Paniek in de wei

Paniek in de wei

dinsdag 27 juli 2010 18:41

Duisburg is de overtreffende trap van elk Tomorrowland  In de openingsscène van de film Una Giornata Particolare (Ettore Scola, 1977) loopt heel Rome storm voor een bezoek van Adolf Hitler aan il duce Benito Mussolini. Twee mensen zijn in de grote parade blijkbaar niet geïnteresseerd: de huisvrouw Antonietta, en haar homofiele buurman Gabriele. De twee beleven iets wat op een romance gelijkt. Op het einde van de dag komt de dol enthousiaste echtgenoot van Antonietta thuis om het grote volksfeest  in geuren en kleuren na te vertellen. Door het raam ziet ze dat Gabriele door de politie wordt opgepakt, ze doet het nachtlampje uit, zo eindigt de film. Het contrast tussen het semi-verplichte massa-evenement (men hoort constant luidsprekers, begeesterende toespraken en uitzinnig applaus op de achtergrond) en de stilte tussen de twee is de sleutel van deze film. Prangende vraag, die altijd weer naar boven komt: Is het mogelijk om niet deel te nemen? Is het zelfmoord om tegen de trend in te gaan, of is het opgaan in de collectieve roes juist de zelfmoord?Ik moest eraan denken toen ons eveneens in geuren en kleuren werd bericht over de Love Parade in Duisburg, het techno-festival waar twintig doden vielen ingevolge een paniekgolf. En wij die dachten dat de Duitsers iets konden organiseren. Of was het daarom te doen? Anderzijds, twintig doden op anderhalf miljoen bezoekers, het is een peulschil, dan was Auschwitz toch beter in zijn genre. Volgens de statistieken heb je meer kans om thuis dodelijk van de trap te stuiteren; en de organisatoren bleken degelijk verzekerd tegen ongevallen. Maar even serieus: dit soort evenementen ademt echt doodsverlangen uit. Het gaat niet meer om muziek en zelfs niet om collectieve beleving, doch eerder om een behoefte aan totale onderwerping en verdamping van het Ik in een zee van geluid en drukte. De link met fascistische meetings werd al door verschillende analisten gelegd, terecht: in Duisburg resoneerde niet alleen de nazi-parade, maar ook heel de Duitse romantiek, de Totentanz, Götterdämmerung, het offer, het geflirt met het einde en het absolute, Wagner…. tot aan het berouw en de inkeer (“Dit nooit meer”). Ongeneeslijk zijn ze, die Duitsers, ze verdienen niet beter dan vertrappeld te worden.Maar het fenomeen is uiteraard veel breder en universeler dan een oprisping van collectieve Weltschmerz. Eerst en vooral is de evolutie van die Love Parade opmerkelijk: ze sluit aan bij mijn eerder artikel “Alleen woestijnvissen kunnen hier nog zwemmen” over de vermarkting en massificatie van het feest, en de inpalming van de publieke ruimte door commercieel geregisseerde massaspektakels.De serie Love Parades was anno 1989 in Berlijn, net voor de val van de muur, heel klein begonnen met een ludiek-anarchistisch straatfeestje van Matthias Roeingh alias DJ dr. Motte,  onder het motto “Friede, Freude, Eierkuchen”.  Aantal deelnemers: 150. Jammer genoeg werd dit prettig-gestoord samenzijn van gabbers een traditie, en steeg het deelnemersaantal elk jaar exponentieel. Snel kwamen de sponsors opdagen (vooral commerciële radio- en TV-zenders, allerlei met jongerencultuur verbonden merken, maar ook de christendemocratische CSU deed een duit in het zakje…), en kreeg dit straatfestival inderdaad echt de allures van een massamanifestatie die heel het openbare leven lamlegt. Una Giornata Particolare, voorwaar. De commercialisering, de promotie tot massaspektakel, én de effecten van bewustzijnsvernauwing lijken met elkaar verbonden. Meteen zitten we in de verhitte sfeer van Rock Werchter (eigendom van het Amerikaanse Live Nation), Tomorrowland  (handelsmerk van het Nederlandse ID&T) en tutti quanti: alle marketeers, maar ook politici, vergapen zich aan deze gelegenheden waar enorm veel jong volk en dus ook enorm veel consumenten/kiezers op elkaar gepakt zitten. Hier heerst de kuddegeest, verpakt als popcultuur, en gedraineerd naar een mondiale marktplaats. Mei ’68, revisited. In de postmoderne marketinglogica is het niet nodig om normen op te dringen of boodschappen te lanceren: verwijder alle normen, vernietig alle slogans, giet alles vol met bier, en je krijgt een ideale mix van hormonen, cash, en hersendood waar je echt alle kanten mee uit kan, tot en met een tunnel zonder exit.Die schaalvergroting is fascinerend. Van 150 man naar anderhalf miljoen: dat lijken gewoon maar vier extra nullen, doch men kan zich afvragen of het kwaad al niet in de kiem zat verscholen. Naar het schijnt begon ook Hitler in de Münchense bierkelders met zo’n 150 man: dit moet ons van elke samenscholing doen weglopen. Wat in 1989 begon als een ludiek protest tegen de conventies, is uitgegroeid tot een absoluut conformistisch ritueel, dat grenst aan de zelfdestructie. Het is daarbij toch altijd verhelderend om de happenings uit de actuele popcultuur te confronteren met de fascistische massaparades. De volksmenners van vandaag zijn de DJ’s. De spiegeling van de politieke meetings uit de jaren ’30 aan de dance-orgie van honderd jaar later staat ons toe om naar de existentiële wortel te gaan van de massificatie: mensen zijn tegen hun individualiteit niet opgewassen. Men zoekt de massa, omdat men schrik heeft van zijn eigen schaduw. Dance macabre  Het nihilisme achter de roes- en genotscultus is helemaal niet nieuw. De massapsychoses evenmin. Maar de electronisch ontplofte decibelcultuur heeft wel een enorm potentiaal aangeboord van existentiële vertwijfeling, die is omgeslagen in apathie. De meeste jongeren lijken me objectief ongelukkig, het disco-feest is fake: ze vieren veeleer hun eigen en elkaars begrafenis. Het zoeken van grote massa’s met oorverdovende muziek, de nodige dranks en drugs, eventueel ook het sexuele avontuur, is de rituele beleving van een escapistische jeugdcultuur die voortborduurt op het ‘no-future”-motief van de punk uit de jaren ’80. Maar in tegenstelling, ook weer, tot het subversieve punk-statement, is deze vlucht-in-de-massa geen uiting meer van protest, doch eerder een extatische beaming van een nieuwe maatschappelijke orde. De massa is de negatie van die orde, maar tegelijk vormt ze een metafoor voor de existentiële en sociale jungle waarin men wordt geleefd. Wat is er dan warmer, dan opgaan in die kudde,- de orde als chaos en de chaos als orde te aanvaarden? Wat is er dan logischer en biologischer, dan de paniekreactie, als ultiem spasme van een meute die de uitgang zoekt, hem niet vindt, en elkaar vertrappelt?Op die manier wordt de massa een meta-lichaam, een monsterachtig gedrocht vol destructieve energie,- een proces dat Elias Canetti al uitvoerig beschreef in “Masse und Macht” (1960). We willen sterven omdat we niet kunnen leven, en de massa biedt daartoe een vehikel. Politiek, sociaal en mentaal is het individu altijd in de verdrukking. Sinds de ontwikkeling van de neocortex, het jongste deel van de menselijke hersenen, willen we afstand  houden en onderscheid maken, maar dat mislukt: anders zijn is zó vermoeiend, de capitulatie wenkt altijd. Elke puber wordt tussen die twee polen geslingerd: de wil om zichzelf te zijn, en de druk van de anderen om te participeren en een groepsidentiteit aan te nemen.  We hervallen altijd naar een lager bewustzijnsniveau, en in de limiet is de overgave compleet, versmelt het Ik terug met de rest, en wordt het organisme niets meer dan een fractie van een stroom. De massa is een graf, een massagraf, en elk lid gedraagt zich als een ontzield lichaam.Inzicht in dit regressief, zombie-achtig halfbewustzijn is essentieel om de amplitude van manifestaties als Tomorrowland en Love Parade te begrijpen. De Duisburgse catastrofe was uitzonderlijk, maar is geen toeval. De rituele zelfmoord is de enige mogelijkheid om de paradox te overwinnen van een maatschappelijke orde die tegelijk een chaos is. Een systeem dat ons enerzijds aanzet tot egoisme, maar anderzijds onze individualiteit ontneemt. De massa is dus ons enig soelaas. Overal waar veel volk is, laten we onze eigen terechtstelling ensceneren. En vergis u niet: het is de sociale druk, professioneel en privé, die de zelfvernietiging uitlokt, al was het maar tijdelijk. Onder de oppervlakte van het Ik-tijdperk zit een weergaloze dwang tot participeren, presteren, consumeren, conformeren. De dance macabre wordt beleefd als een intermezzo, door mensen die voor de rest van hun tijd waarschijnlijk in stropdas hard aan hun carrière werken en bereid zijn om zich volledig te conformeren, mits het uitdelen van de nodige elleboogstoten en trappen naar onder (merk de gelijkenis met panieksituaties). Dat dit escapisme ook af en toe écht uitglijdt in de catastrofe, is dan een noodzakelijk kantelmoment om de kick te behouden. Duisburg is gewoon de overtreffende trap, de focus. Alle massaspektakels zitten in haar zog, van de wereldkampioenschappen voetbal tot Tomorrowland.Heel dit commercieel opgepept mengsel van walg, extase, wanhoop en euforie stelt tenslotte weer de vraag naar de overlevingskansen van de enkeling, die doorheen de film  “Una giornarta particolare” wordt gesteld. Heeft het nog zin om na te denken, te schrijven, een individuele mening te vormen, te agiteren, tegen de stroom in? Of is dat alles slechts een functie van door media en reclame gedicteerde trends? Voelen jongeren instinctief aan dat de sociale mechanismen oppermachtig zijn, en dat verzet geen zin heeft? Zoeken ze daarom de kudde, als plek van vergetelheid?Ik kan klinken als een zure opa, het zij zo, maar het heruitvinden van de stilte lijkt me een absolute noodzaak om de gehoorschade te doen herstellen. En natuurlijk het besef dat alles ongelijk is, niet-unificeerbaar, hobbelig. Afstand houden om gemeenschap mogelijk te maken, als iets uitzonderlijks. Blijven luisteren dus naar Bach, Beethoven, Mozart: voor het plezier natuurlijk, en in het heerlijke besef dat we maar weinigen zijn.  Johan Sanctorum.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!