Put the money where your mouth is

Put the money where your mouth is

maandag 15 augustus 2011 16:14

Onlangs bracht de Vlaamse overheid een nieuwe editie van haar jaarlijkse Speurgids Ondernemen en Innoveren uit. Daarin kan men allerhande cijfers terugvinden over de Vlaamse overheidsinvesteringen in het economisch beleid en het innovatie- en wetenschapsbeleid. Eén element in het bijzonder wekt daarbij steeds onze aandacht: die van financiering voor onderzoek en ontwikkeling, de zogenaamde O&O – intensiteit.

Dit is het percentage van het bruto regionaal product van Vlaanderen dat besteed wordt aan onderzoek en ontwikkeling. Negen jaar geleden spraken de Europese lidstaten immers af om jaarlijks 3% van hun bruto binnenlands product te besteden aan onderzoek en ontwikkeling met als doelstelling tegen 2010 uit te groeien tot de grootste kenniseconomie ter wereld. Twee derde van die inspanning diende met private middelen gerealiseerd te worden. Het resterende deel moest met publieke middelen worden gefinancierd.

De deadline werd vorig jaar overschreden zonder de doelstelling bereikt te hebben. Noch de publieke sector noch de private sector konden de verwachtingen inlossen. Werd in 2001 2,37% van het bruto regionaal product (BRP) van Vlaanderen besteed aan O&O, dan was dit aandeel in 2009 nog 2,12%. Daarmee kloppen we net af boven het Europese gemiddelde, maar lopen we fel achter op de Europese koplopers, zoals Finland (3,72%), Zweden (3,62%), Denemarken (3,02%). Nochtans vormen innovatie, onderzoek en ontwikkeling al jaar en dag de ‘buzzwords’ in het bedrijfsleven, universiteiten en overheidsinstanties die zich met wetenschapsbeleid bezig houden. Ook de Vlaamse Regering heeft innovatie opgenomen als één van de doorbraken van Vlaanderen in Actie. Dit voorjaar bevestigden ook de Europese lidstaten nog maar eens die 3%-doelstelling in de Europa 2020 – strategie, weliswaar nu met de horizon op 2020 gericht. In het Pact 2020 dat de Vlaamse regering met de sociale partners afsloot werd zelfs ingeschreven dat die doelstelling al tegen 2014 moest bereikt zijn. De financieel-economische crisis en de besparingsoperaties van de Vlaamse overheid gooiden echter roet in een molen die op zich al niet goed draaide.

Niettemin gingen de uitgaven voor het publiek gefinancierde onderzoek in Vlaanderen er de voorbije jaren wel wat op vooruit, van 0,55% in 2008 tot 0,62% in 2009. Als we daarbij rekening houden met de O&O-activiteiten die in Vlaanderen worden gefinancierd met federale overheidskredieten en met Europese middelen, dan komt men uit op 0,79% van het BRP. Maar zelfs dan zijn we nog ver verwijderd van de 1% die door de overheid dient te worden gefinancierd. Erger nog is het gesteld met de engagementen van de private sector, met het bedrijfsleven voorop. Investeerde de private sector in 2001 nog een bedrag ter grootte van 1,83% in O&O, dan was dit in 2009 gezakt tot 1,39%. Terwijl de Vlaamse overheid over de jaren heen een nauwgezette monitoring van haar inspanningen in het kader van de 3%-norm heeft opgezet, bestaat er totale onduidelijkheid over hoe het bedrijfsleven, en dan voornamelijk de industrie, de vooropgestelde verbintenissen op vlak van innovatie zal inlossen. Er is geen enkel plan, geen enkel hard engagement. In ondernemerskringen wordt wel eens het Engelse spreekwoord gebruikt “You have to put the money where your mouth is”, als het gaat over de engagementen van de overheid ten aanzien van het bedrijfsleven. Maar het lijkt ons dat dit spreekwoord eerder op het bedrijfsleven zelf van toepassing is.

Niet dat we van de 3%-norm een absolute fetisj willen maken. Financiële middelen vrijmaken voor onderzoek en ontwikkeling is één zaak. Ze zinvol en doelmatig besteden met het oog op economisch-industriële vernieuwing en maatschappelijke innovatie een andere. In haar regeerakkoord kondigde de Vlaamse Regering een nieuw innovatiepact aan om de transformatie van het Vlaams economisch weefsel tot stand te brengen en in te zetten op innovatie, vernieuwing, specialisatie, duurzame werkgelegenheidscreatie en vergroening van de economie. Als het de bedrijven in Vlaanderen echt menens is om van Vlaanderen een innoverende regio te maken, dan ligt daar een unieke gelegenheid om van een losse inspanningsverbintenis een harde resultaatsverbintenis te maken.

Ann Vermorgen
Nationaal secretaris ACV

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!