Rationele analyse van het zwartepietendebat

Rationele analyse van het zwartepietendebat

dinsdag 6 december 2016 17:20

Na dit weekend is Sinterklaas wellicht helemaal klaar met zijn ronde langs de Vlaamse huizen. Spoedig zal hij ons land verlaten, maar Zwarte Piet moet nog wat langer blijven. Hij heeft zijn noeste arbeid verricht en nu is het tijd dat hij op het verhoorbankje komt zitten. Voor hij van zijn verdiende vakantie in Spanje mag genieten, moet hij kleur bekennen in een netelige kwestie. Met deze tekst wil ik de heropende discussie alvast in een bepaalde richting stuwen. 

Het Pietenpact werd in de koelkast gezet, maar is eigenlijk nooit volledig gaan liggen. De grote instanties: VRT, VTM Kzoom, Telenet, … voerden roetpieten op; de meeste lokale intreden en Sintbezoeken hielden het bij de traditionele pieten. Ook ik heb, toen ik me de voorbije 18 dagen dagelijks ergens in Vlaanderen onder het feestgedruis mengde, stevig mee gediscussieerd, maar vooral geanalyseerd en geluisterd.

Nu heb ik erg het gevoel dat de tegenstanders van zwarte piet iets totaal anders dwarszit dan het figuurtje van zwarte piet. Simpelweg het feit dat er nog heel wat racisme in onze samenleving aanwezig is. En dat de geladenheid van deze volkstraditie een gelegenheid voor hen is om één en ander open te breken.

Het debat werd langs beide kanten van het spectrum met nogal eens foute argumenten gevoerd. Bij de voorstanders van zwarte piet hoorde ik dat het figuur niets met racisme te maken heeft. Ondanks de traditie van Sint-Nikolaas inderdaad ouder is dan de periode van de zwarte slavernij, mag het wel duidelijk zijn dat toen de Nederlandse onderwijzer Jan Schenkman het figuurtje van de knecht introduceerde dit duidelijk geïnspireerd was op het beeld van de negerslaaf.  

Maar ondanks dat, groeide de voorbije weken in de discussie de consensus dat ‘onze’ zwarte piet geen racistische intenties heeft. Het debat blijft daar te vaak bij hangen. Volgens mij moet de vraag van het debat verschuiven naar: “Werkt zwarte piet, ondanks de goede intenties, racisme in de hand?”

Want het huidige argument van tegenstanders is dat door het verleden van het figuurtje – ondanks geen slechte intenties nu – bepaalde groepen zich ‚aangesproken’ kunnen voelen. Maar dat lijkt mij een té subjectieve grond om zo’n gewichtige kwestie mee te beslechten. Dat zet de deur open voor een onmogelijke samenleving waar elke minderheid (of meerderheid) zich op puur arbitraire wijze afzet tegen iets waarvan het niet aan te tonen is dat het werkelijk een belemmering vormt voor de harmonie van ons samenleven.

Als mensen zich gekwetst voelen door iets wat niet slecht bedoeld is, dan zijn er andere oplossingen dan het afschaffen ervan. Dan is het een kwestie van ‚educatie’ om deze groepen erin mee te krijgen. Hen aan te tonen dat het hen niet in hun vooroordelen bevestigt, dat het feest onschuldig is, enzovoort. Dit kan in de basisscholen waar kinderen van verschillend allooi allemaal samen genieten van de pracht van dit feest. Moeilijker ligt het uiteraard bij nieuwkomers die niet zijn opgegroeid met de traditie en de onschuldige context niet meehebben.

Maar de vraag is dus of zwarte piet een belemmering vormt voor de harmonie tussen individuen en groepen. Moesten mensen door het zien van de figuur van zwarte piet plots de mening krijgen, of in hun overtuiging bevestigd worden, dat zwarten in een dienden rol zouden moeten blijven vastzitten, dan zou ik het evident vinden om deze traditie aan te passen. Maar als dit niet het geval is, zie ik geen reden om tegen de wil van de overgrote meerderheid van de burgers in te gaan.

Vormt zwarte piet dan een belemmering voor ons samenleven omdat zwarte kindjes er soms mee gepest worden? Mij lijkt dat zwarte piet in dit geval geen oorzaak is van het pestgedrag, maar slechts een middel. Kinderen zijn nu eenmaal niet zo tactvol in het duiden van de verschillen die ons allemaal opvallen. Het afschaffen van zwarte piet zal dat niet veranderen. Op de Vlaamse scholen zijn nu eenmaal minder zwarte kindjes, wat hen dus anders maakt, en er zullen andere woorden gevonden worden om dat verschil te duiden.

Hetzelfde is waar voor de wérkelijke vormen van racisme. Een zwart persoon bijvoorbeeld die ‚zwarte piet’ naar het hoofd geslingerd krijgt door een volwassene uit racistische overweging. Weerom zal het afschaffen van zwarte piet racisten niet minder racistisch maken, zij zullen andere veelvuldige beledigingen vinden om zich te adresseren aan mensen met een andere huidskleur, origine of ideologie.

Ik ben ervan overtuigd dat als onze samenleving een volledige vorm van gelijkheid zou kennen dat er niet gemaald zou worden over de kleur van zwarte piet. Het is momenteel voor mensen met een andere huidskleur de zoveelste kwestie dat hen met de neus op de feiten drukt dat ze anders zijn en dus in de pessimistische interpretatie: minderwaardig. Laat ons dus dat gevoel wegnemen door het werkelijke racisme aan te pakken. Want het is niet het afschaffen van zwarte piet dat deze problemen zal oplossen.

Alle verwijzingen in deze discussie naar het koloniaal verleden, bewijzen dat dit koloniaal verleden nog niet verteerd is. Ik heb dat nooit goed begrepen waarom wij ons schuldig moeten voelen over iets waar we niets mee te maken hebben. Is het niet genoeg dat we als samenleving erkennen dat dat fout was, dat we daar niet naar terug willen? Want weerom: als iedereen gelijk zou zijn, moet iemand dan nog wakker liggen van de ongelijkheid die in het verleden bestond? Het zal het verleden niet veranderen en helpt ons niet vooruit voor de toekomst.




En om de zwarte pieten-discussie helemaal te beslechten, wil ik nog één argument aanhalen ten voordelen van onze roetzwarte vriend. Voor de mensen die jaarlijks met het feest bezig zijn (animators, onderwijs, theaters, gemeentes, winkelcentra …), is zwarte piet een serieuze zaak. En zowel zij, de ouders als de kinderen scheppen hier heel wat vreugde uit. “Ben je wel goed geschminkt? Geen vlekje meer te zien? Zouden de kindjes mij herkennen?” Of op het punt dat je het geheim begint door te hebben: “lijkt die zwarte piet niet erg op meester Guido?” Kortom, Sinterklaas en Zwarte Piet, zijn ‚een merk’ die wel degelijk bepaalde vereisten hebben. 

Ik gebruik graag het vergelijk met Mickey Mouse. Dit figuurtje heeft z’n typische herkenbare rode broekje met witte knopen. Maar als hij met Minnie naar het galabal gaat, dan zie je hem in gala outfit. Maar neem Micky Mouse zijn oren af en het is Micky Mouse niet meer. Als mensen naar Disneyland gaan, zetten ze een stel oren op en de toon is gezet: zij zijn Micky Mouse. Met zwarte piet is het evenzo. Zwarte piet is zwarte piet door zijn donkere gezicht. De zwarte kleur ontdoet hem van z’n menselijke morfologie, het roept mysterie op. Omdat je weet dat er achter dat laagje roet/schmink een persoon zit die je nooit zal kunnen doorgronden. Dit geeft zwarte piet zijn speelse en stoute karakter, daardoor kan hij zich alles veroorloven, dat maakt het zo spànnend! Maar aan een witte man met wat vegen op z’n gezicht, vind ik niets spannends aan.

Sinterklaas en zwarte piet zijn, meer dan Studio 100 en Disney samen ooit kunnen, het sterkste merk in het oog van kleine kinderen. In de loop der jaren zijn er reeds fijne verhaaltjes ontstaan om zwarte piet te ontdoen van z’n racistische elementen. Het bovenstaande in acht genomen ben ik dan ook echt verbluft dat – ondanks het Pietenpact deze periode in de koelkast zou worden gezet – de grote mediabedrijven eenzijdig beslisten om toch roetpieten op te voeren in hun shows, programma’s en intredes. Het geeft wel aan welke richting het zal uitgaan de volgende jaren. Ik blijf de stille hoop koesteren dat met de principes van deze tekst we ervoor kunnen zorgen dat we volgend jaar het gedepolitiseerde kinderfeest van weleer kunnen vieren.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!