Publieke dienstverlening stijgt van 45,2% naar 45,5%  in 2013

Publieke dienstverlening stijgt van 45,2% naar 45,5% in 2013

woensdag 1 oktober 2014 14:28

Berekend op de loontrekkende tewerkstelling in België is er 42,8%
publieke dienstverlening in het Vlaamse, 44,5% in het Brusselse en 50,4% in het Waalse gewest.
Berekend op de bevolking is er 15,2% publieke dienst in ‘t Vlaams gewest,
15,4% in het Waalse gewest en slechts 11,5% in het Brussels gewest,
publieke dienst in Vlaams en Waals gewest = aanwezig in de bevolking!

DeWereldMorgen.be
      

Loontrekkenden voor 916 sectoren
Tabel:

Loontrekkende tewerkstelling en PD per sector 31/12/2008-2013
   

Tabel:
Publieke Dienstverlening per gewest op 31/12/2013                      
Tabel:
Loontrekkende tewerkstelling per leeftijd en gewest op 31/12/2013 
Tabel:


T
ewerkstelling
RSZ-PPO per gemeente 2012-2013

 – BuG 220       
  
Zelfstandigen in Hoofdbezigheid voor 916 sectoren
Tabel:
Zelfstandige tewerkstelling
per sector 31/12/2009-2013
                
Tabel:
Zelfstandige tewerkstelling per leeftijd
en gewest 31/12/2013
        

 
Tussen 2008 en 2013 is publieke tewerkstelling met 5,5% toegenomen,
private niet-publieke tewerkstelling met -2,7% afgenomen, saldo +1%
Vergeleken met 2012 is publieke tewerkstelling met 0,7% toegenomen,
dat is beter dan de stijging met +0,3% in 2012 en met +0,6% in
2011.
Hiermee is een ijkpunt uitgezet voor afbouw of verdere uitbouw, die
hardnekkiger kan blijken dan alle bakerpraatjes over sanering.
 
DeWereldMorgen.be

Het is vooral de publieke tewerkstelling die België de crisis heeft doen
weerstaan en de koopkracht van de bevolking heeft gewaarborgd.
 
Karel Van Eetvelt vindt dat er nog meer gesnoeid kan
worden in de overheidsdiensten, “maar dan komt het halve land in
opstand
” zo staat te lezen op

De Redactie 25/09/2014
. Van Eetvelt volgt de info in npdata op de
voet, 45,5% van de loontrekkenden leven nl van de publieke
dienstverlening, wiedes dat de helft van de bevolking in opstand komt als
daaraan geraakt wordt. Maar goed ook dat er zoveel ‘overheidsbeslag’ is
anders zouden de zelfstandigen en (en Unizo) trouwens nergens staan. Er
dient nog veel meer geïnvesteerd met overheidsgeld in projecten en jobs,
zoals de Grauwe in z’n nieuwe boek terecht aantoont.
 
Zowel naar het verleden als naar de toekomst is het daarbij van
belang toets- en
ijkpunten te hebben, zodat zo gedetailleerd mogelijk kan nagegaan
worden wat de evolutie
is en ook dus ook wat de impact
van nieuw overheidsbeleid is, los van elke praatjesmakerij en
stoerdoenerij. Bijgaande tabellen laten toe tot op het niveau
van elk van de 916 in de Nacecode opgenomen sectoren
de evolutie te volgen, en dit onderscheiden voor loontrekkenden,
opgedeeld naar RSZ-
en RSZ-PPO-tewerkstelling en  voor de zelfstandigen in
hoofdbezigheid.
 
1.
Volgende tabellen staan ter beschikking, alle met de
opdeling in de door Europa opgelegde opdeling in 916 sectoren volgens
Nacecode en subtotalen
 
1.1. Tewerkstelling 31/12/2008 (2009
voor zelfstandigen) tot 2013
met detail voor loontrekkende tewerkstelling in de publieke
dienstverlening volgens het schema van de expertencommissie 2013 (Voor
winst en Niet voor winst marktdiensten). Ook in de Voor winst
marktdiensten vinden we nogal wat publieke dienstverlening terug, om deze
te ‘wegen’ gaan we voort op de opdeling per Nacecode 3 digit van de
RSZ-statistieken met opdeling tussen arbeiders, bedienden en (vastbenoemde
en contractuele) ambtenaren. Spoor, openbaar vervoer, post, communicatie,
enz omvatten een aanzienlijk aandeel ‘ambtenaren’ en worden meegeteld
onder publieke dienstverlening.
 
Tabel:

Loontrekkende tewerkstelling en Publiek/Niet-Publiek per sector 31/12/2008
tot 2013

Tabel:
Zelfstandige tewerkstelling
per sector 31/12/2009 tot 2013

 
1.2. Tewerkstelling op 31/12/2013 per gewest met detail publieke
dienstverlening loontrekkend
 
Tabel:

Tewerkstelling Publiek/Niet-Publiek
en gewest op 31/12/2013.
Bij de opdeling per gewest gaat het over de woonplaats van de werknemers
en wordt voortgegaan op de door de RSZ en RSZ-PPO ter beschikking gestelde
gegevens. Doordat een aantal in België actieve werknemers in het
buitenland wonen worden ze in een aparte categorie ondergebracht. Er wordt
een apart tussentotaal gemaakt voor de in België werkende en wonende
werknemers en de anderen. Voor de Belgische gegevens wordt evenwel
voortgegaan op alle werknemers die in België actief zijn, en daarvan werkt
45,5% in de publieke
dienstverlening.
 
1.3. Tewerkstelling op 31/1/2013 naar leeftijd en vanaf 45, 50, 55,
60 jaar met leeftijdsgrafiek
 
Tabel:
Loontrekkende tewerkstelling per leeftijd en gewest op 31/12/2013 
Tabel:
Zelfstandige tewerkstelling per leeftijd
en gewest 31/12/2013

Voor de gegevens over de zelfstandigen wordt voortgegaan op de bestanden
zoals jaarlijks bezorgd door RSZV.

2. Enkele grafische voorstellingen van de leeftijdscurve

Alle bestanden uitbenen naar interessante gegevens en grafieken is niet de
bedoeling. Npdata zoals de naam zegt geef de data vrij voor verwerking,
analyse en actie, en dit gratis, non-proft dus.

Voor alle 916 sectoren en hun subtotalen, zowel voor werknemers als
zelfstandigen, kan bv met enkele klikken
een grafiek gegenereerd worden met
de leeftijdsverdeling 15-64 jaar voor elk van de 916 deelsectoren en
subtotalen. Hieruit komt bv de leeftijdsverdeling
van het spoor vandaan, zoals gebruikt in
BuG 230 en deze van
het Onderwijs zoals gebruikt in
BuG 220.

Voor de
Bouwsector
in Vlaanderen met
127.987
werknemers op 31/12/2013
toont  de leeftijdsgrafiek een sector die zich zeer goed verjongt en daarom een erg atypische leeftijdscurve
heeft. In de evolutietabel
is ook te merken dat de Bouwsector globaal van haar pluimen verliest. Maar
bij een herneming bieden ze vooral perspectief voor de jongeren.
 

DeWereldMorgen.be

Daartegenover staan de Horeca met 107.030 werknemers (jawel nog altijd
stijgend) die continue jonge werknemers aantrekt maar ze vlug laat gaan of
uitstoot.
 

DeWereldMorgen.be

Interessant om zien is of de

57.435
zelfstandigen in
de Horeca ook zo’n afopende
leeftijdscurve hebben:
  

DeWereldMorgen.be

 
Het is vooral een midlife-sector die jonge mensen rond zich wil
hebben in de dienstverlening. Van jonge starters is hier, in
tegenstelling
tot wat men zou denken, weinig sprake. En binnen 15 jaar kunnen de
jongeren
het overnemen. Maar dat zullen wij allicht niet meer meemaken.
Hopelijk
heeft tegen dan iemand de updates voor npdata overgenomen. Wie
geïnteresseerd is in de gehele technische know how én alle contacten met
administraties kan het laten weten.

Gezondheid en Welzijn
zitten met de bibber op het lijf met deze
leeftijdverdeling voor ogen. In tegenstelling tot het onderwijs moet hier
de jongereninstroom het komende decennium nog gebeuren, gezien de huidige piek
van werknemers tussen 45 en 55 jaar, zie
BuG 220 over het
onderwijs.

Het is de
vooruitziendheid van Walter Cornelis met de eindeloopbaanregeling die
zal toelaten deze transfer van oud naar jong in goede orde door te komen.
Daarbij dient wel de instroom in zorg- en welzijnsberoepen gehandhaafd,
maar cruciaal is ook om de kledingcode zo te maken dat een hoofddoek,
behoudens om veiligheidsredenen, in elk zorgberoep kan gedragen worden.
    

DeWereldMorgen.be

 

Welzijn en Gezondheid in het
Brusselse gewest laat een heel ander beeld
zien. .
  

DeWereldMorgen.be
   

het gaat dan om zorgpersoneel dat in het Brusselse gewest woont. En
Vlaanderen zal noodwendig wel varen bij de tewerkstellingsreserve die
Brussel biedt en die  alsmaar meer kiest voor het Nederlandstalig
onderwijs. Deze reserve zal trouwens alsmaar verder uitvliegen naar de
1ste en vooral 2de rand rond Brussel

Jan Hertogen, socioloog

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!