Pensioenen ook in de toekomst betaalbaar, als men dat wil

Pensioenen ook in de toekomst betaalbaar, als men dat wil

woensdag 3 maart 2010 16:21
Spread the love

Het essay van SP-a volksvertegenwoordiger prof. Frank Vandenbroucke is een dankbare gelegenheid voor de media om het debat over het sociaal stelsel in België in de kijker te brengen.

Dat op zich is een goede zaak.
Over de analyse dat het huidig sociaal systeem in de problemen komt zal niemand twisten. Dat zijn feiten. Over de beoordeling er van kan men nochtans van mening verschillen en zeker over de oplossingen.
Volgens mijn bescheiden inzicht gaat men meestal te oppervlakkig te werk en gaat men uit van vooraf ingenomen stellingen. De meesten gaan er van uit dat bijvoorbeeld de pensioenen in de toekomst niet meer betaalbaar zullen zijn. Dat is niet zo en de werkelijkheid is genuanceerder.
 

Waarom zou het systeem van de sociale zekerheid niet langer houdbaar zijn?
Het antwoord van velen is “ omdat er niet genoeg actieve werknemers zijn die bijdragen betalen voor een steeds meer vergrijzende samenleving. Er moeten meer mensen aan ‘t werk blijven.”

Dit antwoord is alleen juist als men uitgaat van het dogma dat de sociale zekerheid alleen kan en mag betaald worden door bijdragen op arbeid. Dit eenzijdige standpunt moet men verlaten.

Ik heb geen probleem dat de meeste mensen zouden werken tot hun vijfenzestigste. De meerderheid wil dat ook maar wordt dikwijls door de werkgevers in dat systeem gedrongen omwille van herstructurering, faillissement of verplaatsen van de productie naar het buitenland.

Bij politici spelen bovendien dikwijls partijpolitieke overwegingen en electorale berekeningen een te grote rol. De stelling dat onze pensioenen niet langer betaalbaar zijn doorbreken vergt wel politieke moed om te vechten voor bepaalde waarden en om daaruit de nodige conclusies te durven trekken. Niet alle rechtvaardige oplossingen zijn populair bij het grootste gedeelte van het kiespubliek. Men zal vlug stellen” daarvoor is er geen draagvlak”. Aan overtuigde politici om daar dan een draagvlak voor te creëren.

Wetenschappers kunnen de feiten aanbrengen: kostprijs per onderdeel zoals gezondheidszorg, pensioenen enz…, evolutie van de laatste jaren en prognoses voor de toekomst.

Zij kunnen ook aangeven vanwaar de bijdragen komen en waar de uitgaven naartoe gaan. Dat zijn statistische gegevens. Zij kunnen zelfs hun mening geven en voorstellen doen.
Van dan af is de discussie nochtans open en moet gevoerd worden door het middenveld en uitmonden in en grondig maatschappelijk debat te voeren in het parlement.

Het is natuurlijk niet zo dat vanuit dezelfde gegevens, men noodzakelijk tot dezelfde inzichten, oordeel en besluiten komt.
De argumenten en oplossingen zullen verschillend zijn naargelang de waarden die men voorop stelt.
Het uitgangspunt zal bepalend zijn voor het verloop van de discussie en voor het eindresultaat.

Nemen we het voorbeeld van de pensioenen.
Met dezelfde feitelijke gegevens zullen het oordeel en de aangebrachte oplossingen
anders zijn bij iemand die er van uitgaat dat de overheid moet zorgen dat iedereen een deftig pensioen ontvangt, dan bij iemand die die stelling bijvoorbeeld niet deelt. Men zal nochtans beiden van dezelfde basisgegevens en analyse vertrekken.

Men moet het bijgevolg eerst eens worden over het principe dat elke persoon na een leven van hard werken, recht heeft op een pensioen dat hem ter beschikking moet gesteld worden door de staat en dat het voldoende moet zijn om een normaal leven te leiden en niet in de armoede te verzeilen.

Aanvulling: Tuur Vanempten 18.02
   
Daarover is men het niet eens. Men is het niet eens over de stelling dat de staat daarvoor moet zorgen.
Het gaat hier om een keuze: ofwel opbouwen vanuit de gemeenschap (rol van de staat) ofwel individueel via de markt. Degenen die zeggen dat het pensioen niet betaalbaar is houden meteen een pleidooi om een pensioen op te bouwen via private verzekering cfr de stelling van de werkgevers voor 2° en 3° pijler. Zij vragen dat de overheid het privaat verzekeren zou stimuleren. De discussie over de betaalbaarheid verbergt de onderlinge discussie over de privatisering van de sociale verzekering in het voordeel van de private verzekering.
De tegenstelling in het standpunt van de werkgevers en anderen: de sociale lasten zijn te hoog en maken arbeid te duur. In plaats van verplichte sociale bijdrage voeren ze de 2° en 3° pijler in. Zijn dat geen lasten? Akkoord dat de twee te samen, de sociale zekerheidsbijdragen en de bijdragen voor private verzekering te hoog zijn, dan moet men kiezen. De keuze gaat naar de private verzekering. De vraag of die private verzekering het minste kost (efficiënt) en het best geschikt (effectief) is wordt daarbij niet gesteld.

Een opdracht voor het Centrum voor Sociaal Beleid kan zijn: bestuderen wat het effect op de betaalbaarheid van de eerste pijler is als morgen al de bijdragen die nu naar de 2° en 3° pijler gaan naar de eerste zouden gaan.
     

Als men het daarover eens zou zijn, dan kan men discussiëren over de modaliteiten en zullen er wel oplossingen worden gevonden.

Voorstellen van oplossingen voor financiering door de overheid..
– Men zou zich vooraf de vraag kunnen stellen of de bijdragen voor de sociale zekerheid wel moeten betaald worden door een heffing op arbeid of alleen daarop?
– Men kan dan eens nagaan of men geen bijdragen zou kunnen innen op alle inkomens en daar het principe toepassen van de stevigste schouders kunnen de zwaarste lasten dragen.
– Kan men geen extra bijdrage innen op de grote vermogens en op de opbrengsten van speculatieve verrichtingen op de beurs die zoals nu in Griekenland, zelfs landen in hun geheel grote schade toebrengen.. De zogenoemde Tobintaks is bovendien als principe reeds goedgekeurd in het Federaal parlement.
– Waarom moet men spreken van tweede en derde pijler als men akkoord gaat dat een eerste pijler voldoende moet zijn. Daarbuiten is iedereen vrij om te sparen voor een oude dag of om bepaalde aankopen te realiseren, dat is iedereen zijn goed recht. Diegenen die het kunnen doen dat reeds om het beter te hebben tijdens hun loopbaan en kunnen dat ook doen om een betere levensstandaard te hebben na hun loopbaan, als ze gepensioneerd zijn.
– In deze optiek is er geen enkele reden om extra fiscale gunsten te verlenen aan het pensioensparen. De uitgespaarde fiscale gelden kunnen door de overheid beter gebruikt worden.

Hiernaast kan men nog zeer vele belastingen en voordelen bekijken die direct niets te maken hebben met het pensioen maar wel rechtvaardige lasten en voordelen. Denk hierbij aan dienstencheques e.a.

Men kan zich tenslotte afvragen of men wel het recht heeft om over inleveringen bij de werkende bevolking te spreken zolang men geen rechtvaardige inning van de belastingen wil en doorvoert.
Inderdaad “wil” want de toestand is gekend, de oplossingen (o.a. aanwerving controleurs) ook, maar de controles van bedrijven gebeuren niet of onvoldoende, waardoor de overheid miljarden euro’s ontbeert.

(Basistekst: Pol Vancamp – 16.02.2010)

Volg de discussie op ACWHerent

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!