Parckfarm Parable

Parckfarm Parable

zaterdag 9 juni 2018 19:57
Spread the love

Thomas Rasker

Parckfarm is een buurtpark in Brussel dat tot stand kwam in het kader van Parckdesign 2014, een biënnale rond experimentele projecten in de openbare ruimte van de stad.
Het Brusselse gewest wilde graag een park aanleggen aan de rand van het ontwikkelingsgebied Tour & Taxis in een verlaten spoorwegvallei, waar enkele buurtbewoners al waren begonnen met het onderhouden van informele moestuintjes, maar die ook werd gebruikt als toevluchtsoord voor zwervers en drugsgebruikers.

Het is het fenomeen van toe-eigening van publieke ruimte door buurtbewoners die architecte Petra Pferdmenges lived space oftewel ‘geleefde ruimte’ noemt, en die ze met haar bureau Alive Architecten en Landschapsbureau Taktyk voor Parckdesign 2014 stimuleerde, door geëngageerde (landschaps-)architecten, studenten, kunstenaars en buurtbewoners te mobiliseren om samen op zoek te gaan naar nieuwe vormen van gemeenschappelijk gebruik van de openbare groene ruimte.
De vele initiatieven die volgden maakten de Parckdesign-site een succes en na afloop van het festival werden zeven projecten er door buurtbewoners zelf voortgezet onder een vereniging genaamd Parckfarm. De biënnale werd zo over haar eigen levenseinde getild.

Eén van de projecten die de biënnale overleefde was een collectief kippenhok, bekend onder de sprekende naam ‘Kot-Kot’. Het initiatief is paradigmatisch voor het verdere leven van Parckfarm, als laboratorium voor stadslandbouw en vooral op de manier waarop de geëmancipeerde buurtbewoners zelf inspraak hebben in het beleid van het park, dat als experimenteel platform wil bijdragen aan sociale en ruimtelijke verandering in Brussel.
Actuele gebeurtenissen in de levensloop van het kippenhok lezen als een unieke parabel over het leven in de multiculturele grootstad.

*

In de zomer van 2014, in de grootstad Brussel, op een publieke plek, wordt een gemeenschappelijk kippenhok gebouwd door een diverse groep buurtbewoners. Ze worden gedreven door een gedeeld enthousiasme en optimisme, met de ambitie een collectief op poten te zetten.

Ze bouwen een prachtig kippenhok uit leem, op een stevige basis van stenen en aarde. Daaromheen komt een geweven structuur van takken en twijgen. Een waar kip-topia voor hennen en hanen genaamd Kot-Kot.

In de jaren die volgen leven de kippen een vrolijk en zonnig bestaan, hand in poot met de stedelingen. De stedelingen zorgen voor maaltijden van appels en graan, de kippen zijn gezond, hun veren glanzen en hun vrolijk gekakel is tot ver in de stad te horen.

In het jaar 2017 slaat het noodlot toe. Het vrolijke gekakel van de kippen wordt gehoord door kleine roofdieren als vossen en marters. De arme kippen zijn volledig weerloos – het zijn echter maar prooidieren – en de vossen en marters kennen geen genade – ze zijn nu eenmaal roofdieren en moeten ook overleven. De stedelingen zijn al even machteloos. ’s Nachts worden de kippen stuk voor stuk met huid en pluim verslonden.

Er wordt getreurd maar mensen kunnen op elkaar rekenen in deze moeilijke tijden. Het project wordt op pauze gezet, de stedelingen sluiten het hoofdstuk Kot-Kot af. Het lege kippenhuis staat symbool voor hun verlies en blijft verweesd achter. Een kippenhok zonder kippen heeft geen waarde meer.

Een kippenhok zonder kippen blijft een hok. De structuur wordt herontdekt en toegeëigend door daklozen en mensen in nood die in de stad leven. Zij ‘lezen’ in het hok de bescherming die zij, kwetsbaar als ze zijn, zo goed kunnen benutten. Het hok wordt dus opnieuw gebruikt en heeft opnieuw een reden tot bestaan. Men zou kunnen zeggen dat het een bestaan toelaat.

Maar de veelbesproken win-win is niet meer. Daklozen kunnen wel in een hok slapen en kippenvoer eten, maar leggen geen eieren. De stedelingen zijn het noorden kwijt. Mensen die wonen in hun kippenhok, in hun park? Daklozen en drugsverslaafden? Ze zullen het hok kapotmaken want het is helemaal niet gebouwd voor mensen! Ze zullen er drugs nemen en vrijen in het stro!
Er zijn ook stedelingen die het anders zien, als een symptoom van een falend daklozen- en vluchtelingenbeleid in de stad Brussel. Ze vinden dat er verandering moet komen maar beseffen dat het probleem te groot is om zelf op te lossen. De stedelingen geraken het onderling maar niet eens, er komt geen besluit of oplossing, de situatie sleept aan.

Op een nacht, 19 maart 2018, ontstaat er een brand in het kippenhok. Het hok gaat in vlammen op en uit de verkoolde resten rijzen vragen op. Sliep hier iemand vannacht? Heeft die de brand aangestoken? Was het een wanhopige kip of een sluwe vos? Niemand die het antwoord kan achterhalen, een onopgelost mysterie.
Het probleem heeft zichzelf opgelost. Geen hok, geen schuilplaats, dus geen onverwachte bezoekers, bijgevolg geen discussies meer. Er hoeft niet gedacht te worden aan oplossingen of toekomstplannen voor de bestemming van het hok want de knoop die moest worden doorgehakt is doorgebrand. Uit de assen zal een steviger en veiliger gemeenschappelijk kippenhok oprijzen, voor iedereen.

Op maandag 15 oktober stelt Petra Pferdmenges haar boek Founding Alive Architecture voor in Kanal, Brussel.

Zie ook: BRUZZ; ‘Buurtproject bij Parckfarm gaat in vlammen op’ (19 maart 2018) https://www.bruzz.be/samenleving/buurtproject-bij-parckfarm-gaatvlammen-op-2018-03-19 .

En

BRUZZ; ‘Parckfarm, van pop-up tot blijver’ (11 oktober 2018) https://www.bruzz.be/stedenbouw/parckfarm-van-pop-tot-blijver-2018-10-11

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!