Reflecties bij standpunten euthanasiedebat De Gucht, Vermeersch, Devisch, Stockman en andere prakijkmensen

Reflecties bij standpunten euthanasiedebat De Gucht, Vermeersch, Devisch, Stockman en andere prakijkmensen

dinsdag 15 augustus 2017 09:25

Het debat over wat te doen als oude en zieke, of kennelijk diep ongelukkige mensen vragen, “Waarom ben ik hier nog, mijnheer?”, of “Laat mij sterven alstublieft”, komt op kruissnelheid. Ethicus Ignaas Devisch en filosoof Etienne Vermeersch kwamen een paar keer hun zeg doen op de opiniepagina’s van De Standaard van de laatste vijf dagen. De laatste gaat o.a. tekeer tegen de Kerk die vanuit haar blijkbaar nog altijd in grote mate ‘onvergeven verleden’ dat al te moralistisch is geweest, “beter zou zwijgen”. Ethicus Devisch, vrijzinnige, is interessant en relevant om lezen, maar moet zelf stevige kritieken incasseren van een sterkhouder van de logica van de mensen die de Joods-Christelijke Goede God als leidraad nemen bij hun handelen, de jurist Fernand Keuleneer. Maatschappelijk Debat in een (juridisch bewaakte) sfeer van Vrije Meningsuiting is iets fantastisch. Een paar bedenkingen van mijzelf volgen, die ik maak vanuit persoonlijke omgang met stervende mensen en hun kring, en met heftig psychisch lijdende mensen. Ik werkte als vrijwillig medewerker Palliatieve Zorg in een regionaal ziekenhuis, en liet vanaf 1986 het leven zelf werken als ancien ami die bezoeker werd van enkele chronische zorgzoekers in opname in een kleinschalig therapeutisch Huis van de Broeders van Liefde. (2400 w)

Psychisch lijden, om daar mee te beginnen, kan zeer pijnlijk zijn. De vele mensen die lijden aan soms wel uitzinnig makende eenzaamheid en gebrek aan zin ervaring, ik heb ze persoonlijk leren kennen. Bij hen blijven, bijvoorbeeld ter gelegenheid van het vieruurtje met koffie en speculaas, terwijl zij hun waanzin of diepe wanhoop niet helemaal onderdrukken, het is voor velen allicht onbegonnen werk. Ik heb het gedaan, vele jaren lang. En dan mocht blijken dat rustige aanwezigheid bieden, bijzonder genezend en rustgevend kan werken. Een vriendelijke, aandachtig en duidelijk maar discreet gesignaliseerd sympathiserend luisterend oor bieden, het kan wonderen doen.

Het luisterende oor is het vergeten “wapen om goed te doen” van de mens.

Voorwaarde die ik ter harte nam, is echte interesse opbrengen voor het denken en voelen van de medemens. En niet te snel en niet te hard oordelen of veroordelen, wat denkbeelden, ervaringen, getuigenissen, vragen en wensen van die personen betreft. Natuurlijk bleven de professionele therapeuten en psychiaters onmisbaar. Maar het is mijn ervaring dat gewoon respectvol en welmenend menselijk contact, van grote betekenis kan zijn. Meer mensen zouden daar de tijd moeten voor nemen, om dat aan medemensen te bieden op geregelde basis; en dan natuurlijk eerst en vooral in het eigen gezin en in de persoonlijke vriendenkring, en met de buren. Dat is een levengevende uitwisseling, waarvan het bestaan, het belang en de modaliteiten lijken ondergesneeuwd te zijn in een tijd van enthousiasme voor managen, voor geld verdienen en techniek aanwenden… zowel op macro economische schaal, als in de persoonlijke leefwereld.

Overigens moet mij een bredere sociologisch psychologische bedenking van het hart in deze context. Het leren kennen van mensen met zware geestelijke pijn en verstrikkingen, doet mij dit besluiten: het lijken mij geïncarneerde symptomen! Levende Boodschappen, memen in de term van Richard Dawkins, waar de zogenaamd gewone, gezonde medemensen onbewust, latent en intrinsiek naar vragen! De “zieke” is een signifiant figuur in een maatschappij die de boodschap lijkt uit te sturen, dat dingen als vredig sensitief samen zitten, samen liggen… er in het menselijke bestaan niet wezenlijk toe doen! Loitering in het Engelstalige vakjargon. Verder Dingen als elkaar complimenten geven, bevestiging bieden. En praktijken als warme, tastbare liefde met elkaar delen, en door de jaren goed onderhouden. Nil volentibus arduum?

Als blijkt dat de depressieve mens zich niet met wilskracht alleen kan gezond maken, lijkt mij even evident dat kille mensen geen warme menselijkheid kunnen ontwikkelen, louter op basis van hun wilskracht…

In dit verband valt mij op storende, en ronduit onbegrijpelijke manier sinds de kindertijd op hoe gebrekkig de ambitie is van veel mensen. Wellicht vanuit onwetendheid over het eigen vermogen, mensen goed te doen? Of ligt de reden nog dieper: in een ongeloof in het bestaan van zo een eigen, persoonlijke, individuele warmte vermogen? Of nog dieper, in een niet weten over de diepe, mystieke, maar in de grond banale, aan ieder mens ingegeven eigen kracht en waarde bij het verwarmen van andere zielen?

Ik geef meteen een recent concreet voorbeeld dat volop in de media staat: het voorstel van Jean-Jacques De Gucht, zoon van Karel De Gucht. In De Standaard van 16 augustus lees ik een korte samenvatting.

“Ook we niet terminaal ziek is, maar levensmoe, moet euthanasie kunnen vragen. Dat vindt Vlaams Parlementslid en senator Jean-Jacques De Gucht (Open-VLD). Hij wil die mogelijkheid in de wet inschrijven. ‘Wanneer mensen aangeven dat ze levensmoe zijn, wie zijn wij dan als maatschappij om te zeggen dat ze moeten blijven leven?” (p. 2).

Voor mij spreekt uit die laatste woorden van de zoon van Vlaams Toppoliticus en gewezen Eurocommissaris Karel De Gucht een onbegrijpelijke abdicatie. Een idee spreekt hier, dat de maatschappij, die de som is van ons mensen, geen reden heeft, geen vermogen bezit, om een mens in nood weer op de been te helpen. Dat is voor mij onbegrijpelijke, kille onzin. Uit andere teksten op dezelfde bladzijden in deze krant, blijkt dat mensen noch bij ons, noch in Nederland, waar dit debat al vijftien jaar woedt, bereid zijn mee te gaan in deze kille houding. Els Van Hoof, Kamerlid en schepen (CD&V) in Leuven, zegt :

“Vooraleer wij gaan praten over een eventuele uitbreiding moet de bestaande wetgeving eerst een keer grondig worden geëvalueerd”.

Valerie Van Peel (N-VA) sprak op Twitter van een “slippery slope”, een hellend vlak. Wel, ik bedenk bij dit alles twee zaken, op politiek vlak. De rare uitspraak komt van “de blauwen”, de partij die het meest van alle partijen staat voor de vermogende mensen. Dat kan geen toeval zijn. Geld maakt ongevoelig. Ik kom daar op terug. En ten tweede, de zielen die het eerst en meest prominent verzet aantekenen, zijn twee vrouwen. Wezens die vaak misschien niet meer ‘voelen’ dan mannen, maar wel een beter ontwikkeld vermogen tot “innerlijke voeling” hebben ontwikkeld en bewaard sinds de kindertijd.

Bij deze situatie van het politieke debat komt mij meteen een feit, een getuigenis van een vooraanstaand politicus voor de geest. Herman Decroo, lid van dezelfde partij, (Decroo was onder anderen minister, burgemeester en Kamervoorzitter). merkte ooit in een persoonlijk interview op:

“Ik heb van zo goed als niets spijt, als ik op mijn rijkgevulde carrière terugkijk.  Behalve van een iets: dat ik mijn kinderen niet heb zien opgroeien.”

Met andere woorden, we mogen ervan uit gaan dat de betrokken beide zonen, die nu zelf politieke mandaten opnemen, opgroeiden met afwezige vaders. Als ik vanuit dit besef de woorden herlees “Wie zijn wij als maatschappij, om te zeggen dat mensen moeten blijven leven?”, dan herken ik daarin de ziel zelf van betrokken liberale jonge man aan het woord… Ongelukkige. Niet in staat tot waarlijk humaan denken. Om inzichtelijke redenen. Die de armoede in de familie bloot leggen.

In 2000 werd ik medewerker naar de Palliatieve Zorg in het regionaal ziekenhuis Heilig Hart in Leuven. Het zijn van de boeiendste maanden in een toch al kleurrijk en emotioneel goed geladen leven geworden. Ik leerde er het fenomeen van de dood van mensen van dichtbij kennen. Bij drie personen was ik lijfelijk aanwezig, de hand zacht omheen de hunne, toen zij hun laatste adem uitbliezen. Die mensen gingen zo goed als onbewust heen, onder sedatie medicijnen. Veel observatoren en deelnemers aan het debat, denken veel te negatief over bepaalde als niet wenselijk bekeken levensfases.

De Dood is niet het omgekeerde van goed leven.

Op onze Eenheid de Brug werd door personeelsleden meer gehuild dan in eender welke andere afdeling. Ca va de soi. Je moet sterk staan om daar te kunnen werken. Je moet iets gedaan hebben met je eigen angsten, demonen. Maar op onze unit die natuurlijk het hoogste aantal sterfgevallen van het hospitaal telde,  werd ook het meest gelachen.

Lachen = op bevrijdende wijze afstand nemen van dingen.

Lachen = luidop samen vieren dat het leven de moeite waard is.

Lijdende mensen helpen, brengt als niets anders de levenden bij elkaar.

Tegenwoordig staan naar verluidt vele verpleegkundigen, jong en oud, in de rij om op Palliatieve Zorg Afdelingen te mogen werken. Omdat zij daar hun roeping, mensen nabij zijn, nog kunnen waarmaken. Er is tijd om te kijken naar en te praten met de mensen die zorg en hulp zoeken.

De mens is niet onverschillig. Niet in onze tijd. Toen ik drie jaar geleden kandideerde als vrijwillig hulpverlener in het Universitaire Ziekenhuis Gasthuisberg van de Katholieke Universiteit Leuven, bleek er een groot overaanbod aan vrijwillige medewerkers, hulpverleners. Op mijn dossiertje heb ik geen reactie gekregen. Tijdens de verkennende vergadering, met een veertigtal mannen en vrouwen kandidaten, leerden wij wel terloops dat de huidige cultuur in dat ziekenhuis van grote naam en faam bij de Verpleegkundigen het vermijden van elk oogcontact met de zieken inhoudt! U kunt al raden waarom. Omdat daar een gesprekje van zou kunnen komen. En dat laat de werkdruk, de tirannie van de klok niet meer toe.

Van zuster Jeanne Devos vernam ik vorige week in persoonlijke tafelgesprekken nog iets over de onvermoede waarde van wie met menselijke onvolmaaktheid leeft. Zij heeft zestig jaar in India gewerkt als missiezuster van De Jacht. Het liefst van alle mensen waar zij mee werkte, waren haar de dove kinderen, zo stelde zij. Dat staat dus haaks op de rare trend van tegenwoordig in ons land, dat alleen “goed gezonde” mensen waardevol zijn. Dat zoveel mogelijk afwijkingen voor de geboorte dienen opgespoord, en afwijkende kindjes exit baarmoeder kunnen. De reden voor de voorkeur van die hoogstaande madam? Die kindjes lezen lip, en hebben een fijn ontwikkeld gevoel voor de stemming die je uitstraalt.

“Ik kon niet voor de klas staan vol van heimwee, daar in India. Ze merken dat direct, en vragen je dan, wat scheelt er. Ik kon met hen niet met de maskers op werken. Dat was bevrijdend, deugddoend en sympathiek”.

Op “De Brug” merkten wij nog een ander fenomeen dat op sluipende wijze de debatten over euthanasie tot op vandaag scheef kadert en de roep om te doden motiveert. Heel vaak hadden de stervenden zelf vrede met hun situatie. Door de aanwezigheid en vriendelijke inzet van vele verplegers, een gespecialiseerde arts met diepe visie op sterven, en de vele vrijwilligers, waren de mensen van wie het leven bij ons ten einde liep meestal ‘ok’. Wij kregen zelden of nooit euthanasievragen. De opmerking “Zij lijdt teveel, mijnheer, dit is niet meer menselijk”, dat kwam door de jaren, zo vernam ik van de collega’s, steevast eerder van de vrienden en familie. Die soms in hun drukke werk agenda een gaatje hadden gemaakt om bij het bed te komen. Het is dus ook juist projectie, voor een deel, dat “ondragelijk lijden”-discours. Mogen wij daar in meegaan? De mens heeft heel zijn geschiedenis, vier miljoen jaar lang, toch wel met de Dood kunnen omgaan? Gemeenschappen, families hebben oude leden van de groep weten te koesteren en waardig te laten gaan, dat lijkt aannemelijk. Zonder de steun van een brede, uitgebreide economie en veel kapitaal. Wat het debat kleurt zonder dat sommigen het merken, ook juist in de standpunten van de levensbeëindiging en “autonomie”, is de huidige maatschappelijke context. In andere blogs en artikels heb ik die al voldoende en voldoende kritisch beschreven.

In die zin heeft de Kerk ook alle recht van spreken, en een deel van het gelijk aan haar kant. Zij komt op om mensen overal en altijd “met christelijke liefde en nabijheid” te bejegenen. Zoals Jezus het deed. Een houding die neerkomt op gewoon normaal menselijk gedrag, zo mag ik hopen. In die zin is het goed en gelukkig, dat de kerk claimt het beter te weten, wat de stervende of de lijdende nodig heeft, zelfs dan de lijdende mens zelf. Wie daar op gaat vitten, de welmenende gelovige gemeenschap dat recht ontzegt, die laat zich kennen. Die heeft te weinig veldwerk gedaan met stervenden en mensen die zich lange tijd miserabel voelen. 

Intussen heeft Geert Hoornaert, klinisch psycholoog, dit standpunt van me uitstekend uit de doeken gedaan op anderhalve pagina in de genoemde krant van 16 augustus, onder de titel “Toch luwt elke storm ooit”. Hij stelt

“De psychiatrie vindt hier haar bestaansreden: in het tijdelijk beschermen van de patiënt die aan zijn lijden is overgeleverd”. “Het oordeel van Rome over de euthanasienota van de Broeders van liefde heeft de verdienste om het debat rond de “goede dood” voor psychisch lijden levend te houden.”, zo vangt het stuk aan. En de vraag roept op: “Zullen de praktijkmensen uit de geestelijke gezondheidszorg de gelegenheid eindelijk aangrijpen om hun stem te laten horen, en het debat vanuit hun praktijk aan te gaan?”

Inhoudelijk vind ik heel sterk hoe Hoornaert reflecteert: “Het vertoog rond euthanasie spreekt aldus:

“Wie zou ik zijn om iemand het zout te weigeren wanneer iemand mij duidelijk communiceert dat het dat is wat hij wil? Kan een arts die vertrouwd is met waanzin en dagelijks kan vaststellen hoe waanzin de autonomie aantast, zo een vertoog hanteren?

Hij doet dat vooralsnog niet wanneer een patiënt iemand anders verwondt of doodt. Hij roept dan terecht reserves in betreffende de autonomie van zijn patiënt: een verstoorde realiteitsbeleving, ongecontroleerde agressieve impulsen, een verminderd onderscheidingsvermogen… Deze finesses lijken te verdwijnen wanneer iemand hem vraagt gedood te worden. “

De debatten ontlokken mij tussendoor de volgende gedachtegang. Misschien moeten meer betrokkenen overwegen als vrije tijdsbesteding weidelijke jager te worden. Een situatie waarin doden volkomen is door wetten geregeld, door een eigen jagersethiek omkaderd, en waar het nuttigheidsaspect, ten voordele van de soort, de biotoop, de bomengroei, evident is…

In de kranten gaat het debat door. Na de theoretici laat De Standaard de mensen uit de praktijk aan het woord. En hoe. De brief van Jacqueline van de Walle, huisarts, die getuigt over de oneerbare druk op artsen, de beschermers van het leven, om plots de knop om te draaien, en de patiënt dood te willen… is zeer overtuigend. De laatste zinnen van mevrouw Vande Walle zijn:

“Attesteren dat aan de voorwaarden voor euthanasie voldaan is, is een punt. Zelf de spuit moeten zetten, is een heel ander punt. Eenmaal het infuus geplaatst, is er geen enkele reden waarom het aan een medicus is om de dodelijke producten toe te dienen. Laat deze handeling dan gebeuren door de man of vrouw aan wie deze handeling écht toekomt: de aanvrager of diens vertegenwoordiger. – Ontlast de druk en de beschuldigingen aan het adres van de huisartsen. Als ze hun volledige kennen en kunnen hebben aangewend voor uw gezondheid, is hun taak volbracht en voorbij.”

Dit komt op mij over als een indringend getuigenis. Uit de praktijk.

Doden is geen simpel spel.

Weten waarover je spreekt en schrijft in deze materie, al evenmin.

Laten wij voorzichtig zijn als wij dat doen.

Zonder daarom in veilig zwijgen te vervallen.

Stef Hublou Solfrian

Historicus, publicist-activist

Gewezen medewerker Palliatieve Eenheid De Brug, Leuven.

Gewezen vrijwillig bezoeker in Papiermoleken, kleinschalig therapiehuis, Korbeek-Lo

 

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!