Pensioenverschillen

Pensioenverschillen

dinsdag 14 mei 2019 13:45

Vorige week ging ik naar een infoavond over “eindeloopbaan”. Daar werden de diverse maatregelen die de regering inzake pensioenen en brugpensioenen heeft genomen toegelicht. Deze maatregelen zijn zo ongelooflijk ingewikkeld dat de helft van de zaal er geen jota van begreep en degenen die er wel iets van begrepen erg verontwaardigd waren. Na de info kwamen er dan ook tal van vragen en moesten heel wat mensen ook dan  nog doorverwezen worden naar gespecialiseerde medewerkers om hun persoonlijke dossier te bekijken.

De spreker gaf ons eerst een overzicht van de vele maatregelen in de brugpensioenen (nu SWT genoemd). We horen al jaren dat de brugpensioenen onbetaalbaar zouden zijn terwijl een brugpensioen veel goedkoper is voor de regering dan een naakt ontslag. Op een brugpensioen dienen immers RSZ-bijdragen te worden betaald en op een werkloosheidsuitkering niet. Tel uit de winst voor de werkgever. Het verlies voor de overheid en degenen die ontslagen worden vormt de extra winst voor het bedrijf dat werknemers buiten gooit. Dat vergeten de VLD, NVA en CD&V er steevast bij te zeggen.

Wat mij erg tegen de borst stuitte is de reactie van de Heer Van Quickenborne op het laatste interprofessioneel akkoord dat stelde dat mensen die wegens een herstructurering afgedankt worden nog 1 jaartje langer op 59 op brugpensioen konden gaan. Van Quickenborne fulmineerde tegen dit voorstel. Maar wat blijkt? Toen Van Quickenborne Minister van pensioenen was jaagde hij  de verhoging van de pensioenleeftijd meerderheid tegen minderheid door het parlement. Voor iedereen? Nee, niet voor hemzelf en zijn collega’s. Zo’n beslissing moest volgens Van Quickenborne bij consensus worden genomen. Laten we eens kijken naar de voorwaarden voor het brugpensioen voor Van Quickenborne en zijn collega’s: op 52 (gewone mensen op 59 en later) op brugpensioen na amper 20 jaar dienst (gewone mensen ongeveer het dubbele) met een bedrag van € 6.000,00/maand (gewone mensen gemiddeld € 1150,00).

Toen men – uit eerlijke schaamte – enkele jaren geleden het systeem afschafte, deed dat men dat alleen voor de nieuwe parlementairen. Diegenen die er al zaten zoals Van Quickenborne, hadden – dixit Sigfried Bracke – “verworven rechten”.  Op de vraag waarom voor politici wel verworven rechten gelden terwijl die voor hun kiezers met de voeten worden getreden wist de man met een wedde van € 300.000,00/jaar geen antwoord.

Alleen in het Vlaams parlement werd het systeem volledig afgeschaft, alhoewel nog altijd beter dan voor gewone mensen: ze kunnen nog altijd op pensioen vanaf 60 jaar (een gewone mens moet daar 44 loopbaanjaren voor hebben).

Aan het systeem van de gouverneurs is nooit geraakt. Zij hebben een pensioen op basis van een ministerwedde na…12 jaar gouverneurschap. Profitariaat in het kwadraat. Geen wonder dat de VLD en NVA een bittere strijd voeren om de gouverneurspostjes. Want postjes, en alleen postjes, daar draait het bij deze partijen om.

Myriam Kitir (sp.a) diende een wetsvoorstel in om een einde te maken aan de parlementaire voorkeursbehandeling. Naar verluidt zou Baquelaine zich daar tegen verzetten. Jawel, dat is onze huidige Minister van Pensioenen. Uit bovenstaande moge duidelijk zijn dat onze pensioenen bij deze partijen echt niet in de beste handen zijn tenzij je zelf politicus bent. Dan zit je op rozen. Het gebrek aan elementaire ethiek in de Belgische politiek is schrijnend. Persoonlijk vind ik dat politici aan exact dezelfde regels moeten worden onderworpen als de werknemers. Zowel qua bedragen als leeftijdsvoorwaarden. Wedden dat onze pensioenen er heel wat beter zouden uitzien?

Creative Commons

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!