Over mensen, religie, wetten en ethiek

Over mensen, religie, wetten en ethiek

vrijdag 24 februari 2017 09:08

Het is interessant om te zien, twee auteurs die via de media een debat voeren. Niettemin een genuanceerd debat en dan nog wel over de plaats van religie en over de spanning tussen (religieus geïnspireerde) ethiek en seculier maatschappelijke wetten.

In zijn Vrij Tribune voor de Knack (18/02/2017) formuleert theoloog Jonas Slaats dat de islamitische sharia, in zijn woorden geformuleerd als een historische verzameling goddelijk geïnspireerde ethische principes, boven de seculiere wetten staat van onze maatschappij. Daartegenover stelt politieke wetenschapper Gilles Pittoors dat deze stelling zou leiden tot absolute chaos omdat een maatschappij dan slechts gestructureerd zou worden door het “buikgevoel” van eenieder die tot die maatschappij behoort. Uiteindelijk zou er geen maatschappelijke structuur meer zijn (Knack, 21/02/2017).

Slaats en de versteende wet

Laat het duidelijk zijn, Slaats argumenteert niet dat enig welke religie dan ook de structurerende rol van onze maatschappij opnieuw moet opnemen. Wat Slaats wel wil laten zien is dat de sharia geen vaststaand gegeven is. Deze principes zijn niet versteend wat fundamentalisten van elke strekking ook mogen geloven, zeggen en doen. Hij laat zien dat, omdat het goddelijke niet te vatten is, het de mens blijft uitdagen om erover te spreken.  Het is uit dit spreken, het debat zo u wil, dat ethische principes zijn voortgekomen. Aan ethische principes, de sharia, gaat een geschiedenis van debat en studie vooraf en niets doet impliceren dat dit proces ten einde is gekomen. Men zou kunnen stellen, zoals Slaats lijkt te doen, dat de fundamenten van het democratisch debat hier hun wortels vinden.

Het is deze historische dynamiek die Slaats miskent in maatschappelijke wetten. Voor Slaats zijn wetten versteende uitdrukkingen van een gemeenschap op een bepaald moment in de geschiedenis die vanaf dat moment niet meer aan verandering bloot kunnen staan. Slaats zelf verwijst, terecht, naar het huidige maatschappelijke klimaat van onze maatschappij waarbij gesproken wordt over waarden en normen alsof deze in steen gegrift staan. Alleen weet niemand echt waarover deze handelen.

Pittoors en het ‘buikgevoel’ van de ethiek

Pittoors argumenteert net het tegenovergestelde. Voor hem zijn wetten een uitkomst van een democratisch debat waarin, voorondersteld, eenieder van onze maatschappij zijn mening kan over uiten. Wetten zijn doorheen een dynamisch proces tot stand gekomen, een proces dat de belichaming is van de maatschappijpelijke dynamiek zelf. Het is net door het feit dat wetten een belichaamde consensus zijn van het maatschappelijk debat dat deze het recht hebben om de maatschappij te structureren. En net door deze dynamiek bevatten wetten een opening om erover te debatteren.

Daartegenover overschat Pittoors het dynamische gehalte in de historische verzameling van goddelijk geïnspireerde ethische principes. Voor Pittoors zijn deze in onze maatschappij slechts de uitdrukking van persoonlijke geloofsovertuigingen of meningen die, indien zij als structuur van onze maatschappij zouden gelden, tot chaos zouden leiden.

Twee opinies, één fundamentele grond

Beide bijdragen zijn interessant omdat ze wijzen op een element van veranderlijkheid aanwezig in elke structuur, zij het een historische verzameling van goddelijke geïnspireerde ethische principes, zij het maatschappelijke wetten. Beide auteurs erkennen het historisch dynamische element aanwezig in de structuur die zij verdedigen maar het lijkt erop dat beiden dit element onderschatten of overschatten in de structuur die zij hiërarchisch op een lager niveau plaatsen. Het lijkt dus gerechtvaardigd om beide opinies aan een kritiek te onderwerpen.

Mijn kritiek wil geen afbreuk doen aan de opzet van beide opinies maar wil ze eerder elkaar laten aanvullen. Inderdaad, kritiek kan ook verruimend werken. Na beide opinies naast elkaar te leggen lijkt het erop dat zowel goddelijke geïnspireerde structuren als maatschappelijk geïnspireerde structuren geen noodzakelijk vaststaande waarheden hoeven te zijn. Door het feit dat deze structuren betrokken zijn op mensen kunnen deze altijd opengebroken worden en elkaar verruimen. Mensen zijn betrokken op elkaar, zelfs als zij elkaar niet kunnen uitstaan, waardoor elke structuur die zij opbouwen ook weer veranderd kan worden. Pittoors gaat in de fout door te stellen dat historische ethische principes puur persoonlijk zijn geworden. Slaats gaat in de fout door te stellen dat maatschappelijke wetten zich op een bepaald moment onttrekken aan de maatschappelijke sfeer.

Een blijvende oproep

Het is niet omdat politici hard roepen, of tenminste laten uitschijnen, dat maatschappelijke wetten boven de maatschappij verheven zijn dat zij dat werkelijk ook zijn. En het is niet omdat radicale religieuze stemmen roepen dat goddelijke geïnspireerd principes boven de maatschappij verheven zijn, dat dit ook zo is. Neen, (religieuze) ethiek en recht vinden plaats in een maatschappelijke menselijke context waardoor zij onderhevig zijn aan kritiek en debat. Daarom kan ik enkel de oproep van beide auteurs tot een verruimd democratisch debat ondersteunen. Een debat waarin recht wordt gedaan aan alle mensen van onze maatschappij, wat wil zeggen dat minderheden voldoende vertegenwoordiging moeten hebben en voldoende luisterbereidheid moeten ondervinden en tonen. Want vergeet niet dat de meerderheid van vandaag de minderheid van morgen kan zijn.

Laat ik dit betoog afsluiten met de titel van een recente bijdrage van de Belgische filosoof Martin Moors opgenomen in het boek Religie onder kritiek. Moors stelt, ‘Religie onder kritiek: so what?’1. Maar laat ons daar dan ook maar bijvoegen, ‘Maatschappelijke wetten onder kritiek: so what?’.

Referenties:

1) Moors M. (2016). Religie onder kritiek: so what? In: Courtois, P. & Vanheeswijck, G. (red.). Religie onder kritiek. De plaats van religie in de seculiere samenleving. Leuven: Acco, p. 187-198.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!