Recensie boek Pascal Delwit over de PTB-PVDA

Recensie boek Pascal Delwit over de PTB-PVDA

Pascal Delwit, PTB, nouvelle gauche vieille recette, éditions Lucpire, Liège, 2014, 381 blz. ISBN 9782875420954

dinsdag 22 april 2014 17:07

ULB-politicoloog en PS-lid Pascal Delwit komt net
voor de verkiezingen met een doorwrocht werkstuk voor de dag over wat hij de
dubbele lijn van de PTB-PVDA noemt. Haar interne keuken kleurt volgens hem nog
steeds marxistisch-leninistisch, maar naar buiten meet ze zich het vriendelijk
imago van een sociaaldemocratische partij aan.  

“De beste chef-koks onthullen hun geheimen niet.” Zo
verwoordde de PVDA in 2008 tijdens haar achtste en laatste congres de te volgen
strategie. “In de keuken kan het soms chaos zijn, maar het is de sfeer in het
restaurant die telt”. Volgens Delwit is de PTB-PVDA de enige extreem-linkse
partij in Europa die niet geëvolueerd is sinds de ineenstorting van de
Sovjet-Unie, in tegenstelling tot bijvoorbeeld Die Linke in Duitsland of de SP
in Nederland,.

Met deze
studie van bijna 400 pagina’s kan de forse stelling die Pascal Delwit daarin
poneert niet zomaar afgedaan worden als een verkiezingsmanifest, bedoeld om een
stuk van de electorale meubels van de PS alsnog in extremis te redden.
Inderdaad, de PS voelt aan haar linkerzijde de hete adem van de PTB, zoals ook
de SP.a in het Nederlandstalig landsgedeelte meer en meer moet rekening houden
met de PVDA.

44 jaar na
het ontstaan van Alle Macht Aan de Arbeiders (AMADA –zoals ze eerst heette)
zijn zowel de PVDA als de PTB erin geslaagd door te dringen tot een iets ruimer
kiespubliek. Volgens de peilingen zou de PTB zelfs goed kunnen zijn voor een
ongeziene zeven procent en in Nederlandstalig België hoopt ook de PVDA op een
zitje in de Kamer voor Peter Mertens en misschien zelfs meer.

In zeventien hoofdstukken probeert de
auteur een historisch beeld te schetsen van de partij en daarnaast een analyse
te maken van haar hedendaagse verschijningsvorm.

Dat was, zegt de auteur in zijn
inleiding, geen gemakkelijke opdracht. ‘Le
PTB est sans doute la formation politique la plus difficile à cerner et à
analyser en Belgique’. (p. 10) De
archieven van het tijdschrift ‘Solidaire’ van voor 2008 zijn niet meer
toegankelijk voor het publiek, evenals de teksten van de bijeenkomsten van
internationale communisten. Deze websites
werden gesloten. ‘Des propos ‘compromettants’ sur la cuisine sont aussi ôtés du
net ou de la bibliothèque du parti. Pour le PTB, l’enjeu est de ne parler que
de la salle du restaurant.’ (p. 11)

Delwit heeft wel
gebruik gemaakt van de archieven die hem door oude kaderleden ter beschikking
werden gesteld. Verder zijn er de gesprekken die hij heeft kunnen voeren met de
huidige voorzitter Peter Mertens en Franstalig woordvoerder Raoul Hedebouw –
niet met Ludo Martens die in 2011 overleed – , maar ook met vooraanstaande
leden die na jaren uit de partij zijn gestapt of gezet (onder andere Nadine
Rosa-Rosso, Grace Winter, France Blanmailland, Wim De Neuter en Luk Vervaet) die
belangrijke elementen voor zijn analyse hebben aangedragen.  

Van AMADA
naar PVDA-PTB

Ondanks het
feit dat de Franstalige titel uitsluitend verwijst naar de PTB heeft Delwit
zeker evenveel Nederlandstalige als Franstalige bronnen geraadpleegd. De auteur
begint trouwens met een lange aanloop in Nederlandstalig België waar de
oorsprong van de Belgische maoïstische beweging te vinden is. Van ‘Leuven
Vlaams’ via de Studentenvakbeweging (SVB) met als studentenleiders onder andere
Ludo Martens en Kris Merckx naar de oprichting in 1970 van AMADA (Alle Macht
aan de Arbeiders), die enkele jaren later het unitaire TPO-AMADA werd, waaruit
dan in 1979 de PTB (Parti du Travail de Belgique) en de PVDA (Partij van de
Arbeid) zijn gegroeid. Ludo Martens die de laatste jaren van zijn leven in
Congo doorbracht, was gedurende een lange periode de grote partij-ideoloog. Zijn
ex-vriendin Grace Winter (en niet langer lid) zegt over hem: ‘Politiquement
c’était un tyran. Il avait l’idée que lui seul savait. Ceux
qui était d’accord avec lui c’était bon. Mais ceux qui n’était pas d’accord
avec lui…’ (p. 233) Paul
Goossens noemt hem naar aanleiding van zijn overlijden ‘Le dernier communiste’.
‘Martens était le leader et le gardien de cette
radicalité. Il définissait la ligne, était le seul juge de l’idéologie, et le
chef incontesté. Son pouvoir dans l’organisation échappait à toute
critique.’  (p. 234)

Om de achtergronden en de evolutie van de
partij te kunnen schetsen doet Delwit in dit boek dan ook vaak een beroep op
uitspraken van Ludo Martens en van passages uit teksten van nationale
conferenties en van congressen. Hij verwijst ook herhaaldelijk naar het werk
van de Gentse historicus Jan Buelinckx die in 2002 een opgemerkte thesis onder
de titel “Radicaal-links in België en de
val van de Muur Hoe overleefden de KP, de SAP en de PVDA
de val van het ‘reëel bestaande socialisme’?”maakte. Delwit vertaalde hieruit passages – en ook
uit andere Nederlandstalige publicaties, waaronder dat van de Antwerpse historicus Vincent Scheltiens ‘Versnipperd
links: een terugblik’ in het tijdschrift Aktief van het Masereelfonds – naar het
Frans. Om zo dicht mogelijk bij de
gedachtegang van de auteur te blijven citeer ik uit het boek van Delwit, in het
Frans dus.

De rode draad in de analyse van de auteur is
dat de PVDA en de PTB in de loop van hun bestaan steeds minder hun
marxistisch-leninistische uitgangspunten en maoïstische inspiratie zijn gaan
benadrukken en zich meer naar een ruimer publiek zijn gaan richten met succesvolle
initiatieven als geneeskunde voor het volk, die de partij zeker geen windeieren
hebben opgeleverd.

Op 29 december
1974 werd een nationale conferentie gehouden waarin een aantal statuten van
organisatorische aard werden aanvaard. Delwit
citeert uit de statuten waaruit enkele van de belangrijkste politieke
stokpaarden van AMADA blijken : ‘combattre les conceptions pernicieuses du
réformisme et d’éliminer les influences politiques des dirigeants syndicaux et
des leaders des partis social-démocrate et révisionniste (p. 71). Op het
organisatorisch vlak werd verwezen naar het leninistisch principe van het
‘democratisch centralisme’: ‘Le parti est un parti de la lutte de classes
révolutionnaire. Pour vaincre l’ennemi, le parti a besoin d’un  centralisme prolétarien inébranlable,
d’une discipline de fer, d’une unité de volonté. (..) Le parti n’a pas
seulement besoin de démocratie, il a surtout besoin de centralisme.’(p. 72) En
even verder luidt het: ‘Tout le parti doit adopter une seule et même
discipline. Soumission de l’individu à l’organisation. Soumisssion de la
minorité à la majorité. Soumission des échelons inférieurs au échelons
supérieurs. Soumission de l’ ensemble du parti au comité central. Quiconque
viole ces règles, sapent l’unité du parti.’ (p. 73)   

Keuken en restaurant 

In 1979 werd dan het Nederlandstalige AMADA
omgevormd tot de PVDA en ontstond in Franstalig België de PTB.  Op het stichtingscongres was onder meer de toen nog onbekende Laurent Désiré Kabila aanwezig. Uit
de statuten blijkt dat het marxisme-leninisme en het denken van Mao Zedong het
ideologisch cement van de partij bleven vormen, maar daarnaast, merkt Delwit
op, is ook al het principe van de dubbele lijn aanwezig. Hij citeert uit de congresteksten: ‘Nous devons clairement distinguer ce
qui doit être mis centralement dans le parti et ce qui doit l’être dans notre
travail de masse vers l’extérieur.(..) Ce n’est que par la souplesse tactique
que nous pourrons faire gagner du champ à nos principes fondamentaux’. (p. 132)

Volgens Delwit komt die dubbele lijn zeer duidelijk
tot uiting op het achtste en voorlopig laatste congres van de PVDA-PTB in 2008,
waarop een zieke voorzitter Ludo Martens zijn plaats moest afstaan aan de veel
jongere Peter Mertens, die door de media werd opgepikt en die in zijn
uitspraken en geschriften een veel mediatieker aangezicht aan de partij heeft
gegeven. De
populariteit van Peter Mertens, Hoe durven ze?, maar ook van Raoul Hedebouw Première à
gauche, de deskundigheid van haar kaders in een aantal dossiers (Dirk Van
Duppen en het kiwimodel, Tom De Meester en Electrabel), leveren de PVDA
media-aandacht op én ook stemmen en leden.

Het is ook op dat achtste congres dat het beeld van
de keuken en het restaurant werd gebruikt.  ‘Nous faisons la distinction
entre ce qui se passe en salle et ce qui se passe en cuisine. Les meilleurs
chefs coqs ne revèle pas tous leur secrets (je souligne). La situation dans
la cuisine est souvent plus chaotique que l’ambiance soignée de la salle. Il
faut dans le parti assez d’attention et d’espace pour  toutes les questions stratégiques et tactiques. Vers
l’extérieur, nous devons savoir ce qui est essentiel. Dans le temps et l’espace
limité que les médias nous accordent, nous voudrons nous concentrer là-dessus,
même si les journalistes s’intéressent souvent plus à notre cuisine ou aux
points difficiles de notre programmme. (je souligne)’.
(p. 261-262)

Ook
de ontmoetingen met de andere communistische partijen wereldwijd, uit Cuba,
Vietnam én Noord-Korea, verraden volgens Delwit het ware gelaat van de
PVDA-PTB. Bij de internationale bijeenkomsten, onder meer in Brussel, toont de
PVDA zich van zijn meest dogmatisch kant. Dat deze ontmoetingen steeds achter
gesloten deuren plaatsvinden, is volgens Delwit het bewijs van de dubbele
houding. Intern kan er met de spierballen gerold worden, buiten wordt er geen
schade berokkend. 

SP en PVDA-PTB

In hoofdstuk 15 ‘2008, l’avènement d’un nouveau
PTB?’ maakt Delwit een interessante vergelijking met de ontwikkelingen binnen
de SP in Nederland. Oorspronkelijk was de SP ook een marxistisch-leninistische
organisatie die zich steunde op het maoïstisch gedachtegoed. Eerst heette ze
Komunistiese Partij Nederland/Marxisties-Leninisties (KPN-ML) en vanaf 1972
doopte ze zich om tot SP. In de jaren zeventig bleef ze, zoals AMADA-TPO, trouw
aan de maoïstische lijn, maar geleidelijk aan liet de SP in de eerste plaats
haar maoïstische inspiratie en later ook haar marxistisch-leninistische lijn
los. Daardoor liet ze de notie van voorhoedepartij vallen en bijgevolg ook de
centrale rol die de arbeidersklasse daarin zou moeten spelen. De SP wilde de
partij worden van het gewone volk en in 1991 besloot ze zich nog alleen als
‘socialistisch’ te definiëren. De electorale successen die de SP vooral onder
haar vorige voorzitter, de charismatische Jan Marijnissen, heeft behaald, zijn
ook internationaal opgevallen en de SP heeft contacten gelegd met
links-radicale Scandinavische partijen en met organisaties die behoren tot de Parti
de la Gauche européenne (PGE)  waaronder
die Linke in Duitsland.

Hoe nu verder?

Welke richting zal het verder uitgaan met de
PVDA-PTB? Zal zij haar leninistische uitgangspunten overboord gooien, ook uit
haar keuken, of blijft de dubbelzinnigheid van de dubbele lijn aanwezig? Dat is
de vraag die Delwit zich stelt in zijn slothoofdstuk ‘Où va le PTB?’ waarvan De
Morgen van 21 maart 2014 een passage vertaald heeft voor haar opiniebladzijden.
‘De PVDA staat voor een moeilijke keuze. Ofwel blijft ze wat ze is: een marxistisch-leninistische groepering die van een socialistische revolutie
droomt. In dat geval kan ze een anti-systeempartij blijven en vasthouden aan
een vorm van sociaal of socialistisch populisme. Die optie heeft een groot
voordeel: ze vermijdt dat de partij verantwoordelijkheden neemt en dus kan
ontgoochelen.’ (p. 379)

Delwit ziet ook nog een andere mogelijkheid: ‘Anderzijds
kan de partij van houding veranderen en de hachelijke weg inslaan van een
radicaal linkse formatie die bereid is om te regeren en dus onvermijdelijk te
ontgoochelen.’ (p. 380) Delwit acht die tweede mogelijkheid weinig
waarschijnlijk ‘omdat de huidige leiders hun politieke – en vaak ook hun
persoonlijke – identiteit op een ander project, een ander idee hebben
opgebouwd.’ Hij verwijst daarvoor naar de leden van het nationaal comité
waarvan de meesten al bijna twintig jaar in de partij zitten. Toch houdt hij er
terdege rekening mee dat er ook een jongere lichting aankomt die het
maoïstische verleden niet gekend heeft en ook niet behept is geweest met een
missionarismentaliteit (zie pagina 159). Delwit:‘ Toch is het niet helemaal
uitgesloten dat de tactiek van de dubbele lijn leidt tot de komst van nieuwe
kaders, mensen met minder eerbied voor de lompen van het marxisme-leninisme en
met een grotere wil tot innovatie. Zo zou de opening van de partij een opening
kunnen scheppen die de leiders niet hebben gepland.’ (p. 381)

Het negende congres is voorzien voor 2015. Het zal
vast een leerrijke ervaring worden. Met die eerder neutrale zin beëindigt
Pascal Delwit zijn analyse die aan duidelijkheid nochtans niets te wensen over
laat. Voor de geloofwaardigheid van een nieuw radicaal-links is het absoluut noodzakelijk om in het
reine te komen met zijn verleden. PTB nouvelle
gauche vieille recette legt ideologische pijnpunten bloot die om klare
antwoorden vragen in de zoektocht naar een radicaal socialisme van en voor de
21ste eeuw in ons land. Om die belangrijke discussie aan te
zwengelen zou het goed zijn dat dit boek ook in een Nederlandse vertaling wordt
uitgegeven. Daardoor kan het immers een nuttig discussiestuk worden die in
plaats van tot verdeling eerder tot een versterking van een nieuw radicaal links
in België zou kunnen leiden. 

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!