Over het weggeven van je stem…
Politiek, Democratie, Betrokkenheid -

Over het weggeven van je stem…

dinsdag 9 maart 2010 16:28

In landen met een parlementaire democratie gaan we om de zoveel jaar stemmen. We kiezen dan uit tal van kandidaten op verschillende lijsten van diverse partijen. Het idee is dat je iemand kiest van wie je denkt dat hij je goed zal vertegenwoordigen, meestal behorende tot een partij die dicht aansluit bij je eigen ideologie. We zijn het met de jaren als vanzelfsprekend gaan beschouwen, terwijl het pas sinds 1948 is dat ook vrouwen stemrecht hebben. De mening van mensen jonger dan achttien wordt niet gevraagd. Ze zijn minderjarig, wat impliceert dat ze niet ‘rijp’ genoeg zouden zijn om een keuze te maken.Het systeem van parlementaire of representatieve democratie, i.e. een systeem van ‘vertegenwoordigers’, wordt algemeen beschouwd als ‘democratie’. Maar klopt dat wel?

Wanneer we kijken naar de taal, merken we op dat we constructies gebruiken als ‘mijn stem uitbrengen’, ‘stemmen’, ‘stemmen voor’, … Het idee is dat de kiezer zijn stem laat horen en een vertegenwoordiger kiest. Maar in het Engels wordt ook de uitdrukking ‘I give my vote to…’ gebruikt. Die uitdrukking is veel duidelijker in wat er gebeurt bij de verkiezingen: je geeft je stem als het ware weg. Je krijgt ze pas terug nadat de termijn van een regering er op zit, of de leiders van de regering beslist hebben om ze te ontbinden en opnieuw verkiezingen uit te schrijven.
 
In België leek het er op dat er nieuwe verkiezingen gingen komen na de val van Leterme I. Uiteindelijk, na enkele omwegen, hebben we een nieuwe regering Leterme gekregen, zonder dat de kiezers opnieuw gevraagd zijn om hun mening te uiten.
 
Het feit dat een stem minder sterk doorweegt dan politiek gelobby, bewijst het feit dat er soms mensen in het parlement of zelfs in de regering komen te zetelen die niet veel stemmen gehaald hebben, of die zelfs niet op een lijst gestaan hebben. In België werken we met een ingewikkeld systeem van lijststemmen, persoonstemmen, effectieve kandidaten en opvolgers. Met een lijststem keur je de eigenlijke volgorde zoals door de partij bepaald goed. Een persoonstem of voorkeurstem geeft aan dat een specifieke kandidaat jou het meest aanspreekt. Daarbij horen nog enkele ingewikkelde berekeningen om het aantal lijststemmen af te wegen tegen het aantal voorkeurstemmen, om zo te bepalen wie het meeste stemmen op een lijst gehaald heeft en dus mag zetelen.
 
Daarnaast heb je x-aantal ‘effectieve’ kandidaten, die indien genoeg stemmen behaald te hebben, kunnen zetelen. Daarnaast heb je een aantal opvolgers: kandidaten die niet rechtstreeks verkiesbaar zijn (in theorie), maar effectieve kandidaten opvolgen indien ze zouden afzien van hun mandaat, bv. doordat ze minister worden of er voor kiezen om niet te zetelen. Het maakt dus niet uit of je als effectieve kandidaat als vierde meest gestemde uit de bus komt, wanneer de kandidaat voor jou zou wegvallen, dan mag niet jij, maar een opvolger de plaats innemen. Een vreemde gedachte, niet?
 
We keren even terug naar het idee van het ‘weggeven’ van je stem. Daar komt een verkiezing in een representatieve democratie eigenlijk op neer. Je hebt geen politieke stem meer tot de volgende verkiezingen. Zelfs mocht je vertegenwoordiger opeens zaken doen of goedkeuren die tegen jou mening ingaan, kan je er beter weinig aan doen. Dat leidt dikwijls tot het fenomeen dat we kennen als de ‘proteststem’. Kiezers die kwaad zijn door een beslissing genomen door hun partij of door het beleid van de regering, gaan kiezen voor een protestpartij. Meestal zijn dit partijen die weinig kans maken op deelname aan een regering en extreme standpunten verkondigen. In Vlaanderen is het Vlaams Blok/Vlaams Belang het archetype van zo’n partij. Sinds de jaren ’90 is deze extreemrechtse partij steevast een winnaar bij de verkiezingen. Niet dat iedereen het eens is met de soms racistische of asociale standpunten van het Vlaams Belang, maar ze willen zo hun ongenoegen uiten. Dikwijls omdat er geen andere partijen zijn die alternatieven bieden.
 
Het probleem van extremistische partijen zou opgelost kunnen worden door de aanwezigheid van partijen die dicht bij de bevolking staan, die als het ware een alternatief bieden op het beleid van een regering of systeem. Anderzijds zou meer betrokkenheid van de bevolking bij het bestuur van een land ook veel kunnen veranderen. Men moet geen jaren wachten om correcties aan te brengen, maar kan dan sneller signalen sturen naar hun vertegenwoordigers.
 
Hoe het volk te betrekken bij het bestuur is een complex vraagstuk. Het vergt ten eerste een grote inspanning. Een regering zou bv. referenda of volksbevragingen kunnen organiseren, waarbij gepolst wordt naar de mening over een bepaalde problematiek. Zulke referenda hebben we gezien in Frankrijk, Nederland en Ierland over het Verdrag van Lissabon, maar ook in Antwerpen naar aanleiding van de Oosterweelverbinding. Naast de organisatorische moeilijkheden is er ook het probleem van informatie. Een goede keuze maken kan alleen nadat men toegang heeft gekregen tot de verschillende informatiebronnen. Regeringen of lobbygroepen kunnen bv. via de media een enorme invloed uitoefenen op de publieke opinie. Dikwijls worden er foutieve argumenten en bewijzen aangehaald, maar is er weinig tegensprekelijkheid. Ook de vraagstelling bij een referendum is dikwijls zeer beperkt. In Antwerpen kon men enkel stemmen over het al dan niet goedkeuren van het voorgelegde traject van de Oosterweelverbinding, maar niet over het feit of een tunnel misschien een betere optie is. Voeg daar aan toe dat referenda in veel landen slechts een ‘adviserende’ functie hebben, dan zie je al gauw in dat ook deze geen goede manieren zijn om de bevolking te betrekken bij het bestuur.
 
Een begin zou al zijn dat elke gekozen vertegenwoordiger ten alle tijde herroepen kan worden. Wanneer vertegenwoordigers tegen de wil van het publiek in zouden gaan, of hun werk niet naar behoren uitvoeren, kunnen ze hiervoor sneller gecontroleerd worden.
Educatie blijft een belangrijk punt in een echte democratie. Je kan pas echt je stem controleren, wanneer je geleerd hebt kritisch te zijn, waar informatie te halen, de informatie te analyseren en begrijpen, etc.
 
Daarnaast moet er nagedacht worden over nieuwe systemen van politieke vertegenwoordiging en betrokkenheid. Het zou geen kwaad kunnen om eens na te denken over alternatieven, als we kijken naar de versnippering van het politieke landschap. Er zijn veel partijen, die bijna allemaal hetzelfde zeggen of doen, en die allemaal ongeveer even groot zijn, waardoor regeringsvorming allesbehalve simpel is.
 
De politicus vreest de kiezer niet meer. Er is als het ware een politieke kaste ontstaan, met een eigen ‘new speak’ . Politiek is een familiebedrijf geworden waar men van ouder op kind de macht doorgeeft.
Meeste partijen werken volgens een strak schema, dat vooral regimebevestigend werkt. Nieuwelingen moeten hard knokken om zelfs nog maar een kans te krijgen.
 
Een bekend verhaal is dat van de Romeinse advocaat Marcus Cicero. In het Oude Rome moest je tot een bepaalde familie behoren, wilde je kans maken op een politieke carrière. Cicero slaagde er in als eerste van zijn familie om de hele lijst van ambten te doorlopen en werd uiteindelijk consul, de hoogste functie in de Romeinse Republiek. Een ‘nieuwe man’ als Cicero zou het vandaag nog moeilijk hebben om in bv. de Belgische politiek te kunnen meespelen. We spreken over een man wiens redevoeringen meer dan 2000 jaar na zijn dood nog steeds verplichte kost zijn voor leerlingen Latijn in het secundair onderwijs.
 
Dus beste kiezer, denk goed na vooraleer je je stem weggeeft. Informeer je en wees steeds kritisch tegenover iedereen die meent de waarheid in pacht te hebben, of het nu een journalist, een bedrijfsleider of een politicus is. Denk ook eens na over de manier waarop jij zou willen dat er beslissingen genomen worden die iedereen aangaan. Democratie komt van ????? (dèmos), “volk” en ?????? (krateo), wat “heerschappij” betekent. Een volksregering dus. Criticasters van meer verantwoordelijkheid voor de bevolking halen verwijzen naar de kostprijs, allerlei misbruiken, het tijdrovende van betrokkenheid van de bevolking, …
 
De oplossing is een betere, eerlijkere verdeling van de rijkdom. We werken er allemaal voor, toch zien we slechts een klein deel van de winst. Ook arbeidsduurvermindering werkt meer betrokkenheid in de hand. Minder werk, maar meer tijd voor studie en politieke betrokkenheid zou een strijdpunt moeten zijn voor elke partij die zich progressief noemt. Dat klinkt allemaal misschien wel als een utopie, maar er is effectief genoeg rijkdom op de wereld om iedereen te voorzien in een waardig bestaan. Helaas is die rijkdom nu gecentreerd in weinig handen. Meer inspraak in de besluitvorming impliceert dus een ander economisch systeem, een ander idee over politiek en democratie. Misschien wringt daar wel het schoentje? Misschien hebben sommige mensen er baat bij dat er niets verandert?
 
Misschien wordt het toch eens tijd om onze stem terug te vragen en ze zelf te gaan gebruiken.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!