Publieke ruimte als motor voor een duurzame economie
Publieke ruimte, Duurzame ontwikkeling, Kapitalisme, andersglobaliseringsbeweging -

Publieke ruimte als motor voor een duurzame economie

zondag 24 oktober 2010 12:45

Wat is vandaag de dag de waarde van een economisch model dat aan de wereldbevolking beloofd om een rechtvaardige en solidaire maatschappij op te bouwen? Een maatschappij waarin de verdeling van rijkdom en welvaart en de waarden van de Franse revolutie: gelijkheid, vrijheid en broederlijkheid in de meest efficiënte en effectieve manier kunnen worden gerealiseerd? Na de val van het communisme als alternatief economisch systeem, waren vele neoliberale denkers ervan overtuigd dat het kapitalistisch model het enige zou zijn voor de toekomst. Een model waarvan privaat bezit en een door de traditionele natiestaat minimaal gereguleerde accumulatie van rijkdom de voornaamste hoekstenen zijn.
 
Ondertussen zijn er ook bij dit laatste model heel wat vraagtekens gerezen, niet in het minst door belangrijke economen zelf. De noodzakelijke groeinorm van 2% om de hele kapitalistische maatschappij boven water te houden, is op termijn onhoudbaar. De wereld heeft er simpelweg de harde grondstoffen niet voor. Waar men enkele jaren geleden nog de mond vol had van duurzame ontwikkeling, waarvan een evenwicht tussen People, Profit en Planet het streefdoel is, blijkt het belang van de laatste P als voorwaarde voor de andere twee P’s heel wat terrein te winnen. Profit en People spelen een secundaire rol in de mogelijkheden een duurzame wereld op te bouwen. De financiële crisis en de inflatie op levensnoodzakelijke basisgoederen, maakt dat zowel investeerders als de groeiende hoeveelheid mensen in de periferie voelbaar nadeel ondervinden van het kapitalistisch model. Momenteel worden de laatste publieke goederen die een rechtstreekse economische meerwaarde genereren, zoals water en zuivere lucht, op de markt te koop aangeboden of via reglementaire kaders geprivatiseerd. De beweging van andersglobalisten heeft geen helder alternatief, geen model om tot een nieuwe wereldorde te komen. En misschien hoeft dat ook wel niet volgens de auteurs van het boek ‘verzet als scheppende kracht’. Geloof in structurele verandering zit in een crisis, net als de geloofwaardigheid van het hele politieke bedrijf.
 
Toch zijn er alternatieven. Niet noodzakelijk in een alomvattend model dat pretendeert in zichzelf een oplossing te bieden voor de impasse en de desastreuze gevolgen van het kapitalistische model, maar wel in een herinterpretatie van de beide hoekstenen ervan: de heiligmaking van privaat bezit en de rol van de overheid.
 

De centraliteit van de planeet, of zo men wil het begrip ‘ruimte’

 
Vroeger werd ‘People’ gezien als de essentiële factor om meerwaarde te creëren. Dit was niet alleen zo in de economische analyses van Marx, maar zat ( en zit nog steeds) eveneens sterk verankerd in de religieuze traditie van het Europees vasteland. Het was de mens die, via zijn ethische keuzes, de schepping van God kon vervolmaken. De kerk gebruikte de huwelijksbelofte om een groei in het aantal geboortes te stimuleren, omdat meer geboren leven gelijkstond aan een grotere genade van God. Geboortebeperking en contraceptie staan gelijk aan het ontnemen van meer zielen aan de wereld, zielen die kunnen bijdragen aan de verwezenlijking van het paradijs op aarde. In de huidige context, waarbij een scenario voorligt waarbij de aarde kreunt onder het gewicht van de scheppende kracht van de mensheid, kunnen we de vraag stellen of een groter aantal mensen automatisch leidt tot een betere wereld. Kinderen betekenen voor veel mensen nog altijd garanties in oude dagen, maar terzelfdertijd is het onmiskenbaar dat elke kindermond gevoed dient te worden. Elk individu beneemt zijn ecologische voetafdruk, consumeert en vervuilt. Door de schaarste aan landbouwgronden overal ter wereld, is het helemaal niet gegarandeerd dat elke kinderhand een welkome hulp biedt op het veld. ‘Planet’ speelt onmiskenbaar een meer fundamentele rol dan ooit tevoren.
 
Om de discussie helder en economisch bevattelijk te maken zou ik graag het begrip ‘Planet’ hertalen naar het begrip ‘ruimte’. Onder ruimte versta ik de verzameling van goederen, gronden en fysische elementen waarbinnen en waarmee we ons als mens of mensheid bewegen. Toen ‘privaat bezit’ zijn introductie maakte ( formeel of informeel), is deze ruimte in twee aparte sferen onderverdeeld. Er was de private ruimte, de verzameling van door bepaalde individuen of groepen toegeëigende gronden en goederen, en publieke ruimte, de verzameling van openbare en door iedereen vrij te gebruiken gronden en goederen.
 

De huidige interpretatie van publieke ruimte

 
De beweging van andersglobalisten ziet in de herovering van de publieke ruimte een concreet strijdpunt. Eén van de weinige strijdpunten waar de vele facties binnen die beweging het grondig over eens zijn. De waterval aan initiatieven, waarvan het boek ‘No Logo’ de meest opgemerkte emergentie vormt, focust zich vooral op de vormgeving of het symbolische van die ruimte. Publieke ruimte zou neutraal moeten zijn, een blanco blad dat door geen enkel privéinitiatief gekleurd of beklad wordt. Naast het discours over de symbolische invulling van de publieke ruimte, gaat er ook heel wat aandacht naar het recreatieve aspect van de publieke ruimte. Als het politieke bedrijf zich vandaag bezighoudt met het beschermen en vrijmaken van publieke ruimte gaat het in de eerste plaats over het behouden of opwaarderen van parken, cultureel erfgoed, vergezichten, natuurgebieden, enz. Het economische luik of de economische mogelijkheden, dit is de vervulling van basisbehoeften via publieke ruimte, komen echter zelden aan bod.
 
De eerste keer dan ik in aanraking kwam met het begrip ‘publieke ruimte’ was tijdens mijn lessen geschiedenis, ergens halverwege mijn studies secundair onderwijs. Publieke grond was de grond waar horigen hout konden sprokkelen om zichzelf te verwarmen of voor hun gezin te koken. Een louter economische functie dus. Over symboliek en recreatie werd in die les met geen woord gerept. Nu, in deze tijd, beheersen beide aspecten het debat over publieke ruimte.
 
Als we ons mogen laten leiden door de piramide van Maslow, die na een halve eeuw zonder waardig alternatief nog altijd valabel is, zijn recreatie en symboliek geen fundamentele menselijke behoeften. Buiten veiligheid ( dat niet alleen binnen de publieke ruimte een hoofdonderwerp is van het politieke bedrijf), worden basisbehoeften als voedsel, onderdak en gemeenschapsvorming zelden of nooit op een actieve manier gelinkt aan de politiek betreffende publieke ruimte. Het is nochtans de koppeling tussen basisbehoeften enerzijds en de politiek rond publieke ruimte anderzijds die ons in staat zou stellen heel concreet aan alternatieven voor het kapitalistische model te werken.
 

De mogelijkheden van publieke ruimte

 
Er zijn heel wat mogelijkheden om op een creatieve manier publieke ruimte in te zetten voor fundamentele basisbehoeften. De transitiebeweging in Leuven verbouwde bijvoorbeeld pompoenplanten in de onbezaaide stukken in het Bruulpark. Iedereen die de geteelde pompoenen kon gebruiken, mocht ze plukken en eten. Ondanks de kleinschaligheid van een dergelijk initiatief, trok het toch de nodige persaandacht en had de actie veel bijval. Vooral de mentale switch en de creativiteit van dergelijke acties wordt gesmaakt. Een ander, meer impliciet, voorbeeld, is de rol die verwarmde metro- en treinstations vervullen voor daklozen. In de koude wintermaanden is het een welkome plek om te overnachten. Het is bijzonder ongelukkig dat momenteel juist deze functie fanatiek wordt bestreden door de overheid. Het basispakket aan stroom- en watervoorziening is nu al een efficiënt strijdmiddel tegen extreme armoede. Wat zou de meerwaarde zijn indien deze nutsvoorziening niet langer zou zijn gekoppeld aan een privaat woonadres?
 
Een actief beleid rond de uitbreiding van de economische functie van publieke ruimte, zou natuurlijk een enorm effect hebben op de functie en het gebruik van de private ruimte. Indien er bijvoorbeeld op meer publieke plaatsen basisvoedsel zou worden geteeld, zou dit ongetwijfeld een groot effect hebben op de verkopers en kopers van voedsel in het privaat circuit. Maar ook deze effecten hoeven niet persé negatief te zijn. Misschien zouden heel wat mensen op specifieke terreinen uit de private ruimte stappen en het inruilen voor een interactie binnen een publieke ruimte. Initiatieven rond autodelen en fietsdelen kennen succes, ook al zijn dit vanwege een verplicht lidmaatschap geen volledig gedeprivatiseerde initiatieven. Feit blijft wel dat er ondanks de vele ( en natuurlijk complexe) variaties op het evenwicht tussen publieke en private ruimte, nog niet veel bewust werk is gemaakt van experimenten binnen de publieke ruimte om de hegemonie van de private ruimte te nuanceren.
 

De rol van de overheid

 
Ook binnen de publieke ruimte zijn regels, of op zijn minst door iedereen gedeelde waarden, nodig om tot een solidair en duurzaam gebruik ervan te komen. Sceptici zouden hierin het argument kunnen zien om de droom van een brede publieke ruimte als een politieke utopie te bestempelen. We leven in een (multiculturele) maatschappij waarin een universeel gedeeld waardenkader niet bestaat en waarin regels dus, gelukkigerwijze, worden gebouwd via de lobby van verschillende belangengroepen.  Dat kapitaalkrachtige groepen de grootste stuurkracht hebben, is momenteel een realiteit waarmee we dienen te leven.
 
De regels, normen en waarden die al dan niet expliciet door een politiek bedrijf worden ingesteld, bepalen dus sowieso het gezicht en de realiteit van een publieke ruimte. Het is aan de overheid om op een transparante manier gedragsregels op te stellen en te communiceren naar haar burgers. Het nieuwe zou hem niet zozeer zitten in de procedures die daarbij worden gevolgd, maar in de uitgangspunten die worden nagestreefd. Als een herwaardering van de economische functie van de publieke ruimte gekoppeld wordt aan de menselijke basisbehoeften, zou het politiek bedrijf een helder ankerpunt hebben om beleid te maken. Verantwoordelijkheid delen met de brede bevolking om samen, vanuit rechten en plichten, te bouwen aan een duurzamere maatschappij zou waarschijnlijk makkelijker zijn met dat ankerpunt voor ogen. Hopelijk zijn er politici die de praktijktoets willen maken om te ontdekken of een dergelijke aanpak ons dichter brengt tegen de utopie van een duurzame en rechtvaardige wereld.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!