Rampen en media: een ramp?
Hongersnood, CIMS, Hoorn van Afrika, Rampenberichtgeving, Nabijheid, 'Vergeten' rampen -

Rampen en media: een ramp?

vrijdag 5 augustus 2011 16:56

Afgelopen weken leek de hongersnood in de Hoorn van Afrika zich langzaam maar zeker te ontplooien tot een van de belangrijkste nieuwsthema’s in de vaderlandse pers. Toch ligt de gemiddelde Belg er niet wakker van en komt de steun maar moeizaam op gang. Terwijl nog steeds 12 miljoen mensen bedreigd worden door de aanhoudende droogte en hulporganisaties wanhopig de alarmklok luiden, slaagt het verhaal er niet in om door te breken tot de grote massa. Ook de meeste nieuwsmedia lijken niet meer te weten van welk hout pijlen te maken, enkele hoopvolle uitzonderingen niet te na gesproken. Hoe valt deze Catch-22– situatie te verklaren? De harde nieuwslogica, maar nog meer symptomatisch voor een dominante reflex van nabijheid, zowel bij pers als publiek.

De dictatuur van nabijheid

Binnen het communicatiewetenschappelijk veld bestaat er een rijke traditie van onderzoek naar de criteria die journalisten hanteren bij de selectie van nieuws. Daarbij botsen academici steeds op de centrale factor van nabijheid. Wat dicht bij de lezer staat, heeft kortom nieuwswaarde en wordt geselecteerd. Nabijheid laat zich daarbij niet enkel uitdrukken in termen van geografische afstand, maar is tevens een gevoelsfactor, een kwestie van gedeelde cultuur en taal of een resultante van historische en economische relaties. We voelen ons nu eenmaal meer aangetrokken tot of geïnteresseerd in die zaken die tot onze eigen levenssfeer horen. Nieuwsmedia weten dat en spelen daar dan ook op in. Het menselijk lijden dat op deze manier prominent in beeld komt is lijden waar we ons mee kunnen identificeren. Wanneer in de nasleep van de aanslagen in Noorwegen gewag werd gemaakt van een mogelijke link van Breivink met België, dan is de som snel gemaakt. Idem voor de hevige brand vorige week in een bij Belgen populair hotel aan de Spaanse kust, ook al bleef de schade gelukkig beperkt tot louter materiële zaken. Een laatste voorbeeld is Japan toen het eerder dit jaar werd getroffen door een verwoestende tsunami met als uitloper een dreigende kernramp. Elke omwonende van de kerncentrales in Doel en Tihange kan zich ongetwijfeld iets voorstellen bij het lot van Japanners nabij de kerncentrale bij Fukushima. Dergelijke buitenlandse noodgevallen zijn met andere woorden geen abstract gegeven, want psychologisch nabij. In een westerse consumptiesamenleving is hongersnood dat niet. En alvast zeker niet in een vakantieperiode.

De gebrekkige aandacht voor niet-nabije rampen en crises die vaak lang aanslepen zoals droogte en hongersnood is uiteraard niet nieuw. De lezer doet er goed aan te beseffen dat het dagelijkse krantenaanbod aan rampen slechts het topje van de ijsberg is. Uit eerder onderzoek naar de rampenberichtgeving tussen 1986 en 2006 bleek immers dat de Vlaamse kranten amper drie rampen op tien oppikken waarbij een sterke geografische vertekening zichtbaar is. Ruim de helft van de media-aandacht wordt namelijk besteed aan Europese rampen terwijl deze slechts 10% uitmaken van het totaal aantal rampen. Noodsituaties in ontwikkelingsgebieden halen doorgaans de nieuwsselectie niet, tenzij er veel slachtoffers vallen of er Westerlingen bij betrokken zijn. Bijkomend tragisch daarbij is het feit dat rampen als de hongersnood in de Hoorn van Afrika lang onder de nieuwsradar blijven en vaak pas worden opgepikt als het al vijf na twaalf is. Media-aandacht voor deze ‘vergeten’ rampen lijkt een schijnbaar minuscule druppel op een hete plaat, maar academici kennen nieuwsmedia een belangrijke macht en verantwoordelijkheid toe bij het erkennen of construeren van een ramp. Daarbij blijven de implicaties niet alleen beperkt tot het louter informeren over een ramp maar er is tevens een belangrijke sociale dimensie. Dit laatste uit zich onder meer in het mee creëren van een maatschappelijk draagvlak voor solidariteitsacties, en de relatie tussen media-aandacht en verdere hulpverlening, met als summum de organisatie van een benefietshow als ‘Tsunami 12-12’ of meer recent ‘Help Haïti’. Een ‘privilege’ dat echter niet elke rampsituatie gegund is en afgaande op de eerste reacties van hulporganisaties ook de Hoorn van Afrika niet ten beurt zal vallen. De manier waarop een noodsituatie in beeld wordt gebracht speelt eveneens een belangrijke rol. Hulporganisaties wijzen terecht op de gewenning van het grote publiek voor de ook nu alomtegenwoordige schrijnende beelden van hongerlijdende kinderen. Een stereotiepe en repetitieve rampenberichtgeving is immers een belangrijke oorzaak van zogenaamde ‘compassion fatigue’, net zoals de eerdere aangehaalde dimensie van nabijheid en de toegekende nieuwswaarde. Desondanks is blijvende media-aandacht van cruciaal belang, en dit om zowel het grote publiek, het middenveld als de overheden te informeren, te sensibiliseren en hopelijk te activeren.

Op naar een zorgplicht van de overheid?

Los van belemmerende contextuele of commerciële factoren en de steeds toenemende tijdsdruk, moeten journalisten beducht zijn/blijven voor geografische vertekeningen in de nieuwsselectie alsook voor het simplificeren van een complexe realiteit aangezien in de beeldvorming van rampen (te) vaak wordt teruggegrepen naar een reeks van stereotypen, tegenstellingen en beelden met ideologische ondertoon. Deze punten vereisen reflectie en blijvende investeringen van zowel menselijke als financiële middelen, ondanks het minder gunstige economische klimaat waar (nieuws)media momenteel mee geconfronteerd worden. Politici, beleidsinstanties en NGOs spelen hier eveneens een belangrijke rol in, zowel in het creëren van de randvoorwaarden voor kwaliteitsvolle nieuwsmedia als in het aanbieden of vrijwaren van alternatieve visies. In navolging van een reeks recente aanbevelingen betreffende buitenlandberichtgeving van het Vlaams Vredesinstituut en van een aantal Vlaamse parlementariërs wensen we met andere woorden te ijveren voor een ondersteunende rol van de overheid en het brede sociale middenveld zonder rechtstreekse inhoudelijke inmenging. Specifiek voor rampenberichtgeving kan deze zorgplicht zich onder meer uiten in de vorm van reiskredieten of een fonds dat journalisten toelaat (sneller) te rapporteren over ‘vergeten’ rampen en dat (financiële) ruimte schept voor een berichtgeving met meer achtergrondinformatie en duiding.

Stijn Joye
Doctor-assistent Vakgroep Communicatiewetenschappen –
Universiteit Gent

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!