De community ruimte is een vrije online ruimte (blog) waar vrijwilligers en organisaties hun opinies kunnen publiceren. De standpunten vermeld in deze community reflecteren niet noodzakelijk de redactionele lijn van DeWereldMorgen.be. De verantwoordelijkheid over de inhoud ligt bij de auteur.

Reactie op ‘Antroposofen vatbaar voor complotvirus’

Reactie op ‘Antroposofen vatbaar voor complotvirus’

dinsdag 9 maart 2021 12:19
Spread the love

Enkele weken geleden publiceerde de schrijfster en filosofe Désanne van Brederode op deze site het essay ‘Ook antroposofen vatbaar voor het complotvirus’. In gewijzigde vorm verscheen het daarna in het Nederlandse dagblad Trouw. Omdat één alinea in de oorspronkelijke versie een nogal krasse visie op de schrijfster en arts Mieke Mosmuller geeft (haar naam wordt niet genoemd, maar het is duidelijk dat de geventileerde afkeer haar betreft) en Van Brederode mij vermoedelijk tot Mosmullers ‘grote schare antroposofische fans’ zou rekenen, wil ik op dit stuk reageren. Overigens lees ik behalve Mieke Mosmuller Rudolf Steiner. Behoor ik daarmee tot zijn schare fans? Behoort Van Brederode, die Steiner leest, tot zijn schare fans?

Voor we op die ene alinea ingaan eerst iets algemeens. Begrijp ik Van Brederode goed, dan wil ze met haar essay ten minste twee volgens haar verwante verschijnselen aan de kaak stellen:

  1. Sommige antroposofen blijken in de coronacrisis vatbaar voor extreemrechtse ideeën (nationalisme, Westers superioriteitsdenken, xenofobie, antisemitisme). Ze nemen er althans onvoldoende tot geen afstand van, demonstreren met extreemrechtse groeperingen tegen coronamaatregelen of juichen deze demonstraties toe.
  2. Sommige antroposofen blijken in de coronacrisis vatbaar voor complottheorieën.

Het lijkt me een zaak van het individu, antroposoof of niet, uit te zoeken in hoeverre de eigen ideeën al dan niet gelijkenis vertonen met extreemrechtse gedachten, hoe representatief de aanwezigheid is van extreemrechts op demonstraties tegen coronamaatregelen en welke conclusies je daar uit wilt trekken als potentiële demonstrant. Van Brederode maakt daar een opmerking over die tot nadenken kan stemmen: ‘Het dragen van een mondkapje was in elk geval een vreselijker vooruitzicht dan aangeraakt te worden door de wuivende banieren van openlijke “foute” en agressieve groeperingen.’ Aan de andere kant zou je (ik geloof dat het de journalist en columnist Jan Blokker was die dit ooit deed) kunnen volhouden: ‘Als Adolf Hitler zegt dat het gras groen is, ga ik niet zeggen dat het blauw is.’

Voor zover ik weet is Mieke Mosmuller de afgelopen tijd niet de straat op gegaan om voor dit of tegen dat te betogen. Ze valt in elk geval niet op extreemrechtse ideeën te betrappen. Ik zou verschillende passages kunnen citeren – bijvoorbeeld haar kritiek op Westers superioriteitsdenken bij Jürgen Habermas – om dit te verklaren, maar zal me beperken tot een alinea uit haar eerste boek, Zoek het Licht, dat opgaat in het Westen (1994). De passage komt uit het hoofdstuk ‘Liefde’, paragraaf ‘Liefde in ontwikkeling’:

‘Een volgende vorm van natuurlijke liefde, van edele liefde op basis van de natuur, is de liefde die de drijfveer vindt in de banden die in een volk als werkelijke krachten leven. De liefde voor het eigen volk, de vaderlandsliefde. In onze tijd zien we deze vaderlandsliefde niet meer echt in edele natuurlijke vorm tot uiting komen, wij kennen haar vrijwel uitsluitend in haar ontaarde vorm, de nationalistische haat tegen andere volkeren, tegen andere rassen. Toch bestaat er ook edele vaderlandsliefde. En wie kent niet de oprechte ontroering bij het aanhoren van het eigen volkslied? Ook deze vorm van natuurlijke liefde – natuurlijk omdat zij opbloeit uit de samenhang door de geboorte met een plaats en een volk – kan zich ontwikkelen, kan ontwikkeld worden tot een grensoverschrijdende liefde die tot ware mensenliefde, tot wereldliefde kan uitgroeien. Het willen negeren van deze reëel werkzame krachten is zinloos, men moet ze willen leren kennen ten einde ze bewust te kunnen ontwikkelen.’[1]

Let wel: dit is dus nog alleen maar een beschrijving van een vorm van natuurlijke liefde. Verderop in het hoofdstuk volgen beschrijvingen van andere vormen.

Ook bij de vragen in hoeverre bepaalde complottheorieën waarheid bevatten, hoe misleidend ze zijn, in hoeverre men zelf een ‘schaap’ is of naar paranoia neigt, zou men in eerste instantie het eigen oordeelsvermogen moeten aanspreken. Van Brederode weet dat ook. Ze schrijft: ‘Mij had [het ontmantelen van propaganda tot in de details] met betrekking tot de oorlog in Syrië jaren gekost. Het vergt een zeer intensief onderzoek naar de bronnen, naar de achterliggende agenda’s, naar het effect wat de verspreiders van de (nieuws)berichten hopen te bereiken. En het vraagt veel, heel veel van je gemoed.’ Rustig en weloverwogen heeft Mieke Mosmuller over deze thema’s – propaganda, achterliggende agenda’s, de publieke opinie – behartenswaardige dingen gezegd, in blogs en in video’s, die altijd ook de relatie met de ontwikkeling van het eigen oordeelsvermogen leggen. Ze zijn gemakkelijk op internet te vinden, dus ik laat het bij deze constatering.

Wat schrijft Désanne van Brederode nu in de bewuste alinea over Mieke Mosmuller? Ik citeer hem in z’n geheel.

‘De vrouw die zich ooit ‘dapper’ van de antroposofische vereniging heeft losgemaakt en al jaren een grote schare antroposofische fans om zich heen heeft, tevens een afzetmarkt voor de vele, in eigen beheer uitgegeven boeken, geeft nu wekelijks dubieuze maar bloedernstige voordrachten op YouTube en gaat niet in op de vele reacties onder deze filmpjes, ook niet waar dezelfde extreemrechtse meningen klinken, op dreigende, agressieve toon. Als ik kritiek uit, zeggen sommige fans dat ik deze basisarts, schrijfster en ‘filosofe’ te kakken zet. Dat is niet onjuist. Door jalousie de métier word ik daarbij niet gedreven: ik vind het verschrikkelijk dat deze mevrouw, door fout of uit de context uit interviews met en artikelen van wetenschappers te citeren, door inzichten van Steiner lukraak door haar tekst te vlechten en soms zelfs te presenteren als uitkomsten van eigen, meditatief onderzoek, de antroposofie te kakken zet. En haar publiek net zozeer: door het gesprek zelfs met haar bewonderaars niet aan te gaan, ze niet eens te bedanken voor hun trouwe steun, reduceert ze hen tot klapvee.’

Ik weet niet hoe het met u zit, lezer, maar ik vind dat het dedain van deze regels afdruipt. Geringschatting is niet verboden, maar als ze opduikt, kun je je wel afvragen hoe gerechtvaardigd ze is. Gesuggereerd wordt om te beginnen dat Mosmuller en haar ‘grote schare fans’ het dapper vinden dat zij zich heeft losgemaakt van de antroposofische vereniging. Daarmee wordt in één moeite door gesuggereerd dat ze ten prooi zijn aan kleingeestigheid (ze hebben niks meegemaakt en weten niet wat echt moed vergt) óf aan hysterie (ze houden de antroposofische vereniging voor een sinistere organisatie, een club die represailles niet schuwt). De term ‘afzetmarkt’ zinspeelt op commerciële motieven bij Mosmuller en haar uitgever, haar echtgenoot. ‘In eigen beheer uitgegeven’ is pejoratief bedoeld, terwijl je voor hetzelfde geld kunt bewonderen dat iemand op eigen kracht, in alle onafhankelijkheid werk verzet en dan in de openbaarheid wel ziet wie dit werk in vrijheid verwelkomt. Geen vlogger of blogger is gehouden op reacties in te gaan, en elke kijker kan beoordelen hoe representatief de als extreemrechts te kwalificeren reacties zijn voor het commentaar dat wordt achterlaten op Mosmullers filmpjes (spoiler: dat valt erg mee). Mosmuller is geen basisarts, maar huisarts, inderdaad schrijfster, niet universitair opgeleid tot filosoof, maar wel auteur van bijvoorbeeld Ethisch individualisme vs. Communicatief handelen. Kritiek op Habermas’ theorie, een boek dat voor mij, afgestudeerd in het vak geschiedenis met als bijvak filosofie, indertijd een soort toetssteen was (noem het jeugdige arrogantie, noem het kritische zin) voor Mosmullers intellectuele geloofwaardigheid. Van Brederode kán Mosmuller helemaal niet ‘te kakken’ zetten.

Dat laatste heeft namelijk met formaat te maken. Het belang van Mieke Mosmullers werk (de vorm, de inhoud, de omvang, de diepgang en bovenal de bestendige oproep aan de lezer om zelf innerlijk actief te worden) voor de toegang tot de levende anthroposofie en het begrip van Rudolf Steiner is zoals de zaken op dit moment staan groter dan dat van welke andere auteur ook. Dat is gemakkelijk gezegd natuurlijk, net als de bewering dat mevrouw Mosmuller de antroposofie te kakken zou zetten. Het bewijs valt uitsluitend door innerlijke activiteit in te zien. Wie wil, kan dit bewijs vinden, denkend beleven, filosofisch geschoolde geesten misschien nog het eenvoudigst aan de hand van Zoek het Licht, dat opgaat in het Westen.

[1] M. Mosmuller – Crull, Zoek het Licht, dat opgaat in het Westen (Den Haag 1994), 174.

Creative Commons

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!