Oz the Great and Powerful (2013)
Oz, Oz the Great and Powerful, Sam Raimi, Raimi, Wizard of Oz -

Oz the Great and Powerful (2013)

maandag 2 september 2013 18:35

Zo nu en dan sta ik mijzelf toe een blockbuster te bekijken waarvan ik op voorhand reeds weet dat hij geen potten zal breken. Dat doe ik niet (alleen) omdat in 0,01% van de gevallen die blockbuster toch van een hoger niveau blijkt te zijn dan verwacht, maar (vooral) om mee te zijn met wat dezer dagen zoal scoort aan de kassa’s – als filmliefhebber wil ik namelijk niet vervreemden van de tijdsgeest in Tinseltown. Onder het motto “je kan het goede niet waarderen zonder het banale te appreciëren”, begon ik dan ook aan Oz the Great and Powerful.

Ik poog niettemin om in mijn kassucces-keuzes steeds het beste te halen uit het aanbod. Zo zal in de categorie “films gemikt op een kinderpubliek” een film als Oz the Great and Powerful voorrang krijgen op een film als Jack the Giant Slayer, omdat ik Sam Raimi een boeiender cineast vind (in Hollywood-termen) dan Bryan Singer. Hoewel deze laatste ook degelijk vertier bracht met onder andere de eerste twee X-Men films (en uiteraard bekendheid vergaarde met het fenomenale The Usual Suspects), heb ik de indruk dat Raimi net dat ietsje minder conventioneel is. Daarbij, om het innerlijke kind in jezelf los te laten, zit je beter bij een regisseur die zichzelf wat minder serieus neemt en hier en daar wat b-film allusies maakt, dan bij een meer stereotype Hollywoodregisseur. Zij die Raimi reeds volgen sinds de Evil Dead trilogie en uit hun dak gingen bij het verschijnen van Drag Me to Hell, begrijpen wat ik bedoel (hoewel deze film kwa opzet en stijl ongetwijfeld meer zal appelleren aan de fans van Raimi’s Spider-Man trilogie).

De keuze bleek een goede te zijn. Het kind in mij was tevreden. Visueel was het allemaal heel erg betoverend, de personages waren stuk voor stuk leuk om te aanschouwen en het fantasierijke verhaal te Oz leverde een dolle rit op die 6-tot-12-jarigen over een decennia of twee mogelijk zullen typeren als “jeugdsentiment”. Bovendien kan deze film rekenen op de goedkeuring van ouders en filmliefhebbers, want Raimi voorziet in een net iets complexere moraal dan we van Disney gewoon zijn (‘de slechte’ en ‘de goeie’ blijken relatief te zijn) en geeft daarnaast een sterke zwart-wit aftrap in 4:3 (wat kinderen toch meteen iets gevoeliger maakt voor de evolutie in filmtechniek). Als kers op de taart zit de film vol knipogen naar de boeken van L. Frank Baum en de bekendste film adaptatie, The Wizard of Oz, uit 1939.

Hoewel dat natuurlijk allemaal erg mooi is voor kinderen (evenals de innerlijke kinderen), is de bevrediging voor de cinefiel in mij – zoals te verwachten was – afwezig. Ten eerste zijn er de gatlelijke 3D effecten. Een film kijken in HD op een HDTV staat momenteel garant voor de allerbeste wijze om te genieten van optimale beeldkwaliteit. Zeker bij een film als dit, waar de CGI’s van het scherm druipen. Waarom, oh waarom, moeten er dan om de vijf minuten van die walgelijke 3D effecten inzitten die enkel en alleen tot hun recht komen wanneer je met een achterlijk brilletje voor een retedure 3DTV zit? De elfendertigste vlinder of gevleugelde baviaan die naar je toe vliegt, is écht niet schattig of beangstigend, alleen maar vre-se-lijk irritant. Ik hoop echt dat die 3D industrie failliet gaat, vergeten wordt, kapot bekritiseerd wordt en bovendien dat iedereen die zijn of haar tijd ermee verdoet, binnen enkele jaren inziet wat voor een geretardeerde carrièrekeuze zij of hij gemaakt heeft. Ja, kwaad word ik ervan.

Ten tweede is het als kind ongetwijfeld geweldig om zeer expressieve acteurs aan het werk te zien (dat meen ik mij toch te herinneren uit films als The NeverEnding Story, Hook en Jumanji), maar eens je je – op oudere leeftijd – bewuster bent van de mens achter de acteur, is dat niet meer charmant of magisch en breekt het alleen maar de filmische illusie. Dat is volgens mij één van de redenen waarom sommige films zo geweldig kunnen zijn als je ze ziet als kind, maar op latere leeftijd meestal niet meer zijn dan wat nostalgisch sentiment. In Oz is het acteerwerk van James Franco, Mila Kunis en Rachel Weisz té theatraal en dat is iets waar de cinefiel in mij niet op zit te wachten. Integendeel, want het weerhoudt je ervan om je echt ‘aanwezig’ te voelen in de fantasierijke wereld die de film probeert op te schetsen.

Ten slotte is het verhaal te oppervlakkig en op vele vlakken onuitgewerkt. Dat kan veel te maken hebben met de premisse (de film speelt zich namelijk af twintig jaar voor de aanvang van het eerste boek), maar het is vooral een excuus om een vervolgfilm te legitimeren (die er overigens ook komt, zoals Disney reeds liet weten). Als kind heb je daar vermoedelijk weinig last van en kan het uitkijken naar een sequel zelfs leuk zijn. Wie daarentegen een uitgewerkte en ietwat integere film wil zien, zit verkeerd bij Oz, want na een erg sterke, Burtoneske begingeneriek (inclusief soundtrack van Danny Elfman), gaat het niveau van de film pijlsnel naar beneden – ondanks dat de spetterende climax wel wat goed maakt.

Dit is ongetwijfeld de leukste kinderfilm die ik in lange tijd gezien heb. Het is dan ook het kind in mij dat me ten volle deed genieten van Oz en me daarnaast het simplistische entertainment-gehalte deed relativeren. Het is tevens dat kind dat aan iedereen oproept om de film een kans te geven. De cinefiel in mij oordeelt hier echter anders over. Hij erkent de waarde voor de (innerlijke) kinderen onder ons, maar wil weinig weten van enige filmische appreciatie. Voor de cinefiel zijn er namelijk genoeg kinderfilms die een veel hoger niveau aanhouden, zoals Stardust, We Bought a Zoo en Bridge to Terabithia.

take down
the paywall
steun ons nu!