Perceptie

Perceptie

dinsdag 5 oktober 2010 20:29

Na een maand op de Mount Of Olives te wonen ben ik al wat gewoon geworden aan de mensen en de gewoonten die deze er op na houden.

Als ik door mijn straat wandel zie hoe kleine ukkies ongeoriënteerd en half aangekleed met hun blote voetjes over het asfalt koersen. De kinderen observeren iedereen die passeert en roepen naar wie die er niet Palestijns uit ziet: “Hello, where you from, what’s your name”. Ze klimmen op de hoge omheiningen van de school en springen op de gesloten speelplaats om er verder te voetballen met hun vrienden tot de bal er een weer eens wordt over getrapt. Dan is het aan een andere bengel om te klimmen en het speelgoed terug te halen. De jongeren roken hun eerste sigaretten al hangend in de wagens van hun vaders of grote broers. De afgrijselijke Arabische muziek klinkt verschrikkelijk door de krakende boxen maar het is het imago dat telt. De oudere mannen staan uren als reigers aan de kant van de met vuilnis bezaaide weg te praten en de moeders wandelen aan een slakkentempo en met de tred van een pinguïn naar de open containers om er de grote plastieken vuilnisemmers in te legen.

Bij het legen van iedere emmer dwarrelt de helft van het vuilnis door de lucht en beland naast al de vuiligheid die de mensen reeds uit gewoonte op de grond gooien. Vuilniszakken zijn een onbekend begrip en etensresten, lege flessen, het gebruikte toiletpapier, … worden per straat in één grote, open container verzameld. Overdag doet de brandende zon deze smerige massa pruttelen en de geur die er uit vrij komt was eerst niet te harden, na één maand wen je wel aan de de aroma’s van deze maatschappij. De wind die ‘s avonds de kop opsteekt doet de lichtste dingen eerst uit de hoop afval opwaaien en zo zie je als sneeuwvlokjes stukjes stront aan papier door de lucht dwarrelen zodat je je ‘s morgens, op je nuchtere maag, je een weg kunt banen door een open riool.

Maar geen mens die er zich aan ergert. Met trots op de lippen spreken de bewoners over hun Mount Of Olives, de heilige plaats die zoveel pelgrims lokt en het mooiste zicht op de grote stad prijs geeft. Het ontbreken van parkeerplaatsen die de bewoners tot foutparkeren noodzaakt is een grotere frustratiebron dan het ontbreken van groen, vuilnisbakken of goede straatverlichting. Deze week kreeg ik van een oude man te horen dat ze die laatste bomen ook beter zouden wegkappen en er parkeerplaatsen van zouden moeten maken. Who needs trees? Hier ademt de charme van de armoede, niet het blad aan de boom.

Als ik aan de kraaknette, gestructureerde andere kant van de stad wandel en aan de praat geraak met de mensen die daar wonen vragen ze me vaak waar een Belg hier zes maanden kan uithangen. De Mount Of Olives doet hen de wenkbrauwen fronsen en vragen nieuwsgierig hoe het leven daar is. De Israëliërs kennen vaak beter hun weg in Indische paradijzen waar ze na hun legerdienst even het varken mogen gaan uithangen dan in het oosten van hun eigen stad. De stad wordt niet door een muur verdeeld en toch is er geen of weinig contact tussen de twee kanten. Als je een taxi doet stoppen en het is een joodse chauffeur dan durft hij wel eens weigeren om je naar het hol van de leeuw te brengen. Er wordt minachtend gedaan over deze open riool en men verstaat niet wat een Europeaan er komt zoeken. De bewoners van deze berg voelen zich dan weer de koning te rijk omdat ze het voorrecht hebben om op deze plaats te mogen opgroeien, allemaal een kwestie van perceptie.

Aan de andere kant van de muur zien de mensen deze open riool als de hemel op aarde. Wie er woont kan met het nodige geluk en doorzettingsvermogen een tijdelijke vergunning bemachtigen om hier te mogen komen werken. Velen krijgen een njet en worden genoodzaakt om de arbeidsmarkt in de Westelijke Jordaanoever, vaak tevergeefs, af te schuimen op zoek naar wat vuil werk om de hongerige monden thuis te voeden. De taxichauffeurs zijn er opdringeriger, de verkopers klampen je veel krampachtiger aan om toch maar te verkopen en een inkomen te kunnen vergaren. Ze zouden er alles voor over hebben om naar het beloofde stuk van hun land te mogen gaan om er de vuilste klusjes eerst te mogen opknappen.

Zaterdagnacht lag ik met barstende koppijn naar mijn plafond te staren en hoorde de stilte ook deze nacht af en toe doorbroken worden door wat geweervuur. Van uit mijn raam zie ik de populairste graffitimuur van de wereld en het is meer regel dan uitzondering dat er ‘s nachts wat waarschuwingsschoten gelost worden. Kunst moet bewaakt worden!

Maar deze nacht is het niet bij een waarschuwing gebleven. Een 37-jarige man uit Hebron wou afgelopen weekend niets liever dan dit stinkende paradijs bereiken en bij gebrek aan de nodige papieren ging hij als ervaren doe-het-zelver zich op eigen manier een weg naar de andere kant van de muur banen. Gewapend met een ladder stapte de man de muur tegemoet en sport per sport voelde hij wellicht zenuwachtig een beter leven naderen. Net voor hij victorie kon kraaien werd hij door de militairen een halt toe geroepen: poging mislukt. In de krant las ik daags nadien dat het ene schot dat minder luid weerklonken had gedempt moest geweest zijn door de schedelpan van de vader uit Hebron. Israël zou Israël niet zijn moesten er ook direct twee versies van de feiten zijn: ik wil ze U beiden niet onthouden.

Versie Israël: de man is de militairen eigenhandig te lijf gegaan en in het daaropvolgende tumult is het geweer toevallig in de verkeerde richting afgegaan of heeft er iemand hem door de kop geschoten, een mens kan niet ieder detail van een drukke werkdag onthouden.

Versie B’Tselem (joodse mensenrechtenorganisatie) en de ooggetuigen: de soldaten hebben de man uit de weg geruimd zoals ze alle vuiligheid in mijn straat nooit zijn komen uit de weg ruimen.

De militairen vroegen zich wellicht af waarom hij deze open riool wou bereiken maar voor de man was het het aards paradijs: kwestie van perceptie.

T.T.

 

Deze reportage kwam tot stand met de steun van het Fonds Pascal Decroos:
 

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!