‘Otje’ van Annie M.G. Schmidt geldt ook in dit coronatijdperk
Opinie - Lien Vande Kerkhof

‘Otje’ van Annie M.G. Schmidt geldt ook in dit coronatijdperk

woensdag 1 april 2020 17:01
Spread the love

 

De tand des tijds heeft geen vat op Otje. De klassieker van Annie M.G. Schmidt leest na exact veertig jaar nog altijd even lekker. In dit historische coronatijdperk, waarin we kinderen verstikken met allerlei beknottingen en regelzucht, is deze smeuïge brok anti-burgerlijkheid, met bonte illustraties van Fiep Westendorp, om je vingers bij af te likken. Al dringen zich op deze ‘koortsige’ Internationale Kinderboekendag, voor het eerst nieuwe personages op.

Otje is eigenlijk een zoetsappige satire op de bureaucratie. Tos, de vader van het vindingrijke meisje, is een uitstekende kok. Maar omdat hij zijn papieren ergens is kwijtgeraakt, vindt hij maar moeilijk een baan. De ambtelijke (papier)molen in het compjoetergebouw heeft zijn documenten namelijk verzwolgen. Omdat Tos door niemand wordt geloofd, heeft hij last van driftbuien. Samen met Otje, zijn dochtertje dat met dieren kan praten, slaat hij voortdurend op de vlucht.

Annie wist dat haar verhaal over zwartwerk en illegaliteit tijdloos zou zijn. Ook ver na de jaren tachtig worden mensen uitgebuit voor een appel en een ei, om vervolgens – al dan niet in een blauwe bestelbus – het hazenpad te kiezen. Met haar onevenaarbare – heerlijk Hollandse – lexicon confronteert Schmidt kinderen met maatschappelijke problemen, zonder ook maar één zin lang moraliserend te zijn.

Maar wat de schrijfster zich vooral (Kaapse raaps)donders goed realiseerde, was dat de wereld der volwassenen, waar Otje en haar vader zich een weg doorheen banen, voor eens en voor altijd bekrompen zou wezen. De personages die dit olijke duo de les spellen – van meneer en mevrouw Pardoes, de ambtelijke loketbedienden tot de nette tantes van Tos – worden dan ook lichtelijk bespot.

Dankzij dit soort typetjes waren kinderen decennia lang in staat om de ‘grote mensen’-wereld te ontmaskeren. Annie creëerde geen tegenstelling tussen goed en kwaad, maar eentje waarin sympathieke, pientere en creatieve karakters het winnen van stompzinnige, benepen en saaie personages. Maar voor het eerst, sinds Otje in 1980 in boekvorm verscheen, schieten deze kleinburgerlijke persiflages ruimschoots tekort.

Want alsof de strenge maatregelen die Covid-19 met zich meebrengt nog niet beangstigend genoeg zijn voor kinderen, slaan bij veel volwassenen de stoppen door. Wat zou Annie M.G. Schmidt geschreven hebben, nu kortzichtigheid, waar ze zo graag de draak mee stak, moet wijken voor krankzinnigheid?

De heldin van de ironie zou Otje beslist al rolschaatsend laten botsen op de overvolle winkelkar van mevrouw Hamstermans. Ruim voor openingstijd posteert deze dame zich met een grote ikea-dubbeldekker voor de deur van de supermarkt, zodat ze om klokslag acht meedogenloos kan toeslaan. Het hele hoofdstuk vult zich vervolgens met hoe mevrouw Hamstermans haar potige winkelkar volpropt met maxi-pakken WC-papier, dozijntjes scharreleieren en het koekenrek tot op de laatste kruimel leegrooft. “Dan maar brandnetelsoep”, zucht de dochter van Tos.

Wanneer Otje even later een luchtje hapt, wederom op wieltjes, rolt ze het huis van meneertje Kniezebrom voorbij. Sinds hij drie jaar geleden op pensioen ging heeft hij een bloedhekel aan kleine dreumesjes en pukkelsnoeten. Van op het bankje voor zijn woning jammert, zanikt en moppert hij erop los, elke keer er een minderjarige passeert. “Jij ellendige snotmeid”, snauwt hij Otje toe. “Je brengt iedereen in gevaar door het blokje om te rolschaatsen!” Vervolgens veert meneer Kniezebrom overeind en drentelt hij richting het dorpscentrum voor zijn dagelijkse ijsje.

Maar heuse heibel ontstaat pas echt wanneer Otje, die ook in 2020 het liefst van al buiten speelt, toch even op haar compjoeter zit. Nadat ze haar ongenoegen al uitte tegen haar muizenvriendjes Lodewijk en Suzie, schrijft ze in een Facebookgroep dat de zomervakantie niet ingekort mag worden, ‘want dit is heus geen vrije tijd’, uitroepteken! Nog voor ze er erg in heeft, barst de virtuele gekte los. Van de groenteboer, de juffrouw van het theehuis tot de dorpsdirigent: met z’n allen verwensen ze het kind van achter hun compjoeterscherm, in drukletters én met fout gespelde woorden. “Jij klein secreet. Venijnige schobbejak. Ondankbare galgenbrok. Vlerk, spitsboef, stuk ONVERLAAT! Wat jij opofferd, is niets in vergelijking met wat er van grote mensen word gevraagt! Dus hou gewoon je smikkel!”

Eerlijk? Dit lijkt in de verste verte niet op een klassieke Annie M.G. Schmidt. In deze nieuwe realiteit zou Otje het niet langer opnemen tegen een stompzinnig stelletje volwassenen, maar tegen dolgedraaide waanzin. Ik ga er dan ook prat op dat de vrolijke anarchiste zich op dit moment omdraait in haar graf. Want alsof de huidige (noodzakelijke) regeldrift nog niet moeilijk genoeg is om te dragen, vervalt een aantal mensen meer dan ooit in donderpreken en belerende vingertjes die voortkomen vanuit een diepgewortelde vorm van onverdraagzaamheid en egoïsme. Annie zou hen vast “moraliserende oproerkraaiers” noemen, “maar dan wel in ‘t kwadraat”.

“Doe nooit wat je moeder zegt, dan komt het helemaal terecht”, zijn misschien wel de beroemdste woorden die de Nederlandse auteur ooit prevelde. In tijden dat kinderen hélemaal geen herrie mogen schoppen, moet daar heus geen portie zuurkool bovenop. Hopelijk neemt dit aardrijk snel weer haar vertrouwde huisbakken vormen aan. Een wereld waarin we ons onstuimig mogen verzetten tegen pocherige hoogwaardigheidsbekleders die zich meer wanen dan een kok, en bazige tantes die kleine meisjes in spuuglelijk roze jurken willen hijsen.

En in afwachting daarvan, kan je dus lekker Otje lezen. Het met een Gouden Griffel bekroonde meesterwerk van Annie M.G. Schmidt, voor kinderen (en meerderjarige relschoppers).

 

Lien Vande Kerkhof is journalist en copywriter.

Creative Commons

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!