Portugal: Balans na de Algemene Staking
Economie, Crisis, Staking, Portugal, Algemene staking, Analyse -

Portugal: Balans na de Algemene Staking

zaterdag 27 november 2010 16:16

Portugal wordt net als de PIGS geconfronteerd met een sterke speculatie tegen haar staatsobligaties. Hoewel er geen zo’n grote problemen waren met de banksector zoals in Ierland, en er geen immobiliënbubbel ontplofte zoals in Spanje, werd het land toch in het vizier genomen door de “markten”. Reden is de aanslepende situatie van economische crisis waar het land zich al jaren in bevind. De speculatie wordt als reden aangevoerd door de regering om een hele rist besparingsplannen door te voeren. Dit jaar alleen ging het om drie opeenvolgende rondes, respectievelijk PEC I, PEC II en PEC III, telkens met zwaadere aanvallen om de werknemers, hun families en de openbare diensten.

Het minimumloon van 500 euro wordt verlaagd, er is sprake van gemakkelijker ontslagrecht, de BTW wordt verhoogd naar 23 procent, de ambtenarenlonen worden verlaagd, de kinderbijslag wordt afgeschaft, inschrijvingsgelden aan de unief worden verhoogd, scholen worden gesloten, overheidsbedrijven worden verder geprivatiseerd. De bevolking, reeds geconfronteerd met de laagste lonen van West-Europa wordt in wanhoop gedreven.

We wezen er reeds op dat de situatie in de lente reeds op dat de situatie overrijp aan het worden was om de aanwezige strijdbewegingen te verenigen in een algemene staking. Onder druk van de aangroeiende woede werd uiteindelijk na de europese actiedag van 29 september beslist tot de Algemene Staking door de CGTP, de grootste vakbond. Ook de sociaal-democratische UGT sloot zich nadien aan bij die oproep. Als datum werd er voor 24 november gekozen.

De minderheidsregering van de PS is immers allesbehalve stabiel. Voor goedkeuring van wetten en de begroting valt men terug op de conservatieve PSD. Daarbij komt dat Socrates en de PS het allesbehalve goed doen in de peilingen, Socrates (21,7 %) krijgt vandaag als premier zelfs een pak minder steun als de boegbeelden van het Links Blok en de PCP, respectievelijk Francisco Louça (32%) en Jeronimo de Sousa (28%). De PSD wil, als factor van “stabiliteit”, echter liefst geen vervroegde verkiezingen, het zou de financiële, economische en sociale situatie voor de burgerlijk immers nog versterken.

De vakbonden wilden in deze onstabiele situatie de zwartepiet voor de val van de regering, en de daaropvolgende chaos echter niet doorgeschoven krijgen. Daarom werd voor een datum gekozen na de voorziene stemming van de begroting in het parlement. Op die wijze verspilde de arbeidersbeweging echter een cruciaal moment waarop de politieke kapitalistische klasse had gedestabiliseerd kunnen worden. Het leidt bovendien tot de schizofrene situatie dat de vakbonden nu actie willen voeren totdat de besparingen ingetrokken worden of de regering verdwijnt, maar dat men de datum voor de staking precies zo koos om een val van de regering zoveel mogelijk te vermijden.

Achter deze schizofrene houding van de vakbondstop, een deel van de top van de Communistische Partij en in mindere mate van het Links Blok schuilt het idee van een “nationale verantwoordelijkheid”. De schizofrenie wordt helemaal compleet wanneer de UGT verklaart dat de staking “niet gericht is tegen de regering” – waartegen is een politieke staking dan wel gericht? – en tegelijkertijd op elk piket één slogan over alle tongen gaan: “De strijd gaat voort, Socrates op straat!”. Die reformistische houding gaat samen met een strategie en discours die in eerste plaatse het land moeten “dienen”. Wanneer de CGTP en de PCP meegaan in deze logica herhalen ze exact dezelfde fout als de sociaal democraten (de BWP bij ons), bij de stemming van de oorlogkredieten voor de eerste wereldoorlog. Deze houding betekende het failliet van de tweede internationale, en was daarmee zelfs een van de ontstaansredenen van de communistische internationale waar de PCP toe behoort.

Deze “nationale logica” gaat bovendien volledig voorbij aan een duidelijke klassenanalyse en een helder perspectief op de oorzaken en vervolg van de crisis. Zowel de regering als die “nationalistische”* linkerzijde concentreren zich op de “markten”. Zo legde het Links Blok de verantwoordelijkheid van de Portugese problemen bij het exclusieve Amerikaanse karakter van de financiele rating agencies. In plaats van de oorzaak van de huidige sociaal-economische catasrofe bij wereldwijde overproductiecrisis van het kapitalisme te leggen, wordt vooral gekeken naar de gevolgen ervan – zijnde de verhoogde interesten op Portugese staatsobligaties, de hoge staatschuld en begrotingstekort en de druk van de markten om te bezuinigen. De regering gebruikt de “wil van de markten” om de bezuinigingen op te leggen, maar ook een deel van de linkerzijde gaat mee in dit verhaal. De buitenlandse speculatie wordt in beide gevallen aanzien als de oorzaak van de situatie van Portugal. Het gevaar voor de arbeidersbeweging bestaat erin dat dit vertaald wordt in een nationalistische campagne waarbij ‘buitenlandse speculatie’ wordt aanzien als oorzaak en een nationalistische politiek gezien wordt als oplossing. Een voorbeeld daarvan is de verkiezingsslogan van Francisco Lopes voor de PCP: “Een Linkse, Patriotische Kandidatuur”. Dit leidt uiteindelijk tot de vermelde schyzofrene houding binnen de klassenstrijd en een verzwakking van de klassenstrijd.

De buitenlandse speculatie bestaat en hedgefunds gokken op de ombetaalbaarheid van de staatsschuld. Maar daarbij wordt meestal uit het oog verloren dat die staatsschulden grotendeels ontstaan zijn als een gevolg van de inherente overproductie van het kapitalistische systeem. Ze zijn er zowel gekomen door overheidsuitgaven om de consumptie te stimuleren de overproductie op te kopen (deficit spending) als de overname via de bail-outs van private schulden. Ook deze schulden zijn de afgelopen decennia enorm gestimuleerd om overproductie kwijt te raken. Het probleem is dus niet een een schuldenprobleem, maar een probleem van het kapitalistische systeem zelf. Binnen het kapitalisme zijn geen oplossingen hiervoor mogelijk, tenzij met desastreuze gevolgen voor de werkende bevolking en van zij die van hen voor hun levensonderhoud afhankelijk zijn.

De mobilisatie zelf verliep op een heel intense wijze. De vakbonden, en dan vooral de CGTP mobiliseerden maximaal voor de algemene staking. Gedurende anderhalve maand werden duizenden personeelsconcentraties georganiseerd om de nood van de staking uit te leggen. Ze werden daarbij natuurlijk geholpen door de algemene onvrede tegen de regering. De Algemene Staking was er een tegen “de politiek van de regering” maar de vakbonden koppelden er concrete eisen aan vast. Op nationaal vlak ging dat vooral rond de intrekking van PEC I, PEC II en PEC III en de enorme job-onzekerheid. Op bedrijfsniveau werden ook lokale conflicten gekoppeld aan de staking. Op de verschillende werkplaatsen werden piketten gebruikt om werkwilligen alsnog te overtuigen, en waren daarin vrij succesvol. Blokkades van werkwilligen waren er echter niet, enkel van externe werknemers die werden ingezet, zoals in het post-depot van Cabo Ruivo.

Vooral de mobilisaties in de openbare sector heel effectief. Dat is op het eerste gezicht contradictorisch vanwege het feit dat net in de publieke sector nog sprake is van een zekere vorm van jobzekerheid. De hele medische sector werkte op minimumdiensten, de minimum-diensten op de spoorwegen werden zelfs grotendeels genegeerd, de metros lagen plat en er reden bijna geen bussen. Meer dan 2500 scholen en universiteiten bleven gedurende de stakingsdag dicht, alsook alle oficiele instellingen. Alle watertransport lag plat, alsook het vliegverkeer. Geen enkele van de 600-tal vluchten ging door.

De enorme onzekerheid over Jobs in de private sector heeft zeker meegespeeld wat de stakingscijfers daar betreft. Als mensen al een contract hebben zijn die daar meestal van bepaalde en korte duur. Daarenboven is er de laatste een enorme opgang geweest van “recibos verdes”, een officieel statuut van schijnwelfstandigen. Werknemers in de privé hebben daarmee dus veel schrik om hun job te verliezen indien ze staken, zeker gezien de bedreigingen die algemeen gebruikt werden door de werkgevers. Toch was er in de grote bedrijven, met sterke syndicale delegaties een grote respons. Auto-Europa, de grootste auto-fabriek van het land, met 3400 werknemers, lag bijvoorbeeld volledig stil. Geen enkele van de 500 volkswagens die er normaal dagelijks geproduceerd werden rolde er van de band.

Tijdens de algemene staking werd echter gekozen om geen betoging te organiseren. De vakbondtop haalde de staking in de transportsector aan als reden om geen betoging te organiseren, een mobilisatie naar een betoging zou daardoor onmogelijk geweest zijn. Nochthans kon dit wel in anderen landen waar er de laatste maanden gestaakt werd, zoals in Frankrijk en Griekenland. Ook de arbeiders waren sterk verwonderd. Op de piketten was er vanwege de strakers een algemene vraag naar een betoging ‘s avonds om gezamelijk hun woede te kunnen uiten op straat. Een betoging had de impact van het protest kunnen versterken, en een massale opkomst was gegarandeerd. Het uitblijven van een betoging creëerde een duidelijk vacuum. Dat kwam onder andere tot uiting bij een betoging van anarchistische groeperingen in het centrum van Lissabon. Een groep, die anders weinig impact heeft, startte met een kleine betoging van een 100 tal man. Maar al snel groeide de betoging aan tijdens het parcours. Meer dan 1500 jongeren en syndicalisten sloten zich bij de onaangevraagde optocht aan bij gebrek aan alternatief.

Dat de burgerij schrik heeft van een open sociale oorlog met de arbeidersklasse blijkt niet enkel uit de onstabiliteit van de regering. Het blijkt ook uit de opgevoerde criminaliseringscampagne tegen de sociale bewegingen. Tijdens de Navo-top van afgelopen weekend was dit al duidelijk. Maar de massale politie-repressie tegen het piket van de post in Cabo Ruivo was het hoogtepunt. Meer dan 50 agenten in rel-uitrusting werden er, samen met een privé veiligheidsfirma ingezet om het 100 ma sterke piket te verdrijven. De syndicalisten waren zich echter bewust van de noodzaak om zich niet zomaar te laten doen, en slaagden er toch nog in genoeg tijd weerstand te bieden om de werking van het verdeelcentrum te verhinderen. We kunnen echter verwachten dat de burgerij in de toekomst nog meer naar dit soort methodes zal teruggrijpen en de vakbonden moeten zich hiertegen bewapenen.

De regering haalt de onvermijdelijkheid van de besparingen aan om haar beleid te legitimeren. Binnen het kapitalistische systeem is dit een steekhoudend argument. De nationale burgerij en haar regering staat met deze crisis met de rug tegen de muur en kan de crisis enkel overleven door de arbeiders voor die crisis te laten betalen. Zuiver syndicalistische eisen, zoals de terugtrekking van de plannen, zonder het systeem te veranderen zijn dus niet-realiseerbaar. Daardoor wordt de noodzaak aan een politiek alternatief voor de arbeidersklasse, een alternatief op de kapitalistische economie met de dag duidelijker.

Zo’n socialistisch alternatief kan niet rond de twee bestaande linkse formaties in Portugal, het Links Blok en de PCP, ondanks cruciale fouten. Zo ondersteunt het Links Blok een PS-kandidaat bij de volgende presidentsverkiezingen.

De sectaire onderlinge houding tussen Links Blok en PCP moet opzij gezet worden en samen met de CGTP zouden ze moeten werken rond een concreet socialistisch eisenplatform en een regeringsalternatief voor de werkende klasse op basis van democratisch socialisme. Uit de programma’s en stemhoudingen in het parlement blijkt duidelijk dat er een programmatorische basis is tot samenwerking. Zo ondersteunden beide partijen na de oproep van de vakbonden actief de algemene staking, met massale propaganda. Samenwerking zal nodig zijn wil de arbeidersklasse echt een vuist maken tegen het hedendaagse offensief van de burgerij.
 

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!