Religie en sociaal verzet

Religie en sociaal verzet

maandag 30 mei 2016 10:22

De echte breuklijnen in de samenleving zijn niet deze tussen gelovigen en ongelovigen. Wel deze tussen arbeid en kapitaal, tussen de 99 procent en de één procent. Aan beide zijden heb je zowel gelovigen als ongelovigen.  Daarom kan geloof ten dienste van de ene kant – de 99 procent- staan, als ten dienste van de andere kant – de één procent-,  een bevrijdend, maar ook een systeembevestigend karakter hebben. Een facilitator van emancipatie, verzet, verontwaardiging of juist een instrument voor onwetendheid, onderdrukking en legitimatie tot uitbuiting. Die dubbele natuur heeft doorheen heel de geschiedenis van de godsdiensten altijd al bestaan. Daarover wil ik het in deze bijdrage hebben vanuit nieuwe wetenschappelijke ontdekkingen die we in het boek De Supersamenwerker beschrijven.

We behandelen eerst hoe racisme en kolonisatie zowel door reactionaire godsdienstige als door niet-godsdienstige argumenten werden en worden gelegitimeerd. Dan laten we zien hoe nieuwe inzichten in evolutie en neurowetenschappen het mensbeeld verschuift in supersociale richting en daardoor de bevrijdende godsdienstige motieven steun geven. Tenslotte belichten we vanuit hedendaags wetenschappelijk onderzoek de functies die godsdienst in de evolutie van de mens worden toegeschreven.

Racisme, kolonialisme, godsdienst en sociaaldarwinisme

Racisme, koloniale onderdrukking en imperialistische oorlogsvoering zijn wellicht de ergste verschijnselen die doorheen de geschiedenis tot op vandaag worden gerechtvaardigd met godsdienstige argumenten. De Katholieke interpretatie van de bijbel bij de Spaanse en Portugese kolonisatie, Calvinistische interpretatie wanneer de Hollanders de slavendriehoekshandel organiseerden.  Zo kun je lezen in het scheepslog van een 17° eeuwse scheepsarts uit Middelkerke over de onmenselijke omstandigheden van de slaven op zijn schip dat hij toch ‘vrome daden deed gezien deze negers door hun overtocht werden bevrijd van Paapsche stoutigheden’ Maar ook in beide zwarte geschiedenisperiodes waren er gelovige mensen die wel de kant van de onderdrukten kozen: denken we aan de Spaanse priester Bartholomeus de la Casas die inging tegen de Spaanse kolonisatoren of Max Havelaar tegen de Hollandse kolonisten.

 Sociaaldarwinisme

Wanneer met de opkomst van wetenschap, techniek en industrie dit soort van argumenten niet meer te verdedigen viel, misbruikte de bourgeoisie de ideeën van Darwin als een pseudowetenschappelijke verklaring en legitimatie van hetzelfde racisme.  Ze noemde dit het sociaal-darwinisme. Dat is een zeer ongelukkige woordkeuze want er is niets sociaal, noch darwinistisch aan deze ideologie. We zouden het beter spencerisme noemen, naar Herbert Spencer, de grondlegger van het sociaal darwinisme ten tijde van Marx en Darwin. Ras heeft met wetenschap niets te maken. Het is een sociale constructie, een verzinsel om mensen te discrimineren, een instrument in handen van de elite om te verdelen en te heersen, een afleiding van klassenbelangen. 

 Sociaaldarwinisme is een zeer ongelukkige woordkeuze want er is niets sociaal, noch darwinistisch aan deze ideologie

 Volgens het sociaal-darwinistisch mensbeeld wordt de menselijke natuur gekenmerkt door ‘strijd voor het bestaan’ via ‘het recht van de sterkste’, via ‘zelfzuchtige genen’ en via ‘competitie, agressie en dominantie’, het model van 16° eeuwse Engelse filosoof Thomas Hobbes: ‘de mens is van nature als een wolf voor zijn medemens, de natuurtoestand is een oorlog van allen tegen allen’. Door sommige vrijzinnigen  wordt dat verwoord als de ‘natuurlijke instincten’ van de mens en door sommige gelovigen als het gevolg van de ‘erfzonde’. De rede voor de enen, het godsgeloof voor de anderen en de overheid voor beiden, moeten die ‘beestachtige’ natuur van de mens temperen om samenleven enigszins mogelijk te maken.  Het sociaal-darwinisme rangschikt de mensheid volgens superieure en inferieure rassen. Het vormt zo een pseudowetenschappelijke verantwoording van het racisme en van de indeling van de maatschappij in de elite en de gewone mensen. Volgens deze ideologie is competitie voor eigen belang de belangrijkste drijfveer voor vooruitgang. Zwakkere mensen mogen daarbij niet geholpen worden want dat komt ten nadele van de gezondheid van het volk of ras. Ofwel worden armen, werklozen en zwakkelingen volgens het sociaal-darwinisme vooral door hun genen voorbestemd en daardoor is elke hulp nutteloos.  Ofwel hebben deze categorieën van mensen zelf schuld aan hun miserie en moeten ze er de gevolgen van dragen, ‘blaming the victim’ wordt dat in de moderne sociologie genoemd. Zo sust het sociaal-darwinisme het geweten van de machthebbers die feitelijk verantwoordelijk zijn voor de ongelijkheid en de armoede. Vandaag omarmt het neoliberalisme vele van die sociaal-darwinistische denkbeelden. Friedman en von Hayeck, Reagan en Thatcher waren ontegensprekelijk felle aanhangers van Herbert Spencer de vader van het sociaaldarwinisme.

Wanneer het overduidelijk misgaat zoals met de bankencrisis proberen de verdedigers van het neoliberalisme haar verantwoordelijkheid te vergoelijken door dezelfde sociaal-darwinistische opvatting over de menselijke natuur als oorzaak naar voor te schuiven. ‘De menselijke hoogmoed en begeerte zijn de schuldigen’, betoogde Alan Greenspan.   ‘De hebzucht zit niet in de markt, wel in de mens’, echode ook Marc De Vos van de neoliberale denktank Itinera in België.   Terwijl er nu overweldigend empirisch bewijs is dat hebzucht niet is wat in de natuur van de mens domineert, wel in de natuur van het kapitalisme. Dat economisch systeem verheft hebzuchtige competitie tot de norm. Zelfzuchtige concurrentie is het hoogste goed dat alles domineert. Wie daar niet in meedraait vliegt eruit. Dat is de hoofdoorzaak van zoveel uitsluitingen.

 Sociaaldarwinisme vandaag

 Een hedendaags voorbeeld daarvan is ‘Thatcher aan de Schelde’ alias Liesbeth Homans. In De Standaard schreef gedragsbioloog Mark Nelissen een opinie getiteld: “Waarom Homans een punt heeft’. Hij gaf daarmee steun aan de ophefmakende uitspraken van Liesbeth Homans in de pers waarin ze stelt dat ‘allochtonen bepamperd worden’ en dat ze daardoor ‘zich in een slachtofferrol kunnen wentelen’. Als gedragsbioloog gebruikt Nelissen evolutionaire kennis om Homans haar stellingen pseudowetenschappelijk te onderbouwen. Hij stelt a.h.w. dat wij slaven zijn van ‘onze natuur’ of ‘dat dit gecodeerd zit in de genen’.  Dat is vals. Die opvatting van de gedragsbioloog leunt aan bij de sociaaldarwinistische denkwijze: ‘het is de natuurlijke selectie en daar kun je niets aan doen’. In de jaren ’80 herhaalde zich die denkwijze in de Sociobiology van Edward Osborn Wilson: ‘onze natuur zit gecodeerd in de genen, zoals bij de sociale insecten’. De overgrote meerderheid van wetenschappers, inclusief E.O. Wilson, is vandaag van dit genetisch reductionisme afgestapt.

Daar is Homans zeer sterk in: het wij-zij denken op alle mogelijke manieren en categorieën versterken, onder het mom om het wij-zij denken te bestrijden en de mislukking van dit laatste in de schoenen van de ‘zij’ kant te steken

De Supersamenwerker laat zien dat er nu overweldigend bewijs is uit vele disciplines dat de menselijke cumulatieve kennis en cultuuropbouw zijn biologische instincten overstemt. De menselijke ratio is in staat om instinctiefmatige reflexen als wij-zij, ingroup-outgroup denken of voelen af te remmen en er rede voor in de plaats te zetten.  Het evolutionair ingeslepen ‘wij-zij’ denken en voelen is wel makkelijk manipuleerbaar door racisme, ethnicisme of voor nationalistische belangen.  Daar is Homans zeer sterk in: het wij-zij denken op alle mogelijke manieren en categorieën: de vluchtelingen, mensen zonder papieren, migranten, Walen, sossen, werklozen, leefloners, langdurig zieken… versterken, onder het mom om het wij-zij denken te bestrijden en de mislukking van dit laatste in de schoenen van de ‘zij’ kant te steken. Haar echte agenda is tweeërlei de belangrijkste tegenstelling, deze tussen arbeid en kapitaal, uit de wind te zetten en het volk, de 99 procent te verdelen.

 Inclusieve religie in de prehistorie

Maar er is ook recente kennis dat godsdienst reeds in de pre-historie een instrument was tot inclusie i.p.v. exclusie, van samenwerking i.p.v. onderlinge strijd. Zeer recent antropologisch onderzoek zopas gepubliceerd in Nature suggereert het belang van de godsdienst in het doorbreken van het wij-zij gevoel. Dit schijnt reeds het geval te zijn in Göbekle Tepe waar jagers-plukkers 10 Kj v.C. bijeen zijn gekomen en grote monumenten bouwden, wat coöperatie veronderstelt onder verschillende jager-plukker groepen. Ook in de pre-maya midden-amerikaanse jager-plukker beschaving zijn recentelijk overblijfselen van monumentale constructies ontdekt die eveneens wezen op tijdelijke verzameling van grote groepen jager-plukkers. Dat was voor het ontstaan van de landbouwrevoluties. In beide gevallen denkt men dat het hier om religieuze bijeenkomsten ging. Het zou zelfs kunnen dat de nood van deze grote gemeenschappen geleid zou hebben tot de eerste landbouwexperimenten. Religie zou in dit geval ontstaan zijn om de wij-zij tegensteling te overkomen wat tot nieuwe materiële omstandigheden heeft geleid. Godsdienst vervulde ook een nuttige rol in het doorbreken van het wij-zij gevoel, wat nodig was voor de toenemende handel. De groeiende handel en geldruil vereisten voldoende wederzijds vertrouwen. Gemeenschappelijke godsdienstige normen konden daarbij nuttig zijn

Het is pas in een latere fase dat na de landbouwproductie, de metallurgische fase – het bronzen en ijzerentijdperk- dat er een serieuze klassendifferentiatie ontstond, met grote stedelijke concentraties en grote verschillen in rijkdom en macht, dat een nieuwe religieuze periode werd ingeleid, waarbij godsdienst in plaats van inclusief exclusief is gaan werken.

Creationisme en sociaaldarwinisme

Creationisme, of het ontkennen van de evolutie, en sociaal-darwinisme zijn twee ogenschijnlijk tegengestelde ideologieën, maar eigenlijk beogen ze hetzelfde. De ene baseert zich op de godsdienst met bijvoorbeeld de erfzonde, om de verantwoordelijkheid van het menselijk gedrag enkel bij het individu te leggen, de andere op de ‘individuele strijd om het leven’ om hetzelfde te doen. Beide ideologieën rechtvaardigen de heersende positie van de één procent en doen geloven dat de slachtoffers de schuld hebben aan hun eigen situatie. De ene theorie argumenteert pseudotheologisch, de andere pseudowetenschappelijk.

Veranderd mensbeeld vanuit evolutie- en neurowetenshap

Nieuwe wetenschappelijke ontdekkingen werpen een gans ander licht op de menselijke natuur, zoals dat van Thomas Hobbes of Malthus, de sociaal-darwinisten of neoliberalisten met hun homo economicus. Nieuwe inzichten leiden tot een veranderend mensbeeld. Van een egoïstisch, competitief en agressief wezen naar een mens die het vermogen heeft om supersociaal en supercoöperatief te zijn en daardoor via de weg van het sociaal leren ook zijn intelligentie en cultuur ontwikkelt.  Terwijl de neoliberale denktanks de afgelopen dertig jaar hun mens- en wereldbeeld konden doen doordringen als overheersende visie, kwamen wetenschappers uit verscheidene disciplines met ontdekkingen die leidden tot tegengestelde conclusies. Antropologen lieten zien dat in de geschiedenis de jagers en verzamelaarsmaatschappijen, maar ook vandaag mensen wereldwijd en over alle culturen heen over een rechtvaardigheidsgevoel beschikken.  De overgrote meerderheid van mensen beschouwen gelijkheid en solidariteit als wezenlijke waarden. Economen toonden aan dat mensen spontaan altruïstischer en tot meer samenwerking bereid zijn dan het neoliberale beeld van de homo economicus ons vertelt. Psychologen leverden bewijs dat kruipers en peuters een sterk spontaan hulpgedrag hebben, zonder dat ze daarvoor een beloning moeten krijgen. Zelfs onderzoek naar het gedrag van kleine baby’s van nog geen half jaar oud liet zien dat zij spontaan onderscheid maken tussen wie lief en wie stout is. Neurowetenschappers ontdekten dat onze hersenen geprogrammeerd zijn om andermans pijn en verdriet te voelen, en ons goed te doen voelen als we zelf goed zijn voor anderen. Zij stelden vast dat sommige neurohormonen de mensen gevoelens van vertrouwen geven, aanzetten tot delen en samenwerken, en een verbondenheid  met anderen creëren die gelijkaardig is aan deze tussen moeder en kind. Hersenscans laten zien dat een groot deel van onze evolutionair nieuwe hersenen, de neocortex genaamd, gericht is op onze relaties met anderen. Recent werd de mens door de evolutionaire wetenschapper Martin Nowak van Harvard dan ook als een ‘supersamenwerker’ uitgeroepen. Hedendaags onderzoek naar wat mensen motiveert en gelukkig maakt en naar de impact van ongelijkheid op het menselijk welzijn is de proef op de som van de uitkomsten van al dat recent wetenschappelijk onderzoek.  Mensen zijn gezonder, gemotiveerder, gelukkiger en slimmer in meer gelijke en meer solidaire samenlevingen. Deze ontdekkingen halen op maatschappelijk vlak vanuit een evolutionair perspectief de kernideeën van het sociaaldarwinisme en neoliberalisme onderuit. Ze pleiten daarentegen voor een solidaire samenleving op mensenmaat.  Die kennis voedt een tegen-hegemonie tegen de actueel dominerende neoliberale ideologie.

 Nieuwe wetenschappelijke inzichten leiden in de richting van een veel meer sociaal mensbeeld

Godsdienst als grondwettelijk recht en als motivator tot sociaal engagement

Godsdienstig geloof en beleving is een grondwettelijk recht. Zoals in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens van de Verenigde Naties van 1948, de antidote van het sociaaldarwinisme, staat is iedere discriminatie, ook omwille van geloofsovertuiging uit den boze.  

Mensen vanuit hun geloof opkomen voor meer solidariteit en rechtvaardigheid verdienen respect en waardering. Anderen doen dat vanuit een wetenschappelijk inzicht, vanuit persoonlijke ervaring of confrontaties of vanuit een combinatie van al deze motieven. Essentieel daarbij is de kwestie van kant kiezen.

Maar onwetenschappelijkheid of irrationalisme, of de reactionaire invulling of misbruik van het godsgeloof zijn verwerpelijk.

Historisch en dialectisch materialistisch wereld- en mensbeeld

Als Marxisten is ons wereld- en mensbeeld dialectisch en historisch materialistisch – en met materialistisch bedoelen we natuurwetenschappelijk. Dialectisch in de zin dat we ieder doorgedreven genetisch, biologisch of neurologisch reductionisme verwerpen. Historisch omdat we de menselijke geschiedenis als belangrijk onderdeel zien van de menselijke evolutie.  Daarin zijn de economische belangen en machtsverhoudingen de belangrijkste drijvende krachten.

Er zijn grosso modo twee strategieën in de sociale omgang van de mens: de evolutionair oudere hebzuchtige competitie en agressie, of de evolutionair jongere altruïstische coöperatie. De zucht naar winst van de individuele kapitalistische ondernemer komt perfect overeen met de eerste strategie, de collectieve sociale strijd van de arbeidersbeweging met de tweede. De maatschappelijke omstandigheden, de plaats die je daar inneemt en het beeld dat je van elkaar hebt, geven hier de doorslag. Nobelprijswinnaar literatuur José Saramago beschreef dat heel bevattelijk: ‘Als de omstandigheden zo bepalend zijn voor de mens, laten we dan die omstandigheden meer menselijk maken.’

Om de menselijke moraal te verklaren moet je daarom vertrekken vanuit de economische onderbouw en niet vanuit de zogenaamde menselijke natuur of de heersende moraal. Dat is essentieel voor een historisch materialistische benadering. Want er is meer. De bezitters van de productiemiddelen bezitten ook de middelen voor de productie van de heersende ideologie. Dat is essentieel voor het behoud van hun machtspositie. De overheersende moraal is daardoor deze van het establishment. De ideologieën die het best passen bij de positie van het kapitalistische establishment zijn het sociaal-darwinisme en haar economische uitdrukking het neoliberalisme. Sommige wetenschapsfilosofen zijn natuurwetenschappelijk materialistisch in hun kritiek op het creationisme, maar door gebrek aan dialectiek (waardoor hun neiging tot genetisch-biologisch-neurologisch reductionisme) of door gebrek aan historisch materialisme onderschatten ze de reactionaire pseudowetenschappelijke rol van het sociaal-darwinisme.

Evolutionaire redenen voor de godsdienst

De Supersamenwerker geeft de stand van de moderne wetenschap achter dat mensbeeld en achter menselijke solidariteit. Het boek behandelt ook kort de rol van de godsdienst vanuit evolutionair  en dus historisch materialistisch perspectief. Zo stellen we een verschil vast tussen de godsdienstbelevingen onder jagers- verzamelaars, de vooroudercultus, en deze vanaf de klassendifferentiatie door de landbouwrevolutie, de moraliserende en bestraffende god. Vanuit de noodzaak om het eerste privébezit te registreren ontstond het schrift. Het schrift diende aanvankelijk vooral om de belangen van heersende bezittende klasse ten dienen. De eerste kleitabletten in spijkerschrift gaven aan wie de eigenaar van de graansilo’s was en hoeveel eenheden graan erin lagen opgeslagen. Eens geïnstalleerd op die positie probeerde de heersende klasse haar macht te behouden. Dit deed ze voornamelijk door het volk onwetend en dom te houden, ook via de godsdienst en de priesterkaste. Aan de andere kant werd een staand leger of politiemacht geïnstalleerd. Zij hadden een monopolie op geweld in dienst van de koning en zijn familie.

 Het geloofsinstinct

Op psychologisch vlak zien we dat kinderen, ook in een atheïstische omgeving, al zeer jong de neiging hebben te geloven in bovennatuurlijke krachten. Ze vinden die heel natuurlijk. Ze zoeken overal oorzaken achter en fantaseren die dan ook. Ze zijn geneigd aan ieder ding een functie of doel toe te schrijven. Zo vertellen kinderen in studies dat rotsen scherp zijn om te voorkomen dat dieren erop zouden gaan zitten. Ieder ding heeft in hun ogen een ‘doel’ dat het gedrag en uiterlijk van dat ding bepaalt.

 Wetenschappers zien geloof als de vrucht van de combinatie van onze theory of mind – het kunnen inschatten wat er in het hoofd van de ander omgaat – met onze taal

 Wetenschappers zien die neiging als de vrucht van de combinatie van onze theory of mind – het kunnen inschatten wat er in het hoofd van de ander omgaat – met onze taal. De theory of mind laat ons toe het gedrag van anderen te voorspellen en te verklaren, omdat we er (soms onterecht) van uitgaan te weten hoe die anderen denken. Taal laat ons toe daar concreet mee aan de slag te gaan: we zien in allerlei verschijnselen symbolen en vormen; we zien ‘tekens’, ook waar die er niet noodzakelijk zijn. En dan slaat de fantasie gemakkelijk op hol. Ook aan dieren kennen mensen soms gedachten en intenties toe die er dikwijls niet zijn.

De psycholoog Jesse Bering schreef een boek over ons geloof en/of bijgeloof in het bovennatuurlijke en in (een) god: The God Instinct. The Psychology of Souls, Destiny and the Meaning of Life.  Het uitgangspunt van Bering is dat we het onzichtbare en bovennatuurlijke … natuurlijk vinden, dat we er gevoelig voor zijn tekens te zien, ook waar die er niet zijn.

Neem nu het gelddoosje in de cafetaria waarin studenten geacht worden het geld te deponeren voor de koffie die ze drinken. Bering plakt op dat doosje een sticker met daarop een gezicht met twee ogen en een mond. En kijk, opeens belandt er veel meer geld in het doosje dan toen op het deksel alleen maar een neutrale bos bloemen te zien was. Ja, mensen zijn gevoelig voor de aanwezigheid van een ‘onzichtbaar iemand’. En zo, zegt Bering, helpt het geloof om sociale normen te doen toepassen. Het is zoals het oog Gods boven grootmoeders keukenkast: ‘God ziet u, hier vloekt men niet.’

Kinderen zijn onvermoeibaar wanneer het op vragen aankomt. Dan vragen ze waarom de zon schijnt, waarom oma oud is, waarom de meneer boos is, waarom … Zonder antwoord op het waarom zijn we gefrustreerd of bevreesd. Antwoorden stellen ons gerust.

Zolang het antwoord op veel fenomenen uitbleef, hielp het zich een instantie voor te stellen die zelf, als schepper van het heelal en als bestuurder ervan, het grote antwoord was. Die moraliserende goddelijke instantie had ook nog eens het voordeel samenlevingen sociaal inschikkelijker te maken want met goddelijke geboden lieten zich archaïsche driften afremmen.

Heel recent onderzoek naar de evolutionaire redenen van godsdienst maakt een onderscheid tussen het religieuze leven van de kleine samenlevingen van jagers en verzamelaars en de grote wereldgodsdiensten van vandaag.  Bij de oude jagers-verzamelaars kende iedereen iedereen. Sociale normen opleggen, kon toen door directe sociale druk, enige bovennatuurlijke hulp was daar niet meteen bij nodig. Het religieuze leven bleef toen ook beperkt, dikwijls zonder een geloof in het hiernamaals. Bij de grote stedelijke samenlevingen na de landbouwrevolutie waren andere pressiemiddelen nodig om sociale normen op te leggen. Naast de gewapende politiemacht was ook een ideologisch instrument vereist. Godsdienst kon die functie vervullen. Handig was daarbij de loze belofte dat hard labeur zou beloond worden in het hiernamaals.

Evolutionair wetenschapper Jared Diamond ziet zeven hoofdzakelijk kwalijke functies voor de godsdienst, we voegen er een achtste aan toe

In de culturele evolutie van de mens ziet de vermaarde fysioloog en bioloog Jared Diamond van de universiteit van Californië vanuit zijn observaties van traditionele samenlevingen zeven functies van godsdienst

– Mensen zoeken bovennatuurlijke verklaringen voor wat ze niet begrijpen.

– Religie kan ritueel angsten bezweren.

– Religie geeft troost bij verlies.

– Religie zorgt voor de instandhouding van de heersende macht. 

– Religie legt gedragscodes vast tegenover vreemdelingen.

– Religie kan gebruikt worden om oorlog te rechtvaardigen.

– Religie maakt zich geloofwaardig en boezemt angst in via symbolen van toewijding: offergedrag, mutilatie en auto-mutilatie, kostbare religieuze kentekens, de bouw van tempels, kathedralen, moskees …

We voegen nog een achtste functie toe. De evolutie heeft de eigenschap geselecteerd dat de beloningscentra in onze hersenen sterker worden geactiveerd wanneer we anderen kunnen geven, dan wanneer we zelf krijgen. Die eigenschap is wellicht ook een van de redenen waarom superrijken aan liefdadigheid doen. Bij goed doen voor een ander, zo tonen hersenscans, komen meer endogene opioïden of endorfinen vrij, wat zorgt voor die typische ‘warme gloed’. Zou liefdadigheid opium voor de rijke elite zijn?

Zou liefdadigheid opium voor de rijke elite zijn?

In Humo van 28 juli 2015 verscheen een interview met Patrick De Maeseneire,  CEO van het interimbedrijf Adecco. Vanaf een yogamat in het kerkje van San Vincenti – een lichaam in balans te midden van een bladstil Toscane – al mediterend genietend van het stimuleren van zijn nervus vagus en van zijn pas aangekocht domein met kasteel, wijngaard en kerkje, beweert ook Patrick De Maeseneire, CEO van de grootste uitzendonderneming en leverancier van human resources ter wereld, Adecco Group, dat geld geven mensen gelukkiger maakt: zen in het kwadraat. ‘Kijk naar de liefdadigheid in Amerika, hoe supermiljonairs als Bill Gates hun rijkdom in charity funds steken. Dat leert mij dat de mens uiteindelijk goed wil doen en dat het beter is meer aan het vrij initiatief over te laten dan het allemaal te willen reguleren. Ik doe het zelf ook zo: ik haat krijgen, ik geef veel liever. Zo ondersteunen mijn vrouw en ik in Ivoorkust tweeëntwintig kinderen.’  Is Bill Gates niet filantroop geworden toen de Amerikaanse justitie bij hem grove belastingfraude aan het licht bracht? Zou zijn filantropie niet eerder met public relations te maken hebben dan met solidariteit?

Vanaf zijn yogamatje pleit De Maeseneire ook onomwonden voor de afbraak van de op solidariteit gebaseerde sociale zekerheid. In de VS bijvoorbeeld geldt het devies in de gezondheidszorg: geen geld geen hulp. 60 miljoen mensen zitten er zonder ziekteverzekering en nog eens 150 miljoen mensen zijn er onderverzekerd. De Maeseneire: ‘Met Obama-care probeert Obama het model van het Europese vangnet over te nemen. Dat mag edel zijn, maar het werkt economisch niet. Ik blijf geloven in een zo vrij mogelijke markteconomie, met een beperkt vangnet.(…) Op lange termijn moeten we allemaal een stap terugzetten: meer risico’s nemen en een stuk zekerheid opgeven, ook van onze sociale zekerheid. Er valt geen leefbare maatschappij te organiseren waarin meer mensen nemen van het systeem, dan er bijdragen aan het systeem.’ 

‘Zin in Zen’ heeft de CEO van Adecco niet weerhouden om schandalige discriminaties op de arbeidsmarkt toe te passen

De ‘Zin in Zen’ van deze CEO heeft echter niet kunnen verhinderen dat zijn bedrijf Adecco op 24 februari 2015 nog in beroep is veroordeeld omdat het allochtonen heeft gediscrimineerd bij sollicitaties voor interimbanen. Zij kregen het label BBB als code,  ‘Blanc Bleu Belge’, een verwijzing naar een Belgisch koeienras. 

Het is stuitend en hypocriet wanneer het ophemelen van gevoelens tot liefdadigheid gepaard gaat met een bewuste verdediging van de afbraak van echte solidariteit via de sociale zekerheid, of het toepassen in de praktijk van illegale discriminaties van allochtonen op de arbeidsmarkt.

Deze blog is de tekst van een lezing die Dirk Van Duppen gaf op een studiedag CvS i.s.m. Motief op zaterdag 28 mei 2016 te Antwerpen

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!