PMD en karamel.

zaterdag 22 februari 2020 18:06
Spread the love

Voor de snoepers.
(Verhalen uit het alledaagse.)

Zachte, zoete, kleverige karamel hangt aan mijn gehemelte. Het smelt op mijn tong en loopt stroperig langs mijn wangen. Het blijft kleven aan mijn tanden terwijl mijn keel zegt: slikken. Het is een onhoudbare situatie, zonder meer. Maar dat alles deert me niet zo zeer, want daarna is er nog karamel. Dat is wat telt, voor even toch. Waar ik mij wel zorgen om maak is de plastic folie dat rondom de snoep gewikkeld zit. Het is van een knisperende soort met een blinkend aluminium laagje aan de binnenzijde. Onafscheidbaar. Het is goudgelig van kleur en kunstig gemaakt.

Een hele tijd nu zit ik reeds voor me uit te staren met het wikkeltje in mijn hand. Ik laat het knisperen, ik strijk het glad. Ik verfrommel het weer en streel het plat, opnieuw en opnieuw. Keer op keer nadat ik de folder van afvalverwerkingsbedrijf Ivago van letter tot punt heb doorploegd. Karamel verslindend. Maar het is mij niet gelukt. Ik ben er niet wijzer op geworden. Of het wikkeltje nu in de blauwe zak voor PMD mag worden gedeponeerd of niet.

Soms vrees ik dat het te laat is voor mij. Dat er niets meer bij kan. En dit is zo een van die momenten. De wereld is complex. Te complex.

Het is een teken aan de wand. Ik word oud, al te oud. Maar dat zeg ik nogal gauw. De folder van Ivago die verspreid werd om de nieuwe regels inzake afvalscheiding uitgelegd te krijgen, in voege sedert begin dit jaar, maakt geen melding van snoepwikkels. De onduidelijkheid blijft dan maar hangen, in vierkleurendruk op hard gerecycled papier. En wie is hier dan weer hardleers? De verstokte snoeper of het zoveelste regeltje van de industrie. Willen we de plastic soep aanpakken of willen we vooral een idee groenwassen? En bovenal, moet ik mij daar nu nog mee bezig houden?

Ik stel deze vragen niet om ze in twijfel te trekken. We zijn goed bezig, met al dat sorteren, maar we hebben nog een hele lange weg te gaan. Dertig jaar, zo vermoed ik. Dertig jaar lang sorteer ik reeds mijn afval. Steeds netjes volgens de regels der kunst. Het papier bij het papier en het glas bij het glas. En er was een tijd waarin ik dat enthousiast deed. Dat ik zelfs het papieren etiketje van de bokalen weekte alvorens het glas in de glascontainer te deponeren en gelijkerwijs het etiketje naar de papiermand bracht. Want zoveel naarstigheid mag men van een burger wel verwachten, vind ik. Zowel het papier als het glas vragen ook dat respect. Want ooit komt er een dag – en die komt heel gauw – dat je beiden dankbaar zal zijn voor hun bestaan. Zo dacht ik ooit.

Maar met dat plastic zat het al fout van in het begin. Want in deze materie waren en zijn er nogal wat maren te bespeuren: dit maar niet dat, dat maar niet dit en ga zo maar door. En dan heb ik het nog niet over de drankkartons of over het metaal. Dus zit ik mijzelf suf te staren naar een plastic wikkeltje waar toevallig een laagje aluminiumfolie is op aangebracht en kan mijn verstand er maar niet bij dat het niet bij het plasticafval terecht zou kunnen. Of bij het metaalafval mocht men dat verkiezen.

Misschien ben ik wat wereldvreemd. Gelukkig ben ik niet de enige en kan ik zeggen dat het niet enkel aan mij ligt. De macht van het getal bespelen, dat is inderdaad wat we moeten doen. Want er heerst nogal wat onduidelijkheid over wat wel en wat niet in de PMD zak mag. Zo duidelijk was die folder ook weer niet.

Een tijdje later stuurde Ivago dus nog maar een extra verduidelijking de wereld in en raad eens? Het wordt nog moeilijker! Plastic schaaltjes van etenswaar mogen bijvoorbeeld wel in de PMD zak, maar het plastic folietje dat het schaaltje afdekte, dat moet verwijderd en afzonderlijk in de PMD zak verdwijnen. En nu we het toch over de schaaltjes hebben: die mag je niet in elkaar zetten om plaats te besparen in de zak. Over het wikkeltje van de snoep wordt zedig gezwegen. Ik zucht. Het is diep en lang.

Men zegt ons dat het aan de fabrieken ligt. Dat de machines de verschillende soorten plastic niet kunnen sorteren en dat de mensen het dan maar zelf moeten doen. Omdat zij dat wel kunnen. Of omdat men erop vertrouwd dat de mensen dat wel goed kunnen. Omdat ze gewetensvol zijn bijvoorbeeld.

Dat is een lovenswaardige houding, maar dan mogen die machines wat mij betreft wel meteen de deur uit en kunnen we die fabrieken ook maar beter in hun geheel sluiten. Want welk nut hebben die dan nog als ze ons het leven niet eenvoudiger kunnen maken? ‘Sluiten die handel!’ zeg ik dus.

Ik zeg het omdat ik op een leeftijd ben gekomen waarop ik dat mag zeggen. Een leeftijd waarop je niet meer met je laat sollen. Niet in het minst door mannen in een driedelig pak en met een das rond hun nek gebonden. Maar gelukkig is er nog karamel, de zoetgevooisde suikerstroop, soma voor de vrienden. Mij lijkt het overigens dat we niet enkel in het sorteren een krak zijn geworden, maar ook in het afstoten. Het afstoten van het enthousiasme bijvoorbeeld.

Dus verdwijnt het wikkeltje toch maar in de PMD zak, zoals de luis in de pels of het zandkorreltje in het raderwerk van de machine. Dat ze het maar uitzoeken daar in die fabriek.

 

Creative Commons

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!