Over katten en muizen

donderdag 5 december 2019 23:20

(Verhalen uit het alledaagse)

Er wordt al eens verteld dat wie met muizen zit best een kat binnenhaalt en dat het probleem dan snel opgelost zal raken. Ik ben het daar niet mee eens. Gesteld dat muizen al een probleem zijn, is het volgens mij toch iets genuanceerder dan dat. Meer zelfs, het is een beetje zoals met het verhaal van de politie en de dieven: ze vullen elkaar aan.

Zo is het in mijn ervaring juist de kat die de muizen binnenbrengt. Ik heb namelijk al meermaals meegemaakt hoe ze eerst miauwend en knorrend binnenkomt met een klein muisje in haar muil, vervolgens het beestje tussen haar poten in bedwang houdt, tenminste wanneer het niet al meteen van schrik aan een hartstilstand was overleden, daarna haar greep lost en dan, wanneer het beestje, nog steeds in de veronderstelling dat het levend en wel is, het enige doet wat het kan doen in dergelijke situatie, namelijk: wegrennen, hoe de kat er dan als de bliksem opnieuw achternaholt en het middels enkele rake klappen, de klauwen niet gespaard, opnieuw in bedwang houdt. Een spel dat zich voor mijn weke hart en mijn vermoeide ogen maar al te vaak afspeelt.

Want op het einde wordt dat pluizig plunje toch gewoon in enkele – knap, krak – happen naar binnen gewerkt. En ja, dat gaat dan weer snel. Ik heb zelfs al meegemaakt dat wanneer dit juist is gebeurd, de kat verwoed in het rond begint te zoeken alsof ze zich afvraagt hoe dat beestje in godsnaam is weten te ontsnappen! Heus, ik verzin hier niets.

Dus grijp ik in. Ik weet, ik hoor dit niet te doen, maar ik doe het toch. Een klein hart maakt grote sprongen. Bovendien heb ik ook de indruk dat de kat vaker dan mij lief is de muis mij komt aanbieden. Ja, dat ze die gewoon aan mijn voeten komt neerleggen en mij zo medeplichtig wil maken aan haar moordpartijen. Dan zeg ik “dank u, lief beestje”, bedoeld op de kat, en gris ik het beestje, bedoeld op de muis, bij de staart en ik breng het opnieuw naar buiten terwijl ik mij ervan vergewis dat de kat mij niet is gevolgd. Want anders begint dat hele gedoe uiteraard weer van vooraf aan. Het geeft mij enige voldoening. Al kan ik niet meteen zeggen hoe of waaraan. Alsof ik er toe doe.

Maar soms, heel soms is dat niet nodig. Soms slaagt de muis erin te ontsnappen en vindt het beschutting onder de rommel die ik gestaag om mij heen verzamel: een versleten paar schoenen waarvan ik geen afscheid kan nemen; de kartonnen doos met oud papier die ik telkens weer vergeet buiten te zetten wanneer de tijd daarvoor is aangebroken of, bij ontstentenis aan plinten in huis, gewoon onder de trap.

De muis heeft daartoe slechts een minuscuul spleetje nodig. Ik zou zelfs zweren dat zodra haar neus erin kan, ze er met haar hele lichaam onder- of tussendoor kan. Ik zie dan slechts een fractie van een seconde de kleine achterpootjes vliegensvlug heen en weer krabbelen en het lichaampje dat zich als een zachte sandwich laat meegeven door de engte alvorens ze met haar staart iedereen het nakijken geeft. De kat en ik. Stom verbaasd.

Het enige nadeel hiervan, u raadt het al, is dat ik nu met een muis zit opgescheept. De kat slaat met haar beperkt herinneringsvermogen (zie hoger), geen acht meer op de aanwezigheid van de muis en kijk, er treedt een verschuiving op: daar waar muizen voorheen nog niet meteen als een probleem werden gezien moet ik dit nu al nuanceren. Het is een beetje zoals met dat verhaal van die politie en die dieven.

Want kijk: waar ik vroeger de muis nog bij de staart kon grijpen, vergrijp ik mij nu aan moorddadiger middelen, zijnde een muizenval, gewoon omdat ik niet bij het verste hoekje onder de trap geraak. En dat terwijl ik daar helemaal niet om gevraagd heb en een kattenval natuurlijk heel wat toepasselijker zou zijn.

 

Creative Commons

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!