen die ze verdedigen. Dit zou geen probleem zijn indien binnen de Islam een kritische ingesteldheid zou overheersen ten opzichte van wat anderen als de wil van Allah naar voor schuiven. Helaas is deze kritische invalshoek na de Islamitische Gouden Tijd naar de achtergrond geraakt (vooral vanwege de vernietiging van de bibliotheek van Bagdad door de Mongolen en veel later eeuwen van Westers kolonialisme en imperialisme – maar ook daar ga ik nu niet dieper op in). 

Een aandachtige lezer merkt op dat ik milder spreek over de Islam dan over het Katholicisme. Dat is inderdaad zo. Men kan, indien men wilt, de Islam heel wat verwijten, maar geen gebrek aan pit of karakter. In vergelijking met de bruisende, levende kracht die uitgaat van het geloof van moslims, vind ik het Vlaamse Katholicisme eerder inert. Bij ons lijkt voor mij te vaak de vorm zoveel belangrijker dan de inhoud, de schone schijn van meer waarde dan de geleefde praktijk. Wie leeft volgens ‘de hongerigen spijzen, de dorstigen laven’, enzovoort? De grenzen hoger rond Fort Europa ja, laat die ‘vreemdelingen’ met hun ‘rare geloof’ maar creperen, terwijl we toch naar de mis blijven gaan en ons superieur voelen… Zo zijn Hongarije en Polen erg gelovige landen, maar men vertikt daar ondertussen wel om vluchtelingen op te vangen, terwijl men er autocraten aan de macht stemt… Jezus zou zich omdraaien in zijn Heilige Graf, maar daar staat men niet bij stil.

Waar ik wel in geloof

Als leerlingen mij vragen: “geloof jij in God?”, weet ik weinig meer te antwoorden dan “ik geloof in van alles, maar een godsbeeld heb ik persoonlijk niet nodig.” Vervolgens zegt men me: “ben je dan atheïst?”. Nee, dat ben ik dus niet. Het juiste woord is ‘agnost’: iemand die gelooft in méér, maar het allemaal niet zeker weet. Ik ‘shop’ volop, en dat brengt mij (tijdelijk?) tot het volgende ‘Geloof’:

  • Ik ben een ketter. Dat wil zeggen dat ik géén ‘heiden’ ben, geen ‘ongelovige’. Mijn eventuele kritiek op godsdiensten en andere systemen van geloof (zoals de politiek) komt van binnen uit. Ik ben Katholiek opgevoed en ken de Bijbel en de Kerk meer dan goed genoeg. Ik heb echt geprobeerd tot de Kerk te behoren, maar ben het instituut – net als de Katharen waarvan de naam ‘ketter’ is afgeleid – afgevallen omdat ik er de Heiligheid waar ik zo naar verlang niet heb gevonden. Ik zou zowel Jezus als Mohamed hebben gevolgd, als ik hen had gekend, maar mijn plaatselijke priester is niet Jezus, en de praktijk van zoveel gelovigen is ook absoluut niet wat Jezus zou hebben gewild. Net als de ‘beeldenstormers’ die ooit ook Vlaanderen in brand zetten om de corruptie van Rome aan te klagen, vind ik deze positie waardevol. Je kan geloof niet opleggen, je moet het verdienen. Als je het niet verdient, kan je gehoorzaamheid enkel verkrijgen doorheen censuur en machtsmisbruik. Nee dank u! Het is niet ik die in mijn positie ten opzichte van mijn geloof moet veranderen, maar eerder de geestelijken die het buiten mijn wil om zo hebben gecorrumpeerd, terwijl ze toch volhouden in naam van de Allerhoogste te spreken. Vroegere moslim-denkers waarschuwden voor ‘valse boodschappers’ voor de komst van de Mahdi – hun messias. Volgens mij zijn er vandaag heel wat valse boodschappers aan het woord, en dan ben je toch echt beter als de Ongelovige Thomas dan als de volgende honderd blinde volgers. 

  • Als mijn God(-in) dan toch een naam moet hebben, dan heet die Waarheid. Al maakt de naam niet veel uit. Of je God nu Allah, Jahweh, Lot, de Wetenschappelijke Methode, het Al, het Tao, de Bron, de Moedergodin of de Waarheid heet, volgens mij hebben we het over hetzelfde. Ik laat mij hier graag inspireren door mijn grote voorbeeld sinds twintig jaar, de Britse politieke filosoof John Stuart Mill. Die zei al eerder dat Waarheid (met een hoofdletter W) geen punt is dat je kan bereiken. Eerder is het een utopisch streefdoel, als een ajuin die steeds nieuwe lagen bloot legt. De vooruitgang van de Waarheid eist dat je ten allen tijde alles in vraag moet kunnen blijven stellen, dat er geen definitief belang schuilt in dogma’s, taboes, idées fixes of vooroordelen, wat ook hun oorsprong. Het is pas wanneer één persoon honderd anderen tegen blijft spreken en uiteindelijk gelijk blijkt te hebben, dat foute aannames kunnen worden erkend en aangepast, zoals Darwin of Galileo dat deden. Ook Jezus verzette zich tegen de Farizeeërs en Mohamed tegen de Quraish, de stam die Mekka beheerde. Net als deze mensen wens ik niet om door anderen opgelegde grenzen in mijn denken te accepteren zonder dat ik eerst van hun gelijk word overtuigd. Ik respecteer anderen hun God, accepteer dus ook deze op een zelfde manier.

  • Op het spirituele niveau ging ik eindeloos ‘shoppen’ voor dingen die voor mij juist aanvoelden. Zo zijn Katholieke en moslim-wijsheden in mijn hart vermengd geraakt met gnosticisme, soefisme, taoïsme, het animisme van indianen, ideeën uit wicca, anarchisme en liberalisme, de radicale Verlichting, wetenschappelijke inzichten en dergelijke. Vraag mij dus niet waar de ene invloed eindigt en de andere begint – dat weet ik niet.

  • Waar ik dan uiteindelijk momenteel in geloof?

    • Dat (mijn) God een concept is boven ons begrip. Ik kan mij hier geen persoon op een wolk inbeelden, laat staan een man met een lange baard. Voor mij kan een concept als ‘God’ enkel ‘goddelijk’ zijn als die beide incarnaties van de mens in zich draagt, dus mannelijk én vrouwelijk, en dit op gelijke hoogte.

    • Ik zie ook veel in het idee van ‘reïncarnatie’, als ‘na de dood terugkeren naar de Bron waar we vandaan komen’. Mijn idee is dat elk lichaam sterft, maar dat zielen misschien sterk genoeg zijn om de dood van lichamen te overleven.

    • Ik geloof dat je voor elk leven een ‘les kiest’ die je wilt leren, waarna je incarneert in een lichaam met een lot dat je nodig hebt om die les te leren. Uiteindelijk keer je dan na de dood – de les hopelijk geleerd – terug naar het Alles, waarna deze cyclus zich herhaalt doorheen alle tijden.

    • Verder zit er Waarheid in alle godsdiensten. Meestal valt die Waarheid terug te brengen tot ‘doe een ander niet aan waar je zelf niet tegen kan’, ‘heb respect voor je medemens en voor je leefomgeving’ en ‘doe wel en kijk niet om’.

    • Er staan daarbij bepaalde moeilijkheden in de weg, zoals onze onwil om de negatieve gevolgen van onze eigen daden te dragen, en die moeten we in onszelf overwinnen – hier vinden we Jezus’ dwaaltocht doorheen de woestijn of het moslim-concept van ‘de grote jihad’: de oorlog tegen de slechte dingen binnen onszelf.

    • Als na duizenden levens een ziel al deze innerlijke gevechten heeft gewonnen en de Verlichting bereikt, dan is hij of zij zoals Boeddha. Een sterfelijk bestaan is dan niet meer nodig, misschien zelfs niet langer gewenst.  

Wie weet… Niemand van ons doet een ‘open boek examen’ en kan dus antwoorden op levensvragen in een handboek opzoeken. Ook kan geen levend wezen kijken naar wat er bestaat (of niet) voorbij de dood.

Mijn spirituele zoektocht van een half leven geeft mij in ieder geval een mildheid ten opzichte van andere geloofssystemen, waar ik erg dankbaar over ben. Anders gezegd: hoe je god ook heten mag: als je een goed leven probeert te leiden en dat ook aan andere mensen gunt, aanbidden we precies hetzelfde. Want: “God is met hen die goed doen” (Koran 29:69).

Mare Van Hove, 17 januari 2019

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!