Peter Mertens (PVDA) en Meyrem Almaci (Groen) over de (christelijke) arbeidersbeweging en verzet tegen het asociaal besparingsbeleid

Peter Mertens (PVDA) en Meyrem Almaci (Groen) over de (christelijke) arbeidersbeweging en verzet tegen het asociaal besparingsbeleid

maandag 24 december 2012 15:36

Interview Jef Marien

Het succes van de PVDA en Groen bij de gemeenteraadsverkiezingen in Antwerpen vormde  voor de beweging Christenen voor het Socialisme de aanleiding voor een interview met de twee lijsttrekkers. Oorspronkelijk mikten ze op een dubbelinterview. Dat bleek echter niet haalbaar en ze namen het interview dan maar afzonderlijk af. Ze werkten wel met identieke vragen:  hoe verklaar je de puike resultaten, wie zijn de mensen die voor jouw partij gestemd hebben, met welke prioriteiten gaat jouw partij nu verder aan de slag, komt er een links front tegen de verrechtsing, hoe kijkt jouw partij aan tegen de situatie in Antwerpen, hoe ziet jouw partij de rol van de (christelijke) arbeidersbeweging,  is er volgens jouw partij een rol weggelegd voor een beweging zoals CvS, is de verkiezingsoverwinning een kans om de harde besparingen te counteren?  De gesprekken vonden plaats op 12 november en 30 november, dus voor er een bestuursakkoord in Antwerpen was. Beide politici namen rustig de tijd en zo komt het dat het twee fors uit de kluiten gewassen interviews zijn geworden. Als ‘Beweging’ willen wij uitdrukkelijk verwijzen naar de visie van beide lijsttrekkers over de (christelijke) arbeidersbeweging en het verzet tegen het asociaal besparingsbeleid. De integrale versie van de interviews is terug te vinden op www.jebron.be
Peter Mertens
Meyrem Almaci

De (christelijke) arbeidersbeweging

Peter Mertens: We hebben veel stemmen behaald uit brede lagen van de werkende bevolking, naast havenarbeiders bijvoorbeeld ook veel stadspersoneel. Omwille van de afbouw van de openbare dienstverlening in zwembaden en de sluiting van zeven wijkbibliotheken. Vele gewone werknemers dus maar ook veel syndicalisten uit beide grote vakbonden. En niet alleen van de socialistische vakbond. Dat is erg belangrijk voor ons. Ik ben zo’n honderd twintig keer gaan spreken over mijn boek ‘Hoe durven ze’. En veel meer voor ACV-leden en KWB –afdelingen, op alle mogelijke plaatsen van het land en in kleine parochiezaaltjes. De christelijke arbeidersbeweging heeft duidelijk een meer organisatorische poot dan de socialistische arbeidersbeweging. Maar voor ons is het vitaal dat we kunnen rekenen op syndicalisten van de twee arbeidersbewegingen. De vakbonden zijn namelijk de belangrijkste kracht die werkende mensen hebben in hun bescherming als sociale groep. Er is een veelheid aan organisaties die zich organiseren rond één thema, een hobby, ontspanning of cultuur en we vinden dat die bewegingen erg belangrijk zijn en vaak onderschat worden. Maar er is slechts één beweging die mensen organiseert in hun hoedanigheid van werkende mensen en dat is de vakbond en de arbeidersbeweging. En de arbeidersbeweging is enorm belangrijk. Zie maar naar Griekenland, Portugal en Spanje bijvoorbeeld. Gelukkig zijn er daar nog vakbonden die de werknemersbelangen verdedigen. We zullen ze hier ook nodig hebben. Maar ze liggen wel onder vuur. Vorige week nog legde De Wever een ontwerpnota voor waarin gesteld werd dat er ‘een minimumdienst in de haven ten allen tijde’ moet opgelegd worden. In t’ Nederlands wil dat zeggen: het stakingsrecht van dokwerkers, sluiswachters en loodsen aan banden leggen. Dan heb je een politieke stem nodig die dat programma afkeurt. Die nota is ondertussen van  tafel geveegd maar vergis je niet, dat voorstel komt zo weer boven de tafel.  Toen vorig jaar de vakbonden de Scheldelaan blokkeerden en de BBTK demonstreerde op de Meir, schreeuwde De Wever moord en brand. Verbieden die handel en de politie erop afsturen, luidde zijn boodschap. Voor de PVDA zijn de vakbonden onze bevoorrechte partners en we gaan ervan uit dat alles een ontwikkelingsfase heeft. We hebben nu een brief gestuurd aan de leiding van ACW/ACV en ABVV om een gesprek te hebben over de toekomstige sociaaleconomische ontwikkelingen in Antwerpen. Welke verwachtingen hebben de arbeidersbewegingen ten overstaan van de PVDA-fractie in de Antwerpse gemeenteraad? Welke bezorgdheden, standpunten en voorstellen moeten daar op tafel gelegd worden? We hebben nog geen antwoord, maar de signalen die we opvangen laten het beste verhopen. Die aanpak is niet nieuw voor ons. Ook vroeger gingen we te raden bij organisaties van het middenveld, zoals samenlevingsopbouw, jeugdwerkers en syndicaten. We gaan nu die toer opnieuw doen. We hebben 23 verkozenen (gemeenteraad, district, provincie) en jullie zijn voor ons belangrijke partners om te wegen op het beleid. Wat zijn jullie verzuchtingen? Maar het spreekt voor zich dat van al die organisaties de vakbeweging voor ons een absolute prioriteit is. De verhouding met de arbeidersbeweging zit in een ontwikkelingsfase. Wat we nu stedelijk doen moet kunnen doorgroeien naar het nationaal niveau. En nu kan dit wellicht met een breder mandaat ook met meer gewicht dan vroeger. Ook vroeger al hadden we contacten met Cortebeeck en De Leeuw, dat is geen geheim, al moeten we vaststellen dat we niet op alle punten dezelfde visie deelden. Op de ontwikkelingen in de christelijke arbeidersbeweging hebben wij geen vat. Maar het is wel duidelijk dat voor vele ACV-militanten en KWB-leden  de band met de CD&V absoluut geen punt meer is. Ik merk daar veel  open en eerlijk zoekende progressieve krachten voor wie zowel Groen als de PVDA een alternatief kan zijn.

Meyrem Almaci: Er is meer dan ooit nood aan een sterke arbeidersbeweging. Er is flagrant veel dat misgaat en waar bijna geen misbaar over gemaakt wordt. Neem nu de topvrouw van het IMF, Christine Lagarde. Die ontvangt een eredoctoraat van de universiteit van Leuven en dringt bij die gelegenheid aan om komaf te maken met de index. Dat komt dan uit de mond van een dame die een riant loon opstrijkt, een loon dat tussen haakjes wel geïndexeerd is maar waarvoor ze geen belasting betaalt. Toen dacht ik bij mezelf: waarom breekt de revolutie niet uit? De arbeidersbeweging en het middenveld zijn erg belangrijk om in het parlement goed ons werk te kunnen doen. Onze tussenkomsten krijgen meer gewicht als we spreken namens de publieke opinie en over wat daar leeft. Heel vaak fungeert de arbeidersbeweging voor ons als doorgeefluik. Als we in het parlement tussenkomen naar aanleiding van besparingsmaatregelen of over de index bijvoorbeeld  dan zeggen wij:  waar zijn jullie mee bezig en luister toch ook eens naar wat er leeft bij grote delen van de bevolking.  De kracht van de vakbonden is dat de boodschap die ze brengen meer is dan het verhaal van alleenstaande mensen of van individuen. Vakbonden organiseren die mensen als een groep en maken de structuren zichtbaar achter vele (individuele) problemen. Zo word ik momenteel woest van de wijze waarop met werkloosheid wordt omgegaan. Werklozen zitten in de hoek waar de klappen vallen. Het is al straffen en sanctioneren wat de klok slaat. De teneur is: “Wie vindt er nu geen werk als hij dat echt zou willen!” Als je niet aan werk geraakt, ook niet in crisistijd, het blijft zogezegd je eigen verantwoordelijkheid en daar word je op afgerekend.  Daarbij maakt men abstractie van het opleidingsniveau en van de conjuncturele context. Er gaapt een kloof tussen de beschikbare jobs en de capaciteiten die mensen moeten hebben met wat gevraagd wordt. Men ziet over het hoofd dat industriële tewerkstelling afbrokkelt en dat nieuwe jobs in de zogeheten kenniseconomie ook een hoge opleiding vragen. En zo zien we dat naast een grote groep werklozen weer anderen, in jobs waar hoge eisen worden gesteld, af te rekenen krijgen met stress, depressie en burn-out . En wie niet meer mee kan wordt uit de werkloosheidsstatistieken gehaald, krijgt een leefloon waaraan dan bijkomende eisen worden gesteld en verdwijnt uiteindelijk in de armoede. Er is dus werk genoeg aan de winkel. Van een structureel probleem maakt de overheid een probleem van individuele onwil.  Om dat recht te zetten is de arbeidersweging meer dan ooit nodig. In de christelijke arbeidersbeweging zien wij veel gelijkenissen met wat ons als partij drijft. Wij zijn een waardegedreven partij en stellen ons niet materialistisch op. Wellicht mede onder invloed van de christelijke inspiratie zien we bij de christelijke arbeidersbeweging ook een sterke nadruk op een solidaire en warme samenleving. Ze spitst zich toe op de lange termijn en wil ook voor allen die ons nakomen een positieve erfenis achterlaten.  De christelijke arbeidersbeweging wil een bijdrage leveren aan de samenleving en benadrukt dat  we niet alleen als individu kunnen bestaan. Daar kunnen we mekaar goed in vinden, aan het belang dat gehecht wordt aan waarden die niet materieel uit te drukken zijn. Het leven is meer dan de jacht naar geld en winst. We worden maar pas mens als we ons inspannen voor de anderen, altruïsme en  naastenliefde aan de dag leggen. Die opvattingen leven toch sterk bij christenen en natuurlijk ook even goed bij humanisten. Het besef dat we een bijdrage moeten leveren om van de wereld een betere plek te maken . Dat is ook mijn diepste persoonlijke overtuiging en mijn engagement en gedrevenheid is niet ingegeven door geldgewin. Mijn levensmotto is: vervloek de duisternis niet, steek een kaars aan. Er is natuurlijk de duistere, donkere kant van de samenleving: het harde egoïsme. Maar er is ook een keerzijde: mensen die zich door andere waarden laten leiden. Daaraan trek ik mij aan op. Ook al is het maar één iemand. Dat is zoals het verhaal van de witte en de zwarte zwanen. Eén zwarte zwaan is voldoende om te zeggen dat niet alle zwanen wit zijn. Zo is één afwijking voor mij genoeg om te bewijzen dat niet iedereen gedreven is door geld. Er zijn dus nogal wat raakpunten tussen Groen en  de christelijke arbeidersbeweging en toch hebben we mekaar nog niet echt gevonden. We hebben nogal wat leden die actief zijn in de christelijke arbeidersbeweging maar die ervaren soms dat Groen daar niet helemaal als een volwaardige partij wordt behandeld. Zie bijvoorbeeld het verschil in ruimte die de CD&V krijgt in ‘Visie’. Eigenaardig toch, want het memorandum van het ACW leunt dichter aan bij het programma van Groen dan bij de standpunten van CD&V. In het parlement heb ik al verschillende keren de CD&V-mandatarissen op de standpunten van het ACW gewezen. Maar horen die dat wel? De relatie van Groen met het ACW zou gerust wat intenser mogen. We zien en horen mekaar nu wel via de studiediensten en via de top van de partijen, maar de  frequentie mag opgedreven worden.
 
Verkiezingsoverwinning kans om de harde besparingen te counteren?

Peter Mertens: La Libre Belgique heeft onmiddellijk na de verkiezingen geschreven dat de PS absoluut het been stijf zal houden in verband met een indexsprong om dat de partij goed beseft dat de PTB, Parti du Travail de Belgique, de naam waaronder de PVDA aantreedt in Franstalig België, aan een sterke opmars bezig is. In de regering is er dus nu een druk die er tevoren niet was. Dat is meegenomen. Wij zullen druk blijven zetten op de standpunten van de PS. Ik denk dat onze standpunten nu inderdaad wegen op een partij zoals de PS. Strategisch vertalen ze dat dan als volgt: we zullen onze linkerflank moeten afschermen. Maar nog belangrijker is dat we in het land een strijdorganisatie op de been krijgen. Het is mijn vaste overtuiging, en dat heb ik ook in ‘Hoe durven ze’ al aangebracht, dat deze maatschappij alleen gaat veranderen door een grote beweging van onderuit. Ik pleit er dus voor dat de geest van de Geuzen terug komt, de geest van verzet, van de Tijl Uylenspiegels. We hebben echt nood aan een beweging tegen het fatalisme. We moeten massaal ingaan tegen de idee dat er niets aan te doen is, dat de grote machten alles bepalen, dat je daar niks kunt aan veranderen. Dat fatalisme is een grotere vijand dan een of ander regeringsplan. Ik ben dus echt van mening dat een electorale overwinning maar van tel is als we dat kunnen omzetten in een sterke strijdbeweging van onderuit. Dat is ongetwijfeld een werk van lange adem maar ook weer niet onmogelijk. De arbeidersbeweging kan hierbij een cruciale rol spelen. Als ze resoluut zou zeggen “hier trekken wij de meet, hier komt ge niet aan of ge krijgt de hele werkende klasse op uw dak, tot ge die maatregelen intrekt”. Dat is de opdracht voor vandaag. We moeten ons dus beraden rond welke thema’s we het hard willen spelen en hoe we ons daarop voorbereiden. En laat het duidelijk zijn, er moet een einde komen aan het seizoen van de symbolische acties. Laten we die achter ons laten, ze kunnen zin gehad hebben en noodzakelijk zijn geweest  in een tussenperiode, maar ze beantwoorden echt niet meer aan de uitdagingen waar we vandaag mee geconfronteerd worden. Een verzetsbeweging hebben we nodig. En de vakbonden zouden zich meer bewust moeten zijn van de macht waarover ze beschikken en er ook niet mogen voor terug schrikken die macht ook effectief te ontplooien. Je kan er zeker van zijn dat de index en de pensioenen bijvoorbeeld onder vuur zullen blijven liggen. Als ze er vandaag niet aan morrelen, zullen ze het morgen of overmorgen terug proberen. Er is dus een algemene mobilisatie nodig want er zal hard moeten gestreden worden om een aantal doelstellingen ook effectief te bereiken. We kennen trouwens de maatschappijvisie ‘van de andere kant’. Ze zijn akelig druk in de weer om de krachtsverhoudingen uit de 19de eeuw terug in te voeren. De tweespalt tussen de bevolking zal fors toenemen als ze met de grove borstel doorheen de sociale bescherming blijven gaan. Wat er nu in Griekenland en Spanje gebeurt kan je als een test zien. Nog maar drie maanden geleden werd in Griekenland bepaald dat wie één jaar werkloos is dan meteen zijn ziekteverzekering verliest.  Griekenland is zo het proefterrein dat laat zien hoe krachtsverhoudingen worden afgebouwd en er een maatschappelijke tweespalt komt die de werknemers ontwapent. In snel tempo glijden we nu in alle Europese landen verder af naar deze toestanden. Daar moeten we nu en in de komende periode een tegen aanvalsplan tegenover zetten. We kunnen voorzien wat de EC van plan is. We weten dat thema’s zoals de index, het stakingsrecht, de pensioenen, de vakbonden, de sociale zekerheid, het arbeidsrecht en de openbare dienstverlening onder vuur zullen komen te liggen. Een tegen- aanval betekent dat we niet van de ene symbolische actie naar de andere overgaan maar dat we ruim de tijd nemen, ons degelijk voorbereiden, om bijvoorbeeld een jaar lang te mobiliseren rond enkele thema’s. Dat we daar in bedrijven en wijken mee rondtrekken en dat er dan uitgemaakt wordt welke thema’s ‘untouchable’, onaantastbaar zijn. Dat wil zeggen: als de regering of Europa daar toch aanraakt, dan heb je het zelf gezocht, dan leggen we het land plat, dan wordt er geen rijkdom meer geproduceerd. Om succesvol te zijn moet de tegenaanval door een brede groep  ondersteund worden , maar ook  verankerd zijn in een maatschappijvisie. Het is mijn overtuiging dat hoe meer maatschappijvisie er is hoe meer ruggengraat een actie of een beweging heeft. Er is dus nood aan een visie over een maatschappij die anders functioneert dan vandaag. Er moet een proces op gang komen waarbij we ons met velen afvragen of we de dingen maar op hun beloop laten, op de rem gaan staan of iets nieuw willen uitproberen. Ons vragen stellen of wat we nu doen of dat zin heeft voor die nieuwe maatschappij. Dat is een werk van lange adem en daar kunnen vele organisaties uit het middenveld en de arbeidersbeweging een steentje toe bijdragen.

Meyrem Almaci: De besparingswoede van de regering loopt de spuigaten uit. Ook als het moeilijk is moeten mensen een perspectief kunnen hebben. Als vele mensen met de vraag zitten of ze ooit nog aan job zullen geraken  dan is dat perspectief meer dan ooit weg. De bankencrisis koste de overheid handenvol geld, bracht die overheid en de economie op haar beurt in de gevarenzone en daar betalen mensen nu een zware prijs voor. Europa legt ons op de publieke sector af te slanken terwijl het de grootbankensector sector is die toch mee verantwoordelijk is. Voor een goed begrip, ik heb niks tegen een efficiënte overheid en er is niks mis mee om de schuldenlast niet te groot te laten worden, integendeel, maar de overheden en ook Europa moeten ook en vooral investeren in de toekomst. En dat perspectief mis ik helemaal. Wat er in Griekenland gebeurt, dat is toch schrijnend.  Daar heeft men de hakbijl boven gehaald en maakt men slachtoffers bij degenen die er niks mee te maken hebben.  Zoals kinderen bijvoorbeeld die in de schoolbanken flauw vallen omdat ze ’s morgens geen eten hebben gehad.  Dat is een extreem voorbeeld maar het gebeurt. Iets dergelijks begint zich in meer Europese staten voor te doen. Politici, maar ook burgers, van die landen waar de crisis minder zwaar doorweegt, zeggen dan dat ze het nu eindelijk wel gehad hebben met geld in een bodemloze put van een ander land te storten. Neem nu de situatie rond Dexia in België. Als burger vinden wij toch ook dat wij niet mee verantwoordelijk mogen worden gesteld voor het failliet van de bank en voor de torenhoge schuldenlast die daardoor onze toekomst bedreigt. Wij hebben dat failliet niet veroorzaakt, wij zijn niet verantwoordelijk voor de schuldenlast. Het begrip dat we voor ons zelf vragen moeten we ook opbrengen voor anderen. We moeten dus echt weg van kortzichtigheid, durven denken op lange termijn, een visie formuleren. En dat ontbreekt te veel, ook in ons land. We weten al langer dan vandaag dat het oude industriële model aan hevige veranderingen onderhevig is en toch is daar niet op geanticipeerd. Neem de sector van de petrochemie. Daar had al veel langer een omslag, een transitie moeten gemaakt zijn van petroleum-based naar bio-based, naar het gebruik van biologische grondstoffen en de productie van diverse gebruiksvoorwerpen voor het leven van alledag. Op die manier dring je de vervuiling terug, blijf je met minder gevaarlijk afval zitten en kom je makkelijker aan herbruikbaar materiaal. We wisten al langer dat we met autoassemblage ooit in de problemen zouden komen. Tien jaar geleden hebben we een resolutie gestemd in het Vlaams parlement om in te zetten op een hybride auto. Heeft iemand daar nog iets over gehoord?  En dan is er nog het pijnpunt van de loonkost. Wat ons betreft mag arbeid minder duur gemaakt worden en  moet de loonlast naar beneden, zeker voor KMO’s.  Maar let op, die verlaging van de loonlast betekent geenszins voor ons dat mensen minder gaan verdienen of dat de sociale zekerheid wordt aangetast. Er moet een verschuiving komen van lasten op arbeid naar vervuilers en de grote vermogens. En ook op dit vlak zijn we niet de beste leerling van de klas in Europa. Laten we die ‘switch’ dus gauw maken.
 

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!