Precaire arbeid: incontournable?
Arbeidsmarkt, Precaire arbeid, Euro plus pact, Socio-economisch -

Precaire arbeid: incontournable?

woensdag 24 augustus 2011 19:01

De beperking van de werkloosheidsuitkeringen in de tijd in verschillende Europese landen, de aanvallen op sociale verworvenheden zoals het automatische indexeringssysteem in België, de werknemers van Brink’s Belgium die konden ‘kiezen’ tussen het arbeidersstatuut of doppen, en niet te vergeten, de mini-jobs in Duitsland. Het zijn maar enkele voorbeelden van hoe precarisering een evolutie is die steeds prominenter wordt. Maar wat is precaire arbeid nu eigenlijk? Wat zijn de stuwende krachten achter deze evolutie? En hoe en waarom kan ze tegengehouden worden?
 

Wat?

Wanneer in de media en het alledaagse taalgebruik gesproken wordt van precaire arbeid wordt al gauw gedacht aan werknemers met een tijdelijk contract of een interim-contract. Hoewel niet volledig ongegrond, toch is deze definitie van precaire werknemers te nauw. Precarisering komt kort gezegd neer op de evolutie waarin stabiele jobs met goede arbeidsvoorwaarden die vaak collectief onderhandeld werden, steeds meer in de verdrukking komen. Precaire arbeid gaat met andere woorden niet enkel over de tijdelijke, onzekere aard van de betrekking, maar ook over allerlei andere nefaste kenmerken van de arbeidsvoorwaarden en de verhouding met de werkgever.

In die zin hoeft een persoon met bijvoorbeeld een tijdelijk contract maar een zeer hoog loon, vele secundaire voordelen en veel inspraak in het bedrijf (informeel en/of via sociaal overleg) niet meer precair te zijn dan een persoon met een vast contract maar een laag loon, weinig of geen extralegale voordelen en gebrekkige inspraakmogelijkheden. Daarenboven kan ook de vraag gesteld worden of het contracttype wel een goede reflectie is van het onzekere karakter van de betrekking? In het huidige tijdperk van herstructureringen en delokalisering, is een contract van onbepaalde duur niet langer een garantie op een ‘job-for-life’.
 

Waarom?

Er zijn vele verklaringen voor de huidige omvang en de toename aan precaire arbeidsplaatsen mogelijk. Eén van de oorzaken is de toegenomen concurrentie in de geglobaliseerde economie. Geconfronteerd met een meer onzekere vraag naar hun producten, zouden werkgevers de kosten trachten te drukken door middel van tijdelijke contracten, lagere lonen, minder voordelen, … Daarenboven zorgt de globalisering ook voor een verschuiving van de machtsbalans in het voordeel van de werkgevers. De harde internationale concurrentie wordt vaak misbruikt door werkgevers om de sociale verworvenheden aan te vallen. Multinationals gebruiken daarenboven nog eens het spook van delokalisatie als een stok achter de deur om werknemers impliciet te dwingen akkoord te gaan met meer nefaste arbeidsvoorwaarden.
 

Ook het recente Euro Plus Pact  [1] is een mooi voorbeeld van hoe eenmaking van de markt de machtspositie van de werknemers ondermijnt, door de deur open te zetten voor een ‘race-to-the-bottom’. Onder het mom van het redden van de Euro voorziet dit pact onder meer in loonmatiging, verdere individualisering van de arbeidsverhoudingen en meer flexibiliteit. Gecombineerd met de structurele werkloosheid eigen aan de geglobaliseerde economie, en niet bepaald geholpen door de recente crisis, worden veel werknemers vandaag de dag alsmaar meer voor de impliciete keuze geplaatst: geen job of een precaire job.
 

Remedie: nodig en welke?
 

De steeds prominenter wordende precarisering doorheen Europa is niet probleemloos. Mensen hebben nood aan ‘waardig werk’, aangezien werk een centrale plaats inneemt in ons alledaagse leven. Het moet niet enkel materiële, maar ook belangrijke sociale en psychologische noden vervullen.
 

Naast schadelijk voor ons mentaal welbevinden en onze gezondheid is precair werk bovendien ook vanuit sociaal en economisch oogpunt geen goede zaak. Kijk bijvoorbeeld naar de steeds groter wordende groep van ‘working poor’ [2] in Duitsland, het land van onder meer de mini-jobs. Niet enkel vanuit moreel oogpunt bedenkelijk, maar ook bijzonder nefast voor de binnenlandse vraag en dus de economische groei. De gezondheidsproblemen die precair werk zouden teweegbrengen wegen bovendien op de publieke uitgaven in de zin van gezondheidszorg. Daarnaast dreigen deze gezondheidsschadende precaire jobs ook indirect problemen op te leveren in de context van vergrijzing en dus de nood om mensen steeds langer aan het werk te houden. Ten slotte is het maar de vraag hoe precarisering te rijmen valt met de vaak gehoorde ambitie van Europa een hoogproductieve en innovatieve economie te zijn. Voor zo’n economische strategie zijn ‘high-trust’ relaties tussen werkgevers en werknemers cruciaal, en laat het nu net dat zijn wat ontbreekt in de context van precaire arbeid.
 

Toch hoeft verdere precarisering niet onvermijdelijk te zijn. Bovendien zien we nu reeds in Europa sterke verschillen in de mate van en de wijze waarop precarisering zich uit. Er bestaan immers verschillende ‘buffers’ tegen de groei van precaire arbeid. Ten eerste is het systeem van sociaal overleg belangrijk. Hoe sterker uitgebouwd en hoe meer gecentraliseerd, hoe moeilijker werkgevers de sociale verworvenheden kunnen terugschroeven. Omgekeerd, hoe meer het vaststellen van de arbeidsvoorwaarden wordt overgelaten aan individuele werkgevers en werknemers, hoe meer de machtsbalans overslaat in het voordeel van de werkgevers. Ten tweede is het systeem van sociale zekerheid cruciaal. Hoe minder uitgebouwd het sociaal vangnet, hoe meer werknemers gepusht worden precaire jobs aan te nemen om in hun levensonderhoud te voorzien. Dit zet niet enkel op werklozen een enorme druk, maar beperkt ook de mogelijkheid van mensen die nog aan het werk zijn om zich te verzetten tegen een verslechtering van hun arbeidsvoorwaarden.
 

Beschouwd in Europese context, is België tot nu toe gekenmerkt door een relatief gecentraliseerd sociaal overlegsysteem en een relatief goed uitgebouwd sociaal vangnet. Het recente Europluspact en de hieruit voortvloeiende aanbevelingen van de Europese commissie aan het adres van Belgie, brengen deze buffers tegen precarisering echter in gevaar. Een afschaffing van het loonindexeringsysteem, de beperking van de werkloosheidsuitkeringen in de tijd,… Al deze elementen kunnen verwacht worden de machtsbalans nog meer in het voordeel van de werkgevers te doen overhellen en de precariseringstrend enkel te versterken.
 

In tegenstelling tot de grote verklaringen bij de aankondiging van de European Employment Strategy, lijken betere jobs dus ook in de toekomst het onderspit te moeten delven voor meer jobs.

[1] Zie ook eerdere Poliargus-artikels over de recente Europese economische plannen.

[2] Zie ook de eerdere Poliargus-artikels over de problematiek van loonmatiging en ‘working poor’.

Maya Braeckman – medewerkster www.poliargus.be

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!